Een gewonde samenleving

In 1990 werd het einde ingeluid van een van de meest gewelddadige regimes in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Zuid-Afrika wierp zijn koloniale veren af, de eerste vrije verkiezingen verpletterden de conservatieve krachten – het ANC, in alliantie met de Communistische Partij en de vakbond COSATU, greep de macht.

De rainbownation
De rol van het ANC is, ten overvloede, van centrale betekenis voor de politieke evolutie in Zuid-Afrika. De beweging was de grootste en had het meeste aanzien onder de bevolking. ANC-leider Mandela werd een mythe - de personificatie van de hoop op een nieuw Zuid-Afrika.
De dominantie van het ANC onthulde de zwakke positie van de radicalere krachten: het Pan African Congress en de zwarte bewustzijnsbeweging van Biko, revolutionair links. Zij zijn niet in staat geweest een rol van grote betekenis te spelen in de overgang en hebben het initiatief daarom moeten laten aan de sociaal-democratische, op consensus gerichte stroming binnen het ANC.
De voormalige bevrijdingsbeweging koos voor onderhandelingen met het blanke regime – een vreedzame overgang. Desmond Tutu’s term rainbownation heeft wortel geschoten en is de basis voor een nieuwe nationale ideologie geworden. Het regenboogland, waarin ondanks de grote diversiteit aan culturen, ‘stammen’ en talen toch gedeelde sentimenten en dus een gevoel van nationale gemeenschap bestaat. Wie, zoals ik, een tijdje in Zuid-Afrika verblijft valt meteen op hoe zeer die ideologie de sfeer van de culturele expressie heeft beïnvloedt. In reclamespotjes, soapseries, het theater, in kookboeken, op nationale feestdagen, ontwikkelt zich een discourse dat zowel de breuk met het (apartheid)verleden benadrukt als het succes van het nieuwe nationalisme. Het is een vertoog dat de culturele verschillen viert en de sociale tegenstellingen verhult. De economische dominantie van de blanken – natuurlijk het centrale probleem –wordt volkomen verdoezeld.

Achterlijke blanken
Blanke Zuid-Afrikanen vormen zo’n acht procent van de bevolking in Zuid-Afrika. Het is een achterlijk volk – volkomen vervreemd van de zwarte meerderheid en van de rest van Afrika. Een verongelijkte groep mensen dat zich onbegrepen voelt door de ‘beschaafde wereld’ – en daar horen hun swartes uiteraard niet bij. In het boek The Mind of South Africa schreef de progressieve journalist Allister Sparks, over de Boers of Afrikaners: ‘Een volk dat de grote ontwikkeling in het achttiende eeuwse Europa niet mee had gekregen, de tijd van de ratio, waarin liberalisme en democratie opgang deden; een volk dat die tijd in eenzaamheid doorbracht [ . . . ] een volk dat ongetwijfeld het simpelste en meest achtergebleven segment van de Westerse beschaving in de moderne tijd werd.’ Het einde van apartheid heeft echter laten zien dat ook de blanken van Engelse afkomst niet vrij zijn van simplisme en achterlijkheid – zij zijn het die nu massaal het land verlaten, hun aan de uitbuiting van goedkope arbeid verdiende rijdom meenemend; zij ook klagen steen en been dat hun dienstmeiden steeds lastiger worden en hun arbeiders staken.
Het overgrote deel van de blanken in Zuid-Afrika ziet zwarte mensen als primitievelingen die het leven in de moderniteit niet aankunnen; hun armoede is het gevolg van hun geestelijke onderontwikkeling. Dit essentialisme leidt tot een utopisch, geïsoleerd, vervreemd discourse – ook vandaag nog. Zuid-Afrikaanse blanken zijn onwaarschijnlijk rijk, domineren de economische sfeer en hoeven niets te maken te hebben met de levens van hun maids, tuinmannen, kinderverzorgers, arbeiders.
Zes maanden Cape Town zijn voldoende om te begrijpen hoe groot het verraad van het zwarte kader – dat nu tot de middenklasse behoort– is. Door aansluiting te zoeken bij de blanke bourgeoisie, door deze ongemoeid te laten, onstaat een nieuwe zwarte middenklasse van absolute kleinburgers: gecorrumpeerd, corrupt, simpel. Het spiegelbeeld van de blanke gemeenschap.

De regering van het volk?
Wat valt er het ANC en zijn partners precies te verwijten? Hun hoogste doel na de eerste verkiezingen was de consolidatie van de nieuwe democratische orde en het scheppen van nationale eenheid. Dit in een situatie waarin een nieuwe regering moest werken met een bureaucratie die stamde uit de apartheidperiode. De eerste ANC-regering is in een aantal dingen geslaagd: het opzetten van een nieuw en werkend bestuursapparaat, een grondwet en een progressieve wetgeving. Het beleid gericht op compromissen in plaats van confrontaties heeft in hoge mate bijgedragen aan de afname van het rechtse geweld dat tot doel had de overgang te frustreren. Er is een begin gemaakt met huisvestingsprogramma’s, sociale zekerheid, het opzetten van basisvoorzieningen.
Maar vooral op sociaal gebied bleef een groot verschil tussen beloftes en daden bestaan. Het werd er niet veel beter op voor de armen van stad en platteland. En aan de urbane geografie van apartheid zijn ze al helemaal niet begonnen. De zwarte townships zijn overvolle ghetto’s - soms wonen er twintigduizend mensen op een vierkante kilometer – en de stroom van rurale armen naar de stad blijft groeien.
Het ANC koos voor een neoliberale koers. De huidige regering wijst voortdurend naar het verleden om te verklaren waarom de veranderingen niet sneller gaan. Maar de praktijk van privatiseringen, het uit handen geven van de huisvestingsprogramma’s, het zwijgen over landhervormingen, de corruptie van het bestuur – het uitvoeren van het programma van de bourgeoisie – is zelf verantwoordelijk voor het dalende levenspeil van de grote meederheid.
Met het aan de macht komen van Thabo Mbeki is de situatie er niet beter op geworden.

Mbeki’s regering
De tweede democratische verkiezingen markeerden een einde en een begin. Het einde van de periode Mandela, de ‘transitionele periode’ en het begin van een verrechtsing van het ANC-bestuur. Die partij consolideerde haar succes door bijna tweederde van de stemmen te halen. Met Thabo Mbeki kreeg Zuid-Afrika een president van formaat, een intellectueel met groot aanzien en veel krediet.
Maar Mbeki vertegenwoordigde ook een draai naar rechts. Als overtuigd neoliberaal is hij verantwoordelijk voor GEAR, het ANC’s neoliberale macro-economisch beleid. En hij is de beste uitvoerder van dit projekt. Hij komt uit een communistisch nest, studeerde op het Marxistisch-Leninistisch Instituut in Moskou en is een voormalig leider van de SACP. Hij kent het radicale politieke klimaat als zijn broekzak, heeft feeling met de georganiseerde arbeidersklasse en de allerarmsten en speelt een belangrijke rol in het binnen boord houden van linkse krachten in zijn alliantie.
Hij heeft het de afgelopen periode overigens niet gemakkelijker gekregen. Zijn afwijkende standpunt over AIDS – hij heeft meermalen bepleit dat AIDS niet wordt veroorzaakt door het HIV-virus (en dus niet sexueel overdraagbaar is) – is hem duur komen te staan en heeft hem vooral ook buiten Afrika krediet doen verliezen. Bovendien is zijn alliantie minder stabiel gebleken dan verwacht. Links begint vooral binnen de vakbeweging langzaam, maar zeker, in beweging te komen tegen de privatiseringen. Bovendien neemt de kracht van progressieve organisaties buiten de alliantie, vooral ngo’s, toe. De succesvolle strijd van TAC (Treatment Action Campaign) tegen het ronduit schandalige beleid op het gebied van HIV/Aids is illustratief voor de kracht van de Zuid-Afrikaanse civil society – die overigens net als de huidige regering voor een groot deel voortkomt uit de strijd tegen de apartheid. Dat geldt overigens ook voor bewegingen tegen de schuldenlast, voor landhervormingen, voor betere huisvesting en gratis water – bewegingen die zich de afgelopen periode hebben aangesloten bij de internationale beweging tegen de neoliberale mondialisering en een belangrijke rol speelden tijdens de racisme conferentie van de VN in Durban.

Break the Alliance!
Progressieve en radicale krachten genoeg dus. Maar links zit wel met een probleem. Versnipperd, opgesloten in niet-representatieve ngo’s zonder democratische legitimiteit, soms volkomen sektarisch – linkse Zuid-Afrikanen zijn van alles gaan doen na de transitie, behalve zich verenigen.
De belangrijkste ontwikkelingen van links zullen de komende jaren binnen de alliantie tussen het ANC, de SACP en COSATU plaatsvinden. De uitdaging voor linkse krachten ligt nu niet in het opbouwen van een massapartij als alternatief voor de alliantie, maar in het helpen forceren van een breuk. Die is mogelijk– Zuid-Afrika is nog steeds een land van fundamentele tegenstellingen en daar zijn mensen zich ook van bewust. Links moet er alles aan doen het contact met de massa te behouden, met alternatieven te komen. Dat kan door respekt te hebben voor de autonomie van die mensen, want daar ontbreekt de Alliantie het aan. De Zuid-Afrikanen hebben een hoge prijs betaald voor de strijd tegen apartheid. Zij zullen zich het nieuwe Zuid-Afrika niet zomaar laten afpakken.

Paul Mepschen is hoofdredacteur van Grenzeloos en woonde een half jaar in Cape Town, Zuid-Afrika

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop