Borderless

23 August 2019

Hoe de FNV de geschiedenis naar haar hand zet

Als gretig lezer, die zelfs de elektronische post het liefst op papier ziet en van mooi verzorgde boeken houdt, ben ik ‘Redelijk Bewogen. De koers van de FNV 1976-1999. Van maatschappijkritiek naar zaakwaarneming’ te lijf gegaan. Dat was geen lolletje. Jaarverslagen en nota’s, langstrekkende kabinetten, het ene na het andere akkoord van de ‘sociale partners’, organogrammen, voorzitters en ministers; veel redelijkheid en weinig beweging.

Waarom dan toch van a tot en met z gelezen en daarvan ook nog verslag doen? Het is de geschiedenis van de FNV, zoals de federatiebestuurders die zien en willen openbaren, totstandgekomen onder begeleiding van een zware Leescommissie met als voorzitter het langstzittende lid van het federatiebestuur, tegenwoordig penningmeester, en met medewerking van vele functionarissen. Een door de FNV geautoriseerd boek met een voorwoord van de huidige voorzitter De Waal.
‘Redelijk Bewogen’ is een boek van een kloek formaat, in stemmig blauw gestoken en dik genoeg voor een bladwijzer - een lint dat als enige rood van kleur is. Het is geschreven door Tinie Akkermans en aangevuld met zeventien interviews van ‘de’ hoofdrolspelers door Henk Kool. Onderzocht wordt de hypothese of de FNV sinds de oprichting in 1976 zich ontwikkeld heeft van een maatschappijkritische naar een zaakwaarnemende vakcentrale in 1999.
Dankzij Lubbers
Om te beginnen wordt het centrale begrip ‘zaakwaarneming’ rommelig omschreven en bovendien aan een merkwaardige bron ontleend: ‘Hierbij kan worden gedacht aan het praktisch, ‘werkende weg’, zoals premier Lubbers het zei, aandacht geven aan aspecten van de positie van werknemers en ook aan het, namens de werknemers, pogen deze te verdedigen of te verbeteren.’ Wordt even vergeten dat Lubbers de profeet van het no nonsense neoliberalisme is, zou met enige goede wil hieruit een defensieve vakbeweging gehaald kunnen worden. Voor een dergelijke opstelling is in bepaalde omstandigheden best begrip op te brengen, maar zo is het niet bedoeld en zo is niet de werkelijkheid. Dag in dag uit en dat al weer jarenlang kunnen we waarnemen dat het zaakwaarnemerschap van de vakbeweging zich slechts bemoeit met de ernstigste uitwassen van het kapitalisme, het uitgeoefend wordt in ‘constructief overleg’ met de ‘sociale partners’, beperkt is tot ‘arbeid en inkomen’ en vakbondsleden degradeert tot consumenten van ‘vakbondsprodukten’. Het democratische ‘door en voor’ werknemers is vervangen door het geprofessionaliseerde ‘namens’ werknemers.
Het andere centrale begrip ‘maatschappijkritiek’ blinkt ook niet uit in helderheid, maar daarmee valt nog wel te leven: ‘Hierbij gaat het ten eerste om fundamentele bezwaren tegen de inrichting van het totaal van onze maatschappij, dus ook van de economische orde, van het sociale stelsel, van het politieke systeem enz. Ten tweede gaat het om activiteiten gericht op protest en hervorming.’ Opvallend is dat die bezwaren niet omgezet worden in alternatieven (bijvoorbeeld welke maatschappij en economische orde nagestreefd worden) en dat die activiteiten meer vorm dan inhoud kennen (‘protest en hervorming’).
In het verlengde hiervan worden twee typen vakbeweging onderscheiden. En ook hier is sprake van een rommeltje. Aan maatschappijkritiek wordt ‘radicalisering’ verbonden: ‘verandering van een situatie van pragmatische zaakwaarneming naar maatschappijkritiek. Dat was de beweging in de jaren zestig-zeventig.’ Zaakwaarneming wordt gekoppeld aan ‘verzakelijking’: ‘de verandering in omgekeerde richting.’ Radicalisering wordt dus exclusief aan een bepaalde periode gebonden en is een tijdelijke onderbreking van de kennelijk eeuwige verzakelijking van de vakbeweging. Met zulke omschrijvingen is het niet zo gek dat de gestelde hypothese, de FNV evolueert van maatschappijkritiek tot zaakwaarneming, aan het slot van het boek als bevestigd beschouwd wordt.
De FNV als assistent
Wil dat nu zeggen dat deze gammele omschrijvingen en kromme redeneringen helemaal nergens op slaan? Helaas niet. De FNV heeft inderdaad sinds ongeveer het midden van de jaren tachtig een belangrijke verandering ondergaan. Maar dan wel een andere dan in ‘Redelijk Bewogen’ aan de orde wordt gesteld. De met name in de jaren zeventig opvlammende potentie een ‘tegenmacht’ te zijn met een actieve ledenbasis is weggesneden. En is ingewisseld voor de positie van een ‘medemaker’ van de macht van de vrijbuitende ondernemers en de marktgehoorzame staat met een vrijwel gepacificeerd ledenbestand. Een ‘medemaker’ overigens in de rol van assistent van de georganiseerde ondernemers, zoals te zien is geweest bij de laatste liberalisering van de sociale zekerheid. Juist door haar eigen positie voor te stellen als een aan de ondernemers gelijkwaardige macht, gaat er naar de leden, die primair als klanten van de vakbondswinkel benaderd worden, een berustend effect uit. Tot een dergelijke beoordeling - waarvan, direct toegegeven, de gebruikte begrippen een nadere uitwerking behoeven, kan noch de Leescommissie noch Akkermans komen. Zij beschouwen namelijk een maatschappijkritische vakbeweging (‘conflictmodel’) als een afwijkende en een zaakwaarnemende (‘consensus door overleg’) als de natuurlijke toestand.
Tegen deze achtergrond staat de geschiedschrijving van ‘Redelijk Bewogen’. Kritische stromingen en hun activiteiten blijven buiten beeld, het beleidsapparaat komt in de plaats van de beweging, ‘grote’ mannen en een enkele vrouw maken ‘de’ geschiedenis, economische en sociale tegenstellingen worden gereduceerd tot meningsverschillen met regerende politici en voormannen van de ondernemers en op een enkel probleem na - genoemd wordt de aantrekkingskracht voor jongeren - gaat het de FNV beter dan ooit.
Helden onder elkaar
Af en toe werpt het boek een blik in de keuken van de bureaucratie van de vakbeweging en haar relatie met de sociale partners. Onbedoeld, want het zijn verhalen van helden onder elkaar. Twee voorbeelden.
‘Visser heeft toen een deal gesloten met Jaap van de Scheur, de voorzitter van de AbvaKabo.’ Dit vertelt Stekelenburg. Visser was in 1984 voorzitter van de Industriebond FNV geworden, na Stekelenburg op een zijspoor gezet te hebben (dat ook nog de tegenkandidaat van de leden, Agenant, de mond gesnoerd werd, is ‘vergeten’). Waarover ging die deal? ‘Samen hebben ze Van de Scheurs collega Hans Pont voorgedragen als FNV-voorzitter.’ En dat lukte, hoewel Stekelenburg kroonprins bleef en in 1988 Pont opvolgde.
Het tweede voorbeeld: ‘Ook de goede persoonlijke verhouding met Johan Stekelenburg heeft daaraan bijgedragen, hoewel ik maar één keer bij hem thuis ben geweest. Maar als het spannend werd konden we elkaar wel bellen. Dan was er begrip. Datzelfde gold voor Lubbers, en later onder Kok is dat ook goed gegaan.’ Een uitspraak van Rinnooy Kan, voorzitter VNO van 1991 tot ‘96, over het groeiende vertrouwen tussen de FNV en de ondernemers na de WAO-crisis van 1991. Hij dankt daarvoor ook De Waal, toen coördinator arbeidsvoorwaarden van de FNV, met wie hij afsprak ‘het in het zichtbare overleg publicitair allemaal een tandje minder’ te doen. ‘We zouden alleen nog maar zaken op de agenda plaatsen, waar we het eens over konden worden.’
Geretoucheerde geschiedenis
Moeten we ‘Redelijk Bewogen’ geloven, dan ontstaat het beeld van een grote kop zonder voetstuk. Nergens is een woord te vinden over de FNV-afdelingen, dus ook niet over het felle verzet tegen de opheffing daarvan in de jaren negentig. Wat met name door de afdelingen die de vakbeweging een herkenbaar gezicht gaven op lokaal en regionaal niveau werd gevoerd. Maar er wordt over veel meer gezwegen, vooral waar het gaat over ontwikkelingen waarvan de FNV actief afstand nam. Een paar voorbeelden. Niets over de beweging aan de onderkant van de bonden die de stakende Britse mijnwerkers in 1984-‘85 steunde en de FNV opriep tot solidariteit. Geen woord over het Breed Initiatief voor Verdergaande Akties tegen Kruisraketten (BIVAK), waaraan tegen de wil van de FNV-leiding de Abop, de Kunstenbond, de Voedingsbond en de Vrouwenbond FNV deelnamen. Geen letter over de Werkgroep Palestijnse Vakbeweging, die in de begin jaren negentig de FNV-stilte over deze vakbeweging wilde doorbreken. Verzwegen is de Eurokritische beweging die zich na ‘Maastricht 1992’ geleidelijk onder groepen bondsleden vormde en in 1997 uitmondde in de grootste internationale demonstratie in de Nederlandse sociale geschiedenis. Euromarsen, waarin verschillende FNV-afdelingen betrokken waren, nooit van gehoord.
Kortom, er kan gerust gesproken worden van een geretoucheerde geschiedenis. En de enkele passage waaruit zou blijken dat er grondige kritiek op het FNV-beleid werd uitgeoefend, is voorzien van een arrogante snier. Een voorbeeld dat de lezers van deze krant bijzonder zal aanspreken, heeft betrekking op Ernest Mandel. Begin jaren zeventig kreeg via hem de strategie van arbeiderscontrole aanhang. Tussen haakjes wordt vermeld: ‘Wie herinnert zich nog de ‘trotskistische’ econoom Ernest Mandel?’

Hans Boot is redacteur van het blad Solidariteit.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren