Borderless

24 March 2019

Een draai naar links

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart liet opnieuw zien hoe impopulair de regeringspartijen en hun beleid zijn. De PvdA en de SP waren de grote winnaars. Maar het is nog onduidelijk wat de gevolgen op lange termijn zullen zijn. Tien stellingen over de betekenis van 7 maart, bedoeld als een eerste analyse en aanzet tot discussie.

1. De gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart geven duidelijk een draai naar links van het electoraat te zien. De PvdA was de grote winnaar terwijl ook de SP grote vooruitgang boekte. Groenlinks liep in zetelaantal iets terug. De grote verliezers waren de regeringspartijen CDA, VVD en D66.
In een groot aantal plaatsen in Nederland is hiermee een linkse meerderheid in de gemeenteraad ontstaan en bestaat er de mogelijkheid van een links college. In een beperkt aantal plaatsen zal dit ook gerealiseerd worden. Deze uitslag heeft ook de discussie over een linkse regering weer duidelijk op de dagorde geplaatst. In de landelijke peilingen is er nu vlak na de gemeenteraadsverkiezingen een ruime meerderheid voor de drie linkse partijen en de PvdA kan het idee van een linkse regering niet meer zo makkelijk afwijzen als daarvoor.

2. De verkiezingsuitslag markeert geen plotselinge omslag in de politieke conjunctuur. Ze vormen een nieuwe fase in een proces dat met de vorige gemeentelijke verkiezingen en de overwinning van Fortuyn is begonnen. Toen - en bij de landelijke verkiezingen die daar op volgde - werden de paarse partijen en ‘de oude politiek’ in het algemeen hard afgestraft. Na de moord op Fortuyn was het vooral de CDA die profiteerde van de ontevredenheid van de kiezers. Dat leidde tot de rechtse kabinetten Balkenende.
Toch was het van meent af aan duidelijk dat de Fortuyn-revolte niet slechts een draai naar rechts van het electoraat was. Het was een reactie op een langdurig proces van ontworteling, het wegvallen van sociale verbanden en de reductie van de mens tot calculerende burger. Het was, kortom, vooral een reactie op de neoliberale politiek en de sociale gevolgen daarvan.
De Museumplein-acties maakten duidelijk dat er onder brede lagen van de bevolking ook een ander, een links en strijdbaar antwoord mogelijk was. Het waren wellicht niet dezelfde mensen die daarvoor op Fortuyn of de Leefbaren hadden gestemd, het kwam wel voor uit hetzelfde ongenoegen. Het massale 'nee' in het referendum over de Europese Grondwet liet zien dat dat sentiment onder een meerderheid van het electoraat leefde. Een analyse van de uitslag maakte duidelijk dat het hier ging om een klassenstem (hoe lager opgeleid, hoe lager het inkomen, hoe meer er nee werd gestemd). Een politieke analyse maakte duidelijk dat het overwegend om een linkse nee stem ging.
De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen onderschrijft deze analyse en verklaart ook voor een deel waarom ter linkerzijde de SP en ter rechterzijde de CU veel vooruitgang boekten.

3. Dat de PvdA de grote winnaar werd hoeft geen verbazing te wekken. Bij een voorzichtige draai naar links van het electoraat zijn het altijd de grote gematigde linkse partijen die daar als eerste van profiteren. Ook al zijn het andere krachten links daarvan die het terrein rijp hebben gemaakt voor deze draai naar links. De grote populariteit van PvdA-leider Bos is een uitdrukking van deze ontwikkeling, van de wil tot verandering en niet een van de oorzaken van de draai naar links.

4. De gemeenteraadsverkiezingen bevatten twee nieuwe elementen ten opzichte van de eerdere electorale krachtmetingen. Ten opzichte van de vorige gemeenteraadsverkiezingen en de kamerverkiezingen was er duidelijk van een verschuiving in de thema’s sprake. Vier jaar geleden stond de dreiging van de islam en de ‘war on terror’ centraal. Dat gaf toen de rechtse populist Fortuyn de gelegenheid om electoraal van de onvrede te profiteren.
Nu waren het, net als bij het referendum, vooral sociaal economische thema’s die een rol speelde in de campagne. Bij dergelijke thema’s is het voor de mensen veel duidelijker waar hun belangen liggen en ligt een linkse stem meer voor de hand. Dat werd waarschijnlijk versterkt door het beeld van een eindelijk weer aantrekkende economie waardoor er een stemming van ‘als het nu beter gaat moeten wij er ook eens van profiteren’ in de hand werd gewerkt.
Het geeft ook aan dat het schrikeffect van 11 september, ‘the war on terror’, de moorden op Fortuyn en van Van Gogh verminderd is en dat mensen zich er in hun stemgedrag minder door laten leiden.
Het tweede nieuwe element, ook nieuw in vergelijking met het referendum, is de massale opkomst van migranten. Met dit bewijs van 'inburgering' hebben ze in belangrijke mate bijgedragen aan de winst van de PvdA in met name Rotterdam en Amsterdam.

5. De opkomst van de migrantenstem heeft tot schandalige reacties geleid. Islamofoob rechts kwam met verhalen over in de moskee geronselde stemmen. PvdA-leider Bos kwam met opmerkingen over het gevaar van cliëntelisme van de gekleurde raadsleden.
Al decennia lang stemmen blanke mannen van middelbare leeftijd op blanke mannen van middelbare leeftijd en zorgen via hun 'old boys' netwerken ervoor dat die categorie oververtegenwoordigd is in alle politieke organen. Als nu andere groepen kiezers zich organiseren en door middel van voorkeurstemmen aan de bak proberen te komen wordt dat als een begin van segregatie en een gevaar voor de democratie aangemerkt.
Het is van het grootse belang dat links zich tegen deze redenering verzet en benadrukt dat deze participatie een belangrijke stap is in de emancipatie van de migranten, en dat dit soort islamofobe reacties er alleen maar toe leiden dat migrantenkiezers in de hoek van islamistische stromingen worden gedreven.

6. Deze draai naar links is het gevolg van een stemming onder het electoraat dat het nu over moet zijn met de verslechteringen en dat er een andere koers nodig is. Het is niet het gevolg van nieuwe ervaringen in acties en zeker niet van een nieuwe radicalisering of van een versterking van sociale bewegingen. Het is ook vooral een keuze tegen het huidige beleid, en niet voor een links alternatief daarvoor. Van dat linkse alternatief valt inhoudelijk ook nog weinig te zien.
Dat maakt dat deze draai - hoe reëel hij op dit moment ook is - ook heel breekbaar is. Deze wil naar verandering kan ook op korte of middellange termijn ook weer ingevangen worden door de rechtse populistische stroming die zeker niet van het toneel is verdwenen.

7. Binnen de PvdA is men verre van gelukkig over deze verkiezingsuitslag, zeker in relatie met de versterking van de SP. Sommigen leidende figuren in de partij (Job Cohen bijvoorbeeld) riepen op de avond van de uitslag al dat deze overwinning te groot was en er het gevaar bestond dat de partij weer te arrogant zou worden. Daarmee wordt vooral bedoeld dat men bang is dat de PvdA zich door deze uitslag te veel zal vervreemden van de rechtse partijen, en dat er te veel verwachtingen gewekt zijn bij de eigen aanhang.
Ook de aanval op de allochtonen in de partij moet in dat kader gezien worden. Men is bang dat de partij door de nieuwe aanhang te veel onder druk gezet zal worden om de verwachtingen van de kiezers waar te maken.
De PvdA en in belangrijke mate ook GroenLinks accepteren het neoliberalisme en zeker de partij van Bos heeft al duidelijk gemaakt dat ze geen van de hervormingen van Balkenende terug wil draaien. Haar sociaal-liberaal project is allesbehalve een breuk met het neoliberalisme.

8. De winst van de SP was verwacht maar daarmee niet minder opmerkelijk. Ook in Rotterdam waar de strijd zich toespitste op het gevecht tussen de PvdA en Leefbaar Rotterdam wist ze haar positie aanzienlijk te versterken. Met uitzondering van Oss en Zoetermeer gold dat overal - ook als de partij de afgelopen periode college-verantwoordelijkheid had gedragen – ze vooruitgang boekte.
Deze uitslag bevestigt de positie van de SP als de belangrijkste kracht links van de sociaal-democratie en de centrale positie die deze partij heeft in het proces van herstructurering en heropbouw van links in Nederland.
De effecten van dit doorgaand electoraal succes op de partij zijn belangrijk. De groei van het aantal leden zet zich voort. Als gevolg daarvan vind er ook een duidelijke personele vernieuwing van de partij aan de basis plaats en wordt deze in verschillende opzichten pluriformer. Tegelijkertijd wordt het prestige van de leiding door alle overwinningen op rij alleen maar groter.
De aanwas van de partij komt van rechts, wat het verschijnsel dat de partijleiding over het algemeen links staat van haar basis versterkt. Dat geldt nog sterker voor de electorale basis.
Maar de gunstige ontwikkeling van de SP leidt er ook toe dat steeds meer linkse activisten zich op de partij oriënteren en er actief in worden.

9. GroenLinks stagneert. Het sociaal liberale profiel van de partij onder leiding van Halsema heeft electoraal geen succes gebracht. Sociaal blijft het een partij van beter opgeleiden en beter gesitueerden, met een geringe aansluiting bij andere sociale lagen.
In het proces van herstructurering van links is de partij in haar algemeenheid aanzienlijk minder van belang dan de SP. Toch kunnen zich door de verrechtsing van de partij aan de linkerkant op kleinere schaal interessante ontwikkelingen voordoen, waardoor individuen en kleine groepen bij bepaalde linkse initiatieven kunnen worden betrokken, zoals we bijvoorbeeld gezien hebben bij de Grondwetcampagne.

10. Voor uiterst links heeft deze nieuwe situatie een aantal gevolgen. In zijn algemeenheid blijft het van belang om te werken aan de heropbouw herstructurering van links. Al geruime tijd is het duidelijk dat de SP daarin een steeds centralere rol speelt. Dat beeld wordt met deze verkiezingsuitslag versterkt.
Dat betekent niet dat er voor alle linkse activisten nog maar een alternatief is, werken binnen de kaders van de SP. In tegendeel. Ook vanuit andere posities kunnen linkse activisten een bijdrage leveren aan het proces van herstructurering en heropbouw van links. In sommige gevallen wellicht vanuit GroenLinks, vanuit lokale initiatieven zoals Amsterdam Anders/ de Groenen en vooral vanuit verschillende sociale bewegingen en specifieke initiatieven.

De thema’s die deze periode aan de orde zijn verschillen voor een deel van de punten die tot nu toe aan de orde waren. Discussies over coalitiepolitiek, collegevorming en de hele benadering van linkse colleges en een linkse regering zullen daarbij een belangrijk element vormen. Daarbij zullen we ook weer veel duidelijker de discussie over de alternatieven voor het neo-liberalisme moeten voeren.
Want de raadsverkiezingen hebben weliswaar een draai naar links van het electoraat laten zien die aangeeft dat er nieuwe mogelijkheden liggen, maar een programmatische en inhoudelijk antwoord van links op het neoliberalisme moet nog uitgewerkt worden.

Andere recente artikelen:
Balkenende weg
25-01-2006 SP en een links alternatief
25-01-2006 Rechts onheil, linkse perspectieven
24-09-2005 Het moet en kan anders
15-11-2004 Het kabinet Bos, Marijnissen, Halsema?

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren