Borderless

21 November 2019

Na de verkiezingen

'De anarchisten zijn de winnaar', 'de boeren hebben de macht gegrepen', of toch de rode garde van 'Maorijnissen'? Welkom in het Nederland van donderdag 24 november, de dag na de landelijke verkiezingen. Wat er die woensdag werkelijk gebeurde? Heel veel mensen kozen voor een socialer Nederland, met als gevolg dat voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis de PvdA haar dominante positie op links bedreigd ziet.

De reacties op de winst van de SP, die op 25 zetels komt, getuigden van weinig realiteitszin. Dat minister Zalm naar aanleiding van de chaotische uitslag riep dat de anarchisten de ware winnaar van deze verkiezingen waren en dat zijn partijgenoten hysterisch waarschuwden voor 'Maorijnissen' viel nog te verwachten - al is het tekenend voor de gebrekkige inhoud van deze VVD. Schokkender is de wijze waarop de gevestigde politiek en sommige grote media de SP op meer of minder subtiele wijze in één hoek zetten met de extreem-rechtse club van Geert Wilders. Als ware het een rood-bruin volksfront. ‘Ieder op hun eigen manier strijden zij tegen de open samenleving die wordt afgedwongen door de Europese eenwording en de krachten van globalisering’, zo schreef bijvoorbeeld het Financieel Dagblad. ‘De SP koestert de oude beschermwallen van de verzorgingsstaat, de ChristenUnie de eigen religieuze identiteit en Wilders wil de Nederlandse cultuur verdedigen door niet-westerse buitenlanders categorisch te weren.’

Dé kiezer heeft gesproken, zo is de heersende gedachte, en dé kiezer koos conservatief, nationalistisch, kortom: achterlijk. In de overtreffende trap van dichter en GroenLinks-stemmer Ilja Leonard Pfeijffer: 'Wat de winnaars van deze verkiezingen gemeen hebben, is iets anders: ze vertegenwoordigen een repressief provinciaal gedachtegoed waarin weinig verwacht wordt van Europa of van buitenlanders in het algemeen en waarin vrijheid van denken maar al te gretig wordt opgeofferd aan de angst voor terrorisme. (...) De verliezer is de Randstad. De boeren hebben de macht.'

Historische situatie

Wat is er nu werkelijk aan de hand? Heel simpel: een heleboel mensen kozen woensdag 23 november voor een linksere politiek, tegen de sociale afbraak. Het is de geest van het Museumplein, die eerder al opdook rond het referendum waarin de Europese Grondwet naar de prullenbak werd verwezen. Daar steekt een niet onbegrijpelijk verlangen naar zekerheid temidden van de neoliberale chaos achter, maar dat heeft weinig te maken met “conservatisme”, zoals veel zelfbenoemde “progressieven” nu modieus schrijven. Sinds wanneer is het progressief om voor minder belasting voor bedrijven te pleiten en tegen sociale rechten voor werknemers? Hier toont zich het enige werkelijke links-rechtse eenheidsfront in de Nederlandse politiek: dat van de neoliberale consensus, strekkend van de VVD tot aan delen van GroenLinks. Het doel is het verzet tegen het neoliberalisme te marginaliseren; het enige resultaat is nog meer kiezers die zich niet serieus genomen voelen door de politiek.

De overtrokken reacties laten zien dat de gevestigde partijen diep in de penarie zitten. Vooral bij de VVD en de PvdA reiken de problemen verder dan zetelverlies of leiderschapskwesties. Beide partijen bevinden zich in een existentiële crisis. Zij zijn niet langer de vanzelfsprekende politieke uitdrukkingen van twee van de drie dominante stromingen in de Nederlandse politiek - het liberalisme en de sociaal-democratie, de christen-democratie is de derde politieke richting. Aan de rechterzijde van het spectrum ligt de situatie nog het ingewikkeldst. De echte, klassieke liberalen zijn verdeeld over diverse partijen. Naast de VVD zijn zij ook te vinden bij D66, GroenLinks, delen van de PvdA en wellicht ook de Partij voor de Dieren. Het liberalisme vormt in ieder geval niet langer de bindende factor op rechts. Die rol kan getuige het reële succes van Wilders en het virtuele succes van Verdonk wél vervuld worden door een mix van conservatisme, xenofobie en afkeer van alles wat links is. Cynisch bezien lijdt het liberalisme misschien wel onder haar eigen succes. Met de verzorgingsstaat vrijwel geheel afgebroken, is het de vraag wat nu het centrale project moet worden voor deze stroming. Veel liberalen blijken ineens helemaal niet zo liberaal; wat overblijft is rancune.

Maar ook de PvdA heeft zo haar problemen. De sociaal-democratie wordt na deze verkiezingen minstens zo sterk vertegenwoordigd door de SP. Door de enorme groei van die partij doet zich een unieke, historische situatie voor in de Nederlandse politiek. Voor het eerst in de parlementaire geschiedenis wordt de alles dominerende positie, ofwel hegemonie op links van de PvdA - en haar voorloper, de SDAP - bedreigd. De centrale vraag de komende jaren zal zijn wie de politieke uitdrukking is van de sociaal-democratie in Nederland. Hoewel de druk op de SP om naar rechts op te schuiven in zo'n situatie nog groter is dan hij al was - in plaats van een stroming links van de sociaal-democratie zal de partij zich definiëren als de vertegenwoordiger van de sociaal-democratie - moeten we de uniciteit van zo’n kortstondige ideologische 'window of opportunity' niet onderschatten. Heel even zal namelijk de discussie over wie het socialisme vertegenwoordigt en wat dat precies inhoudt centraal staan in het publieke debat; dat schept ruimte en een platform voor kritische geluiden.

Verantwoordelijkheid nemen

Bij deze slag om het socialisme gaat het om veel meer dan alleen zetels. Die komen en gaan. Wat veel langer blijft, is de verankering in de maatschappij en in sociale bewegingen. De grote vraag voor de komende jaren is of de SP het gat kan vullen dat met het verlies van de PvdA is ontstaan. Er is een enorme “hegemoniebonus” te verzilveren, in de vorm van posities in de vakbonden, op de universiteiten, in de media, de rechterlijke macht en in de talrijke commissies en adviesraden die Nederland rijk is - allemaal plekken waar de PvdA altijd sterk aanwezig is geweest. Dat klinkt wat abstract, maar is het niet. Stel je een heel links kabinet voor terwijl de vakbeweging onder invloed van de PvdA blijft. Dat zou de mogelijkheden voor het doorvoeren van een drastisch andere sociale politiek, desnoods tegen de wil van de werkgevers in, aanzienlijk beperken. De benodigde druk vanuit de vakbonden zou dan op de kritieke momenten wel eens kunnen ontbreken.

Er zijn inmiddels voorzichtige aanzetten waar te nemen van een sterkere verankering van de SP in het maatschappelijk middenveld en op andere belangrijke plekken. Zo komen steeds meer kaderleden van de vakbond ervoor uit dat zij SP stemmen of zelfs lid zijn. Ook in andere sociale bewegingen - tegen de oorlog, huurdersverenigingen, vluchtelingenorganisaties - wordt de partij door steeds meer mensen gewaardeerd als een bondgenoot. Maar dan nog zal het de SP zeer zwaar vallen deze kans te grijpen. Zeker onder intellectuelen is de partij relatief zwak en kampt zij met een slecht imago: dat van een gesloten organisatie waar weinig ruimte is voor discussie.

Hoe moeilijk ook, dit is een duurzamere strategie om tot een socialer Nederland te komen dan nú op stel en sprong deel te nemen aan een kabinet en de gunst van de kiezer te verspelen. De druk om dat te doen is niet gering. Het is de impliciete boodschap bij alle vergelijkingen van de SP met Wilders. 'Jan Marijnissen moet zijn onschuld bewijzen en laten zien dat hij wél zijn verantwoordelijkheid durft te nemen', is de gedachte. 'Verantwoordelijkheid nemen' wordt daarbij gelijkgesteld aan plaatsnemen in een door de CDA geleide regering. Dat is niets minder dan een oproep tot kiezersbedrog, met het weloverwogen gevolg dat de kiezer zich na de traditionele partijen óók van de SP zal afwenden. Dat deze mensen vervolgens cynisch worden en hun vertrouwen in de politiek als geheel verliezen of wellicht zelfs naar de extreem-rechtse partij van Wilders overstappen, deert de “democraten” van het midden blijkbaar niet.

Voor de SP geldt dat zij wat betreft regeringsdeelname maar één kans zal krijgen in de nabije toekomst. Lukt het de partij dan niet om een flink deel van haar programma in concreet beleid om te zetten, dan zal zij daar bij de volgende verkiezingen onverbiddelijk op afgerekend worden. Er is dus alle reden om die weg pas in te slaan als de omstandigheden optimaal zijn: linkse regeringspartners, veel kamerzetels en bovenal: sterke sociale bewegingen en een links maatschappelijk klimaat.

Kiezersbedrog

Voor kritisch links in en om de SP is er op dit moment meer dan genoeg te doen. Dat begint met het verdedigen van de linkse verkiezingswinst en het vertrouwen dat de kiezers de SP geschonken hebben. De creatieve leugens hierover van het arrogante, 'progressieve' midden schreeuwen om een reactie. Die overwinning en dat vertrouwen van de kiezer verdedigen, betekent ook waakzaam zijn tegen ieder mogelijke vorm van kiezersbedrog. En ja: de SP in een regering met het CDA zou kiezersbedrog zijn. De belofte was immers dat je met een stem op de SP naast een linkse regering ook nog Balkenende uit het kabinet zou wippen. Het is bovendien niet uit te leggen om met PvdA-achtige compromissen in een regering te gaan zitten, terwijl mensen jou juist gekozen hebben vanwege het SP-programma. Anders hadden ze wel direct Wouter Bos gestemd.

Linkse activisten in de SP zijn daarnaast in een uitgelezen positie om iedere suggestie van overeenkomsten met Wilders en extreem-rechts te bestrijden. Dat doen ze op de meest effectieve wijze: ze werken aan de opbouw van een open, multiculturele, democratische en internationalistische SP; een socialistische partij met durf, idealen en een heldere toekomstvisie. Het debat over wie en wat de werkelijke uitdrukking is van het socialisme in Nederland kan vanuit die uitgangspositie nog wel eens heel interessant worden. Vooruit, de nachtmerries van de VVD zullen voorlopig niet uitkomen, maar boeiende jaren worden het zeker.

Fortuynistische SP-kiezers en andere flauwekul
Voor, tijdens en direct na de verkiezingen werd er de nodige onzin beweerd over de SP. Een kleine greep uit het niet geringe aanbod: 

­ 'De SP vist in dezelfde troebele vijver als Wilders' Eén blik op de voor iedereen beschikbare cijfers over de herkomst van de stemmen van diverse partijen en deze discussie was niet nodig geweest. De groei van de SP komt van mensen die bij de vorige landelijke verkiezingen niet stemden, van de PvdA en in mindere mate van het CDA. Slechts een klein percentage van de SP-kiezers stemde in 2003 op de LPF. Dat ligt anders bij de partij van Wilders, waar bijna een kwart van de kiezers voorheen op de LPF stemde. Ook relatief veel VVD'ers en CDA'ers bleken zich dit jaar beter thuis te voelen bij de Partij voor de Vrijheid.

­'De SP drijft op onderbuikgevoelens en nationalistische sentimenten' Vreemd dan toch dat nationalisme, anti-Europese sentimenten of weerzin tegen immigratie helemaal niet voorkomen bij de meest genoemde redenen van mensen om op de SP te stemmen. Maar liefst 76 procent noemt de toekomst van de gezondheidszorg en de betaalbaarheid van de zorg als voornaamste reden om SP te kiezen. 'Slechts' 31 procent noemt de economie en de armoede in Nederland als een belangrijke (niet perse dé belangrijkste) motivatie.

­'De SP is een partij voor oude, blanke mannen' Helaas voor de o zo hippe SP-haters. Meer dan tweederde van de SP-kiezers is vrouw, zo blijkt. Bij de scholierenverkiezingen werd de SP de tweede partij achter de PvdA. Hetzelfde beeld gaat op voor de allochtone kiezers. De SP is onder allochtonen de grootste partij na de PvdA en heeft drie zetels aan hen te danken.

Dossier: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren