Palestijnse jongeren: achter de wolken schijnt de zon

07.05.2021

Hoewel er vanuit Palestina al geruime tijd deprimerend nieuws komt, zijn er toch ook wel degelijk lichtpunten – zoals de hoopvolle initiatieven van Palestijnse jongeren in de regio en elders ter wereld. [leestijd 25 minuten] 

De afgelopen twee decennia zijn rampzalig geweest voor Palestina en de Palestijnen, misschien wel even noodlottig als het traumatische jaar 1948 of zelfs nog ellendiger. Na hun aankondiging van de ‘Deal of the Century’ [Donald Trump] hebben de Verenigde Staten allerlei gebaren richting Israel gemaakt. Niet alleen zijn bijvoorbeeld de bezetting van Oost-Jeruzalem en de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever door de Verenigde Staten goedgekeurd, maar ook is de toekomstige annexatie van delen hiervan door Israël alvast gerechtvaardigd verklaard.

Het begon deze eeuw met de meedogenloze onderdrukking van de Tweede Intifada [volksopstand], waarna zich sinds 2006 stapsgewijs een toenemende genocide in de Strook van Gaza heeft voltrokken. Hierbij komt nog de racistische wetgeving tegen de Palestijnen binnen Israël, die in de zomer van 2018 culmineerde in de Wet op de Joodse Natie- Staat die door velen terecht de Israëlische Apartheidswet wordt genoemd.

Twintig jaar lang zijn er dagelijks etnische zuiveringsoperaties tegen de Palestijnen uitgevoerd in de zogeheten C-Gebieden op de Westelijke Jordaanoever, met name in de Jordaanvallei en de regio ten zuiden van Al-Khalil/Hebron. Iets langzamer, maar even destructief heeft zich ondertussen het proces voortgezet van de ‘verjoodsing’ van Groot-Jeruzalem en van de tweedeling van de Westelijke Jordaanoever, veroorzaakt door de Muur en de territoriale wiggen van de joodse nederzettingen.

Dit alles lijkt een poging om de Palestijnse kwestie te depolitiseren en de Palestijnse versie van de geschiedenis te ontkrachten. Al-Nakba [de Catastrofe van 1948] en de Israëlische verantwoordelijkheid hiervoor worden volledig ontkend, evenals de politieke en basale mensenrechten van de Palestijnen.

Twee factoren hebben de Palestijnen belemmerd om aan deze rampen en deze aanval op hun naakte bestaan het hoofd te bieden: ten eerste de verdeeldheid in hun eigen nationale beweging, en ten tweede de onwil van de mondiale politieke elites – met name die in het Westen – om stevig voor hen tussenbeide te komen. Integendeel: van de regeringen, de media en de academische wereld van die elites krijgt het misdadige Israëlische beleid ter plaatse alle vrijheid.

Israel Apartheid Week

Toch is niet álles zo somber. Buiten Palestina heeft de BDS-beweging (Boycot, Desinvesteren & Sancties) sinds 2005 aan kracht gewonnen doordat de houding van het maatschappelijke middenveld tegenover Palestina wereldwijd aanmerkelijk is veranderd.

Minder zichtbaar, maar zeker zo belangrijk is het werk van Palestijnse jongeren waar ook ter wereld – het thema van dit artikel. Hun activiteiten in de Palestina-verenigingen alom op de universiteitscampussen, die elk jaar hun hoogtepunt bereiken in de Israël Apartheid Week, heeft overal de solidariteitsbeweging nieuw leven ingeblazen. Zij brengen echter meer mee dan alleen jeugdig enthousiasme. Deze jongeren komen voortdurend met frisse en nieuwe ideeën, een reden om de hoop niet te verliezen en een teken dat de Palestijnse strijd nog lang niet gestreden is. Een gericht onderzoek naar deze activiteiten en deze ideeën kan ons helpen om de huidige stand van de vrijheidsstrijd in Palestina en de toekomstige mogelijkheden ervan scherper te beoordelen.

De Palestijnse samenleving is een van de jongste ter wereld. Het is niet eenvoudig om statistieken te bemachtigen voor elke Palestijnse gemeenschap ter wereld. Maar voor zover wij wél over statistieken beschikken, blijkt dat 57 procent van de bevolking onder de 24 jaar is en 80 procent onder de 30 jaar. Andere Palestijnse gemeenschappen hebben hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbare leeftijdsopbouw.

Deze jongeren zullen voorop lopen voor de Palestijnse zaak. Van deze nieuwe krachten tracht dit artikel de activiteiten en onderlinge relaties deels in kaart te brengen en vast te stellen welke ideologische trends, aspiraties en stemmingen er onder deze groep Palestijnen leven. Misschien kunnen wij hieruit leren of hun frisse impulsen die de bevrijdingsbeweging als geheel inspireren, henzelf en ons uit de huidige belabberde periode zullen leiden – een van de zwartste in de geschiedenis van Palestina.

Net als de rest van de Palestijnse samenleving wonen ook de jongeren op allerlei plaatsen, die geopolitiek verschillen. En natuurlijk bepaalt de plaats waar zo'n groep zich bevindt haar specifieke agenda's en aspiraties, maar de Palestijnse nationale beweging en haar bevrijdingsstrijd worden ook beïnvloed door gemeenschappelijke doelstellingen en hoop.

In bezette gebieden

Laten wij beginnen met enkele groepen die in bijzondere situaties verkeren en vrij unieke agenda's hebben.

Allereerst zijn daar de jongeren die op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de geblokkeerde Strook van Gaza wonen. Hun zorgen en angsten zijn deels dezelfde als die van de bevolking in de bezette gebieden. Dat blijkt niet alleen uit recent onderzoek, maar is ook mijn eigen intuïtieve indruk na daar lange tijd te hebben doorgebracht. Belangrijkste punt van zorg is de onophoudelijke beproeving van te leven onder een directe of indirecte Israelische bezetting, met pesterijen door het leger, de kolonisten en de grenspolitie. Bijzonder verontrustend is ook de voortdurende vrees voor langdurige sluitingen, uitgaansverboden en opsluitingen zonder proces.

Uniek voor jongeren is hun wrok, veroorzaakt door politieke uitsluiting en het onbehaaglijke gevoel van sociale uitbuiting. De Palestijnse Nationale Raad [het parlement van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, PLO] heeft van de Palestijnse jongeren een onbeduidend aantal toegelaten – slechts drie van de 450 leden van deze Raad zijn afkomstig uit de studentenvakbonden.

Er zijn aanwijzingen dat de Israelische bezettingsmacht het gemunt heeft op jongeren en in het bijzonder op kinderen. De meeste Palestijnen die recentelijk door het bezettingsleger werden gedood, zijn jonge mensen. Deze generatie is geboren in een door Israel gecreëerde, rampzalige geografie met rampzalige gevolgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn. Zij zijn gevormd door hun verzet tegen deze realiteit, en dat heeft hun politieke oriëntatie bepaald.

Algemeen heerst de verdenking dat bureaucratie, nepotisme en corruptie jongeren de weg blokkeren naar de beperkte beroepsmogelijkheden die de bezetting hun biedt. Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat in de bezette gebieden delen van de jongere generatie wanhopiger zijn dan waar ook in het historische Palestina of in het buitenland. Toch strijden jongerenbewegingen overal én tegen de bezetting in hun eigen regio én gezamenlijk voor een ander Palestina.

Net als in de Syrische vluchtelingenkampen en soms die in Libanon, speelt bij de jonge Palestijnen de existentiële angst voor hun eigen dood en die van hun familieleden zo'n overheersende rol dat die vaak hun toekomstvisie vertroebelt. Maar laten wij niet te veel generaliseren. Er zijn immers fantastische initiatieven die de dagelijkse strijd van jonge Palestijnen voor hun bestaan koppelen aan een strategisch vooruitzicht: een andere en betere toekomst.

Door elite onderschat

Wat veel Palestijnse jongeren zorgen baart ongeacht waar zij wonen, is ook de voortdurende verdeeldheid tussen FATAH en HAMAS. Zij hebben weinig bewondering voor beide organisaties, al erkennen zij daarvan wel de historische rol en de actuele betekenis voor het voortzetten (of het blokkeren!) van de bevrijdingsstrijd.

Helemaal geen bewondering hebben zij voor het Palestijns Nationaal Gezag (PNA), zo blijkt uit een recente enquête van de Palestijnse niet-gouvernementele organisatie BADIL. Volgens de jongeren is deze instantie corrupt en belemmert zij de massamobilisatie. Uit deze enquête blijkt echter ook dat zij beseffen dat de PNA op dit moment niet van onderaf kan worden ontbonden.

Bovendien wordt volgens het onderzoekscentrum Arab World for Research and Development (AWRAD) erkend dat dit bestuur ‘miljoenen Palestijnen voedt’. De vrees bestaat dat het ontbinden hiervan tot een volledige bezetting zal leiden, wat jongeren ervan weerhoudt om deze oplossing als strategie te steunen. Maar is het ontbinden van de PNA wel zo'n slecht scenario ? Dat weet niemand; het onderzoek geeft hierover geen uitsluitsel.

In de bezette gebieden binnen Israël, maar ook in de rest van de wereld frustreert het jongeren dat de Palestijnse politieke elite hun potentieel onderschat. Jonge activisten herinneren er voortdurend aan dat ook de oprichters van de Palestijnse nationale beweging jong waren toen zij met hun activiteiten begonnen. 

Eerste Intifada als politiek kompas 

Voor de Palestijnse jongeren in de bezette gebieden is de Eerste Intifada van 1987 de vormende gebeurtenis die hun uitzicht bood op hun toekomstmogelijkheden. Tijdens die opstand kwamen zij onder de publieke aandacht doordat zij een centrale rol speelden. Zij maakten deel uit van het Verenigd Nationaal Leiderschap van de Opstand en dit droeg enorm bij tot het besef van hun belang en relevantie.

De jongeren op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza leverden het vreedzame en ongewapende verzet dat men in het Westen doorgaans wel leek te kunnen steunen, waarbij zij het Israëlische frame van de Palestijnse strijd als terrorisme met succes aanvochten. In de ogen van de Palestijnen in de hele wereld namen jongeren het voortouw in dit democratische, egalitaire en massale volksverzet. Deze politieke actievorm had eerder al bestaan tijdens de Mandaatperiode [1920-1948], maar was tussen 1948 en 1982 vervangen door de guerrillastrijd.

Nog steeds worden jonge mensen en vooral studenten gestimuleerd door de herinnering aan de deelname van jongeren aan de Intifada. Die staat voor de tijd waarin zij een enorm platform achter zich konden krijgen, tot acties ter plaatse inspireerden en als politiek kompas voor de toekomst fungeerden.

Veel van deze jongeren beseffen inmiddels dat de resultaten van de Eerste Intifada teniet zijn gedaan door het zogenaamde ‘vredesproces’ van Oslo, dat in 1993 begon. Toch vinden zij dat de opstand een blijvende erfenis van empowerment heeft nagelaten.

De nalatenschap van de Eerste Intifada is inderdaad wijdverbreid. Deze heeft de kracht aangetoond van de volksacties in de wijken en de vluchtelingenkampen, aangestuurd door directe democratische besluitvorming en zonder ‘ideologische drama's’. Dit verklaart ook waarom de opstand, ondanks de wanverhouding tussen deze ongewapende gemeenschap en het sterkste leger in de regio, bijna drie jaar heeft kunnen voortduren.

Tweede Intifada als verzetsbeweging 

Deze jonge stemmen verstomden echter tijdens de meer gemilitariseerde Tweede Intifada. In en buiten het historische Palestina betekende deze een keerpunt voor de jonge activisten. Deze tweede opstand bracht de verlammende verdeeldheid tussen FATAH en HAMAS aan het licht, wat op haar beurt ertoe leidde dat de jonge activisten zich van deze giftige splitsing probeerden te distantiëren.

Jonge Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever hebben dit een stap in de richting van ‘een no-nonsense initiatief’ genoemd, dat zich vandaag de dag op veel manieren voortzet en een alternatieve weg naar de toekomst zoekt. Deze energie werd gekanaliseerd naar het maatschappelijk middenveld in de vorm van NGO's en jeugdverenigingen, die zich verzamelden onder de paraplu van de Independent Youth Movement (Onafhankelijke Jeugdbeweging).

Dit initiatief groeide uit tot een verzetsbeweging van het volk, die sinds 2003 krachtig optreedt op markante momenten zoals de strijd tegen de apartheidsmuur, de Israëlische aanvallen op de Strook van Gaza en de Arabische Lente. Zij bereikte in 2018 haar hoogtepunt als een moedige verzetsbeweging van het volk met de Grote Mars van de Terugkeer, bij het grenshek van de Strook van Gaza. Meer recentelijk kwamen hieruit plaatselijke jongerenbewegingen voort. Veel daarvan hebben hun eigen websites en Facebookpagina's en zijn betrokken bij het verzet tegen de Israëlische poging om grote delen van het C-Gebied [onder directe Israëlische militaire bezetting; red.] van de Westelijke Jordaanoever etnisch te zuiveren.

Zo'n groep is bijvoorbeeld actief in Masafer Yatta, het heuvelachtige gebied ten zuiden van Al-Khalil/Hebron. In deze regio vallen het leger en de joodse kolonisten al jarenlang de plaatselijke bevolking lastig. Dit heeft in sommige gevallen geleid tot de gedwongen uitzetting van boeren. De jongeren hebben deze verlaten dorpen weer bevolkt, zodat de boeren er kunnen terugkeren. Daarnaast begeleiden zij kinderen en boeren die op weg naar hun school en hun velden dagelijks door kolonisten worden aangevallen.

Deze volksbeweging van protest en verzet is niet alleen tegen de bezetting gericht, maar tegen elk misbruik van macht, middelen en staatsfondsen. Zij waakt tegen ‘normaliserende’ woorden en daden die de bezetting kunnen bestendigen en legitimeren. Dit is geen nieuw verschijnsel. Al tijdens de Eerste Intifada vochten de jongeren tegen de vermoeidheidsverschijnselen bij sommige leden van de oudere generatie, die zich bij de bezetting leken neer te leggen en haar als een voldongen feit accepteerde.

Je plaats opeisen

Het zal niemand verbazen dat veel jongeren de Eerste Intifada willen herhalen. De troosteloze realiteit die tot de intifada leidde, is immers na de Oslo-akkoorden op allerlei manieren in een veel beroerdere versie teruggekomen. De economische situatie is vandaag de dag verslechterd door het Israëlische beleid van wegen versperren, fouilleren, deporteren, huizen slopen, gezinnen scheiden en detineren zonder proces. En zo begaan de bezetters nog veel meer grofheden.

Israël blijft bijzonder wreed optreden tegen geweldloze Palestijnse individuen en bewegingen. Nieuwe golven van protest, zoals tijdens de beide Intifada's, stuitten op nog hardvochtiger en onmenselijker reacties. Sommige Palestijnen ondersteunen nog steeds het opnieuw overgaan tot gewapend verzet, zoals FATAH en HAMAS dat tijdens de Tweede Intifada geprobeerd hebben, maar ook deze variant lokt wrede Israëlische reacties uit. Die grenzen in het geval van de Strook van Gaza aan het uitvoeren van genocidaal beleid.

De Palestijnse jongeren delen geen eenduidige visie, want veel hangt af van waar zij wonen. Toch hebben zij daarbij gemeenschappelijke kenmerken en dezelfde thema's, zij het met verschillende accenten. De jongeren op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de geblokkeerde Gazastrook maken zich zorgen over de groeiende politieke kloof tussen FATAH en HAMAS. Zij leggen hun focus eveneens op het einde van de bezetting, maar koppelen die anders dan de oudere generatie veel meer aan de volledige bevrijding van Palestina.

De jongeren geloven dat aan de ideologische onenigheid – die verdeeldheid zaait tussen de belangrijkste politieke blokken – een eind kan komen als rekening wordt gehouden met hun standpunten en gedachten. Zij zijn ervan overtuigd dat eenheid cruciaal is voor een einde aan de Israëlische bezetting en voor de vrijheid van geheel Palestina. Gemarginaliseerd en soms zelfs onderdrukt door hun leiders, blijven zij zowel aan de basis als de top hun plaats in de politiek opeisen en staan zij pal voor hun recht op deelname aan het proces van politieke besluitvorming, dat de toekomst van hun vaderland zal bepalen.

Gezamenlijke Lijst

De Tweede Intifada speelde een nieuwe rol in het politieke leven van de Palestijnse jongeren in Israël, doordat hun activisme in de burgermaatschappij hierdoor werd versterkt. Boeken als Coffins on Our Shoulders: The Experience of the Palestinian Citizens of Israel, door Dan Rabinowitz en Khawla Abu-Baker [Berkeley: University of California Press, 2005; 232 pp.] hesen de jonge activisten zozeer op het schild als een trotse generatie dat de offers en successen van de oudere generatie Palestijnen in Israël, tussen 1948 en 2000, daarbij zelfs werden gebagatelliseerd en verkeerd geïnterpreteerd.

Dit ging gepaard met de groei van de NGO's en het maatschappelijk middenveld als geheel, aangedreven door het enthousiaste activisme van de jongeren. Ook in dit geval werden de gevestigde politieke krachten in de gemeenschap – de Palestijnse partijen in de Knesset [parlement] – door de jongeren weliswaar gerespecteerd, maar vanwege hun gebrek aan eenheid ook bekritiseerd. Dit is de afgelopen jaren enigszins veranderd met de vorming van de Gezamenlijke Lijst, die alle Palestijnse politieke partijen in Israël omvat [totdat Ra’am zich begin dit jaar afscheidde; red.]. Hierin zitten aardig wat jongere politici, onder wie hun socialistisch georiënteerde leider in de Knesset Ayman Odeh.

Nog relevanter is dat steeds meer jongeren zich voor de één staat-oplossing inzetten, de BDS-campagne strategisch bezien en het Palestijnse recht op terugkeer krachtig bepleiten. Hiermee proberen zij een tegenwicht te bieden tegen het Israëlische beleid, dat erop gericht is de Palestijnen in Israël te ‘vervreemden’ en hen af te schilderen als vreemdelingen in hun eigen land.

Elk jaar meelopen in de Mars van de Terugkeer

Een zeer belangrijk onderdeel van de strijd, dat de aspiraties en toekomstvisies van de jongeren ter plaatse beïnvloedt, zijn de culturele projecten die blijven herinneren aan de Nakba. Daaronder zijn reconstructies van in de Nakba verwoeste dorpen, waaruit blijkt hoe deze er vóór 1948 uitzagen en er weer zouden kunnen uitzien na terugkeer van de vluchtelingen. Die programma's hebben er zelfs toe geleid dat zich op een van de verwoeste locaties metterdaad een groepje jongeren heeft gevestigd.

De herinnering aan de Nakba wordt levend gehouden door de jonge activisten. Wat zij meemaken is voor henzelf en veel andere Palestijnen al-Nakba al-Mustamera (de voortgaande Nakba). Dit concept bevestigt de cruciale stelling van wijlen de antropoloog Patrick Wolfe over de praktijk van de joodse kolonisten – toen en nu: dit is geen reeks incidenten, maar een structuur. Het Israelische beleid jegens de Palestijnen werd en wordt ingegeven door de koloniale ideologie van het zionisme en heeft vorm gekregen door de onvolledige etnische zuivering van 1948. Jonge Palestijnen confronteren Israël met dit beleid. Zij eisen dat het zijn toenmalige misdaden rechtzet en zijn huidige agenda van onderdrukking in heel historisch Palestina beëindigt.

De herdenking van de Nakba door de Palestijnse jongeren is een terugkerend gebeuren: elk jaar lopen in een Mars van de Terugkeer duizenden mensen naar een van de vele dorpen die in 1948 zijn verwoest. Alle Palestijnse politici nemen eraan deel. De mars is het middelpunt geworden van de culturele en politieke strijd tegen de Israëlische Nakba-wet van 2011, die elke overheidssteun verbiedt aan iedereen die de gebeurtenissen van 1948 als een ‘Nakba’ (Catastrofe) herdenkt.

Het initiatief voor deze jaarlijkse mars is genomen door interne Palestijnse vluchtelingen, nadat de Conferentie van Madrid in 1991 had gefaald in het aansnijden van de vluchtelingenkwestie. In 1995 is de Association for the Defence of the Rights of the Internally Displaced in Israël(ADRID), opgericht om elk jaar voor 15 mei een Mars voor de Terugkeer te organiseren naar steeds een ander dorp. Zo is dit thema terechtgekomen op de Israëlische maatschappelijke agenda.

Zionistische goeroe

In de wereld waarin deze interne vluchtelingen leven – tussen het Israëlisch staatsburgerschap en de Palestijnse nationaliteit – helpt juist de inheemse dimensie van deze jaarlijkse herdenking om hun rol in Israel en in de Palestijnse samenleving te definiëren. Hun identiteit wordt nog duidelijker door de bezwaren van de zionisten, en met name liberale zionisten, tegen hun culturele herdenkingsprojecten.

Professor Shlomo Avineri is een goeroe van dat liberale zionisme, en hekelt de herdenking als een instrument om de staat Israel onwettig te verklaren. Hij ziet haar als een uiting van de verborgen wens om de nationale beweging te versterken, om van daaruit te komen tot natie-vorming van de Palestijnse burgers in heel historisch Palestina. Avineri's afkeuring laat zien hoe klein de verschillen tussen alle zionistische politieke stromingen in Israel zijn, als het aankomt op de legitieme rechten van de Palestijnen.

De etnische zuivering van 1948 wordt door Israelisch ‘links’ en ‘rechts’ in dezelfde mate ontkend. Als deze ontkenning voortduurt en niet omslaat in de erkenning van Israels verantwoordelijkheid voor de misdaden tegen de menselijkheid die het in 1948 heeft begaan – en die nadien nog zijn toegenomen – dan is er geen basis voor enige zinvolle verzoening in de toekomst.

Een belangrijke instelling in dit verband is Mada al-Carmel, opgericht door de schrijver en filosoof Azmi Bishara. Als enige instituut heeft het aan jonge Palestijnse intellectuelen ruimte geboden voor een vrije discussie over hun eigen geschiedenis en hun huidige omstandigheden, die binnen het Israëlische academische establishment onmogelijk is. De Palestijnse gemeenschap in Israël heeft een enorm menselijk en intellectueel potentieel. Zodra deze gemeenschap een leidende rol gaat spelen in de Palestijnse politiek, een rol die nu nog door Israël en de PLO wordt ontkend, zal dit potentieel de beweging voor vrijheid en gerechtigheid versterken.

Corbyn en Sanders

Goede onderzoeken naar hoe de jongere generatie aankijkt tegen een toekomstige oplossing zijn er maar weinig. Toch zijn er aanwijzingen dat haar steun heen en weer schuift van de twee staten-oplossing naar de één staat-oplossing. Onlangs zijn rond dit andere idee nieuwe initiatieven ontstaan.

Het opvallendste initiatief is de One Democratic State Campaign(ODSC), die kan uitgroeien tot een volksbeweging wanneer de laatste aanhangers van de twee staten-oplossing hun nederlaag toegeven en dit idee laten varen. Want ‘ideologische vacuüms blijven nooit leeg’, leert ons Karl Marx.

Uiteindelijk kent deze groep jonge Palestijnen hetzelfde gewicht toe aan de mensenrechtenagenda en de nationale agenda. In hun ogen is de Palestijnse staat of volledige Palestijnse soevereiniteit even belangrijk als burgerlijke, economische en sociale gelijkheid. Daarom staan politici als Jeremy Corbyn en Bernie Sanders bij hen hoog aangeschreven. Ook sommige Palestijnse leden van de Knesset koesteren deze idealen, maar zij geloven op haast devote wijze nog in de twee staten-oplossing.

Dit ligt anders bij hun achterban aan de basis en bij jongere groepen in het maatschappelijk middenveld, die sterk de nadruk leggen op het recht op terugkeer. Hun visie vindt weerklank bij jonge Palestijnen in de vluchtelingenkampen buiten Israël en in de bezette gebieden, van wie sommigen na 2012 opnieuw vluchteling werden in Europa, en ook bij de ballingen met een langjarige ervaring.

Meer dan identiteitskaart

De zionistische leiders hebben gedacht dat de vluchtelingen zouden uitsterven of anders de Nakba wel zouden vergeten. Dit wensbeeld is niet uitgekomen. Integendeel: de Palestijnen hebben ondanks alle Israëlische pogingen om hun samenleving te verdelen en te vernietigen, hun rechten niet opgegeven. Standvastig blijven zij de confrontatie aangaan met het Israëlische uitzettingsbeleid.

Met een ander onderzoek van BADIL is duidelijk aangetoond dat de derde en vierde generatie Palestijnse vluchtelingen hun verbondenheid met Palestina niet zijn ‘vergeten’. Dit onderzoek is onder Palestijnse jongeren tussen de 15 en 19 jaar uitgevoerd in de zeven gebieden waar de meerderheid van de Palestijnen verblijft: Israël, de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem, Jordanië, Syrië en Libanon.

De overgrote meerderheid van de jonge respondenten blijkt zichzelf als Palestijn te zien. Zoals het rapport stelt: ‘De betekenis van deze meerderheid valt alleen te begrijpen door wie bedenkt dat deze gemeenschappen zijn geboren in een gedwongen ballingschap en nooit een voet gezet hebben in Palestina – waarvan het bestaan door Israel wordt ontkend.’ Uit het onderzoek komen patronen naar voren van een verenigde Palestijnse identiteit, ondanks Israëls pogingen om dat sociale weefsel onherstelbaar te beschadigen en het met zijn geopolitiek te verscheuren.

Het onderzoek toont ook aan dat Palestijnse jongeren in verschillende regio's vergelijkbare opvattingen hebben over hun identiteit en de toekomst. Palestijn zijn, dat is veel meer dan een kwestie van welke identiteitskaart je hebt. Identiteit is vooral betrokkenheid bij de strijd voor de volledige bevrijding van Palestina. Deze onderzoeksresultaten uit 2012 zijn door recente onderzoeksresultaten bevestigd.

De vurige wens van een oplossing die gebaseerd is op het recht op terugkeer, gecombineerd met de vestiging van een democratische staat in heel historisch Palestina, wordt nog duidelijker als wij de opvattingen onder de loep nemen van de jongeren in de Palestijnse ballingengemeenschappen.

Wereldwijd zijn deze jongeren georganiseerd in Palestina-verenigingen op de campussen en in bewegingen die alle lagen van de bevolking omvatten. Hun activiteit is vooral indrukwekkend in de Verenigde Staten, waar zij onvermoeibaar evenementen organiseren in onder meer universiteiten, clubs, kerken en moskeeën. Zij hebben nauwelijks toegang tot de platforms van de mainstream media, maar maken daar evenmin fervent gebruik van: zij vertrouwen deze media ook niet.

Progressieve coalitie actief in de VS

Een meta-organisatie voor de genoemde activiteiten is de Palestine Youth Movement,die vooral jonge Palestijnen in de Verenigde Staten vertegenwoordigt. De PYM omschrijft zichzelf als ‘een transnationale, onafhankelijke basisbeweging van jonge Palestijnen in Palestina en in ballingschap wereldwijd’. Zij weigert een duidelijk linkse of rechtse ideologische kleur te hebben, waarmee zij zich onderscheidt van de politieke stromingen van de jaren zeventig binnen de Palestijnse bevrijdingsbeweging, toen elk van die stromingen zijn internationale ideologische bondgenoten had. PYM stelt:

Ongeacht onze verschillende politieke, culturele en sociale achtergronden streven wij ernaar de traditie te laten herleven van een pluralistische inzet voor onze zaak, om een betere toekomst te garanderen die gekenmerkt wordt door vrijheid en rechtvaardigheid op sociaal en politiek niveau – voor onszelf en voor de volgende generaties.

Dit sluit aan bij de agenda van heel veel jongeren die sinds 2008 hebben deelgenomen aan protesten overal ter wereld – van de Arabische Lente tot het protest van de Franse ‘Gilets Jaunes’ (Gele Hesjes). Hier klinken socialistische en linkse ideeën in door. Traditioneel links en degenen die zich volledig hiermee identificeren, zoals ikzelf, moeten de kern van de socialistische visie echter opnieuw definiëren. Deze moet universeel en niet eurocentrisch zijn, en goede oude waarden integreren in de nieuwe perspectieven en aspiraties van de jongere generatie.

Een belangrijk vraagstuk is verder de houding tegenover de islam als beschaving in het Midden-Oosten – en dus niet alleen als godsdienst – en hoe deze houding onderdeel kan zijn van een relevant en krachtig wereldbeeld om een revolutionair bondgenootschap aan de basis te smeden. Een ander probleem is de angst van gevestigde linkse politieke organisaties zoals de Britse Labourpartij, de Britse vakbond TUC en de progressieve flank van de Democratische Partij in de Verenigde Staten om de één (democratische) staat-oplossing volledig te onderschrijven.

De PYM staat voor een nieuwe, recentelijk gevormde coalitie van Palestijnen die zich identificeren met elk soortgelijk verzet wereldwijd en ook met de Arabische Lente. Zoals op de website van de PYM vermeld staat, is haar activisme ‘diep geworteld in de Arabische regionale context die bevrijd moet worden van het neokolonialisme, wil de volledige bevrijding van Palestina een tastbare realiteit worden’.

Net als soortgelijke Palestijnse groepen, laat ook de PYM zich leiden door het vaste geloof dat jongeren de gehele nationale beweging nieuw leven kunnen inblazen en de bevrijdingsstrijd kunnen voortstuwen. Haar voorsprong komt naar eigen zeggen voort uit het verwoorden van een duidelijk eindspel: het gedeelde vergezicht van een bevrijd en democratisch Palestina. Zij is vertrouwd met zowel de theorie als de praktijk van de sociale beweging en werkt professioneel om jonge mensen mondiger te maken en hen voor te bereiden op uitbreiding van de strijd in de Verenigde State.

Scholing, workshops, conferenties, demonstraties en campagnes zijn de middelen waarmee de PYM een constante aanwezigheid garandeert in de publieke opinie en in de openbare ruimte. De tijd zal uitwijzen hoe succesvol dit alles zal zijn, maar het lijkt erop dat zo de weg is geëffend voor brede steun voor de Palestijnse zaak onder de Amerikaanse jongeren.

The Electronic Intifada

Zowel in delen van historisch Palestina als in het buitenland zijn de jongeren fervente gebruikers van het internet, waarop zij ideeën voor een actieprogramma en hun toekomstvisie bespreken. De PYM is nadrukkelijk aanwezig op het web, wat ook geldt voor veel Palestijnse jeugdbewegingen. Sommige ervan zijn hierboven al genoemd: de jongeren in Al-Khalil/Hebron, de maatschappelijke organisaties in Israel en de verschillende jeugdcomités in de vluchtelingenkampen.

Wie goed het informatieverkeer op en tussen de websites bekijkt, ziet hier een duidelijke discussie over de toekomst. Op deze sites heet Palestina ‘historisch Palestina’ en wordt dit gehele land beschouwd als bezet en gekoloniseerd gebied. Het potentieel voor de bevrijding wordt gezien in een volksverzet dat van buitenaf ondersteuning krijgt van campagnes zoals BDS. De nieuwe vorm van verzet wordt op virtuoze wijze vastgelegd op een van zijn hotspots: de website The Electronic Intifada [Chicago].

De aanwezigheid op internet overstijgt de fysieke barrières die het Palestijnse volk hebben versplinterd, wat het grootste obstakel is voor gemeenschappelijke acties en visies. Laten wij aan de andere kant beseffen dat jonge Palestijnen lastig toegang tot internet hebben onder de bezetting en in de vluchtelingengemeenschappen. Hun wereld wordt niet echt gevormd door internetdiscussies en nog altijd sterk bepaald door hun dagelijkse strijd voor het bestaan.

Sinds het begin van de Tweede Intifada, waarna in de Palestijnse gebieden van 1967 het gemiddelde inkomen van de Palestijnse huishoudens daalde, zijn steeds meer – vooral jonge – Palestijnen internet in scholen, universiteiten en cafés gaan gebruiken. De universiteiten hebben online lesmethoden moeten ontwikkelen omdat de studenten hun campus vaak niet kunnen bereiken vanwege de blokkades.

Maar de situatie verandert voortdurend. Zelfs al vóór de Coronapandemie en nog veel meer onder invloed van die pandemie, is het internetgebruik sterk toegenomen – voornamelijk in het onderwijssysteem in de bezette gebieden en binnen Israël. Internet is het belangrijkste communicatiemiddel geworden tussen docenten en studenten – en daarmee een vehikel voor sterke politisering en krachtig cyberverzet. Ook door het toegenomen aantal smartphones hebben steeds meer jonge Palestijnen verbinding met internet.

Meer dan wie ook in de Arabische Wereld maken zij gebruik van internet: ruim een kwart van de Palestijnen die onder de bezetting leven, zo wordt geschat, heeft nu onbeperkt toegang tot het internet. Jongeren voeren hierop vooral een politieke discussie over de strijd en haar doelstellingen. Zoals Makram Khoury-Machool van het European Centre for the Study of Extremismin 2007 al opmerkte: dit is onderdeel van het ‘nationale, vreedzame politieke verzet en een kernelement van het dagelijks leven’.

Geweldloos volksverzet

De rode draad in de oriëntatie van alle Palestijnse jeugdactiviteiten is dus hun duidelijke toekomstvisie, zonder dat de weg naar de verwezenlijking ervan al definitief is uitgestippeld.

Die visie bestaat uit één democratische staat in Palestina, van de Jordaan tot aan de Middellandse Zee, die de zionistische instellingen ontmantelt, de vluchtelingen laat terugkeren en een democratie ontwikkelt, gebaseerd op economische en politieke gelijkwaardigheid. Daarbij hoort een duidelijke procedure voor het rechtzetten van alle kwaad uit het verleden, door het herverdelen van land en andere productiemodellen tussen de joodse kolonistengemeenschap en de inheemse Palestijnen.

Er zijn losse draadjes zichtbaar in dit tapijt van een toekomstig Palestina, die nog moeten worden losgetrokken en ingeweven. Het belangrijkste wat nadere bespreking verdient is de notie van de seculiere staat, en hoe jongeren met een loyaliteit aan de politieke islam deel kunnen uitmaken van deze nieuwe beweging. Onlangs zijn er diverse constructieve ideeën voorgesteld, zoals een keuze voor de burgerlijke staat boven de seculiere staat. Het is afwachten hoe deze dialogen zich zullen ontwikkelen, maar als dit allemaal slaagt zal het consequenties hebben voor de activiteiten van links in het Westen en in de Arabische Wereld.

Wat is er verder nodig ? Wereldwijde solidariteit inclusief een ondersteuning van de BDS-beweging, een groeiend netwerk dat zich vereenzelvigt met de strijd van inheemse en onderdrukte groepen wereldwijd, en een eensgezind democratisch leiderschap aan de basis dat de jongere generatie naar behoren vertegenwoordigt.

In deze visie wordt erkend dat de kortetermijndoelstellingen van de beweging bepaald worden door de specifieke omstandigheden voor elke Palestijnse groep afzonderlijk. In de drie regio's zijn er drie verschillende actievormen om het volksverzet vooruit te helpen.

Op de Westelijke Jordaanoever richten de Palestijnse jongeren hun aandacht op het specifieke Israëlische beleid van etnische zuivering en onderdrukking ter plaatse. In de Strook van Gaza richten zij zich op de blokkade en het recht op terugkeer, twee kanten van dezelfde medaille van de verdrijving. En binnen Israël laveert het culturele verzet doeltreffend tussen enerzijds het apartheidsbeleid van de regering, met al zijn ontkenningen, en anderzijds de agenda van de gevestigde Palestijnse partijen.

Alle drie de actievormen van deze jongeren worden niet beïnvloed door bestaande ideologische voorkeuren, proberen bovendien te voorkomen dat de schadelijke verdeeldheid van de nationale politiek zich herhaalt en committeren zich aan een geweldloos verzet door het volk.

Pax Americana

Buiten Palestina legt men natuurlijk meer nadruk op visies en langetermijnstrategieën. De jongeren daar verwoorden de thema's op een gedurfde manier en schilderen het zionisme af als een racistische ideologie die verzoening in de weg staat. Zij krijgen vanwege hun houding onophoudelijk ongegronde beschuldigingen van antisemitisme over zich heen, maar hebben dit vrij succesvol gepareerd – zeker beter dan de Britse Labourpartij en gevestigd links in Groot-Brittannië.

Hoewel de beweging haar belangrijkste websites in de Verenigde Staten heeft gevestigd, voelt zij grote weerzin tegen elke toekomstige Pax Americana. Een voorbeeld daarvan meldt een waarnemer van een door USAID gesponsorde jeugdtop in Ramallah. De Onafhankelijke Jeugdbeweging, die actief is in de bezette gebieden, heeft er tijdens een bijeenkomst met VS-functionarissen heftig gedemonstreerd met op een bord de leus USAID, Go to Hell. De overtuiging heerst dat het Amerikaanse geld gekoppeld is aan egoïstische belangen die altijd een wederdienst zullen verlangen, en dat dit geld dus moet worden afgewezen.

In de strijd tegen kolonialisme en imperialisme overheerste vroeger en vooral in de jaren zeventig nog het anti-Amerikanisme. Inmiddels is dit vervangen door een vereenzelviging met de strijd van onderdrukte etnische en inheemse groepen wereldwijd. Toch is de beweging nog sterk socialistisch gekleurd omdat zij het neoliberalisme ziet als een cruciaal onderdeel van het machtsblok dat de Palestijnse bevrijding belemmert. Het neoliberalisme herkent men in het kolonialisme van de kolonisten, en arbeiders worden gezien als de onderdrukte groep die slachtoffer is van dezelfde machtscoalitie die zich in Palestina roert.

Cruciale rol van links

Het besef groeit dat kennisproductie essentieel is voor de strijd. Daarom zijn campussen zulke belangrijke locaties voor dit activisme, met studentenorganisaties in het veld en met nieuwe oriëntaties in de curricula en onderzoeken van de faculteiten. De wereld telt nu acht centra voor Palestina-studies, die jaarlijks ruim honderd postdoctorale studenten huisvesten met Palestina als hun belangrijkste onderzoeksthema.

Veelal houden zij zich bezig met thema's die belangrijk zijn voor de toekomst van Palestina: de strijd tegen het ontkennen van de Nakba; de analyse van antisemitisme en islamofobie in samenhang met de strijd voor gerechtigheid in Palestina; de relevantie van neoliberalisme en het vestigingskolonialisme; de kenmerken van de één staat-oplossing; en het verwezenlijken van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.

Met deze ongelooflijke productie van kennis en met het energieke activisme ter plaatse, is de visie op de toekomst vooralsnog duidelijker dan de weg erheen. Hier kan links een cruciale rol spelen, in Palestina en daarbuiten, als traditioneel links zich nieuw leven inblaast en wegen vindt om de algemene strategie te beïnvloeden. Anders kan deze hervonden vitaliteit weer verloren gaan, net zoals na de crash van 2008 en tijdens de Arabische Lente.

Veel heeft ook te maken met de organisatie en de structuren van de sociale beweging. Degenen die sinds 2008 deelnamen aan de wereldwijde bewegingen tegen het onmenselijke, neoliberale economische beleid en aan de strijd tegen corruptie en onderdrukking tijdens de Arabische Lente, leken minachting te hebben voor organisatorische zaken. De oorzaak van deze afkeer valt te begrijpen. Zij ervoeren organisaties vaak als bronnen van corruptie, gebaseerd op een ondemocratische hiërarchie: organisaties die eerder stagnatie dan vooruitgang brengen.

Er is echter nauwelijks een alternatief voor de studentengroepen, arbeidersvakbonden en andere politieke en sociale organisaties, voor degenen die visies willen omzetten in revolutionaire realiteiten. De tijd zal leren of hun energie en motivatie een plek kunnen vinden in bestaande, dan wel nieuwe structuren. Maar de jonge Palestijnen zijn er – en zij zijn actief. Vinden zij manieren om hun acties te organiseren en te coördineren, dan zullen zij de strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid in Palestina in belangrijke mate vooruithelpen. 

uit: International Socialism (Groot-Brittannië); nummer 169 (3 januari 2021)

Ilan Pappé (Haifa, 1947) is verbonden aan de Universiteit van Exeter als hoogleraar geschiedenis en directeur van het European Centre for Palestine Studies;hij is de auteur van onder meer The Ethnic Cleansing of Palestine (Londen: Oneworld, 2006; 336 pp.) en Ten Myths About Israel (Londen: Verso, 2017; 192 pp.)

vertaling: Ewout van der Hoog. uit: Soemoed – Nederlands Palestina Komitee – jaargang 49, nummer 2 (maart-april 2021); pp. 18-24

Dossier
Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.