Borderless

17 November 2019

Eeuwig trouw aan '68

Het aanhoudende gehamer op mensenrechten en veiligheid doet ons geloven dat we allemaal slachtoffers zijn. In plaats van machteloze dieren moeten we weer handelende mensen worden, stelt de populaire filosoof Alain Badiou. 'Ik ben voor grootsheid, ik ben voor heroïsme.'

'Ik zag je lopen met de zon in je haar, God toen je langsliep en verdomme erna', zong Van Dik Hout in een van haar schitterend-naïeve coming to age liedjes. 'Heel mijn leven heb ik gewacht. Ruim twintig jaar ontlaadt zich in één nacht. Er is iets veranderd...'
Wat er precies veranderd is? De Franse filosoof Alain Badiou zou zeggen dat een 'evenement' heeft plaatsgevonden. In dit geval is dat een ontmoeting en een overspringende vonk. Maar zodra je door hebt wat er is gebeurd, dat je verliefd bent, er definitief iets is veranderd, is het evenement al voorbij. Wat rest is de 'waarheid' van het evenement te onderzoeken: afspraakjes, seks, misschien een relatie.
Evenementen vormen de kern van Badiou's filosofie. Ze slaan een gat in de oude, verstarde situatie. Nieuwe vormen en gedachten stromen naar binnen. Het evenement doorbreekt de bestaande orde en het gevestigde weten. Het kan plaatsvinden binnen de vier zogeheten 'waarheidsdomeinen': kunst, liefde (op het eerste gezicht), wetenschap (eureka!) en politiek. Politieke evenementen zijn de Franse Revolutie, de Commune en de jeugdige rebellie van mei '68. Zodra het evenement benoemd kan worden, is het al voorbij. Wat rest is haar trouw te blijven: haar waarheid te verdedigen en de nieuwe situatie te onderzoeken.

Sterrenstatus
Het evenement dat Badiou's eigen leven definitief bepaalde, is de opstand van '68. Haar ideeën en verworvenheden is hij trouw. Toentertijd als maoïst, tegenwoordig als radicaal denker en mede-oprichter van Organisation Politique, een groep die concrete acties en campagnes voert voor de rechten van de geïllegaliseerde sans papiers.
Alain Badiou heet de nieuwe ster aan het Franse filosofisch firmament te zijn. En dat terwijl hij in 1937 werd geboren in Rabat, Marokko. Toch krijgt hij juist nu steeds meer aandacht binnen én buiten Frankrijk. Met zijn Deleuze. Het geroep van het zijn verscheen eind vorig jaar het vierde in het Nederlands vertaalde boek over Badiou's filosofie in korte tijd.
Dankzij hem is de politieke filosofie weer serieus onderwerp van gesprek. De vroegere leerling van Althusser zorgt en passant voor een herwaardering van zowel de waarheid als het handelende subject binnen de filosofie en rekent af met het verlammende relativisme van Deleuze, Derrida en Foucault. Maar zijn voornaamste tegenstanders zijn de predikers van de universele waarden, de mensenrechten en de Westerse democratie. Mensenrechten zijn volgens Badiou niets anders dan de ideologie van het neoliberalisme. De zogenaamde democratieën zijn gebouwd op keiharde koloniale uitbuiting. Ze bekommerden zich in de Tweede Wereldoorlog amper om de shoah. En ze maken zich ook nu, tijdens de nieuwe Restauratie, niet druk om de uitroeiing van miljoenen Afrikanen door aids. Na de ineenstorting van het reëel bestaande socialisme rest volgens Badiou slechts één groot verhaal: 'We zullen u niet afslachten, we zullen u niet martelen in grotten, dus wees stil en aanbid het gouden kalf'.

Het uur van de waarheid
Drie begrippen staan centraal in het denksysteem dat ten grondslag ligt aan deze kritiek: het 'zijn' en het subject, de 'situatie' en het reeds genoemde evenement.
Voor zijn idee van het 'zijn' grijpt Badiou terug op de wiskunde - hetgeen maakt dat zijn filosofie ondanks een mooie, dramatische stijl ook pittig is om te lezen. Badiou's filosofie gaat uit van de 'verzamelingenleer'. Sterk versimpeld gesteld, is het 'zijn als zijn' bij Badiou in navolging van Heidegger een 'inconsistente veelheid' - dit in tegenstelling tot oudere metafysische ideeën over het zijn als eenheid, bijvoorbeeld God of Hegels Weltgeist.
Waar het 'zijn' een niet af te bakenen veelheid is, is de 'situatie' juist opgebouwd uit een beperkte selectie van dat oneindige scala van mogelijkheden. De situatie is wat wij om ons heen waarnemen als de werkelijkheid. Die is echter gefilterd door de heersende klasse en haar ideologie. Een groot deel van het mens zijn en het menselijke bestaan blijft buiten beeld: niet alleen hongerende Afrikanen, maar ook het enorme scala aan mogelijkheden voor een ander leven. Revolutionair is dat wat ons de zaken toont die van deze werkelijkheid zijn uitgesloten. Het legt de ideologie bloot in deze maatschappij, rukt haar het masker van het gezicht.
De wetenschap kan zoals gezegd die taak vervullen, evenals de liefde, kunst en politiek. Zij zijn in staat zich aan de ideologisch bepaalde werkelijkheid te ontworstelen. Hier komt een derde cruciaal begrip van Badiou om de hoek kijken: het 'evenement'. Het evenement markeert een breuk tussen een oude en een nieuwe situatie.
Wat gebeurt er precies? De afgebakende situatie botst met het oneindige 'zijn'. Een voorbeeld daarvan is mei '68, toen de gevestigde orde opgeschrikt werd door een stroom van nieuwe, oppositionele ideeën. Heel even toonde het menselijke 'zijn' zich in al haar mogelijkheden. Een werkelijk autonoom subject wil ten volle 'zijn', zoekt daarom naar waarheid en is daartoe trouw aan het evenement. Dat dwingt ons onze verhouding tot de bestaande situatie radicaal te herzien. 'En zo breekt met het evenement het uur van de waarheid aan', zo besluit Richard de Brabander in de gelijknamige bundel opstellen over het werk van Badiou, een welkome inleiding bij diens denken.

De nieuwe mens
Een ander aan de wiskunde ontleent onderdeel van Badious filosofie zijn de zogenaamde axioma's. Politiek begint wat Badiou betreft niet met een analyse van de maatschappij, de geschiedenis of de mogelijkheden voor verzet. Zij onderzoekt slechts de gevolgen van een aanname, in dit geval het axioma van gelijkheid. Zo'n axioma is dus niet in zichzelf juist of waar. Haar waarde moet blijken in haar uitwerking. Een soort trial & error methode dus.
Dat is niet zonder risico's. Heel flauw gezegd: het is al de nodige keren misgegaan. In het briljante boek De twintigste eeuw, dat vertrekt vanuit de vraag naar hoe de eeuw zichzelf gedacht heeft, geeft Badiou hier zelf een analyse van.
De afgelopen eeuw was volgens de Franse filosoof de eeuw waarin de mens in de politiek enkel als materiaal werd gezien. Daarmee zou een geheel nieuwe mens geschapen kunnen worden. Wat de negentiende eeuw voorstelde als een belofte, een utopie, wilde haar opvolger concreet verwezenlijken. Hier en nu, en wel snel een beetje. Badiou trekt de vergelijking met de moderne kunst of a-tonale muziek. Opeenvolgende avant-gardes vernietigden het beeld, de voorstelling en alle mogelijke andere bestaande systemen. Ze abstraheerden van de werkelijkheid tot er louter vormen en klanken waren, waarmee iets geheel nieuws geconstrueerd kon worden.
Maar met die nieuwe mens ging het al mis aan het begin van de eeuw, toen de utopie doodbloedde op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, in de koloniën en na de Russische revolutie van 1917. Vanaf dat moment is de twintigste eeuw een tevergeefse poging de geknakte belofte alsnog waar te maken.
In het oordeel over dit bloedvergieten toont Badiou zich de controversiële denker die hij is. Het zou hier niet gaan om de noodzakelijke prijs die de activisten van de eeuw bereidt waren te betalen voor de verwezenlijking van hun ideaal. Integendeel, stelt Badiou, de gruwelijkheden hebben mensen gefascineerd. Het gaf hen het gevoel te léven, hier en nu. Zij werden gedreven door de 'passie voor de werkelijkheid noemt': 'De werkelijkheid, iedere speler op het toneel van de eeuw weet het, is gruwelijk en enthousiasmerend, dood brengend en scheppend. Zeker is dat ze, zoals Nietzsche schitterend heeft geformuleerd, 'voorbij goed en kwaad' is.'

Mirakel
Met de terreur van het neoliberalisme overal waarneembaar en de mislukte socialistische experimenten nog vers in het geheugen, is de centrale vraag aan het begin van het nieuwe millennium voor Badiou 'vanwaar een "wij" kan opkomen dat niet ondergeschikt is aan het ideaal van het tot een geheel samenklonterende en vrijwel militaire "ik" dat het avontuur van de eeuw heeft overheerst'.
Dat is een belangrijke kwestie. De vraag is of Badiou's filosofie hier een zinvolle bijdrage aan levert. Het oordeel is tweeledig. Zijn grote kracht is dat hij komt met een filosofie van waaruit verandering weer mogelijk wordt. In plaats van eindeloos relativisme is er in zijn denken weer ruimte voor waarheid, voor een concreet vast te stellen zin van het leven en bovenal een zelfbewust, handelend subject. Die is niet langer slachtoffer, maar strijdt dapper voor een ideaal, voortkomend uit het evenement.
Daar zit hem meteen ook het probleem. De waarheid die uit het evenement volgt is volledig subjectief. Politieke strijd wordt zo bij Badiou een kwestie van pure overtuiging. Hij bepleit bovendien een politiek zonder partij. Want, zo schrijft De Brabander, 'Hij neem afstand van de idee dat de partij de drijvende kracht is achter de revolutionaire beweging, van de idee dat er klassen bestaan wier wensen bestudeerd en geobjectiveerd kunnen worden en van de idee dat de staat de enige vijand is.'
Uiteindelijk steunt de politieke filosofie van Badiou op pure wil, op extreem voluntarisme.
Maar, zo schrijft de Franse marxistische filosoof Daniel Bensaid terecht, 'de bestorming van de Bastille kan enkel begrepen worden in de context van het ancien régime; de confrontatie van juni 1848 kan alleen begrepen worden in de context van urbanisering en industrialisering (...) de oktoberrevolutie vanuit de specifieke context van "kapitalistische ontwikkeling in Rusland en de uitkomst van de Eerste Wereldoorlog.' Ontdaan van deze historische omstandigheden heeft een evenement nog het meeste weg van een mirakel.
Zoals één van de auteurs in de bundel opmerkt, is Badiou een communist, maar misschien geen marxist. Sterker nog: hij vertoon trekjes van salon-Stalinisme. Neem de volgende passage uit De twintigste eeuw: 'Als u denkt dat de wereld absoluut kan en moet veranderen, dat er geen aard der dingen is die moet worden gerespecteerd en geen vooraf gevormde subjecten zijn die moeten worden gehandhaafd, geeft u toe dat het subject opofferbaar kan zijn. Wat wil zeggen dat het uit zichzelf met geen enkele aard begiftigd is die het verdient dat men zich voor het voortbestaan daarvan inzet.'
Ontdaan van iedere materiële of strategische overweging, dreigt een esthetisering van de opstand. Niet voor niets spreekt Badiou over 'de intrinsieke waarde van opstandigheid'. Dat is geen Marx, dat is Nietzsche. Wil het leven zin hebben, dan moeten we volgens Badiou wedden op een paard, in dit geval een viervoeter met de naam communisme. Dat is wel een heel magere motivatie voor zo'n risicovol project.

Het maakt de door Badiou voorgestelde terugkeer van de menselijke ambitie niet minder nodig. In tegenstelling tot de gangbare gedachte is afzien van grootse Projecten of Ideeën geen garantie voor rust en menselijkheid. Dan zal het automatisme van het winstbejag beslissen over hoe onze toekomst eruit ziet. Maar dat betekent niet dat we de nachtmerries uit het verleden zomaar terzijde kunnen schuiven. Inderdaad, de mens is geen dier. Dus hoeft hij ook zijn hoofd niet twee keer aan dezelfde steen te stoten.

Richard de Brabander (red.), Het uur van de waarheid. Alain Badiou, revolutionair denker, Ten Have, 2006
Alain Badiou, De twintigste eeuw, Ten Have, 2006
Alain Badiou, De ethiek. Essay over het besef van het Kwaad, IJzer, 2005

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren