Opnieuw niet volgens het boekje

11.05.2007

Toen de sjah in 1979 ten val werd gebracht had hij zich vervreemd van boeren en grootgrondbezitters, van arbeiders en zakenlieden, van zowel shi’ietische geestelijken als van liberale en marxistische intellectuelen. Veel van die liberalen en marxisten verwachtten dat Iran vanzelf een normale westerse, kapitalistische democratie zou worden. Zo was immers het tijdens de Franse Revolutie ook gegaan. De historicus Ali Gheissari wijst er op dat het idee dat de geschiedenis volgens een bepaald patroon verloopt heel diep zit bij Iraanse intellectuelen. Dit vertrouwen dat de geschiedenis het werk voor hen zou doen, werd eigenlijk al gelogenstraft op het moment dat de shi’ietische geestelijkheid na de val van de Sjah de macht naar zich toe trok. Die geestelijkheid vertrouwde minder op de loop van de geschiedenis als op haar vermogen om met mensen te communiceren. En af en toe vertrouwen de priesters nog immer op een flinke dosis repressie. Veel liberale en marxistische Iraniërs, maar ook talrijke westerse waarnemers, kunnen de heerschappij van de geestelijken slechts zien als een triomf van “middeleeuws bijgeloof”. Ondertussen voorspelt men al bijna dertig jaar de spoedige ondergang van de islamitische republiek. Waarna die natuurlijk opgevolgd zal worden door een “normale westerse democratie”.

Islamitische republiek
Waar maatschappelijke tegenstellingen in Iran uit de hand lopen, speelt de geestelijkheid de rol van scheidsrechter. De shi’ietische geestelijkheid is goed opgeleid en bezit genoeg cultureel kapitaal om die rol te vervullen. Ali Ansari wijst er in zijn uitstekende boek Modern Iran since 1921 op dat bijvoorbeeld Michel Foucault – niet toevallig een filosoof die het heersende liberale idee van vooruitgang ter discussie stelde - redelijk populair is onder Iraanse geestelijken. Zoiets past natuurlijk niet in de clichés over islamitische geestelijken zoals die in het westen bestaan.
Binnen de geestelijkheid bestaat op economisch vlak een tegenstelling tussen een meer populistisch ingestelde groep en één die de kant van het zakenleven kiest. Wat de culturele politiek betreft schippert de geestelijkheid tussen de voorstanders van meer individuele vrijheid en de conservatieven die een afkeer hebben van de “decadente westerse invloed”. En er zijn ook geestelijken die zowel cultureel conservatief zijn als voorstander van economische opening naar het westen. De kracht van de Islamitische Republiek is dat ze een kader biedt waar binnen deze meningsverschillen uitgevochten kunnen worden De oorlog met Irak verminderde de kans dat interne conflicten uit de hand liepen nog verder.
Nadat die oorlog in 1988 beëindigd was, werd de economie geliberaliseerd. De Islamitische Republiek behield daarmee de steun van het Iraanse zakenleven. Dat zakenleven klaagt wel eens, maar dat doet het zakenleven eigenlijk overal. De Iraanse bourgeoisie is er door het voorbeeld van het “bevrijdde” Irak waarschijnlijk alleen maar meer van overtuigd geraakt dat de Islamitische Republiek het beste kader is waarbinnen het Iraanse kapitalisme kan functioneren. Ondertussen groeit onder de bevolking de onvrede over de liberale economische politiek. President Ahmadinejad won de verkiezingen omdat hij deze onvrede mobiliseerde, maar gaat ondertussen door met het liberaliseren van de economie.

Positieve ontwikkelingen
Veranderingen in de sociale wetgeving, ontslaggolven, privatisering en het niet uitbetalen van lonen geven de laatste jaren aanleiding tot confrontaties tussen het management en de arbeiders. In januari 2004 waren in de zuidelijke provincie Kerman bijvoorbeeld 1500 arbeiders bezig met de bouw van een kopersmelterij voor een Iraans-Chinese joint venture. De bouwvakkers was beloofd dat als de fabriek klaar zou zijn, zij in deze fabriek zouden kunnen werken. Toen het grootste gedeelte van de arbeiders na de opening van de fabriek niet werd aangenomen, bezetten de bouwvakkers de fabriek. De bezetters werden uiteindelijk verdreven door de politie, die met scherp schoot en helikopters inzette. Officieel vielen er vijf doden, maar volgens de stakers lag het dodental tussen de zeven en de vijftien. Tachtig mensen werden gearresteerd. Toen ze uiteindelijk vrij kwamen bleek dat ze gemarteld waren. Het nieuws van het bloedbad, stimuleerde de ontwikkeling van een nieuwe arbeidersbeweging in Iran. Het Amerikaanse tijdschrift New Politics publiceerde onlangs een aantal artikelen over dit onderwerp, waarin ook Iraanse arbeidersleiders zelf aan het woord komen.
Het oprichten van vakbonden is in Iran de facto verboden, maar arbeiders hebben wel het recht om op het niveau van het bedrijf organisaties op te richten, die het doel hebben collega’s te helpen bij ziekte of tegenslag. Veel van die organisaties ontwikkelen zich tot een soort vakbonden. Arbeiders organiseren zich daarnaast ook in de vorm van een wandelclub. Wandelen is populair in Iran en het valt dus niet op als arbeiders op een vrije dag in een groepje de stad verlaten.
“We vinden er eigenlijk helemaal niets aan om in de bergen te wandelen. Maar het is onze enige mogelijkheid om buiten het werk bij elkaar te komen. We wandelen naar de eerste de beste geschikte plek en dan zitten we daar de hele dag te praten.” Sommige arbeiders richten ook illegale bedrijfscomités op, die ook pamfletten uitbrengen. “Die pamfletten steek ik in de prikklok als er niemand is. Als mijn collega’s ze vinden en ze lezen en er over praten, meng ik me in het gesprek en lees het pamflet zogenaamd hoogst verbaasd. Ik benadruk bepaalde punten in het pamflet en probeer ze te overtuigen.”, zo vertelt een Iraanse activist in New Politics. Ditzelfde bedrijfscomité schreef ook een brief aan het management, waarin men klaagde over de slechte betaling bij overwerk. De brief werd door één arbeider aan het management overhandigd, die prompt de boodschapper ontsloeg. Meteen ging het hele bedrijf in staking en een paar dagen later werd de man opnieuw aangenomen.
En in Iraans Koerdistan hebben naaisters die thuis of in sweatshops werken toestemming gevraagd om een islamitische arbeidersvereniging op te richten. Dergelijke islamitische arbeidersverenigingen bestaan in heel Iran en zijn een soort staatsvakbonden. Maar het ministerie van arbeid erkent de naaisters niet als arbeiders, omdat ze thuis werken. “We zijn nu met zo’n honderd naaisters die alleen maar bij elkaar komen om met elkaar te praten. (…) We willen dat niet illegaal doen. Onze mannen moeten geen reden hebben om te voorkomen dat we bij elkaar komen en de geheime politie geen reden om ons lastig te vallen. We zijn nu in beroep gegaan bij een rechtbank in Teheran en als we daar niet slagen gaan we naar de International Labour Organisation”, vertelt een van hen.
Overal in Iran bestaan dus semi-legale en illegale arbeidersorganisaties op bedrijfs- en lokaal niveau. Concreet heeft dit geleid tot een golf van stakingen. In maart 2004 staakte een derde van alle leraren in het land. De stakingsoproep werd gedaan door een muitende leider van de Islamitische arbeidersvereniging voor leraren. Ook het personeel van de medische faculteiten volgde de stakingsoproep, de eerste massastaking van vrouwen in de geschiedenis van de Islamitische Republiek.
De leider van de staking werd gearresteerd en de betreffende islamitische vereniging werd verboden, waarna de staking eindigde. Deze staking is interessant omdat onderwijs een van de weinige terreinen is waar de Islamitische Republiek een positieve rol voor vrouwen heeft gespeeld. Verpleegsters staakten daarna tegen de privatisering van de gezondheidszorg. De arrestatie later van stakende buschauffeurs in Teheran leidde gelukkig tot bemoeienis van de internationale vakbeweging. De stakende arbeiders werden belaagd door islamitische milities. De staking ging over de privatisering van het gigantische busbedrijf van Teheran, een stad met meer dan tien miljoen inwoners. Het busbedrijf is waarschijnlijk extreem winstgevend. In de laatste acht jaar verdubbelde het aantal passagiers. Verbetering van het openbaar vervoer is noodzakelijk omdat Teheran door zijn ligging lijdt onder een gigantische luchtverontreiniging. De vakbond heeft daar een traditie van meer dan vijftig jaar. De strijd om de privatisering van het busbedrijf gaat nog steeds door.
In 2004 en 2005 werd een geliefde actievorm bij ontevreden arbeiders van buiten Teheran om met een karavaan van touringcars naar Teheran te gaan en daar te stoppen bij het parlement, het ministerie van Arbeid of zelfs bij het bureau van de Opperste Leider Ayatollah Khamenei. De politie durft niet op te treden tegen dit soort protesten omdat men bang is dat eventuele rellen zich zouden uitbreiden over heel Teheran.

Volkse karakter
Sommige Iraanse emigranten raken geboeid raken door Hirsi Ali-achtige ideeën dat vooruitgang in Iran alleen maar mogelijk is als mensen de islam afzweren. Die ideeën zijn niet nieuw. Ook de Sjah had de neiging om alle problemen in Iran te verklaren uit de islam. En de Iraanse communistische partij vindt dat arbeidersstrijd vooral een democratische burgerlijke staat tot doel moet hebben en pas daarna zou men kunnen gaan vechten voor het socialisme. De realiteit van de nieuwe arbeidersbeweging past niet in dat schema. In een verslag van een staking door een man die zich ‘Kommunard’ noemt zegt hij over een bijeenkomst van 3000 stakers. “Het was net Karbala!” Het pseudoniem van deze man laat zien dat hij enigszins bekend is met de geschiedenis van de arbeidersbeweging, maar zijn vergelijking van zo’n bijeenkomst met een bedevaart naar Karbala laat tegelijkertijd zien dat hij midden in de Iraanse volkscultuur staat. Het is denkbaar dat de Iraanse arbeidersbeweging aan de wieg staat van een ontwikkeling die de schema’s over de ontwikkeling van de menselijke vrijheid opnieuw radicaal ter discussie stelt.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.