Borderless

22 August 2019

Het einde van Milosevic - Tien dagen die Servië deden wankelen

“We hadden niet gedacht dat het zo gemakkelijk zou zijn.” De tien dagen die Servië deden wankelen hebben iedereen verbaasd. Ook de Serviërs. Niemand verwachtte dat Slobodan Milosevic zijn nederlaag zou erkennen zonder burgeroorlog.

Er was vrijwel geen geweld in de tien dagen tussen de aankondiging van een tweede verkiezingsronde en de val van Milosevic op 5 oktober. Een half miljoen mensen in de straten van Belgrado, dagelijkse demonstraties en festivals, de bestorming van de staatstelevisie, dat alles speelde zich af in een hoofdstad zonder zichtbare politie. Het tekende de massale afkeer van Milosevic, ook binnen het politieapparaat.
In augustus nog werden eenentwintig rechters ontslagen omdat ze Miroslav Todorovic van de jongerenbeweging Otpor (‘verzet’) verdedigden. De repressie tegen de jongeren was een van de katalysatoren in de opstand. “Ik zing niet meer zolang ze de jongeren slaan”, verklaarde de populaire zanger Djordje Balasevic in juli en annuleerde zijn concert in Nis. Nu vliegt zijn nieuwe CD de kiosken uit. Iedereen kent de tekst van Leven in vrijheid: “Mijn hart klopt op het ritme van het verzet”. Wanhopig over de verdeeldheid en de machtspelletjes van de oppositie, gaf de jongerenbeweging, met de leus Gotov je! (‘Het is gedaan met hem!’) de gehele bevolking nieuw zelfvertrouwen.

De sterke man valt
Het zou zeker niet met Milosevic gedaan zijn geweest als de oppositie was gebleven wat ze voor de zomer nog was: verdeeld en gediscrediteerd. Door de nieuwe kieswet te steunen die de ‘eenheid’ van de Joegoslavische federatie accentueert, provoceerde de oppositie in juni nog een verkiezingsboycot door de meeste Montenegrijnen. Daarom durfde Milosevic de verkiezingen aan. Massale niet-stemmers en verdeelde tegenstemmen hadden zijn zege moeten verzekeren.
Hij kon niet voorzien dat achttien partijen in augustus de Democratische Oppositie van Servië (DOS) vormden, en dat de ultraliberale oppositieleider Zoran Djindjic zijn steun zou geven aan Vojislav Kostunica. Zijn sobere levensstijl, weigering om geld aan te nemen van het Westen en politieke profiel sloegen aan. Tegen Milosevic, tegen de Navo, tegen de corruptie of die nu van de machthebbers komt of van de VS, en voor de hoop om uit het Europese isolement te breken. De campagne van Milosevic, die iedere oppositie gelijkstelde aan steun voor de Navo, had geen enkele greep op Kostunica.

Mijnwerkers en jongeren
Beslissende factor was de door Milosevic verboden staking van de mijnwerkers in Kolubara. De DOS riep op om massaal de mijnwerkers te steunen. Duizenden sympathisanten, ook Kostunica, kwamen naar Kolubara. Het was een symbolisch moment: de verbroedering van de oppositie, de arbeiders die lange tijd Milosevic waren blijven steunen en delen van de politie. Vanaf dat moment was iedere sociale basis voor Milosevic weggevallen.
Op 5 oktober kwamen honderdduizend jongeren en arbeiders uit de provincie naar Belgrado. Volgens verschillende bronnen waren zij beslissend voor de wending die de gebeurtenissen namen. Zij waren het die het karakter van een demonstratie veranderden in dat van een machtsovername. Ze slechtten letterlijk en figuurlijk de barricades. De deur van de staatstelevisie RTS werd geramd door een bulldozer uit Cacak.

Navo-succes?
Het is ongehoord dat nu gesuggereerd wordt dat de Navo uiteindelijk succes heeft gehad. De inwoners van Nis, die een belangrijke rol speelden in de opstand, zien zich in ieder geval niet als de helden van het Westen. In hun stad viel een clusterbom. Een jaar na de Navo-bombardementen schat men de gerealiseerde wederopbouw op vijf procent van de schade. De industriële productie is vergeleken met 1998 met tweehonderd procent gekelderd, terwijl de lonen (vergeleken met 1999) 34 procent gezakt zijn. Het land is een ruïne.
De oppositie kon de verkiezingen controleren, omdat ze sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 1996-1997 de meeste grote steden, waaronder Belgrado, in handen had. Dat wil zeggen: twee jaar voor het Navo-optreden. De bombardementen betekenden een terugslag voor de oppositie. Milosevic kon de crisissituatie gebruiken om de repressie op te voeren. De oproepen aan de ‘publieke opinie in het Westen’ van Servische oppositieleden waarschuwden voor dat gevaar, en werden hier (onder meer in Grenzeloos) gepubliceerd.
Maar het belangrijkste blijft dat de bombardementen ertoe leidden dat de bevolking zich achter haar regering schaarde. Het regime kon overleven door de mensen voor de keuze te stellen: Milosevic of de Navo-bommen. Het tekent de politieke rijpheid van de Serviërs, dat ze, ondanks hun terechte haat voor de Navo-moordenaars, een derde weg kozen. Kostunica’s programma -tegen Milosevic én tegen de Navo- drukt precies uit wat de grote meerderheid van Servië wil. Daarom is het ook terecht dat Milosevic niet wordt uitgeleverd. Zolang het Haagse Oorlogstribunaal niet alle oorlogsmisdaden, aan beide kanten, onderzoekt, heeft ze geen enkele legitimiteit.
Dezelfde mensen die Milosevic omverwierpen, demonstreerden in 1999 tegen de Navo. Ze werden in het Westen genegeerd en belachelijk gemaakt: ‘propaganda’. Het blijft bitter dat een groot deel van links in Nederland weigerde de protesten van de slachtoffers van de bommen serieus te nemen of te luisteren naar de argumenten van de Servische oppositie. Balancerend tussen pessimisme, vooroordelen over ‘de Servische mentaliteit’ en de behoefte om ook eens ‘flink’ op te treden, hebben GroenLinks, Pax Christi, et cetera precies niets bij gedragen aan de val van Milosevic.

En nu?
“De stem tegen Milosevic, was geen stem voor de oppositie,” zegt Dobrica Cosic, de voormalige president van Joegoslavië, “Servië heeft een democratische revolutie doorgemaakt, gedragen door jongeren, armen, arbeiders en vooral de rebellerende mijnwerkers. De oppositie is alleen maar de factor die de tegenstem organiseerde.” De DOS is een ‘technische coalitie’, variërend van liberaal-nationalistisch tot sociaal-democratisch tot ultra-liberaal. Haar programma voor de oplossing van de sociale en nationale problemen is op z’n best tegenstrijdig. Te vrezen valt dat het eerder naar rechts uitvalt.
De Westerse sancties zijn opgeheven en Servië is inmiddels toegelaten tot het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa. Kostunica geeft de Serviërs daarmee hoop op een snelle wederopbouw. Echter, zeker is dat de economische logica van het Stabiliteitspact desastreus zal uitpakken. En deel van de DOS, vooral rond Djindjic en de economengroep G17, is daar volledig klaar voor: nu al pleiten ze voor meer privatiseringen en meer buitenlandse kapitaalinvesteringen. Maar het programma waarmee de DOS de verkiezingen inging is veel ambivalenter. Professor Ivan Ivic: “het eerste deel [van het programma] schrijft verlaging van de belastingen voor - dus hoe kunnen we de sociale zekerheid en vooral het onderwijs verzekeren, zoals het tweede deel belooft?” De mijnwerkers van Kolubara staken nog steeds, nu tegen hun corrupte en arrogante directie. Ze zitten niet te wachten op dictaten van nieuwe managers. Ze hopen vooral wel op een snelle heropbouw van hun industrie.
En dan is er nog die andere kwestie. Kostunica mag zich nu de nieuwe ‘federale’ president noemen, maar hij is vrijwel alleen door de Servische bevolking gekozen. Tweederde van de Montenegrijnen en de Albanezen in Kosovo hebben de verkiezingen geboycot. Kostunica erkent inmiddels dat de federatie Joegoslavië sinds 1991 vrijwel opgehouden heeft te bestaan en zet daarmee de deur open voor een gemeenschap van onafhankelijke staten op basis van gelijkheid. Maar voor wat betreft Kosovo eist hij de uitvoering van resolutie 1244. Dat is dubbelzinnig, want die resolutie maakt van Kosovo een provincie van Joegoslavië - en niet van Servië.

De gebeurtenissen van 5 oktober lieten een ruk naar links zien. De ultra-nationalist Vuk Drakovic werd bij de verkiezingen vernietigend verslagen. De stakende arbeiders eisen herstel van hun zelfbeheer. De jongeren van Otpor willen een eind aan de groot-Servische waanzin en de brede massa van de bevolking wil sociale en rechtvaardige wederopbouw.
Helaas is, met dank aan Milosevic en de Navo, een sterk links alternatief niet voor handen. De kans is groot dat Djindjic of een rechtsere Kostunica de komende tijd de dienst gaan uitmaken. Cynisch gezegd: na de ravage die de westerse democratieën in Servië hebben aangericht, zal de buidel Europees geld wel de doorslag geven bij de verkiezingen die voor december zijn gepland. Links in Nederland kan haar falen tijdens de oorlog tegen Servië goed maken door nu eindelijk de krachten van onderop te steunen. Zoals een jongere van Otpor het formuleerde: “Stemmen tegen Milosevic, feest vieren en daarna in de oppositie gaan.”

Dit artikel is gebaseerd op artikelen van Catherine Samary voor Rouge en Le Monde Diplomatique, en een artikel van Radoslav Pavlovic, een onafhankelijke Servische vakbondsactivist en een van de oprichters van Workers Aid for Bosnia

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren