Borderless

25 April 2018

Ga naar de film en begin de revolutie

Wantoestanden in de Amerikaanse gezondheidszorg. Dat lijkt nou niet bepaald een onderwerp om blij bij te worden. Niet echt iets voor een gezellig avondje uit. Michael Moore slaagt er desalniettemin in om de bezoekers aan zijn film Sicko grinnikend de zaal te laten verlaten. Hij klaagt aan, maar verpakt zijn aanklacht in kietelende beelden. Van Sicko word je wijzer, verontwaardigd én vrolijk.

Schrijnend
In Sicko laat Michael Moore zien waar het kapitalisme in de gezondheidszorg toe kan leiden. Wat de gevolgen zijn als het liberale winstoogmerk heerst over de humaniteit. Hij toont wat er gebeurt met die één op de vijf Amerikanen die geen ziektekostenverzekering hebben. Die gaan bij ziekte of ongeval dus naar de donder. Die verliezen soms letterlijk lichaamsdelen. Ook waar dat medisch volstrekt onnodig is. Omdat ze niet kunnen betalen. Maar zelfs degenen die wél verzekerd zijn, kunnen vaak niet rekenen op goede zorg. Omdat de verzekeringsmaatschappijen alles uit de kast halen om niet te hoeven uitkeren. Zo blokkeren de maatschappijen noodzakelijke behandelingen onder verwijzing naar belachelijke regels. Een auto-ongeluk gehad en de verzekeraar niet even vóór het vervoer per ambulance op de hoogte gesteld? Pech gehad: geen vergoeding! Kanker, maar een verkoudheid in je kindertijd niet opgegeven op je inschrijfformulier? Pech gehad: geen bestraling! Schrijnend zijn de beelden van mensen, soms gekleed in niet meer dan een verpleegschort, die voor een armenhuis uit een taxi worden gekieperd. Met gebroken botten en al. Niet of onvoldoende verzekerd en daarom het ziekenhuis uitgezet. Het zijn de uitschieters van de vrije markt in de zorg. Extreme gevallen, maar wel gevallen die in de United States tientallen malen per dag voorkomen. En niemand is echt veilig, want ook beter bemiddelden en beter verzekerden kunnen in een vrije val geraken en huis en haard, of erger, verliezen. Toen Michael Moore in een advertentie vroeg naar misstanden, kon hij binnen enkele weken kiezen uit tienduizenden van dit soort zaken.

Kwajongen
Het kan ook anders. Michael Moore neemt ons daarvoor mee naar Canada, Engeland, Frankrijk en Cuba. Landen waar een fatsoenlijker tot veel fatsoenlijker zorgsysteem bestaat. Maar steeds laat hij eerst zien hoe die systemen in de States worden afgeschilderd. Daar lusten de honden geen brood van. De Amerikaanse elite hakt met verbeten fanatisme in op alles wat een bedreiging kan vormen van hún ‘way of life’. Zorgsystemen die iets of veel meer op solidariteit dan op winst zijn gebaseerd worden direct geassocieerd met dwang, collectivisme en, het ergst van allemaal, met socialisme. Zelfs het toch echt niet zo linkse Canada moet het flink ontgelden. Michael Moore gaat in al die landen op bezoek en laat zien wat voor flauwekul erover verkocht wordt. Hij verkoopt daarbij zelf ook de nodige onzin: hij stelt het voor alsof Canada, Engeland, Frankrijk en Cuba gezondheidshemelen op aarde zijn. Hij overdrijft. Hij overdrijft net als zijn tegenstanders, alleen niet zo erg én hij doet het met humor, met een knipoog. Hilarisch is de scène waarin hij met drie ‘slagschepen’ opstoomt naar Cuba. Op die schepen zitten helden van 11 september 2001, vrijwilligers die gezondheidsklachten hebben overgehouden aan hun hulpverleningsactiviteiten na het instorten van de Twin Towers en die door de Amerikaanse overheid en gezondheidsdiensten volkomen in de steek zijn gelaten. Op Cuba, het land van doodsvijand en duivel Fidel Castro, krijgen ze nota bene wel de zorg die ze nodig hebben. Ondanks zijn gedemagoochel af en toe en zijn luchtige toon, misschien wel dankzij dat laatste, weet Moore aardig voor het voetlicht te krijgen dat méér menselijke maat in de zorg mogelijk is en dat dit vaak maatschappelijk nog goedkoper is ook. Zijn gespeelde verbazing en zijn kwajongsachtige stijl, die in de slotscène van de film een karakteristiek hoogtepunt vindt, staan zijn boodschap niet in de weg, integendeel.

Revolutie
Michael Moore doet meer dan films maken. Net als George Clooney is hij ook politiek actief. Net als Clooney voert hij met zijn films en het daarmee verdiende geld ook buiten het filmcircuit sociale actie. In tegenstelling tot Clooney is hij daarbij niet erg bescheiden. Waar Clooney voortdurend aangeeft maar een heel klein ‘rolletje’ te kunnen spelen in de strijd voor een betere wereld, daar blaast Moore behoorlijk hoog van de toren. In een open brief aan het Amerikaanse volk vlak na de premiére van Sicko, schreef hij: ‘Ga naar de film en begin de revolutie’. In die brief roept hij op om te knokken voor een eerlijker en beter gezondheidszorgsysteem. Bijvoorbeeld door in lokale kranten misstanden te melden. Of door presidentskandidaten en parlementsleden ‘lastig te vallen’ met eisen. De guitigheid ontbreekt in de brief niet: Moore stelt voor om eens een Republikein uit de eigen omgeving naar zijn film mee te tronen. Maar hij bouwt tegelijk serieus aan meer zelforganisatie; hij stimuleert het idee om plaatselijke actiegroepen te vormen en daarmee de strijd voor de verandering van het systeem aan te gaan. Een oproep waaraan inmiddels in honderden Amerikaanse steden gevolg is gegeven. En dat is een schone zaak! Schoner dan wat Michael Moore in de slotscène van Sicko de trappen van het Witte Huis opzeult…

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren