Borderless

26 March 2019

IMF en Wereldbank - Afschaffen of hervormen?

De jaarlijkse bijeenkomst van de Wereldbank (WB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Washington leidde in april tot felle demonstraties. Op 27 september zal er in Praag weer gedemonstreerd worden. De kritiek op Wereldbank en IMF komt de laatste tijd niet alleen van demonstranten en kritische groeperingen, maar steeds vaker ook vanuit het establishment zelf.

Het IMF en de Wereldbank werden al in 1944 opgericht. De laatste decennia is de rol van deze organisaties enorm gegroeid, waardoor nationale overheden van de armste landen nauwelijks meer enige controle op de economische ontwikkelingen in hun land hebben. Achter de schermen controleren IMF en Wereldbank de economie, met name in de 75 landen die schulden hebben bij de internationale financiële instellingen. De zogenaamde structurele aanpassingsprogramma’s (SAP's) dwingen hun grenzen open te gooien voor buitenlandse producten en investeerders, hun economieën te privatiseren en drastisch te bezuinigen op de overheidsuitgaven. Formeel bepalen de internationale instellingen niet waarop bezuinigd wordt, maar iedereen weet dat het voor de veelal corrupte regeringen vaak aantrekkelijker is om het mes te zetten in de gezondheidszorg en het onderwijs dan in het leger, de bureaucratie of eigen inkomsten.
Nu zien we dat het macro-economische herstel waarop gehoopt werd in Afrika en Latijns-Amerika niet plaatsvindt, terwijl het beperkte herstel in Azië in één klap teniet werd gedaan door de financiële crisis. De positie van de laagste inkomensgroepen is in beide gevallen verslechterd.

Azië-crisis
Het optreden van het IMF bij de Azië-crisis heeft tot veel kritiek geleid. Zeer interessant is de kritiek van Joseph Stiglitz, die tot het begin van dit jaar vice-president van de WB was. Behalve zijn inhoudelijke kritiek - die er op neerkomt dat het IMF de Azië-crisis enorm versterkt heeft door de betreffende landen onder druk te zetten vast te houden aan een strak begrotingsbeleid - is vooral de achtergrond van zijn kritiek van belang. Het grootste verwijt dat hij het IMF maakt is het volstrekte gebrek aan openheid. Hij beschrijft hoe de top van het IMF, derderangs economen van eersteklas universiteiten, in een kongsie met het Amerikaanse ministerie van Financiën het beleid uitzet, zonder dat iemand inzicht kan krijgen in de overwegingen en achtergronden. Hij concludeert dan ook dat het IMF het democratische proces ondermijnt.
Andere kritiek uit onverwachte hoek is het rapport van een Amerikaanse congrescommissie onder leiding van Alan Meltzer. In het rapport van deze commissie wordt beweerd dat het beleid van het IMF leidt tot stagnatie, in plaats van economische groei. Bovendien worden beide instellingen voor een groot deel gedreven door de belangen van de zeven belangrijkste industrielanden en vooral van het Amerikaanse ministerie van Financiën. De dynamiek van beide organisaties wordt volgens Meltzer niet bepaald door de noodzaak van armoedebestrijding of het stimuleren van economische ontwikkeling, maar door ‘bureaucratisch expansionisme’ en empire-building.

Reactie
Hoe reageren IMF en WB op al deze kritiek? Het IMF probeert zelf zo veel mogelijk buiten de schijnwerpers te blijven. Ze beweert dat haar adviezen slechts van technisch-economische aard zijn en niets te maken hebben met politieke keuzes. De politieke en sociale gevolgen van het beleid zijn de verantwoordelijkheid van de betreffende regering.
Voor de Wereldbank is een dergelijke opstelling moeilijk. Zij financiert concrete projecten en de resultaten daarvan zijn uiteindelijk op de een of andere manier te evalueren. Deze zijn uitermate pover, zo blijkt uit een groot aantal studies. Eigen evaluaties van de Wereldbank geven aan dat tussen de 55 en 60 procent van de projecten mislukt, terwijl in de allerarmste landen - die de speciale doelgroep van de bank zouden moeten zijn - zelfs 65 tot 70 procent mislukt. Als we daarbij nog bedenken dat tachtig procent van de investeringen van de bank niet naar de allerarmste landen gaat maar naar landen die ook op private kapitaalmarken terecht hadden gekund , dan blijft er van de claim van de bank dat ze zich bezighoudt met armoedebestrijding weinig over.
De standaardreactie van de bank op kritiek is: we hebben van onze fouten geleerd en nu doen we het een stuk beter. Op die manier probeert men de critici steeds op achterstand te zetten.

Hervormen?
De stroom aan kritiek en slechte evaluaties hebben geleid tot een roep om hervormingen van beide instellingen. Ook in linkse kringen vindt deze roep gehoor. De Tweede-Kamerfractie van GroenLinks heeft een nota gewijd aan de Wereldbank , als reactie op het voornemen van minister Herfkens om meer Nederlandse ontwikkelingsgeld via de WB te kanaliseren. In de nota passeren alle bekende kritieken op de WB de revue, maar in plaats van daar de conclusie uit te trekken dat de WB een belemmering is voor de ontwikkeling in arme landen worden een groot aantal hervormingsvoorstellen gedaan.
Dat soort voorstellen getuigen van weinig realiteitszin. Ze gaan voorbij aan het karakter van Wereldbank en IMF. Ze negeren het feit dat het om volstrekt ondemocratische instellingen gaat die staan voor de belangen van een klein aantal rijke landen en de grote multinationale ondernemingen die daar hun thuisbasis hebben.
Dat blijkt al als we naar de formele structuur van de instellingen kijken. Daar geldt het one dollar one vote systeem. De stemverhoudingen worden bepaald door het ingebrachte geld. Zo hebben de rijkste tien landen - die maar een fractie van de wereldbevolking vertegenwoordigen - een ruime meerderheid, terwijl de 45 Afrikaanse landen over niet meer dan vier procent van de stemmen beschikken, tegenover 17 procent voor de VS. Voor belangrijke beslissingen, zoals wijziging van de statuten, is bij beide instellingen zelfs een meerderheid van 85 procent van de stemmen nodig, zodat de VS feitelijk een veto hebben.

Alternatief
Een argument van de voorstanders van hervormingen is vaak dat er geen alternatief is. Ze vinden dat er toch een vorm van internationaal beleid of controle moet zijn. Dit argument gaat er aan voorbij dat er door Wereldbank en IMF helemaal geen internationaal beleid wordt gevoerd: er worden slechts eisen aan afzonderlijke landen gesteld.
Natuurlijk is er meer dan ooit behoefte aan regulering van de internationale economie en controle op de ongebreidelde macht van de markt. Voor IMF en Wereldbank staan echter juist déregulering en het slechten van alle beperkingen voor vrijhandel voorop. Ook als dit ten koste gaat van het welzijn of het leven van de armen.
De markt moet beteugelt worden, maar daarvoor is geen internationale organisatie nodig. Natiestaten kunnen dat prima zelf. In de periode vóór het ineenstorten van het Bretton Woods-systeem in de jaren zeventig controleerden landen zelf het grensoverschrijdend kapitaalverkeer. Onder de huidige omstandigheden kan dit ook, zoals Chili en Maleisië hebben laten zien.

Van onderop
De afgelopen jaren zien we een groeiende internationale beweging ontstaan die zich richt tegen het beleid van het IMF en de WB. Deze beweging neemt verschillende vormen aan en bestaat zowel in het Zuiden als in het Noorden. In de eerste plaats gaat het om de beweging voor de kwijtschelding van de schulden. Daarnaast en daarmee verbonden zien we een beweging opkomen die zich richt op het beteugelen van de kapitaalstromen in de wereld, zoals het internationale Attac, waarvan inmiddels ook een Nederlandse afdeling bestaat. Zo krijgt, tegenover de globalisering van bovenaf, waarvan IMF en Wereldbank de ultieme uitdrukkingen zijn, de globalisering van onderop vorm

Dossier: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren