Borderless

9 December 2019

Koerden in Syrië - Niet voor Apo, voor Koerdistan

Mohammed stierf in Damascus. Zijn partijnaam was Jihad, het Arabische woord voor 'Strijd'. Op de dag dat Abdullah Öcalan gearresteerd werd, stak hij zichzelf in brand. Barend de Voogd en Dorien van de Heuvel volgden het spoor van Jihad. Het verhaal van de Koerden in Syrië.

12 juli
Vanaf blauwverschoten posters achter winkelramen, muurschilderingen, vanaf flatgebouwen, overal kijkt President Assad je aan. De leider met jonge kinderen. De leider in een wolk van duizend bloemen. Boven de markt van Damascus hangt zijn portret in een lampion van rode gloeilampjes en hartjes. De kitsch is zo grotesk, dat je de Syriïërs van een geslaagde parodie verdenkt. Een soort kruising tussen Stalin-cultus en de verering van Elvis Presley.
Hafez al-Assad kwam in 1970 aan de macht. De negende militaire coup in tien jaar. De Alawieten, de geloofsgroep waarvan Assad deel uit maakt, vormen de economische en politieke elite van het land. Assad's broer Rifaat smoorde het verzet van het Moslimbroederschap. In 1982 doodde het leger 25.000 mensen in Hama. De geheime diensten zijn overal. Ook vandaag, meldt Amnesty International, wordt er gemarteld in de gevangenissen van Syrië. De meeste gevangenen zijn Koerd of communist of zitten vast op beschuldiging lid te zijn van het Moslimbroederschap.
In de koele patio van het hotel sluiten we vriendschap met Darius. Hij wijst op een tekening. "Daar kom ik vandaan. Ein Diwar" zegt hij. Ein Diwar ligt in het noorden, in Koerdisch gebied. Zijn vriend Achmed drinkt zwijgzaam zijn thee. Hij is iets in de PKK, wat blijft geheimzinnig. "Jullie moeten beslist naar Ein Diwar gaan" doorbreekt hij het zwijgen, "het is er mooi."
"We willen mooie dingen zien," zeggen we, "maar we willen vooral ook iets leren over de Koerden hier"
Achmed, bedachtzaam; "Dan moeten jullie naar Dari."
"Dari?"
"Amuda. Dari is de Koerdische naam van Amuda. Op de dag dat Öcalan werd gearresteerd, stak een jonge Koerd er zichzelf in brand. Als je iets van de Koerden in Syrië wil begrijpen, moet je daar naar toe."

18 juli
We reizen naar Qamishle, in het noorden, nabij de Turkse grens. De stad is vrijwel volledig Koerdisch. De cassettes van Sivan Perver, de bekende Koerdische zanger, zijn er overal te koop. We ontmoeten er een landgenoot: Mustafa. Hij deelt in Den Haag een huis met drie andere Irakies. Net als hij zijn ze Saddam Houssein ontvlucht. Mustafa heeft een officiële vluchtelingenstatus. Een knappe jongen met een stralende lach. Nu hij een Nederlands paspoort heeft kan hij op vakantie in een streek, dichtbij het zijne, waar ze de taal spreken van zijn geboortegrond: Koerdisch.
We vertellen dat we naar Ein Diwar gaan. Het moet er mooi zijn, een drielandenpunt. Vanaf de Syrische kant kun je er Turkije zien en de Iraakse berg Zagho. Mustafa wordt stil. Hij kwam naar Syrië uit nostalgie, Irak kan hij om begrijpelijke reden niet meer in. De berg die je vanaf hier kunt zien, is zijn berg. Aan de voet ervan ligt zijn geboorteplaats Zagho.

20 juli
Natuurlijk gaat Mustafa met ons mee, zijn berg Zagho zien. Het uitzicht is adembenemend. In de verte de wilde bergkammen van Turkije en Irak, beneden meandert de Tigris door vierkante grasvelden en roodbruine akkers. In het dorpje zitten een oma en haar kleindochter voor hun huis van gele klei. Ze gebaart ons de koele woning binnen. We gaan op een matje zitten en krijgen abrikozen en een glas fris. Aan de kale muur hangt een foto van Öcalan. "Apo" zegt de kleindochter liefkozend. Grootmoeder begint opgewonden in het Koerdisch te praten. Ze haalt trots een foto tevoorschijn.
Het is de foto van een jongeman. "Een neef" begrijpen we. Hij kijkt verlegen van achter zijn baard. Op de achtergrond herkennen we de bergen van Ain Diwar. Mohammed luistert aangedaan naar de grootmoeder. Het is Jihad! Het is zijn portret dat de grootmoeder ons laat zien. Jihad was haar neef.
"Hij was propagandist voor de PKK." vertelt ze, "Na een jaar is hij van de universiteit gegaan. Hij had het te druk om te studeren."
"Een moedige jongen" zegt Mohammed.
"Hij is in Dari begraven. We waren erbij. Duizenden mensen demonstreerden voor hem."

21 juli
Avond aan avond moeten we ruzie maken om de rekening te mogen betalen. Akram, de eigenaar van het restaurant in Qamishle is een en al hartelijkheid. Hij vertelt ons dat hij geen paspoort heeft.
"Alleen een identiteitskaart." zegt hij. Hij laat het zien. Een laagje plastic beschermt het beduimelde briefje tegen verder uiteenvallen.
"Kijk, hier staat 'Ingeschreven bij de vreemdelingenpolitie'. En hier staat 'Geboren in Qamishle' "
"En wat staat daar?"
Hij lacht "Daar staat 'Nationaliteit onbekend'. Ik ben Koerd, hier geboren, maar de regering zegt 'er zijn hier geen Koerden'. Daarom: 'Nationaliteit onbekend'"
"En je kinderen?"
"Die krijgen ook geen paspoort. Ook 'nationaliteit onbekend'. En dus: geen ziekenhuis, geen werkvergunning, geen reizen naar het buitenland. De vergunning voor mijn restaurant staat op iemand anders naam. Veel Koerden hebben zo'n papier. Geen nationaliteit, geen mensen, ze bestaan niet."
Akram wil naar Nederland vluchten, maar zonder paspoort kan hij Syrië niet uit. Hij spaart om een mensensmokkelaar te kunnen betalen. "I will come to Amsterdam in the year two-zero-zero-zero," zegt hij hoopvol, "The new millenium."

22 juli
Akram neemt ons mee naar een Koerdisch bruiloftsfeest. Het is een gemengd huwelijk: een Arabische met een Koerd. De Arabieren in hun lange witte jurken dansen huppelend op de Koerdische muziek. Enigszins aangeschoten vertelt Akram wat hij ons de eerste avond kennelijk niet durfde toevertrouwen:
"Drie jaar geleden ben ik door de politie opgepakt. Mijn vader was gevlucht. Ze vroegen 'Waar is hij?'. Ik zei 'Ik weet het niet.' Toen hebben zes agenten me in elkaar geslagen."
Hij licht een broekspijp op. We zien het litteken.
"Ze schoten. Hier in mijn been. Toen namen ze me mee naar de gevangenis. Ze zeiden 'Spreek!' Maar ik wist niets. Ze sloegen me."
Hij wijst op zijn gezicht. Nu pas zien we dat hij een misvormde neus heeft.

26 juli
Amuda. Dari, op zijn Koerdisch, ligt aan de hoofdweg van Qamishle naar het westen. Hier is het gebeurd. We lopen over het marktpleintje waar Jihad zichzelf in brand stak. In de muziekwinkel komt een Syrische man onopvallend naast ons staan. "Geheime politie" fluistert de jongen achter de toonbank. In dit kleine plaatsje zijn vier kantoren van vier verschillende politiediensten.
Buiten loopt de dorpsgek op ons toe. Hij haalt een ingelijste foto uit een plastic zak. Het is Öcalan die ergens in Beirut de duiven voert. De gek grijnst en loopt snel door. Verderop begint hij met twee jongens te praten. We voegen ons erbij. Zo ontmoeten we Mohammed. Hij nodigt ons bij zijn familie uit.
De moeder is het middelpunt van het enorme gezin. Haar gezicht, vertrokken van de pijn aan haar oren, klaart op als ze ons ziet. Ze is theatraal en hartelijk. Zowel autoritair als oud en kwetsbaar. Een van haar dochters is in de bergen gesneuveld. Na een vuurgevecht tussen de PKK en het Turkse leger bleef ze gewond achter. Ze wilde niet in handen van de vijand vallen. Met een handgranaat doodde ze zichzelf.
De moeder veegt haar tranen weg en vertelt over een andere moeder. Zij stuurde haar zes zonen naar de bergen en zei "Ik bid Allah voor nog zes zonen om voor Koerdistan te sterven.""Dat was de moeder van Jihad" legt Mohammed uit, "Hij kwam uit een echte PKK-familie. Toen hij begraven werd huilde zijn moeder niet. Zijn vader maakte alleen het overwinningsteken." Ze laten foto's zien van Jihad's begrafenis en de demonstratie in Amuda.
We eten vlees, brood, en gebakken aubergines en tomaat op het tapijt. Mohammed vertelt ons het laatste hoofdstuk van Jihad's geschiedenis. We ontmoeten ook een Koerdische onderwijzer. In een vreemde taal onderwijst hij zijn leerlingen geschiedenis, zonder een woord aan de historie van zijn volk te mogen wijden. Een collega had Koerdisch gesproken in de klas, hij zit nu al drie maanden gevangen. De leraar geeft ons een PKK-kalender cadeau. Achterop schreef hij een gedicht:

'De eerste Christus van Koerdistan
Abdullah Öcalan'

Hij legt uit: "De Arabieren hebben hun profeet Mohammed, de Christenen hebben Jezus. Apo is onze profeet." Onder de sterren, we slapen op het dak, verbazen we ons later over de ongelofelijke verering die de Koerden koesteren voor Öcalan.

31 juli
Terug. In ons hotel in Damascus drinkt Darius nog steeds thee met zijn vriend Achmed. We vertellen ze het laatste hoofdstuk van Jihad's verhaal, dat we in Dari van Mohammed hoorden.

Want het was Mohammed geweest die zag had hoe zijn vriend Jihad zich met benzine overgoot en de lucifer aanstak. Het was Mohammed die Jihad snel in de auto had gelegd en naar Damascus vervoerde. Achmed herinnert zich Mohammed nog. Hij was hem in het ziekenhuis tegengekomen. Samen hadden ze de laatste woorden van Jihad gehoord. Op de vijfde dag stierf hij aan zijn brandwonden.
Toen we in Dari hoorde van de gesneuvelde dochter, vroegen we Mohammed aan zijn moeder te zeggen dat haar dochter een heldin was die haar leven gaf voor Öcalan. Hij corrigeerde ons. "Niet voor Apo, voor Koerdistan".

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren