30 September 2020

Een coup tegen links

De militaire staatsgreep tegen president Manuel Zelaya van Honduras is een wanhopige poging van de economische en politieke elite van Honduras om het nieuwe linkse tij in Latijns-Amerika te stoppen. Het laat zien hoe kwetsbaar links nog steeds is in Latijns-Amerika en hoe weinig de Latijns-Amerikaanse elite om democratie geeft.

In de woorden van Zeleya: ‘Dit is een kwaadaardig complot van de elites. Alleen de elites willen het land geïsoleerd en extreem arm houden.’ Zeleya kan het weten; hij heeft zelf zijn wortels in deze klasse van rijke grootgrondbezitters. Het grootste deel van zijn leven besteedde hij aan het runnen van geërfde landbouw- en houtkapbedrijven. Hij was de presidentskandidaat voor de centrum-rechtse Liberale Partij en verdedigde toen een conservatief programma van bezuinigingen en hard optreden tegen misdaad.

Na zijn aantreden in januari 2006 steunde hij het twee jaar eerder getekende, door de VS gesteunde, Central America Free Trade Agreement en continueerde hij het neoliberale economische beleid en de privatisering van staatsbedrijven.

Maar halverwege de vier jaar van zijn termijn trok het tij van verandering in het zuiden, vooral dat in Hugo Chávez’ Venezuela – de grootste regionale macht met toegang tot het Caribische gebied – zijn aandacht. Honduras, dat niet over eigen oliebronnen beschikt, ondertekende een verdrag voor Venezuelaanse olie-subsidie en vorig jaar werd het lid van het regionale handelsblok ALBA – het Bolivariaans Alternatief voor de Amerika’s. Dit verdrag, met Venezuela als voortrekker, telt nu Bolivia, Cuba, Nicaragua, de Dominicaanse Republiek en Ecuador als leden. Tegelijkertijd voerde Zelaya binnenlandse hervormingen door; het minimumloon voor arbeiders en leraren werd aanzienlijk verhoogd en het budget voor gezondheidszorg en onderwijs werd vergroot.

Het einde van het liedje is dat een hervormingsgezinde president, gesteund door de vakbonden en sociale organisaties, nu recht tegenover een corrupte politieke elite met banden met de drugsmaffia staat, een elite die er aan gewend is zowel het hooggerechtshof als het parlement en de president te controleren.

Woedende elite
De Hondurese elite was woedend dat iemand uit hun klasse zelfs maar bescheiden sociale hervormingen doorvoerde. Ze begonnen Zelaya af te schilderen als een demagoog en beschuldigde Chávez ervan het land over te willen nemen. Rechtse supporters van de coup schilderen het af als een gevecht tegen Chávez en andere ‘anti-Amerikaanse’ krachten in de regio.

Het politieke establishment raakte in rep en roer toen Zeleya aankondigde op 28 juni een referendum te willen houden over de vraag of in de aankomende presidentiële verkiezingen in november de optie aan bod zou moeten komen om te stemmen over het bijeenroepen van een grondwetgevende vergadering. Zo wilde Zelaya tot een nieuwe grondwet komen. De elite beweerden ten onrechte dat Zelaya zich opnieuw verkiesbaar wilde stellen. Dit is een leugen die ook in de Nederlandse media is gereproduceerd. De werkelijkheid is dat het voorstel voor een eventuele tweede termijn van een president pas in werking zou kunnen treden als Zelaya in januari 2010 al geen president meer is.

De elites hadden echter gegronde reden een nieuwe grondwet te vrezen omdat dit precies de manier is waarop Chávez in Venezuela, Evo Morales in Bolivia en Rafael Correa in Ecuador begonnen zijn de sociale, politieke en economische structuur van hun land te veranderen. Het politieke establishment besloot dit proces in de kiem te smoren door het verhinderen van het referendum. Het hooggerechtshof verklaarde het referendum strijdig met de grondwet en het leger weigerde mee te helpen bij het verspreiden van stembiljetten. In reactie hierop ontsloeg Zelaya de bevelhebber van het leger, generaal Romeo Vasquez, en leidde hij activisten naar een luchtmachtbasis om in beslag genomen stembiljetten te verdelen. Om 6 uur ‘s ochtends, op de dag van het referendum, deporteerde een speciale legereenheid een nog in zijn pyjama geklede Zelaya naar Costa Rica. De volgende dag beschuldigde het hooggerechtshof Zelaya van verraad en het parlement benoemde zijn voorzitter Roberto Micheletti – nu bekend onder de bijnaam Pinocheletti - tot interim-president van het land.

De rest van Amerika, en de meerderheid van de rest van de wereld, reageerde woedend op de coup. De Organisatie van Amerikaanse Staten, de OAS, riep een spoedbijeenkomst bij elkaar en riep unaniem de coupplegers op om Zelaya weer zijn positie te laten bekleden. Ook regionale organisaties keurden de coup af en de Europese Unie en de Wereldbank schortten hun economische hulp aan Honduras op. Zelfs de rechtse regeringen van Alvaro Uribe in Colombia en Felipe Calderon in Mexico zagen zich gedwongen de coup af te wijzen.

Banden met VS
Vanwaar deze vrijwel unanieme afkeer van de coup? Het grootste deel van Latijns Amerika herinnert zich nog de donkere dagen van de jaren zeventig en tachtig toen driekwart van de bevolking van het continent onder militaire regimes leefde. Landen als Chili, Argentinië, Uruguay en Brazilië dragen nog steeds de littekens en trauma’s van deze tijd met zich mee.

Ook de Verenigde Staten heeft zich uitgesproken tegen de coup. President Barack Obama stelde dat het een ‘vreselijke precedent’ schept en dat ‘we niet terug willen naar een duister verleden’ toen coups triomfeerden over verkiezingen. Veel waarnemers hebben echter hun twijfels bij het Amerikaanse verzet tegen de coup. Latijns Amerika-expert James Cockroft is er bijvoorbeeld van overtuigd dat krachten binnen de Amerikaanse regering vooraf van de coupplannen op de hoogte waren.

Toen Zelaya 28 juni zijn plannen voor een referendum toelichtte in een vergadering met Amerikaanse officials verklaarden deze dat het plan strijdig was met de grondwet en dat het tot politieke spanningen zou leiden – dezelfde argumenten die de coupplegers hanteren. Washington heeft nauwe banden met het Hondurese leger. In de jaren tachtig gebruikte de VS bases in Honduras om de Contra’s – de paramilitairen die berucht werden om hun wreedheden in hun oorlog tegen de Sandinista-regering in Nicaragua – te bewapenen en te trainen. John Negroponte werd onder Bush de grote man van de inlichtingendiensten nadat hij gediend had als de Amerikaanse ambassadeur in Irak - maar hij raakte eerder bekend toen hij in de jaren tachtig ambassadeur was in Honduras en het groene licht gaf aan een doodseskader van het Hondurese leger. Negroponte is nu één van de Amerikaanse officials die de coup goedpraten.

Beweging tegen coup
De tegenstrijdige geluiden uit Amerikaanse kringen ziet Cockroft als een gevolg van politieke verdeeldheid die voornamelijk het gevolg is van de sterke beweging voor de terugkeer van Zelaya. Een vergelijking met de couppoging tegen Chávez is verhelderend. Toen was de VS het enige land dat de coup steunde, de Hondurese ‘interimregering’ wordt enkel gesteund door Israël en Taiwan. De menigtes die de straat op gaan om Zelaya’s terugkeer te eisen zijn in omvang vergelijkbaar met de beweging die de terugkeer van Chávez afdwong, de totale bevolking van Honduras is maar zeven miljoen. Een verschil is dat het leger in Honduras veel meer ervaring heeft met repressie, onder andere dankzij de ervaringen van de jaren tachtig.

Het leger verhinderde 5 juli een poging van Zelaya om terug te keren en gebruikte grof geweld tegen demonstranten die hem binnen wilden halen; verschillende mensen werden neergeschoten, er viel minstens een dode. En afgelopen weken zijn verschillende activisten van sociale bewegingen verdwenen of vermoord op een manier die de werkwijze van de doodseskaders in de jaren tachtig in herinnering roept.

De voortdurende beweging tegen de coup heeft het echter voor de Amerikaanse regering onmogelijk gemaakt om stilletjes in te stemmen met de coup. Acht dagen na de coup verklaarde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken eindelijk dat de Amerikaanse regering de terugkeer van Zelaya steunt.

Een poging van de president van Costa Rica, Oscar Arias, om met Amerikaanse steun als bemiddelaar op te treden is ondertussen mislukt. Voor de Amerikanen zou een overeenkomst tussen Zelaya en de coupplegers een gunstige ontwikkeling zijn omdat de intern verdeelde Amerikaanse overheid dan niet openlijk partij hoeft te kiezen – in tegenstelling tot de rest van Latijns Amerika dat de kant van de afgezette president heeft gekozen. ‘Ik wil niet van tevoren zeggen wat de partijen zelf moeten beslissen’, verklaarde de Amerikaanse minister van Buitenlands Zaken Clinton toen zij gevraagd werd of Zelaya terug moet keren als president. Het is mogelijk dat Obama hoopt op een compromis vergelijkbaar met de manier waarop Jean-Bertrand Aristide in 1994 terugkeerde als president van HaÏti, nadat hij was afgezet in 1991: de drie jaar van de militaire dictatuur werden van Aristides termijn afgetrokken, de coupplegers werden niet vervolgd, en Aristide werd afhankelijk van Bill Clinton en zijn neoliberaal beleid.

De coupplegers zullen waarschijnlijk proberen de rest van Zelaya’s termijn aan te blijven en hopen op een relatieve stabilisatie van de situatie. Tot nu toe hebben zij de compromisvoorstellen van Arias afgewezen, ook toen Zelaya instemde met het vormen van een regering van nationale eenheid samen met de coupplegers en amnestie voor iedereen. Het enige dat de coupplegers kan verjagen is een combinatie van sancties en massale protesten. Dat is precies de grootste angst van de coupplegers: dat in Honduras eenzelfde proces plaatsvindt als in Venezuela, waar massale protesten een coup verhinderden en het tempo van sociale veranderingen toenam. Sociale bewegingen hebben zich verzameld in een ‘Nationaal Front tegen de coup d’etat’ en eisen onmiddellijke terugkeer van Zelaya en herstel van democratische vrijheden. Het Front heeft voorgesteld dat er een grondwetgevende vergadering bijeen wordt geroepen om een democratische weg uit de crisis te vinden en het recht van arbeiders, de inheemse bevolkingen en andere achtergestelde bevolkingsgroepen om deel te nemen aan het bestuur van het land vast te leggen. Naast internationale sancties moet er aandacht blijven voor de leugens en het geweld van de coupplegers. Ze zullen niet zomaar de macht opgeven, daarvoor hebben ze teveel geïnvesteerd in wat nu een onzekere onderneming lijkt te zijn.

Dit stuk is voornamelijk gebaseerd op artikelen van Roger Burbach, James Cockroft en Mark Weisbrot.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren