Een intrige om een kanaal en een imperium

07.12.2006

De geschiedenis van het Suezkanaal en de geschiedenis van de bezetting van Egypte door Groot-Brittannië zijn nauw met elkaar verweven. Het kanaal was oorspronkelijk gegraven door een Egyptisch-Franse maatschappij. Van 1859 tot 1869 werkten Egyptische dwangarbeiders in opdracht van de khedive – een soort koning - van Egypte aan het kanaal. Tienduizenden van deze mensen stierven door de slechte leefomstandigheden. Toen de khedive in de financiële problemen kwam, verkocht hij zijn aandelen aan de Engelse regering, die het kanaal vanaf dat moment samen met Franse particuliere aandeelhouders in bezit had. Het kanaal bleek zeer winstgevend en strategisch van groot belang, omdat het de belangrijkste waterweg naar Brits-Indië was. In de jaren vijftig werd het kanaal de belangrijkste Europese aanvoerroute van olie uit het Midden-Oosten.
De Engelse regering vond het bezit van het kanaal zo belangrijk, dat ze zich steeds meer ging mengen in de regering van Egypte. De Egyptische monarchie en de Egyptische grootgrondbezitters werden na een boerenopstand in 1882 met Britse militaire hulp in het zadel gehouden. In 1951 – het nationalisme was ondertussen sterker geworden - trokken de Engelsen hun troepen terug uit Egypte, ze bleven alleen nog militair aanwezig in een smalle zone langs het Suezkanaal. Vrijheidsstrijders – die geholpen werden door de Egyptische politie - begonnen vervolgens de Engelse troepen in de kanaalzone aan te vallen. Toen de Engelsen vervolgens een Egyptische politiepost overvielen, braken er in Cairo rellen uit waarbij westerlingen werden gedood. De Egyptische monarchie had gefaald om de Egyptenaren tegen de Engelsen te beschermen, toen ze vervolgens ook nog liet zien dat ze het ongekeerde ook niet kon, had het regime het bij iedereen verbruid.

Arabisch nationalisme
In 1953 bracht een groep nationalistische officieren onder leiding van kolonel Nasser de monarchie ten val. Koning Faroek, een shop-aholic, die zich vermaakte door mensen hun zakken te rollen – hij had zich door professionals laten opleiden - vluchtte naar Europa, waar hij zich later dood zou eten. De rebellerende officieren waren Arabische Egyptenaren. De koninklijke familie en veel van de grootgrondbezitters waren voornamelijk Turks. De middenklasse in Egypte bestond voor een groot gedeelte uit Grieken, maar ook uit joodse, Italiaanse, Engelse en Franse immigrantengemeenschappen. Dit multiculturele karakter van de Egyptische monarchie wordt soms verheerlijkt, maar de monarchie was gebaseerd op de uitsluiting en de uitbuiting van Arabisch sprekende boeren. Nasser wilde het lot van de Egyptische boeren verbeteren door landhervorming. Welvarende boeren zouden de producten kunnen kopen van de Arabische industrie, die men met behulp van de Arabische olie-inkomsten wilde opbouwen. Een verenigd Arabië zou de olie-inkomsten en miljoenen consumenten kunnen verenigen en een uitweg kunnen bieden uit onderontwikkeling en armoede.
Deze plannen waren in heel Arabië razend populair, vooral ook doordat Nasser ze in inspirerende radioredevoeringen toelichtte. Een eerste stap in het industrialisatieproces van Egypte was de bouw van een stuwdam in de Nijl, de Assoeandam. Om de bouw te kunnen financieren, nationaliseerde Nasser het Suezkanaal.
Nasser had tijdens de Tweede Wereldoorlog contact gehad met agenten van de Duitsers en de Italianen. Daaruit – en uit zijn afkeer van de staat Israël - wordt soms afgeleid dat hij een fascist was. Maar de interesse voor nazi-Duitsland en fascistisch Italië onder Derde Wereldnationalisten als Nasser en Peron kan beter verklaard worden uit de algemene afkeer van de manier waarop Engeland in de jaren dertig en veertig een groot deel van de wereld onderdrukte. De voorgangers van de Israëlische Likoedpartij bijvoorbeeld sympathiseerden met Mussolini in de tijd dat de Britten Palestina beheersten.

Samenzwering in Parijs
De Britse en de Franse regering waren woedend over Nasser zijn daad. Zowel de Franse als de Engelse elite, maar ook delen van de middenklasse en van de arbeidersklasse waren in de jaren vijftig zwaar gefrustreerd over de ondergang van hun koloniale rijk. Men had het gevoel dat men hard
moest optreden om te laten zien dat Groot-Brittannië nog steeds meetelde. De inkomsten uit de exploitatie van het kanaal waren bovendien een belangrijke bron van deviezen voor de Engelse regering, in een periode dat Engeland een tekort op de betalingsbalans had. De Engelse minister van Financiën Macmillan was daarom een fanatieke voorstander van militair ingrijpen. Frankrijk maakte zich ook druk om de inkomsten uit het kanaal en wist bovendien dat Nasser steun gaf aan de opstandelingen in Algerije.
De Engelse en de Franse regering ontwikkelden plannen om de kanaalzone te veroveren en Nasser ten val te brengen. Al plannen makend hadden de Fransen ook eens met Israël overlegd. Frankrijk – en niet de VS - was in deze tijd de belangrijkste bondgenoot van Israël. Frankrijk en Israël bedachten het plan om Israël Egypte aan te laten vallen. Vervolgens zouden de Engelsen en de Fransen als vredesmacht in de Suezkanaalzone landen. De Israëli’s zagen de Engelse en Franse aanwezigheid in de kanaalzone als een prima bescherming tegen Egypte.
In het diepste geheim werd in oktober 1956 in een villa in de buurt van Parijs een overeenkomst gesloten tussen Israël en de regeringen van Frankrijk en Groot-Brittannië. Niet alle plannen van regeringen zijn samenzweringen, maar dit verliep allemaal wel erg geheimzinnig. De villa was een voormalig safe house van het Franse verzet. De notulen van de bijeenkomst werden in de keuken uitgetikt, maar werden door de Britten bij hun terugkeer in London in het haardvuur van Downingstreet 10 verbrand.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.