Borderless

20 July 2019

Fritjof Tichelman overleden

Op 20 juni is onze vriend, de historicus Fritjof Tichelman (1929) overleden. Fritjof Tichelman was een telg uit een Indonesische familie die hem voor studie naar Nederland stuurde. Hij begon zijn politieke carrière in de democratisch socialistische studentenorganisatie Politeia. Vanaf midden jaren zestig was hij een belangrijk lid van de leiding van de Nederlandse sectie van de Vierde Internationale en actief redacteur van het blad De Internationale. Ook speelde hij in de jaren na de Cubaanse revolutie een belangrijke rol in de solidariteitsbeweging met Cuba en het wijdverbreide Cuba-bulletin.

Op 20 juni is onze vriend, de historicus Fritjof Tichelman (1929) overleden. Fritjof Tichelman was een telg uit een Indonesische familie die hem voor studie naar Nederland stuurde. Hij begon zijn politieke carrière in de democratisch socialistische studentenorganisatie Politeia. Vanaf midden jaren zestig was hij een belangrijk lid van de leiding van de Nederlandse sectie van de Vierde Internationale en actief redacteur van het blad De Internationale. Ook speelde hij in de jaren na de Cubaanse revolutie een belangrijke rol in de solidariteitsbeweging met Cuba en het wijdverbreide Cuba-bulletin.

Na zijn afstuderen werd hij medewerker van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, IISG, en hoofd van de Azië afdeling. Na die tijd was hij nog wetenschappelijk directeur.  Zijn onderwerp was de studie van de zogenaamde Aziatische productiewijze en hoe klassenformaties in Azië, met name in China en Indonesië, anders vorm kregen dan in Europa. De laatste jaren besteedde hij vooral aan een studie van Indische Sociaal-Democratische Vereniging (ISDV). Ook schreef hij een biografie van de Nederlandse revolutionair Henk Sneevliet die in vele talen vertaald is. Hij was de intellectuele tutor van een hele generatie marxisten.

De crematie van Fritjof zal op 25 juni plaatsvinden, om 14.45 uur in het crematorium Zaanstad. (Wibautstraat 282, Zaandam)

We publiceren hier een tekst die Joost Kircz schreef voor Dertig jaar tussen stofmappen en kaartenbakken. Herinneringen aan dr. Fritjof Tichelman, hem aangeboden ter gelegenheid van zijn afscheid van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (1994).

Fritjof de ultieme ficheur

Ieder tijdperk heeft zijn trailblazers, zijn spoorzoekers die onontgonnen gebieden betreden en in kaart brengen. Ook Fritjof Tichelman was zo'n gids, wiens kronkelig pad door de jungle van het wetenschappelijk socialisme en de toendra's van het socialisme van de wetenschap door mij vol spanning werd nagelopen. Uiteindelijk is politieke en wetenschappelijke nieuwsgierigheid natuurlijk niets meer of minder dan een erg gesofistikeerde uitdrukking van de strijd om het bestaan. Iedere serieuze socialist weet dat om de wereld te kunnen maken, wij haar eerst zeer goed moeten kennen. Al vragenstellend en antwoorden zoekend wordt er een catalogus van problemen samengesteld die slechts met grote moeite nog bij elkaar te houden is. Vragen, opmerkingen, conclusies, citaten, referenties, terug- en doorverwijzingen, stellingen, lemma's, axioma's en soms eureka's. Samen staan zij veilig en fier op een systeemkaartje.

Als 19-jarig student en kersvers scholingssekretaris van de Amsterdamse afdeling van Politeia probeerde ik enig overzicht te krijgen van wat er in de linkse politiek leefde. In Amsterdam was een grote variëteit- van politieke stromingen en het leek mij het handigste om gewoon over al die stromingen eens een avond te houden. Een telefoontje naar het administratie- en redaktieadres van De Internationale was mijn eerste contact met het Nederlands trotskisme en haar unieke vertegenwoordiger Theo Wiering. Theo was kort van stof toen ik hem mijn suggestie voorlegde, maar enkele minuten later belde Fritjof terug. Het daarop volgende gesprek duurde lang en is eigenlijk nog steeds niet beëindigd. Binnen de kortste keren bleek ik een vraagbaak, diskussiepartner, mentor, oudere broer en medestrijder gevonden te hebben. Van de discussieavonden voor Politeia is nier veel terecht gekomen. In mijn onbevangenheid bleek ik op enkele zeer lange tenen van zowel leden van de maoistische MLCN als van de PvdA gesprongen te hebben.

Een van de aardigste coïncidenties was dat Fritjof en zijn gezin in het Amsterdamse Slotermeer op het Herderhof (de filosoof) woonde, op roepafstand van mijn grootmoeder die in het Gerhardhuis met vele socialistische bejaarden haar oude dag sleet. Het IISG heeft er altijd om bekend gestaan dat zij mensen tot extreem hoge leeftijd tot dito productiviteit wist op te stoten. Pas op haar tachtigste had mijn grootmoeder, met pijn in het hart, haar instituutspen terzijde gelegd en haar kaartenbak dichtgeschoven. Haar schaduw en mijn vriendschap met Fritjof gaven mij op het IISG meteen een gunstige uitgangspositie, voor bijvoorbeeld het 'lenen' van onuitleenbare boeken.Vooral in mijn eerste studiejaren toen de acties meer tijd kosten dan de studie, twijfelde ik vaak of ik niet moest omzwaaien naar geschiedenis. Fritjof heeft zich daar -terecht- altijd krachtig (met al zijn beschikbare superlatieven) tegen verzet. Als goed mentor wist hij dat ik mij beter in de natuurwetenschappen kon bekwamen en de historisch/politieke studies er naast kon blijven doen. Als ik iets wilde weren, kwam ik gewoon langs en kreeg dan een privékollege aan de hand van,een speciaal daarvoor geselecteerde verzameling systeemkaartjes. Alle colleges, politieke scholingsbijeenkomsten, optredens en discussiebijdragen waren aan de hand van een select stapeltje fiches, die hij in een klein (nu ja, niet overdrijven) kaartenbakje bij zich droeg, als een rabbijn zijn tora-rollen en een monnik zijn gebedenboek. Ik zie nóg zijn triomfantelijk gezicht toen hij na dat afschuwelijk ongeluk in het ziekenhuis lag en mij onder zijn deken een royale kaartenbak toonde.

De ontzagwekkende kast met fiches in zijn kamer trok mij altijd als een magneet aan. Maar naast de fiches waren er ook de concept-artikelen, die in grijze mapjes ter lezing werden meegegeven. Het zijn goede mapjes, na 25 jaar gebruik ik ze nog! Ook voor de redactie van De Internationale, de commissies voor theorie, scholing en ga zo maar door wisselden wij voortdurend teksten uit. Mijn dossiers Tichelmaniana groeiden over de jaren. Het prettige van Fritjofs speelse geest is dat geen onderwerp hem te ver gaat of te vreemd is, zowel in het persoonlijke leven als in de politiek en wetenschap. Op dezelfde degelijke en tegelijk geëmotioneerd betrokken manier wordt alles overhoop gehaald. Als de dag van gisteren herinner ik mij een mooie zomerdag waarop wij elkaar op een bankje op het Spui troffen. Het gesprek ging over het biologisch substraat van het menselijk denken en handelen en het probleem van een socialistische bevolkingspolitiek. Menig voorbijganger moet toch wel geschrokken zijn van de op zeer luide toon geuite mening dat in deze maatschappij een van de weinige zogenaamde vrijheden het feit was dat iedere kneus zich onbeperkt kon voortplanten als de konijnen. Vanaf die dag heeft het probleem van de eugenese, pre-natale DNA-testen en de sociale verantwoordelijkheid voor de kinderopvang mij niet meer losgelaten. Fritjofs politiek modernisme uitte zich in ieder onderwerp. Over de opera Rekonstrukie hebben we elkaar in de kolommen van De Internationale nog in de haren gezeten, maar als medeauteurs aan een massieve resolutie over de vrouwenbevrijding voor de Internationale Kommunistenbond (IKB) stonden wij aan dezelfde kant van de barricade. In marxistisch Nederland was Fritjof een van de eersten die de vrouwenemancipatie in woord en geschrift hoog op de agenda plaatste.

Maar dan weer dat probleem van de juiste stellingname en positiebepaling in de baaierd van tegenstrijdige en overvloedige literatuur. Voorontwerpen, deelstudies, losse aandachtspunten en hergesorteerde gedachten stroomden uit zijn pen en schrijfmachine. Inmiddels was ik opgeklommen tot meelezer en (mij iets te vaak) redacteur van zijn werken. Fritjof leverde op doorslagpapier steeds deelhoofdstukken van zijn proefschrift af. De beste methode om zelf niet de draad kwijt te raken was om aan iedere pagina over de lengte een schone pagina A4 te plakken en daarop dan commentaar of herformulering te noteren. De breedheid van Fritjofs denken leidde soms tot wonderlijke momenten. Toen in 1968 het Mexicaans consulaat werd bezet als protest tegen het neerschieten van demonstranten in Mexico-stad (een demonstratie tegen de exorbitante uitgaven voor de Olympische Spelen), had ik de taak gekregen om namens de bezetters, voor de rechtbank een betoog te houden over de politie/historische/economische toestand in Mexico. Voor voorbereiding was natuurlijk geen tijd, maar na een telefoontje snelde ik naar de studiezaal van het IISG. Fritjof had ijverig enige duizenden uiterst relevante pagina's over Colombia klaar liggen. Geen nood, binnen het half uur hadden we alle planken geplunderd die over Mexico gingen en kon ik als expert weer de straat op.

Zuid-Amerika is een continent en moet ook als zodanig begrepen worden, zeker in het licht van het Amerikaans imperialisme. Voor Fritjof bestaan erop het niveau van solidariteit geen landsgrenzen. Dit werd nog eens benadrukt toen de oude Maria C. J. Snethlage haar eigen, gebonden, Cuba-bulletins aan haar mederedacteur gaf, als cadeautje voor zijn promotie. Fritjof kan rigoureus zijn en heel hartelijk, principieel maar ook vol begrip voor mislukkingen. Zeker in de jaren zeventig zagen wij elkaar heel veel en bespraken heel veel. Als Fritjof kwam eten nam hij bloemen mee, desnoods hollend bij het Centraal Station om, als hij van de Herengracht naar ons huis op de Lijnbaansgracht moest. Als elkaars paranimfen volgden wij elkaars, zeer verschillende, ontwikkelingen nauwlettend. Hoelang gaan wetenschappelijk onderzoek en politieke activiteit in één persoon samen? Hoeveel tijd vreet gewoon leven? Hoe vat je al die componenten samen zonder jezelf te verliezen? Hoe ontwikkel je jezelf zodat anderen er ook wat aan hebben? Fritjof trok zich deze spanning erg aan en besloot eind '78 uit de actieve politiek te gaan. Zijn analytische blik verhinderde hem de relativiteit van bepaalde politieke posities in te zien. Ook onderschatte hij zijn rol als inspirator en leraar van een hele generatie (die op dat moment deze rol ook niet altijd even helder zag). Zijn werk voor en op het IISG verdiepte zich. Niettemin maak ik tot op de dag van vandaag gretig de enveloppen open, waar 'ter informatie' een volgende discussiebijdrage inzit.

De fiches denderen nog steeds over de pagina's en eens te meer wordt bewezen dat het schrift geen rijm of ritme nodig heeft, doch slechts een geduldig lezer. In ieder artikel regent het verwijzingen. Iedere bewering is op zichzelf een knooppunt van vele redeneringen en stellingen. In natuurkundige termen kun je de metafoor gebruiken dar Fritjofs teksten homogeen isotroop zijn. Vanuit elk punt bekeken is er rondom, overal een gelijkaardige, zeer dichte, verdeling van informatie. De steeds weer terugkerende duidelijke stellingen, ingebed in een structuur van verzachtende superlatieven (hyper-complex, onnoemelijk ingewikkeld, drastische herbezinning, ongelooflijk gecompliceerd, ontzaglijk belangrijk en zo oneindig door tot het extreem). De nimmer eindigende doorverwijzingen naar auteur 1, auteur 2, auteur 3 tot en met 6 en auteur 7, om vooral toch niet de broer van auteur 4 te vergeten, waarmee we nog een appeltje te schillen hebben.

Als ik nu Fritjofs werkmethode bekijk, merk ik pas hoezeer hij ook hier eigenlijk zijn tijd vooruit was. Want Fritjofs systeemkaarten zijn niets meer of minder dan een projectie van een meerdimensionaal hypertextsysteem op papier. Vanuit ieder kaartje kun je naar een ander springen, kun je gedachtenlijnen kruisen, samenvoegen, uitbuigen of oprollen. Wat op dit moment ontwikkelt wordt op het gebied van elektronische tekstbehandeling is een invulling van die machtige wand kaartenbakken. De historische tragiek is dat Fritjof zich te lang heeft bezig gehouden, met het overpakken, herverpakken, schudden en herverdelen, retrograat opslaan en sorteren van fiches. Hij heeft dat tot een kunst verheven die nu net als zoveel ambachten een totale, integrale, definitieve en absolute nieuwe fase ingaan. Fritjofs schrijfprobleem is het probleem van het willen incorporeren van alle relevante aanwezige kennis als onderbouwing. op papier is dit heel moeilijk, elektronisch niet, omdat alle secondaire (3, 4, 5,6 tot oneindig) informatie verborgen kan blijven achter een verwijzingsteken. Het werk van Fritjof is bij lange na niet af, integendeel! Juist nu roept hij weer op tot een fundamentele herwaardering van het socialistisch erfgoed. Het zou een enorme stap zijn als al Fritjofs fiches eens in een flink hypertext systeem ingetikt zouden kunnen worden. Zonder gezeul met bakken en uren tikken en schrijven zou dan al deze kennis dynamisch herkauwd kunnen (niet door de machine maar door Fritjof zelf natuurlijk) en tot waardevolle wetenschappelijke productie leiden. Op deze wijze zal Fritjof net als veel voorgangers(ters) op het IISG, nog zeer lang een discussiepartner blijven om rekening mee te houden.

 

Tags: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren