Afghanistan is een ‘narcostaat’, een failed state die uit elkaar zal vallen als niet snel wordt opgetreden. De Taliban zullen weer aan de macht komen en hun fundamentalistisch beleid voortzetten; bovendien zal het terrorisme zegevieren en weer een basis winnen om uitvallen te doen, zoals Al Qaeda in 2001.
Met dit soort verhalen wordt ons duidelijk gemaakt dat de aanwezigheid van de NAVO niet alleen noodzakelijk is voor Afghanistan, maar ook voor het voorbestaan van het Atlantisch bondgenootschap - een gecodeerde manier om te betogen dat Nederland de VS altijd moet volgen in hun overzeese militaire avonturen.
Achter deze opvattingen schuilen een hele reeks vooroordelen en vooronderstellingen, waaronder de zelfvoldaanheid van de westerse regeringen. Die menen het recht aan hun kant te hebben en zien militaire interventie als een vanzelfsprekend stuk buitenland beleid. Heel veel mensen in de wereld zijn het niet eens met die visie en verzetten zich met hand en tand. Dat geldt ook voor veel Afghanen. Door het opzetten van een parlement en andere instituties wilde het Westen de indruk geven dat het in deze oorlog gaat om een democratisch gekozen meerderheid en een marginaal gesteunde guerrilla.
Maar de massale oppositie tegen de westerse troepen, die niet noodzakelijkerwijs samenvalt met steun aan de Taliban) maakt duidelijk dat de Afghaanse president Karzai nauwelijks een politieke basis heeft en sterk geïsoleerd is.
Inktvlek
Generaal Berlijn, de bevelhebber van de Nederlandse krijgsmacht beschrijft het optreden van de Nederlandse troepen graag als een ‘ inktvlekmethode’. Hij bedoelt daarmee dat de bases van het Nederlandse leger veilige uitgangsposities zijn voor het vestigen van het Afghaanse regeringsgezag over de provincie Uruzgan. Vanuit die bases moeten locaties in de omgeving beveiligd worden en moet de invloed van de Taliban en andere tegenstanders worden teruggedrongen. Daarna kan de bevolking deelnemen aan korte termijn opbouwprojecten, terwijl er samen met niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties gewerkt wordt aan langere termijn projecten. Vervolgens trekt het Nederlandse leger weer verder naar de volgende centra, zodat die locaties op de kaart een steeds groter aantal inktvlekken vormen van gebieden die onder het gezag van de ISAF troepen en de Afghaanse regering staan.
Zo’n aanpak is aantrekkelijk voor de publieke opinie in Nederland: het veronderstelt dat de guerrillaoorlog simpelweg een kwestie is van stabilisatie. ‘Waar de Nederlandse troepen gaan komt rust en orde’ is de boodschap. Omgekeerd wordt dus verondersteld dat de Taliban en hun sympathisanten geen of weinig steun hebben onder bevolking. Een simpele verwijdering van de guerrilla’s, eventueel met geweld, zou voldoende zijn om de boerenbevolking te overtuigen van de weldadigheid van het opbouwwerk.
Maar de inktvlekmethode wordt door de guerrilla’s ook gebruikt, maar dan om het omgekeerde te bereiken: een steeds kleiner aantal locaties waar de buitenlandse troepen veilig kunnen vertoeven en de uitbreiding van het Taliban gezag over een steeds groter deel van de bevolking. Het is voor de Taliban niet mogelijk om het hele land fysiek te bezetten en loyaliteit af te dwingen. Beslissend zijn de opvattingen van mensen over wie het beste is voor hun eigen belangen.
Papaverteelt
Van centraal belang in Afghanistan is dus wie in staat is de ‘hearts and minds’, zoals de Amerikanen dat met een wat domme term omschrijven, van de Afghanen te winnen. Het gaat erom wie het beste in staat is mensen een zo gewoon mogelijk leven te laten leiden. In elke Afghaanse provincie is de situatie anders: in het noorden, beheerst door de krijgsheren van de Noordelijke Alliantie die jarenlang in oorlog waren met de Taliban, bestaat een gedeeltelijke rust. De plaatselijke machthebbers verrijken zichzelf, bijvoorbeeld via het in beslag nemen van delen van de ontwikkelingshulp of door de papaverteelt. Als er belastingen worden geheven worden die in eigen zak gestoken en dus niet afgedragen aan de Afghaanse staat.
Het gezag van de regering Karzai is bijzonder zwak: in Kaboel heeft ze een machtsbasis, maar overal op het platteland is die invloed afhankelijk van de medewerking van plaatselijke machthebbers. Een medewerking die vaak moet worden afgedwongen door militaire steun van buitenlandse troepen. In het zuiden van het land lijkt het erop dat de coalitie strijdkrachten al een beslissende nederlaag hebben geleden Dat wordt beweert in het rapport van Senlis Council (Afghanistan Five Years Later: The Return of the Taliban sept 2006 www.senliscouncil.net). Dat rapport, gebaseerd op maandenlang veldonderzoek, stelt dat heel zuidelijk Afghanistan al onder invloed staat van de Taliban.
Dat lijkt bevestigd te zijn door de bijzonder harde gevechten die in Helmand en Kandahar hebben plaatsgevonden het laatste half jaar, waarbij de Britse en Canadese garnizoenen onder steeds grotere druk komen te staan. De Taliban heeft een sociale basis onder een substantieel deel van de bevolking.
In de Nederlandse media is het gebruikelijk om die steun af te doen als achterlijk, afgedwongen of gekocht. Immers, een guerrilla die steun afdwingt (en door vreemde machten zoals Pakistan en Al Qaeda gesteund wordt) is iets tijdelijks – iets dat kan worden verslagen door de een sterkere militaire macht in te zetten. Dat klinkt geruststellend – het Nederlandse thuisfront heeft zo het idee dat de standpunten van de Taliban over bijvoorbeeld de positie van vrouwen, of bekeerde christenen, godslasterlijke tekeningen of de aanwezigheid van buitenlanders niet echt de standpunten van de Afghanen zijn maar afgedwongen door de Taliban. Maar een deel van de Afghanen is het met de Taliban eens of ziet geen reden tot verzet tegen hun invloed. Het steeds weer terugkerende beeld in de westerse media van de progressieve en democratische vernieuwing onder de verlichte Karzai, is pure propaganda. De standpunten van de Taliban kunnen juist op grote sympathie rekenen onder een deel van de bevolking. De Taliban blijven met hun poten van de inkomsten uit papaver, terwijl de ‘vreemdelingen’ die inkomsten vernietigen.
Bovendien komt de in Nederland breed uitgemeten steun voor wederopbouw overal terecht, behalve bij de mensen die het nodig hebben. Zo ontstaat een situatie waarin de buitenlandse soldaten opereren in een situatie waarin op zijn best met grote passiviteit en op zijn slechtst met intense vijandigheid te maken hebben. Dat is dan ook precies de toestand die in het rapport van het Senlis Council wordt beschreven.
Veldonderzoekers kwamen tot de conclusie dat het harde optreden tegen van de Afghaanse regering tegen de papaver (in wisselende mate ondersteund door westerse troepen) niet alleen totaal mislukt is, maar bovendien grote vijandschap heeft opgewekt onder de boerenbevolking die van de papaveroogst afhankelijk is. Duizenden mensen zijn door het beleid in de armoede gestort - er is zelfs sprake van hongersnood. Geen wonder dus dat de Taliban en haar bondgenoten aan invloed wonnen in Zuid-Afghanistan.
Grof geweld
Uiteraard wordt dit alles verder verergert door actief dan wel passief racisme van de bezettingstroepen, en de inzet van grof geweld tijdens operaties waarbij altijd collateral damage – dode en gewonde burgers, vernielde huizen en verbrandde velden - optreedt. Deze constante stroom van doden en gewonden onder de burgerbevolking dwingt zelfs Karzai om steeds weer van de NAVO en de VS onderzoeken te eisen, die steeds weer niets opleveren. Ook de constante claims over honderden Taliban doden zijn hoogst bedenkelijk en doen denken aan de Vietnam oorlog waar iedere dode op wonderlijke wijze een Vietcongstrijder werd – de Nederlandse media nemen grosso modo de officiële cijfers blind over.
Dit militaire optreden wordt steeds dominanter. Er is geen sprake van opbouw van het land – er is een oorlog gaande die steeds meer vijandigheid oproept; die omgezet wordt in steun voor de rebellen. Het is dus van beslissend belang in hoeverre de mensen inschatten dat hun blijvende belangen (hun inkomsten, hun religieuze gebruiken bijvoorbeeld) gegarandeerd worden door het Afghaanse leger, de bezettingstroepen of de Taliban. Het is zeer moeilijk om daar zicht op te krijgen.
De interviews met militairen in de Nederlandse media zijn grotendeels goed gecontroleerde propaganda bedoeld om het regeringsbeleid te ondersteunen. De militaire aanpak is strijdig met de basisregels van de contraguerrilla. Die regels stellen juist politieke en economische ontwikkeling voorop - militaire operaties moeten het proces ondersteunen. De Nederlandse regering doet het tegenovergestelde – eerst militaire problemen aanpakken, dan met het proces van opbouw beginnen. Willen de bases van de NAVO troepen niet steeds meer het karakter krijgen van geïsoleerde vestingen in een zee van vijandigheid, dan zal op zijn minst serieus moeten worden gekeken worden naar de voorwaarden voor vooruitgang die de eerdergenoemde Senlis Council noemt: noodhulp aan de arme bevolking moet prioriteit krijgen, vooral in de papaver verbouwende gebieden; het antidrugsbeleid moet volledig worden herzien en alle operaties op dat vlak moeten onmiddellijk worden gestaakt; militaire operaties moeten ondergeschikt worden gemaakt aan humanitaire interventie; en er moet onderhandeld worden met (delen van) de Taliban.
Boven alles moet men af van de levensgevaarlijke visie dat het mogelijk zou zijn om in Afghanistan een op westerse leest geschoeide democratie te creëren. Dat is een neoconservatieve wensdroom die in Irak al onnoemlijk veel ellende heeft aangericht.
Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder verscheen in VD AMOK tijdschrift voor antimilitarisme en dienstweigeren
Reactie toevoegen