New Age: De crisis van de hoop

Kenmerkend voor New Age is de grote verscheidenheid. Deep ecology, astrologie, westerse interpretaties van oosterse godsdiensten en wijsheden, heidense godsdiensten, iedereen die gelooft dat ‘er meer is tussen hemel en aarde’ - om maar eens een cliché te gebruiken - maar niet hoort bij een van de traditionele godsdiensten, kan op een of andere manier tot de New Age gerekend worden. Toch zijn er ook algemene kenmerken te vinden.

Tegen God en Ratio
Binnen de New Age-beweging, maar ook in academische kring, leeft de opvatting dat de New Age de hedendaagse variant is van een historische stroming in de westerse geschiedenis die wordt voorgesteld als hèt alternatief voor zowel de joods-christelijke als de rationeel humanistische traditie. Deze stroming zou zich sinds het begin van de negentiende eeuw hebben verzet tegen wat zij de dominantie van dualisme en reductionisme in het westerse denken noemt. Terwijl de joods-christelijke en de rationele traditie volgens hen gebaseerd is op een dualistische kijk op de wereld - geest tegenover materie, mens tegenover God of natuur - bestaan in de New Age zulke tegenstellingen niet. De mens wordt gezien als één met de natuur en God. Er bestaat slechts ‘een geheel’: een fundamentele spirituele ‘substantie’ die zich op verschillende manieren manifesteert in onze leefwereld en die de bron is van de creatieve energie die de samenleving in stand houdt. Het doel van de New Age is het vinden van deze diepe innerlijke relatie van het individu met het spirituele. Iedere vorm van dualisme wordt gezien als een illusie die de mens vervreemt van het spirituele en daarom van het ware zelf. Aan deze vervreemding komt een einde door het ontwikkelen van een ‘holistisch’ bewustzijn: ieder individu is onderdeel van alles en - u raadt het - alles is onderdeel van het individu. Op deze manier wordt de vervreemding, in plaats van in de werkelijkheid aangepakt, filosofisch opgelost.
Een tweede element in de dominante westerse cultuur is volgens New Age-ers het reductionisme, bijvoorbeeld het materialisme als filosofisch uitgangspunt. Materialisten zouden het spirituele reduceren tot een illusoire interpretatie van wat in werkelijkheid materiële processen zijn. Spiritualiteit is in deze visie niets anders dan een bepaalde, verkeerde, representatie van materiële processen. Hoewel platte materialisten inderdaad op te gemakkelijke wijze de spiritualiteit afwijzen, treft het verwijt van reductionisme New Age aanhangers zelf ook. Terwijl de gedachte dat het spirituele voortkomt uit het materiële wordt verworpen, vat men de materie op als louter een manifestatie van het spirituele. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.
Zo plaatst de New Age zich tegenover de joods-christelijke en de rationeel-humanistische traditie om zich vervolgens als alternatief te presenteren. Helaas voor hen - of voor ons - liggen de zaken, zoals we zullen zien, ingewikkelder. New Age is misschien een uitdrukking van maatschappelijk onvrede, maar blijft gevangen in het web van de gevestigde orde.

New Age en moderniteit
De academische wereld begint langzamerhand het belang van de opkomst van New Age in te zien. Vanuit verschillende disciplines, antropologie, sociologie, cultuur- en godsdienstwetenschappen, worden pogingen gedaan het verschijnsel te begrijpen. Maar het huidige historische moment leent zich niet echt voor een radicale kritiek op het anti-maatschappelijke karakter van New Age; zijn doorgeschoten individualisme, de afwijzing van de dialektiek. Toch kan de beweging slechts in relatie tot het hedendaagse kapitalisme begrepen worden. Maar eerst iets meer over zijn geschiedenis.
Het westen kent een lange esoterische traditie waarop de New Age deels is gebaseerd. Haar huidige vorm moet echter gezien worden in het licht van de Verlichting en de Romantiek. Hoewel New Age-aanhangers zich verzetten tegen de ‘rationele’ wetenschap zijn ze sinds de negentiende eeuw sterk beïnvloed door moderne wetenschappelijke ontwikkelingen. Vanaf de negentiende eeuw werd de studie naar de Aziatische cultuur en godsdienst echt ter hand genomen. Deze oefende grote invloed uit op de spirituele beweging en op de hedendaagse New Age. Ook de moderne psychologie liet haar sporen na. De populariteit van de psycholoog Jung is daar een uitdrukking van. Geloof en spiritualiteit werden vanaf de negentiende eeuw niet langer in het openbaar beleefd, maar in het innerlijke, in de geest. Die Geest zelf wordt in toenemende mate als heilig beschouwd. De individualistische spiritualiteit profiteerde er gretig van.
New Age wordt gekenmerkt door een lange individualistische traditie, uitgedrukt in verzet tegen de gevestigde godsdienst en wetenschap. De spirituele interesse in psychologie hangt hiermee samen. Het gaat erom de eigen identiteit en individualiteit, kernwoorden in het jargon van New Age, te definiëren tegenover de samenleving.

Neoliberalisme en individualisme
Vonden de geschetste ontwikkelingen in de negentiende en het grootste deel van de twintigste eeuw nog plaats in de periferie van de samenleving, in de jaren tachtig en negentig trad een verschuiving op. De New Age werd gepopulariseerd en zijn organisaties groeiden. Bovendien kwam er een einde aan het alternatieve karakter van de New Age. In plaats daarvan werd de beweging onderdeel van de dominante cultuur. Uit managementtechnieken en populaire televisie (het ‘medium’ Jomanda, al zeer populair, krijgt nu bijvoorbeeld een eigen televisieprogramma) lijkt de New Age ideologie niet meer weg te denken. Ook in de politieke sfeer heeft het New Age virus toegeslagen. Erica Terpstra’s uitspraken over reïncarnatie waren daar slechts een illustratie van. De New Age werd een product, geproduceerd voor een groeiende markt.
Waarom? En waarom nu?
De oorzaak van deze verandering moet gezocht worden in de vroege jaren zeventig, bij het ingaan van een lange neergaande golf in het kapitalisme. De vraag was op dat moment hoe de crisis moest worden bestreden. In de ogen van leidende figuren in politiek en economie lag die oplossing in een ander, neoliberaal, kapitalisme, dat een verandering in het bewustzijn vereiste en ook deels bewerkstelligde. Toen het neoliberalisme in de jaren tachtig consolideerde betekende dat langzamerhand een fundamentele ommekeer in de zelfopvatting van mensen.
Zogenoemd ‘nieuw rechts’ wist gebruik te maken van het verlangen naar individualiteit die in de jaren zestig, tijdens de crisis van de gevestigde, paternalistische politiek, tot uiting kwam. Dat verlangen werd bevrijd door het politieke en culturele verzet van de tegencultuur, maar werd onder het neoliberale regime door rechts met succes geclaimd. Het verlangen naar individuele autonomie werd een hard individualisme, met de nadruk op individuele verantwoordelijkheid, dat een soepele afbraak van de verzorgingsstaat mogelijk moest maken. Die zou immers nooit mogelijk zijn geweest als sociaal-economische problematiek, eenzaamheid, de behoefte aan zingeving, niet als een individueel probleem maar als een maatschappelijke verantwoordelijkheid werd gezien. De jaren tachtig, waarin er volgens Thatcher ‘niet zoiets bestond als een samenleving’, hebben we vooral te danken aan het vermogen van rechts om op reactionaire wijze vorm te geven aan het verlangen naar individualiteit.
In dit culturele en politieke klimaat zien we de opkomst van New Age. Men voelt zich in het kille, economische individualisme niet helemaal thuis en gaat op zoek naar een alternatief. De New Age weet dat wel te bieden: de beweging moet niets hebben van een kil rationalisme en biedt soelaas aan hen die vinden dat er ‘toch meer moet zijn’ dan geld en succes. Bovendien biedt New Age een uitweg die goed past bij de neoliberale cultuur. In een kapitalisme dat zich presenteert als een zaligmakende gospel van redding, waardoor een ander soort samenleving onmogelijk lijkt, krijgt politiek verzet de vorm van een cursus individuele transformatie en zelfspiritualiteit. De New Age leent zich uitstekend voor zo een doorgeslagen politiek van het persoonlijke. En dat is nu juist het probleem.

Crisis van de hoop
Een van de belangrijkste verworvenheden van rechts de afgelopen decennia is de discreditering van de utopie. Met de individualisering, de vestiging van een neoliberale cultuur en de val van de muur hebben mensen het vertrouwen in fundamentele sociale verandering verloren. De crisis van links is daarom een crisis van de hoop, die zich uitdrukt in narcisme, in een zich naar binnen kerende samenleving met navelstarende individuen. New Age is ongetwijfeld een uitdrukking van een gevoel van onbehagen, misschien zelfs een soort maatschappelijke kritiek. En het is een open deur om te stellen dat de wereld niet zal veranderen door individueel contact met een of andere holistisch spiritueel geheel, maar door collectieve strijd en vertrouwen in het vermogen tot verandering. Een open deur, maar het is wel waar.
Juist daarom moet links haar lessen leren. Natuurlijk heeft een belangrijk deel van de linkse beweging veel te weinig oog gehad voor individuele problematiek, voor het verlangen naar individuele autonomie, voor de relatie tussen mens en natuur en de psychologische aspecten van bevrijding. Bovendien hebben al te rigide opvattingen van leninisme te vaak geleid tot een ontkenning van de behoefte aan en het recht op persoonlijke ontwikkeling. Dat zijn problemen die de radicale beweging serieus moet nemen en moet blijven bediscussiëren. Doen we dat niet, dan lijkt de opbouw van een radicaal alternatief voor de anti-maatschappelijke politiek van New Age nog ver weg.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop