Borderless

10 December 2019

Kraken gaat door, maar hoe?

Toen de Kalenderpanden vorig jaar werden ontruimd was kunstzinnig Amsterdam in rep en roer. In een brief aan de gemeente Amsterdam namen museumdirecteuren en andere kopstukken uit de kunstwereld het op voor de 'broedplaatsen'. Zoveel positieve aandacht hadden de krakers lange tijd niet meer gehad. Het Parool, de Volkskrant en het NRC wijdden zelfs positieve artikelen aan het met ontruiming bedreigde Kraakcentrum Vrankrijk. Toch is niet iedereen gelukkig met de hype rond het 'B-woord'.

Wat zijn broedplaatsen? Amsterdam.nl, de digitale Prawda van het Amsterdamse gemeentebestuur, definieert het zo: \'...plekken waar meerdere kunstenaars zich kunnen ontplooien en waar ze kunnen werken en wonen. Andere kenmerken [...] zijn dat de kunstenaars de broedplaats zelf beheren, dat de ruimtes betaalbaar zijn [...] en dat de broedplaats ook een bijdrage levert aan de levendigheid van de buurt door middel van optredens, exposities en dergelijke.\' Sinds mei 1999 is er in Amsterdam zelfs een heus \'broedplaatsenbeleid\'. Op de korte en middellange termijn worden tussen de 1400 tot 2000 ateliers gecreëerd. Wethouder Stadig reserveerde er 90 miljoen gulden voor.

Paradepaardje
15 miljoen daarvan is uitgetrokken voor voorlopig het grootste succesnummer, de voormalige NDSM-scheepswerf aan het IJ. Op initiatief van Stichting Kinetisch Noord verrijst hier straks een \'multidisciplinaire cultuurwerf\' van zo\'n 86.000 vierkante meter. Er komt ruimte voor 140 ateliers, 20 ambachtelijke werkplaatsen, multifunctionele theater- en expositieruimten, een beeldentuin, podia, oefenruimtes en een indoor skatepark.
Eva de Klerk van Kinetisch Noord is enthousiast: \'Hier in Noord ben ik eindelijk thuis. [...] Eigenwijs zijn is hier een pre, een eigen, afwijkende visie bijna een voorwaarde. Dat is voor mensen zoals ik een groot genot. [...]Wij willen het buurtgevoel weer terugbrengen; zorgen dat mensen uit de omgeving graag op het terrein zijn. Om een hapje te eten, een voorstelling mee te maken, te sporten of gewoon rond te kijken. De meeste mensen in grote steden kennen hun naaste buren nauwelijks [...] Daardoor voelen ze zich machteloos, hebben ze het idee dat alles voor hen beslist wordt, dat ze pionnen zijn. Wij willen laten zien dat het ook anders kan.\'

De binnenstad uit
Toch is niet iedereen blij met het broedplaatsenbeleid. Judith, van het Amsterdamse kraakspreekuur Centrum: \'Een typisch fenomeen van depolitisering en inkapseling.\'
De oprichters van Kinetisch Noord zijn oude bekenden van de kraakbeweging. Tot zeven jaar geleden kraakten zij panden als Wilhelmina, Edelweiss, het Vrieshuis America en de Silo. Bijzondere leef- en werkgemeenschappen, die allemaal werden ontruimd om plaats te maken voor de gemeenteplannen voor een \'Manhattan aan het IJ\'. Voor hen is de uitwijk naar het ver uit de stad gelegen NDSM-terrein een manier om het alternatieve cultuurcircuit te behouden. \'Conformisme\' noemt Judith van het kraakspreekuur dat: \'De kraakbeweging heeft altijd gevonden dat de binnenstad niet het exclusieve domein mag zijn van de yuppen. Van het \"gedifferentieerde stadsgezicht\", zoals de gemeente dat noemt, komt zo niets terecht. Daar moet je niet aan meewerken.\'
Het broedplaatsenbeleid heeft inderdaad een keerzijde. Ook de gebruikers van de Kalenderpanden was een \'alternatief\' geboden aan de rand van de stad. ‘Een stalen constructie waarin je, net als in de meeste broedplaatsen, niet mocht wonen’ aldus Judith. Zij weigerden en werden met grof geweld ontruimd. Zo bekeken worden de mededelingen van de gemeente bijna cynisch: Deze hoopt \'aan het einde van het jaar alle kunstenaars die verplaatst zijn te herhuisvesten of een alternatieve werklocatie aan te bieden. De toewijzingscriteria worden momenteel nader uitgewerkt.\' Vrij vertaald: oprotten uit de binnenstad en misschien een nieuwe ruimte maar dan wel op onze voorwaarden.

Zelfcensuur
Ook de krakers van Cineac, vlakbij het Amsterdamse Rembrandtsplein, verzetten zich en werden tot tweemaal toe ontruimd. Hun kritiek op het broedplaatsenbeleid is fundamenteel: \'Toegankelijkheid [tot woon- en werkruimte] zou bepaald moeten worden door de bereidheid tot individuele inbreng en inspanning. Dit principe werkt niet in de vrije markt, er is een marktvrije zone voor nodig. [...] Marktvrije plekken kunnen niet bestaan in broedplaatsen zoals het stadsbestuur die ziet, ze kunnen alleen ontstaan en bestaan in een echte vrijplaats.\'
Dat de ex-krakers op het NDSM-terrein zich inmiddels \'culturele ondernemers\' noemen geeft inderdaad te denken. Judith vertelt: \'Het grootste deel van de kraakbeweging biedt hulp aan illegalen, aan daklozen, geeft juridisch bijstand of sociale hulp. Een klein deel houdt zich bezig met alternatieve cultuur. Dat deel wordt nu bevorderd tot beleid. En dat leidt tot zelfcensuur. Bij de panden die zich als broedplaats afficheren merk je na een tijdje dat ze moeilijk gaan doen als we hun pand willen gebruiken als verzamelplaats voor een kraakactie. We hebben de ongeschreven regel dat kraakpanden ongebruikte kamers tijdelijk beschikbaar stellen om snel mensen op kunnen te vangen met problemen, illegalen bijvoorbeeld, vaak vrouwen met kinderen. Het gebeurt nu steeds vaker dat broedplaatsen dat weigeren. Ze willen geen trammelant.’
Een broedplaats is kwetsbaar. \'Je kunt worden gestraft met het intrekken van de subsidie, met hogere huur\' zegt Judith, \'dat is precies de reden waarom kraakcentrum Vrankrijk weigert een sociëteitsvergunning aan te vragen. We laten ons niet inkapselen.\'

Politieke vrijplaatsen
Voor de kraakbeweging is het \'B-woord\' zo langzamerhand een heus strategisch probleem. Judith: ‘Kraken moet vooral een aanklacht blijven tegen leegstand, voor een leukere buurt, en ruimte scheppen voor radicale politiek.\'
Ook Amsterdam Anders spreekt, ondanks haar steun voor de kunstenaars, liever over vrijplaatsen in plaats van broedplaatsen. Gemeenteraadslid René Danen: \'Het gemeentelijke broedplaatsenbeleid is eigenlijk een pot geld waarmee kunstenaars huurverlaging voor hun ateliers kunnen krijgen. Dat is goed, maar het grote nadeel is dat het alleen om kunst gaat en niet om politieke toepassingen.\'
Of om de strijd tegen de woningnood. \'Amsterdam Anders wil de leegstand aanpakken\' vervolgt Danen, \'er staan ongeveer duizend woningen boven winkels leeg en we zetten ons ook in voor uitbreiding van de voorraad sociale woningbouw.\'
De broedplaatsen zijn geen middel om die woonruimte af te dwingen. Daarvoor is een strijdbare kraakbeweging nodig, die haar plaats in de binnenstad opeist en de vrijheid bevecht om te kunnen doen wat ze wil. En die kraakbeweging zit in de verdrukking. Overal in de binnenstad worden panden leeggehaald. Van de zeven kraakspreekuren die de stad kende, zijn er nu nog drie over. Het broedplaatsenbeleid blijkt in die zin een tweesnijdend zwaard, want welke steun kunnen krakers nog verwachten die geen exposities of voorstellingen houden, maar illegalen onderdak willen bieden of acties willen voorbereiden tegen, bijvoorbeeld, de WTO?

Koppenhinksteeg
De kwestie blijft niet beperkt tot Amsterdam. Het Haagse kraakpand De Blauwe Aanslag, in 1980 gekraakt en inmiddels uitgegroeid tot één van de grootste woon/werkpanden van Nederland, besloot onlangs tot een ‘concessie’. Na een jarenlange strijd en tal van procedures en negatieve uitspraken zagen de krakers zich daartoe genoodzaakt: \'we [hebben] een contract met de gemeente gesloten dat we een ander pand kopen en daar naar toe verhuizen. We zagen geen legale manier meer om de Blauwe Aanslag voor lange tijd te behouden. Dit contract geeft ons wel de mogelijkheid om een ander autonoom woon/werkpand op te kunnen bouwen.\'
Ook in Leiden wordt momenteel gestreden voor het behoud van een groot complex. Aan de Koppenhinksteeg, een gekraakt huizenblok in het centrum, zitten politieke initiatieven zoals het informatiecentrum De Invalshoek, de illegalen-ondersteuningsgroep De Fabel van de illegaal en het anarchistische collectief Eurodusnie met een Weggeefwinkel waar men gratis spullen kan inleveren en ophalen. Een deel van deze groepen heeft zich georganiseerd in de Vereniging Vrijplaats Koppenhinksteeg (VVK), die weigert te wijken voor luxe appartementen.
Op de vraag of de vereniging zich ook presenteert als een broedplaats antwoordt VVK\'er David: \'Nee, wij spreken liever van een vrijplaats. Net als dat kunstenaars recht hebben op een broedplaats, behoren kritische politieke initiatieven een vrijplaats te behouden in het centrum van de stad.\'

Inderdaad lijkt dat de enige weg uit de discussie. De bewoners van de vele honderden kraakpanden in Nederland variëren van a-politieke liefhebbers van goedkope woningen tot medewerkers aan centra van maatschappelijke betrokkenheid en verzet. Die diversiteit is de kracht van de kraakbeweging, maar kan ook haar achilleshiel zijn. Tegenover de pogingen om de beweging in te kapselen en te depolitiseren vormt wederzijdse erkenning van het recht op een atelier en van het recht op huisvesting en politieke vrijplaatsen de enige garantie voor een vruchtbare discussie over de toekomst van de tegenbeweging.

Voor dit artikel is geput uit het interview dat Ingeborg van Teeseling in december 2000 had met Eva de Klerk; www.amsterdam.nl; de \'Uitgebreide standpuntverklaring\' van de krakers van Cineac; de website van de De Blauwe Aanslag en eigen interviews met David (Vereniging Vrijplaats Koppenhinksteeg), Rene Danen (Amsterdam Anders/De Groenen) en Judith (Kraakspreekuur Centrum, Amsterdam).

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren