Borderless

21 July 2019

Nederland na Fortuyn - Een dozijn discussiestellingen voor een andere politiek

De verkiezingen op 15 mei eindigden in een nederlaag voor links. Hoe kunnen we die verklaren? Wat is er aan de hand? Welke aanzetten tot verzet tegen de verschuiving naar rechts zijn er? Over deze vragen werd op de eerste ochtend van het SAP congres intensief gediscussieerd. Herman Pieterson leidde het debat in.

Een inleiding kan een uitvoerige voorbereiding niet vervangen. Ik wil vooral debat oproepen, uitnodigen tot reactie. Om te kijken of we verder komen, en om te kijken of we het daarbij in grote lijnen eens kunnen worden. En natuurlijk ook: om echte beoordelingsverschillen uit te kunnen spreken en op te helderen. Het wordt wel even wennen. Geen resolutie, geen vijf voorstellen ter stemming, geen antwoorden als de toestand nog onzeker is of het beeld nog onvolledig. Beschouw de thema’s als discussiestellingen – ik sta er achter, maar ik weet dat het niet het laatste woord is.

I
We moeten goed kijken naar de sociale structuurveranderingen van de afgelopen 20 jaar: van de nederlagen van de oude bastions in de industrie en van de nieuwe strijdbaarheid van de ambtenaren, via crisis, individualisering naar de teloorgang van sociale samenhangen en de veranderende samenstelling van de bevolking. Mijn stelling is dat de nu in volksbuurten en overloopgemeenten zich marginaal voelende mensen hoe dan ook in de hoek zouden zijn gezet (de instroom in de WAO was gepland om de scherpe kanten van de werkloosheid af te slijpen), ongeacht alle recente gebeurtenissen, en ongeacht de samenstelling, de omvang en de etniciteit van de migranten, die sociaal-economisch gezien niet anders waren dan de nieuwe generatie arbeiders uit de periode 1948-1960.
Als je net aan de goede kant van de tweederde maatschappij zit, ben je als de dood aan de verkeerde kant van de streep terecht te komen, ben je aan de verkeerde kant beland dan is de vraag, waarom ik… ? Dat knijpt hard als er geen sociaal-cultureel vangnet meer is. En het knijpt des te harder als ‘die ander’ in misschien nog moeilijker omstandigheden zo’n vangnet (nog) wel heeft.

II
De sociaal-politieke ontwikkeling van links sinds 1989 moet opnieuw onderzocht worden: de val van de muur, de vorming van GroenLinks, de versnelde voortgang van de PvdA op de eerder ingeslagen weg naar een burgerlijk progressieve partij. Maar ook de regenteske ontwikkeling van een generatie die in de PvdA de leiding overnam na Den Uyl: de technocraten, ooit bevlogen Nieuw Links’ers of de vernieuwers daarna, die een politiek spel speelden waarin voorheen toch vooral het CDA uitblonk. Een poging de rol van het CDA als de middenpartij over te nemen. En aan de linkerkant het afkalven van radikaal-links, waarbij veel oudgedienden onderdak zochten in GroenLinks en SP.

III
De rol van paars als voertuig van het neo-liberalisme is duidelijk. Maar Paars was ook een animator van een bestuurlijke modernisering (homohuwelijk, euthanasie). Daarbij voegden zich verklaringen over het zogenaamde ‘einde van de ideologie’; ze betekenden vooral het einde van de eigen definitie van een sociaaldemocratische identiteit, in schril contrast tot de dagen van Den Uyl.

IV
De ontwikkeling van de vakbeweging: geen ‘brede’ vakbeweging maar de sociale ANWB (het ‘ziekenfondsie’ waar ooit radencommunisten over spraken). Een trend die al van de jaren vijftig dateert, maar door de beroering van de jaren zestig en zeventig doorbroken leek. In de jaren negentig werd die trend opnieuw zichtbaar. Kritische kadergroepen verdwenen of zagen hun aanhang gedecimeerd: leden raakten vermoeid, gingen met de WAO, toch maar naar die andere baan of kwamen in bestuurs- of scholingsbanen in de eigen vakbeweging terecht (alle kader was welkom). Wat er blijft is minder, ouder, en ook zelf sterk bepaald door de eigen positie – logisch, dat is geen verwijt.
Het poldermodel - niks nieuws wisten wij - was het ultieme middel om met technocratische bestuurders, ondernemers, en vakbeweging rond een tafel (vaak in dezelfde partij!) te zitten. Maar allemaal met de neuzen één richting op: meedeinen op de golven van individualisering, geen tegenwicht bieden, geen nieuwe solidariteit opbouwen.

V
Wat hebben wij als revolutionaire socialisten daarin kunnen bereiken? We hebben veel gedaan, veel mede vorm gegeven (van het Komitee Anti-Golfoorlog tot Afghanistan), maar het was te zwak en te weinig gericht om echt tegenwicht te bieden. Voor één SP, één doorbraak vanuit uiterst links bleek plaats. Voor een tweede was geen ruimte – zeker niet zolang deze niet aansloot bij de brede trend van individualisering; de SP doet dat als service-instituut namens en voor de gewone mensen wel en past daarmee beter in de tijdgeest. We zijn als SAP vaak met de neus bij de goede dingen geweest: rond de vorming van GroenLinks bijvoorbeeld, of met de referendumcampagnes in Amsterdam, te beginnen met die voor de autovrije binnenstad, tien jaar geleden. Toch verloren we steeds meer terrein en staan we nu buiten discussies in links waar we tien jaar geleden nog middenin stonden.

VI
Wat in de negen maanden sinds 11 september is gebeurd moeten we tegen deze achtergronden plaatsen. De economie begon al te stagneren, de bubbels op de beurs barstten open. Wee degenen die in 2000 of 2001 in een beleggingshypotheek stapten. Het zijn er meer dan je denkt.
Paars liep al op zijn laatste benen en kwam niet uit lastige dossiers als de WAO of de ‘Vijfde nota Ruimtelijke Ordening’. Vervolgens moest Nederland van bondgenoot Amerika kiezen tegen Het Kwaad, op dat moment nog gevestigd te Afghanistan, maar inmiddels verhuisd, naar ik heb vernomen. De opkomst van Leefbaar Nederland en daarna van de LPF moet je niet als een toevalligheid zien, maar als een resultante van alle genoemde processen, en waarschijnlijk van meer dan ik nu noem.

VII
De reactie van links is vanaf het begin onvoldoende en zwak geweest, soms tot op het stupide af. Onvoldoende, door niet alleen de persoon Fortuyn maar ook de problemen die hij in zijn rechtse verhaal annexeerde, uit de weg te gaan. Zwak, door te doen alsof op de reële problemen de antwoorden er al waren (PvdA: ‘we moeten beter uitleggen wat Paars heeft bereikt’) of dat echte antwoorden tijd nodig hadden (zowel de PvdA als GroenLinks). Terwijl de problemen, de tweedeling voorop, goeddeels veroorzaakt waren door Lubbers en Paars. Zwak ook omdat de problemen verrekte lastig zijn: de tweedeling in de wijken, de scheiding wit-zwart, loopt voor een deel samen met de sociaal-economische tweedeling van de tweederde maatschappij, en worden aangescherpt door culturele verschillen. Waar multiculturaliteit geen oplossing is, vormt deze weer een onderdeel van het probleem. Met als extra complicatie dat de sociale herkomst van migranten uit vooral Marokko en Turkije niet het gemiddelde is van die landen. Datzelfde geldt voor het opleidingsniveau.
Stupide, waar een simpele gelijkstelling met extreemrechts uit heden en verleden in de plaats kwam van een antwoord. Een bont gezelschap heeft deze truc uitgehaald, van Thom de Graaf via Ad Melkert tot de IS. Ik ben het eens met het heldere verhaal van Ed Hollants van het Autonoom Centrum, een voorbeeldig activist van onbesproken links gedrag, vooral wanneer hij stelt dat je met zo’n gelijkstelling Fortuyns aanhang in een hoek zet. Ik citeer: ‘Door hem telkens tot extreemrechts te betitelen en op een soort gesundes Volksempfinden in te spelen waarmee gezegd wordt dat een normaal denkend mens niet op Pim Fortuyn stemt, voelen mensen zich alleen maar nog meer in de steek gelaten wat hun onvrede betreft.’
Je kunt er aan toevoegen dat het gesundes Volksempfinden anno 2002 helaas niet meer in de eerste plaats pro-links is. Verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn niet meer genoeg, vooral niet omdat je daar ook rechts-nationalistisch een eind mee weg komt.

VIII
Het politieke klimaat is door een unieke combinatie van factoren drastisch naar rechts opgeschoven: een doodgelopen regering met een rechts beleid dat als links werd verkocht (de verantwoordelijkheid van Kok), een extreem handige charismatische populist en de zinloze en geschifte moord. En dat komt prachtig uit. Met ruim twaalf jaar bezuinigen en sociale afbraak zijn nog steeds niet de voorwaarden geschapen voor stabiele economische groei. Internationaal probeert Amerika zijn hegemonie in de wereld te bevestigen, maar nemen de tegenstellingen met Europa en Japan toe. Het Europa van de ondernemers staat voor grote problemen zoals het integreren van nieuwe lidstaten met een kwalitatief ander ontwikkelingsniveau en het uitvoeren van institutionele hervormingen, niet uit democratisch oogpunt maar uit naam van efficiency. En nog steeds heeft Nederland de ernstigste sociale problemen (uitsluiting, achterstanden, hoge kosten sociale uitgaven, vooral de WAO en de zorg) niet in de tang. Een buitenkansje voor rechts: zo moeten we de vorming van deze rechtse regering zien. Ik geloof nog steeds niet in de stabiliteit ervan. Maar wel dat rechts, CDA en VVD voorop, belang heeft ver te komen. Het zou onverstandig zijn achterover te leunen en af te wachten tot het kabinet instort. Dat doet het wel een keer, maar dan is de richting gezet.

IX
De verkiezingen hebben laten zien hoe sterk het potentieel voor een rechts-populistisch verhaal is. Het gaat bij de LPF om een landelijk fenomeen, met relatief iets meer laag opgeleiden, meer mannen dan vrouwen, met een grote rol voor mensen in de grote steden en de overloopgemeenten in de Randstad. Daarbij valt op dat in de traditionele witte arbeiderswijken en de vergelijkbare voorsteden meer op de LPF wordt gestemd, terwijl in de gemengde wijken en de wijken en steden met hoger opgeleiden - die niet per se meer inkomen hebben – minder vaak die keuze wordt gemaakt. Het gaat niet om een verschijnsel dat zich vooral buiten de arbeidersklasse bevindt: zowel de locatie als het opleidingsniveau wijzen op het tegendeel. Het is de wraak van de Opelrijder, van de angsthazen, van de sportschoolbezoeker en van de gefrustreerde, wederom niet bevorderde boekhouder, van de man bovendien die zijn spaarcentjes op de beurs kwijtraakte. Ik wil het daarmee zeker niet afdoen: er zijn veel Opelrijders en veel boekhouders. De sfeer in bepaalde wijken tegenover allochtonen en meer in het bijzonder tegenover moslims maakt duidelijk dat er tegenwoordig openlijk gezegd en gedaan wordt, wat al lang leefde.

X
Politiek houdt niet van een vacuüm: het wegvallen van Pim Fortuyn wordt niet gecompenseerd door Mat Herben en een partij is de LPF al helemaal niet. Vandaar mijn stelling dat we vijf kanten op kunnen:
Ten eerste, een conservatieve reddingsoperatie van het CDA. Belangrijk is dat het CDA niet alleen bij gebrek aan beter heeft gewonnen. Het CDA heeft in dit tijdsgewricht wel degelijk een samenhangend verhaal. Het christelijk-sociale denken is flexibel genoeg, een traditie van honderddertig jaar staat er borg voor, een nog steeds bestaand netwerk op het ‘middenveld’ ook. Ook is sociaal-economisch ultraliberaal denken niet op zichzelf strijdig met het christelijk sociale erfgoed. We moeten ons daar verder in verdiepen.
Tweede mogelijkheid: een operatie Wiegel vanuit de VVD. Qua economische politiek sluit dit het beste aan bij het ultraliberalisme van de LPF, maar zonder echte samenhang, en zonder organiserend kader.
Ten derde kan de verrechtsing langs de lijn Leefbaar Nederland lopen - al lijkt het er nu niet echt op. Ze hebben een begin van een apparaat en veel banden met lokalos, maar beschikken ze ook over kader?
Het is ook mogelijk dat een poging wordt gewaagd het fortuynisme vanuit de LPF te definiëren. Ze rollen ongetwijfeld de komende tijd over straat. Maar bedenk wel dat hun kamerzetels genoeg zijn voor een fractieondersteuning, een wetenschappelijk bureau en vergelijkbare subsidies. Die lopen in de miljoenen en er zijn tientallen baantjes te vergeven. Nog even afgezien van hun intrede in de ministeries. Daarmee worden ze wel net als de rest. De vraag is dus hoe dat afloopt.
Tenslotte bestaan er mogelijkheden voor initiatieven van extreemrechts. We hebben ze gezien, hun aanwezigheid gemerkt, maar zonder hun gevaar te onderschatten denk ik niet dat we er ons blind op moeten staren.
De komende jaren zullen uitwijzen welke combinatie van deze vijf mogelijkheden de nieuwe situatie zal kenmerken. Een combinatie lijkt namelijk het meest waarschijnlijk.

XI
Waar de bezuinigingen vooral gehaald zullen worden is duidelijk. Bij de WAO, het rijkspersoneel, de gemeenten en de zorgverzekering. Het is echter de vraag of doorvoering van het SER-advies over de WAO - of iets dat daar op lijkt - op korte termijn zoden aan de dijk zet. Bezuinigingen op gemeenten, zowel bij het personeel als het niveau van de voorzieningen zijn altijd direct merkbaar in de achterstandsbuurten. Bij de zorgverzekering gaat het om de meest ingrijpende aanval op een belangrijk deel van de verzorgingsstaat die miljoenen lager betaalden in de portemonnee zal treffen. Ook vele honderdduizenden aanhangers van de LPF horen daarbij!

XII
We hebben antwoorden op drie vlakken nodig.
Ten eerste, ingrijpen in de discussies, van het Autonoom Centrum tot de Wiardi Beckman Stichting. We moeten ons weer bemoeien met discussies rond thema’s als de multiculturele samenleving, veiligheid, herstel van sociale samenhang, zwarte-witte scholen en dergelijke.
Tevens moeten we bouwen aan een links alternatief als perspectief op middellange termijn. Een alternatief dat zich verzet tegen het neoliberalisme, tegen de tweedeling en zich uitspreekt voor een multiculturele toekomst, voor verdieping van de democratie en voor een andere globalisering. Voordat een brede nieuwe linkse partij, gebaseerd op deze punten, tot stand komt zal de linkse beweging door een heel proces van omvorming moet gaan.
Tenslotte moeten we de verdediging rond concrete punten oppakken. Afhankelijk van het regeerakkoord kan daarop al meteen een brede coalitie gevormd worden met de intentie ook PvdA en vakbeweging erbij te trekken. We moeten goed kijken wat we hier kunnen doen. Ik wil me keren tegen de opstelling die je in activistisch links aantreft, dat je alleen echte macht vormt als je op straat demonstreert. Dat is een belangrijk doel van een mobilisatie, maar als je nog in een opbouwfase zit, pakt een kleine demonstratie slechter uit dan een goed bezochte manifestatie. En als je een manifestatie niet redt is een goed voorbereide bijeenkomst voor activisten ook belangrijk. Machtsvorming is vooral mogelijk door het bevorderen van de eigen organisatie van mensen, in wijken, in bonden, in sociale bewegingen en andere organisaties. De massale acties tegen de kruisraketten waren destijds onmogelijk geweest zonder de meer dan vijfhonderd plaatselijke platforms. En nu is het klimaat aanmerkelijk ongunstiger.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren