De herfst is duidelijk begonnen. De gasrekening loopt op. En we krijgen een nieuwe regering rond het blok D66-CDA. Maar gaat die de echte problemen aanpakken? Om daar achter te komen, bespreek ik een paar trends die steeds duidelijker de lange termijn ontwikkelingen bepalen. Niet alleen over mijn favoriete lange golven in de economie, ik kom daar wel op. [geschreven op 1 december]
Er zijn volgens mij vier lange termijn ontwikkelingen bepalend. Als alles overheersende achtergrond: de klimaatverandering. Die gaat sneller dan verwacht en de algemene, wereldwijde trend is vooral goede bedoelingen uiten. Trump, Xi, Poetin of Merz, ze vinden allemaal dat het klimaatbeleid geen prioriteit heeft. Economische groei wel, alleen heeft nog niemand een idee hoe dat zou moeten. Het is wel duidelijk dat het aanjagen van groei met behulp van fossiele brandstoffen de klimaatproblematiek zal vergroten. Groene groei lijkt een onmogelijkheid.
Technologie en cultuur
De tweede ontwikkeling is het heen en weer schuiven van het economisch zwaartepunt in de wereld over een zeer lange periode. In wat wij in West Europa 'de middeleeuwen' noemen, was Europa een beetje het slome broertje. De Arabische wereld, India, China en Japan waren cultureel en technisch verder. Dat veranderde in het begin van de moderne tijd. Europese zeemachten wonnen aan betekenis (Spanje en Portugal als eerste), terwijl China zich meer naar binnen keerde op het Oost-Aziatische vasteland dat een wereldbeschaving op zich was. Uiteindelijk heeft de Industriële Revolutie de bordjes verhangen. Engeland veranderde India van een exportland van hoogwaardige producten (katoenen stoffen) in een afnemer van industriële producten. De Engelse technologie maakte het land op zee almachtig en Engeland veroverde heel Zuid Azië en dwong China de havens te openen. China kreeg een reeks ongelijke verdragen opgedrongen, waarmee Europese staten bijzondere rechten kregen voor hun handel drijvende burgers. Alleen Japan zou later in de negentiende eeuw zelf de sprong maken om een kapitalistische industriële economie te worden.
Nu zien we de slinger weer de andere kant op gaan. China is de tweede en binnenkort de eerste economie van de wereld. De leidende rol in het westen is van Engeland naar de Verenigde Staten (VS) overgegaan, maar daar loopt het niet geweldig. Het beleid van Trump is min of meer op te vatten als een poging de positie van de VS te redden.
Neoliberalisme
Een derde ontwikkeling vindt plaats in de verhoudingen tussen de verschillende landen. In de afgelopen vier eeuwen zijn na elkaar de Nederlandse Republiek, Engeland en de Verenigde Staten de dominante macht geweest. Eerst moest Nederland Spanje verslaan, daarna won Engeland de strijd van Frankrijk dat in de achttiende eeuw een grotere bevolking, economie en een koloniaal rijk kende. Vervolgens raakte Engeland zijn toppositie kwijt. Niet de Europese kandidaat Duitsland dat twee wereldoorlogen begon, maar de VS kwamen als winnaar te voorschijn. Nu zitten de VS in crisis, maar zijn nog steeds de grootste politieke en militaire macht. De uitdager komt uit Azië. Een teken van de globalisering die de afgelopen veertig jaar versterkt is als poging uit de stagnatie sinds de jaren tachtig te komen. Er is dus sprake van nieuwe geopolitieke verhoudingen, waarin Europa min of meer aan de zijlijn is komen te staan.
Als vierde trend zien we de lange termijn ontwikkelingen in de kapitalistische economie. Zonder in details te gaan, het belangrijkste gegeven is dat er nog steeds geen nieuwe zich zelf versterkende groei is die ook maar enigszins te vergelijken is met de expansie van de jaren 1945-1975. Hoe dat komt, is lastig te verklaren. Want er zijn veel stappen gezet die als voorwaarden voor zo’n economisch herstart op te vatten zijn.
Zeker op technologisch vlak heeft de digitalisering de basis gelegd voor een nieuw economisch model. Bijvoorbeeld: 'just-in-time mangement' en de mogelijkheid een vergaande internationale arbeidsdeling en daarmee een ingewikkelde productieketen te beheersen. De economische politiek die daaraan verbonden is, wordt vaak samengevat onder de noemer neoliberalisme. De markt moest alles oplossen.
Depressie
Die visie werd ondersteund door een ideologisch offensief dat mede mogelijk werd door de instorting van de Sovjet Unie in 1989-1991. Als gevolg daarvan kwamen enorme gebieden en bevolkingen weer binnen het bereik van het kapitalisme. Er was geen alternatief, althans dat was de overheersende mening. Er is geen reden het succes van dit ideologische offensief te onderschatten. Zelfs in de taal zijn begrippen als investeren, marktwaarde en ondernemerschap alom aanwezig. De individualisering is bij veel mensen verinnerlijkt: 'je moet alles zelf kunnen en als dat niet lukt, ligt het aan jou'. Een frustrerende ervaring voor velen. De flexibilisering van de arbeidsmarkt is een succes en gaat zo ver dat mensen die als 'zzp er' in opdracht van een baas werken, denken voor zichzelf te werken. Voor de laagst betaalde arbeid is de inzet van rechteloze arbeidsmigranten normaal geworden.
Ondertussen is het aandeel van het nationaal inkomen dat naar kapitaal gaat, vergroot en dat van arbeid verkleind. Er is sinds de jaren negentig sprake van een herstel van de winsten. Het verschil in bezit is drastisch toegenomen, zoals Piketty aantoonde. De allerrijksten bezitten steeds meer, de armsten hebben schulden. Ook de vorm waarin het deel van het inkomen dat naar het kapitaal gaat, is veranderd. Er zijn steeds meer aanspraken op een deel van wat we samen produceren in de vorm van patenten, copyrights en andere exclusieve rechten. Naast de bestaande rentedragende waardepapieren en de monopolies op grond, al dan niet digitale infrastructuur en door de banken gecreëerde kredieten.
Steeds meer gaat het niet om de voortbrenging van producten, maar om het te gelde maken van bezitsrechten, die voor een belangrijk deel worden afgedwongen door de overheid in de vorm van wetgeving en rechtspraak. Het heeft geleid tot steeds grotere geldstromen die op zoek zijn naar rendement op de korte termijn en daarmee een risico vormen voor economische stabiliteit. Een beperkt aantal enorme financiële machten beheerst productie en distributie.
De globalisering heeft geleid tot een vergaande internationale arbeidsdeling. Een gestremd Suezkanaal, een pandemie, of een kortzichtig besluit van een minister over Nexperie, maken de kwetsbaarheid van dit model duidelijk.
Als gevolg van dit alles heeft er een herstel van de winstvoet plaatsgevonden. Desalniettemin blijven de productieve investeringen achter. Kortom, deze ontwikkelingen hebben niet geleid tot een nieuwe opbloei. Het lijkt er op dat de drie hiervoor genoemde algemene factoren daar een rol in spelen. De eerste groei in de jaren negentig leidde in 2000 tot een beurskrach en in het westen rond 2007-2008 tot het begin van een depressie die nog steeds voortduurt. Wat is er dan nodig om een nieuwe periode van economisch voorspoed mogelijk te maken?
Oorlogstaal
Het zou mooi zijn om deze vraag nu te beantwoorden. Maar het lijkt voor iedereen, zowel voor linkse analytici als voor rechtse beleidsmakers een groot vraagteken. De kant die de beleidsmakers op gaan, is wel duidelijk. Wat er aan deregulering, afbraak van de verzorgingsstaat en verzwakking van de vakbeweging is bereikt, vinden ze niet genoeg. Meer van hetzelfde lijkt daar het motto, gecombineerd met afbraak van democratische rechten. Economisch neoliberalisme levert autoritaire tendensen op. Dat leidt ertoe dat we op verschillende terreinen een versterkt offensief van het kapitaal kunnen verwachten. Zoals een verdere deregulering die ontslag zal vergemakkelijken, arbeidsomstandigheden verslechteren en schade aan natuur en milieu vereenvoudigen. Bovendien zullen collectieve contracten en vakbondsrechten worden aangevallen en is een verdere afbraak van de sociale zekerheid, de zorg en het onderwijs te verwachten. In ruil daarvoor: grotere uitgaven voor bewapening en een poging de geopolitieke verschuivingen te gebruiken om de mensen voor te bereiden op oorlog of ten minste een oorlogseconomie.
Dagblad Trouw kopte op de voorpagina: Brussel bezigt steeds openlijker oorlogstaal, 20 november 2025). Daar stond ook het bericht dat volgens het Centraal Plan Bureau de toename van militaire uitgaven niet positief uitwerkt op de economie. Wie denkt dat ook vroeger een economische opleving na een periode van oorlogen kwam, moet even goed nadenken wat een wereldoorlog nu zou betekenen met de mogelijkheid de wereld meer dan eens volledig met atoomwapens te vernietigen. Dat is geen begin van een herstel, maar van het einde. De kans is groot dat nog meer mensen zich teleurgesteld van de politiek in de bestaande Tweede Kamer zullen afkeren en terechtkomen in de grote groep ontevredenen waar uiterst rechtse demagogen hun netten uitgooien.
Dit gaat allemaal op ons afkomen, ongeacht de samenstelling van de regering. De richting is duidelijk, de vorm en de snelheid zijn dat nog niet. Het touwtrekken tussen D66 en VVD over de samenstelling van een nieuw kabinet is een uiting van een tweestrijd over de vraag hoe snel en hard de aanvallen op de rechten van de vakbeweging en de andere sociale bewegingen kunnen zijn. Niet over de oplossing van de toenemende ongelijkheid.
Foto: YouTube.
Overgenomen van Solidariteit.
Herman Pieterson vergeet dat…
Herman Pieterson vergeet dat hij slechts een uitgangspositie schildert. Die positie is niet gunstig maar initiatief tot verzet is altijd mogelijk geweest. Het is beroerd dat dat aspect ontbreekt zijn betoog. Hij had deze mogelijkheid tot verzet als vijfde langetermijnontwikkeling kunnen toevoegen. Een voorbeeldje: sinds 1980 zijn zo'n beetje alle regeringen in het oosten van Europa en het noorden van Afrika omvergeworpen door diverse vormen van verzet. Kortom deze vijfde langetermijnontwikkeling had m.i. niet mogen ontbreken. Wellicht is het iets voor een aanvulling door Herman Pieterson?
Reactie toevoegen