Borderless

8 December 2019

Kong! Kong! Kong!

Er valt niet aan te ontkomen; de remake van King Kong wordt de eindejaarsfilm van 2005. Grenzeloos laat de lofzang op regisseur Peter Jackson en de nu nog mooiere special effects graag over aan andere bladen. We gaan terug naar de echte Kong en volgen vanaf daar de vele (dwaal)wegen en nazaten.

King Kong werd in 1933 geboren. Filmmaatschappij Radio-Keith-Orpheum (RKO) stond dat jaar op de rand van het faillissement. Vakbroeders als Paramount en Loew’s/MGM bezaten een onnoemelijk groter aantal bioscoopzalen en hadden de grote sterren onder contract. Pas in 1940 zou RKO uit de rode cijfers komen. Wat het bedrijf in de tussentijd overeind hield waren de populaire films van Ginger Rogers en Fred Astaire.
We mogen Ginger en Fred dus wel dankbaar zijn. Zonder het geld dat zij voor RKO bij elkaar dansten zouden we geen King Kong hebben gehad, geen Cat People en vooral geen Citizen Kane. Om de filmklassieker van Orson Welles te kunnen bekostigen deed RKO in 1941 een deel van haar studioterrein en rekwisieten in de openbare uitverkoop. Welles mocht graag vilein opmerken dat zijn film was betaald met de dansschoentjes van Ginger Rogers!
Het voorbeeld geeft aan dat de precaire financiële situatie de filmmaatschappij ertoe dwong inventief te zijn. RKO maakte veel slechte films, maar ook opvallende, vernieuwende films die hopelijk een snaar zouden raken bij het publiek. RKO nam risico’s in de hoop op een toevalstreffer en King Kong was absoluut raak.

Goedkoop
De goedkope oorsprong van King Kong is merkbaar. Het eerste twintig minuten, die vertellen hoe Fay Wray gestrikt wordt voor de hoofdrol in een film die zich op een eiland zal afspelen, is ronduit saai en slecht geacteerd. Veel mensen zijn dat deel vergeten: voor hen begint de film bij de offerfeestscène waarin de inboorlingen ‘Kong! Kong! Kong!’ zingen. Dan pas treedt de magie in werking, en vanaf dat moment is de film bijna scène voor scène in ons collectieve geheugen gegrift. Van de scène waarin Kong de kleine Wray oppakt tot en met de ontknoping op de Empire State Building.
De goedkope origine wordt helemaal duidelijk wanneer u ook eens The Most Dangerous Game uit de videotheek haalt. Beide films werden gelijktijdig door regisseurs Ernest B Schedsacks en Merian C Cooper opgenomen. In beide films spelen Fay Wray en Robert Armstrong de hoofdrol. De kosten van de fraaie decors werden gedeeld. In The Most Dangeous Game jaagt de krankzinnige Count Zaroff bij wijze van sport op mensen. Het is buitengewoon amusant om de prooien van Zaroff te zien vluchten over de gevallen boomstronk die we zo goed uit King Kong kennen, langs het ravijn en door het moeras waar Kong de Pterodactylus bevocht!

Non-conformistisch
Waarom heeft King Kong zo’n enorme aantrekkingskracht op ons? In essentie is het natuurlijk het verhaal van The Beauty and the Beast, en kan dus gezien worden als een typisch mannelijke fantasie waarin de twijfels over de eigen aantrekkelijkheid worden opgelost. Kong’s verliefdheid en het minderwaardige gevoel een ‘grote lelijke aap’ te zijn worden breed uitgemeten. Scènes, zoals die waarin Kong’s dikke vingers met het tere witte jurkje van Wray spelen, appelleren echter ook aan een fantasie van macht over vrouwen. Te ver gezocht? Luister naar deze dialoog vol mannelijke ambivalentie waarin een zeeman zijn liefde aan Wray verklaart.:

‘Niet lachen! Ik ben bang dat er iets met je gebeurd.
Ik, ik ben bang voor je.
En, uhm, ik, uhm, ik hou denk ik van je.
Waarop zij koket verbaasd antwoordt: ‘Hoezo John, je haat vrouwen?!’

Dr. Freud: ‘I rest my case’. De Amerikaanse filmhistoricus Phil Hardy wijst op een ander aspect, waarin niet alleen de VS van de jaren ’30 betrokken worden, maar ook de cinema zelf. Kong is ook ‘het symbool van subversieve kracht, geboren uit de Depressie maar nog steeds gehoor gevend aan de eeuwige oproep tot rebellie. Was het slechts een gelukkig toeval dat hij gevangen werd genomen door een filmcrew, een non-conformistische geest voorbestemd om te gehoorzamen en getemd te worden in een droompaleis wier betovering iedereen toen begreep, maar die misschien in het geheim iedereen ook tegenstond? De echte – de mythische – tragedie van Kong is niet dat hij niet de liefde kon bedrijven met Wray, maar dat als zelfs Kong er niet aan slaagt om zich aan het conformisme te onttrekken, er voor ons werkelijk reden is tot wanhoop.

Stop-motion
Los van alle psychologische of politieke verklaringen: film is en blijft bovenal een soort toverlantaarn en Willis O’Brien, de man die Kong tot leven bracht, sloeg ons met verbazing. O’Brien gebruikte daarvoor stop-motion. Bij deze techniek wordt een modelfiguur steeds een klein beetje verandert, waarna één enkele opname wordt gemaakt. Met 24 opnames per seconde en Kong vrijwel voortdurend in beeld, moet dat een enorm monnikenwerk geweest zijn. Geen enkel digitaal monster van de laatste tien jaar, haalde ooit de emotionele nuances die O’Brien aan zijn creatie wist mee te geven. Liefde, verbazing, verdriet, destructieve razernij; Kong heeft het allemaal. En al lijkt het inmiddels achterhaald en krukkig, het feit dat de King Kong ons zo weet te raken is te danken aan de liefdevolle aandacht die O’Brien opname voor opname aan zijn schepping schonk.
Schedsacks en Cooper maakten al in 1933 een opvolger, Son of Kong. Opnieuw leverde O’Brien prachtige animaties, maar de komische film was verder teleurstellend. In 1949 deden dezelfde drie mannen het trucje nog eens over met het meer succesvolle Mighty Joe Young. De film vertelt over de bijzondere act die de eigenaren van nachtclub O’Hara uit Afrika meenemen: een enorme gorilla die echter alleen gehoorzaamt aan de mooie Terry Moore. In een van de leukste scènes houdt Joe Young een podium boven zijn hoofd waarop Moore zit en de piano bespeelt.

Mythische tweestrijd
Willis O’Brien schreef jaren later nog een script met de titel King Kong Versus Frankenstein. Goddank is die film er nooit gekomen. De titel veranderde daarop in King Kong Versus the Ginko, en later in Prometheus Versus King Kong. Nadat dat idee door een aantal Hollywoodbonzen was bekeken werd het verkocht aan de Japanse Toho-studios, en voíla: in 1963 zag King Kong Tai Gojira (King Kong Versus Godzilla) het licht.
Twee mythische verhalen ontmoeten elkaar op het gespannen moment waarop de VS en het naoorlogse Japan zich tot elkaar moesten leren verhouden. Gojira, een soort vuurspuwende Tyrannosaurus Rex werd geboren uit een atoombomexplosie. Het is niet moeilijk in de bijna rituele herhaling gedurende vijftien Gojirafilms het Japanse trauma van Hiroshima en Nagasaki te herkennen: geen love-interest, geen individuele slachtoffers, geen spanningsopbouw, alleen maar de massale anonieme vernietiging van steden door een nucleair monster. In King Kong Tai Gojira, de zesde Gojirafilm, wordt Kong voorgesteld als een Nisei-god die op de Solomon Eilanden leeft, een eilandengroep waar Japanners wonen, maar dat in handen is van de VS. Kong verdedigt de arme Japanse vissers tegen een reusachtige octopus en neemt het in de finale op tegen Gojira, het symbool van de Amerikaanse agressie. Dat de strijd plaatsvindt op de heilige berg Fuji is natuurlijk geen toeval, en de vernietiging van Tokio is bij zo’n tweestrijd niet meer dan een detail. In 1967 keerde Kong terug in King Kong No Gyakushu. Na verluidt draait het plot om een kwaadaardige Doctor Who die in opdracht van een zekere Madame Piranha radioactief materiaal delft met behulp van een robotversie van Kong. Wanneer deze robot kuren krijgt wordt het noodzakelijk (?) de echte Kong te ontvoeren. De film eindigt met een duel tussen Kong en Mechni-Kong bovenop de Tokio Tower. Wie o wie bezorgt mij een kopie van deze van de pot gerukte film?

Queen Kong
In 1976 verscheen de officiële remake van King Kong. John Guillermin regisseerde het geval, maar het was vooral het werk van Dino de Laurentiis – een Italiaanse producent die achter onnoemelijk veel zaakjes zat, van Fellini’s La Stada tot Conan de Barbarian, zolang het maar geld opbracht. De remake kreeg veel media-aandacht, er was een oscar voor de special effects, maar de kritieken waren vernietigend en de film werd snel weer vergeten. Guillermin had Kong té menselijk gemaakt. Vergeet niet dat het woeste monster in de oorspronkelijke versie zeker twee mensen opvreet en een onschuldige veertig etages naar beneden laat vallen! Meest memorabele moment van de remake: Jessica Lange die op Kong’s hand een douche neemt onder de waterval.
Verleden jaar werden we in Nederland getrakteerd op het laatste Kong-curiosum dat ik met u wil delen. Toen De Laurentiis’ remakeplannen in de jaren zeventig bekend werden, waren er verschillende producers, nog gladder en commerciëler dan hij zelf, die daarvan wilden profiteren. Zo ontstonden Mighty Peking Man en Yeti, el gigante del 20 secolo. In Engeland maakte de Egyptisch-Amerikaanse regisseur Farouk Agrama in 1976 de parodie Queen Kong. De acteurs kwamen voornamelijk uit pikante filmseries als Carry On en Confessions Off. . . Als geheel is Queen Kong best vermakelijk. Soms zakt het niveau tot dat van de weerzinwekkende Britse ‘komiek’ Benny Hill, maar sommige visuele grappen doen dan weer denken aan het beste van Airplane! en Naked Gun. Wanneer de inboorlingen Queen Kong hun offer brengen, dekken ze voor de reuzenapin een reuzentafeltje, met bijgehorend rood-wit geblokt reuzentafelkleed! De Empire State Building wordt in deze oer-Britse komedie vervangen door de Big Ben. En natuurlijk is het lustobject ditmaal niet vrouwelijk, maar krijgt Queen Kong een man geofferd. Inderdaad, het betreft hier een feministische persiflage. De omdraaiing van sekserollen is een gimmick die niet heel lang stand houdt, maar er worden zoveel grappen omheen gesponnen dat het onderhoudend blijft. Bovendien: de vrouwelijke cast die in ondergoed komische antimacho liedjes zingt, roept een heel plezierig tijdsbeeld op van radicaal feminisme, seksuele bevrijding en onnoemelijk plezier in het choqueren van de burgerij.
De Laurentiis kon er de humor niet van inzien en liet de film door de rechter verbieden. Het DVD-tijdperk geeft gelukkig vele oude films een tweede leven en sinds kort ligt dus ook Queen Kong weer in de winkels. Nog net op tijd om een graantje mee te pikken van de hype rond Peter Jackson’s King Kong! Het blijft, hoezeer ze ons ook kunnen doen dromen, tenslotte een filmindustrie.

Andere recente artikelen:
Film
21-11-2005 Stukjes barbarij, smakelijk opgediend 24-09-2005 Het grote herkauwen 15-07-2005 The War of the Worlds 15-07-2005 Vrolijke communistjes in animatie kijkspel 10-05-2005 Twee burgeroorlogen, twee werelden 15-11-2004 Twee geloven op een kussen, dat kan problemen geven 01-10-2004 Almodóvar is voorzichting geworden

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren