Borderless

20 July 2019

Geen sletten, geen slavinnen

De positie van de vrouw binnen de islam is de laatste jaren vaak het onderwerp van discussie. Tal van boeken zijn verschenen van moslima’s die de onderdrukking van hun man of vader ontvluchtten. Het onlangs in het Nederlands vertaalde boek van de Française Fadela Amara, Geen sletten, geen slavinnen. Meisjes uit de voorsteden is er een van.

Net als in Nederland woedt in Frankrijk de laatste jaren een stevige discussie over de islam. Met name het debat over de hoofddoekjes ligt vers in het geheugen. Vorig jaar kwam het in Frankrijk tot een verbod op het dragen van religieuze symbolen op openbare scholen. Zoals wij in Nederland Ayaan Hirsi Ali hebben, heeft Frankrijk Chahdortt Djavann. Zij schreef in 2004 het gepassioneerde betoog Weg met de sluier. Maar wat Nederland mist is een georganiseerd verband van moslima’s die hun rechten opeisen.
Fadela Amara is de voorvrouw van een organisatie genaamd ‘Ni putes, ni soumises’ (geen sletten, geen slavinnen). Deze organisatie bestaat uit vrouwen uit de voorsteden. Dat zijn grote gemeenschappen waar met name voormalige gastarbeiders met hun gezinnen wonen. In het boek Geen sletten, geen slavinnen beschrijft Fadela Amara de totstandkoming van de ‘Mars van de vrouwen uit de wijken voor gelijkheid en tegen het getto’, die plaatsvond op 8 maart 2003. Het boek bestaat uit drie delen. Eerst beschrijft Amara de situatie in de voorsteden, vervolgens vertelt ze over de aanloop naar de mars toe. Ze eindigt het boek met het manifest ‘Geen sletten, geen slavinnen’.

Amara is geïnspireerd door de Franse Verlichting. Vrijheid van het individu is een centraal thema op de mars. Fadela Amara wordt in 1964 geboren in een voorstad van Clermont Ferrand. Ze is de dochter van Algerijnse ouders. In de voorstad wonen bijna alleen andere gastarbeiders en hun gezinnen. Fadela geniet een traditionele opvoeding. Haar broers mogen bijna alles en zij en haar zusjes vrijwel niets. Ze beschrijft hoe ze heeft moeten opboksen tegen haar ouders om uit te mogen gaan en om te mogen studeren.
Een verschil met de latere situatie in de wijken is dat in die periode de jongens en meisjes samen met hun ouders in discussie gingen. In de jaren tachtig en negentig begint de situatie in de voorsteden te veranderen. Door de economische achteruitgang ontstaat er massawerkeloosheid. De vaders verliezen hun machtspositie en de oudste zonen krijgen het hoogste gezag. Waar de jongens in de voorsteden veel aanzien genieten, hebben ze die daarbuiten niet. Ze krijgen te maken met racisme en slechte uitzichten op de arbeidsmarkt. Dit versterkt volgens Amara hun autoritaire gedrag in de wijken.
De strijd die Amara en haar leeftijdsgenoten geleverd hebben lijkt voor niets geweest. Weer mogen de meisjes niet uitgaan en velen geven hun studie op omdat ze na hun huwelijk toch niet mogen werken. De situatie wordt steeds erger en loopt uit op geweld en groepsverkrachtingen. Deze analyse is geloofwaardiger dan de gangbare conclusie dat geweld tegen vrouwen inherent is aan de islam. Veelal heeft het geweld een sociaal-economische achtergrond. De problemen komen door de grote armoede en het verval dat in de wijken heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de Fransen weggetrokken en ontstonden er getto’s.

Fadela Amara en haar organisatie ‘Het huis der vriendinnen’ besluiten om een demonstratie te organiseren onder het motto ‘Geen sletten, geen slavinnen’. De meisjes uit de voorsteden willen niet de sletten zijn die de jongens kunnen gebruiken om hun behoeftes op te botvieren; ze willen ook niet de onderdanige vrouwen zijn die thuis moeten blijven. In het manifest keren de ‘vriendinnen’ zich af van de blanke feministen die de meisjes uit de voorsteden jarenlang links hebben laten liggen en voor hen willen spreken. Ook de politiek, zowel links als rechts, krijgt er van langs. Rechts ziet in de beweging vooral een reden om de islam aan te vallen; links beschouwt de beweging juist als een zoveelste aanval op de islam. ‘Geen sletten, geen slavinnen’ wil juist geen van beiden zijn. De vrouwen eisen hun vrijheid op; ze zijn niet anti-islamitisch, maar wel tegen de onderdrukking van de vrouw in hun wijken.

Uiteraard is de Franse situatie heel anders dan de Nederlandse. De Franse voorsteden zijn niet te vergelijken met de zogenaamde zwarte wijken in ons land. Ondanks deze verschillen levert Geen sletten, geen slavinnen een interessante en welkome aanvulling aan de discussie, eentje die we in Nederland erg missen. Zoals de meisjes uit de voorsteden het zelf zeggen: ‘geen sletten, geen slavinnen, eenvoudigweg vrouwen die in vrijheid willen leven om hun verlangen naar rechtvaardigheid te kunnen bevredigen.’

Fadela Amara, Geen sletten, geen slavinnen. Meisjes uit de voorsteden, Mets & Schilt Uitgevers, 14 euro

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren