Borderless

6 December 2019

President Obama

De linkse voorstanders van Barack Obama gaven toe dat hij geen linkse campagne voerde. Dat deden Franklin Roosevelt en John Kennedy ook niet, was hun redenering, en toch werden die Democraten ná hun verkiezing linkser. Inmiddels maken de benoemingen van de nieuwe president duidelijk hoe zijn regering begint: als een verzameling oudere veteranen van de Clinton-administratie. Ook Obama’s steun aan de bailout was een domper. Het debat onder linkse Democraten is al losgebarsten.

Het debat is te volgen in de pagina’s van The Nation, het belangrijkste weekblad in de VS voor alles dat links van het midden staat. Econoom William Greider geeft toe: ‘De keuzes van Obama lijken bedoeld om het falende beleid van George W. Bush nieuw leven in te blazen.’ ‘Wij die meer van hem verwachtten zijn beetgenomen’, constateert Greider bitter, ‘niet zo zeer door Obama zelf als door ons eigen wishful thinking.’
Hoofdredactrice Katrina van der Heuvel geeft zich niet zo snel gewonnen. Natuurlijk is Obama een centrist, zegt ze, maar in dit tijdsgewricht betekent centrist zijn ‘onafhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen, groene banen, gezondheidszorg voor iedereen, en grootschalige, Keynesiaanse staatsinterventie in de economie’.
Hierdoor lijkt Van der Heuvel aan de heersende Obamania vast te klampen door haar linkse illusies van een paar weken geleden in te ruilen voor de centristische illusies van deze week. De maatregelen die Obama tot nu toe heeft voorgesteld om de afhankelijkheid van de VS van buitenlandse olie te verkleinen en groene banen te scheppen zijn vaag en kleinschalig. Hij heeft in de campagne de voorstellen van Hillary Clinton voor een universele ziekteverzekering van de hand gewezen. En zijn Keynesiaanisme beperkt zich vooralsnog tot een cadeautje van een biljoen of twee aan grote banken en vermoedelijk het uitstellen van het beloofde terugdraaien van de belastingsverlagingen van Bush aan de allerrijksten.

Roosevelt

Toch kan links Obama niet al te snel afschrijven. Een tegenstander van het kapitalisme wordt hij zeker nooit; dat was Franklin Roosevelt ook al niet. Integendeel, Roosevelt was er trots op dat hij het kapitalisme van een ernstige crisis had gered — ondanks het bittere verzet van de meeste kapitalisten. Dat deed hij echter pas na een paar jaar vallen en opstaan, waarin hij verschillende koersen uitprobeerde. Er was weinig links aan zijn zogenoemde ‘eerste New Deal’ van 1933-34: zijn eerste programma’s waren vooral pogingen om prijzen te stabiliseren door kapitalistische zelfregulering in allerlei brancheverenigingen, een poging die overigens weinig opleverde.
Pas in 1935-36 kwam hij met zijn ‘tweede New Deal’, inclusief vakbondsrechten en ouderdomspensioenen. Dat wil zeggen: pas nadat grote steden als Toledo, Minneapolis en San Francisco in zomer 1934 lam werden gelegd door algemene stakingen onder leiding van communisten en trotskisten, en nadat stakingen die georganiseerd waren door een nieuwe radicale vakbond, de CIO, in 1935 in de auto-industrie uitdijden.
Mogen we dus hopen dat Obama alsnog van koers verandert, zo niet in 2009 of 2010, dan misschien in 2011?
Helaas gaat de vergelijking op een paar cruciale punten mank.
Ten eerste had Roosevelt een beetje het geluk bij het ongeluk dat de grote depressie ongeveer begin 1933 zijn dieptepunt bereikte. Hoewel gewone mensen het niet goed merkten, was er al sprake van een klein herstel. Dat gaf hem aan de ene kant een kleine marge voor hervormingen, terwijl aan de andere kant mensen na ruim drie jaar de depressie zo zat waren dat ze hem de ruimte gunden voor experimenten in uiteenlopende richtingen.
Voor Obama geldt dat niet. Al weet niemand nog hoe lang de huidige crisis duurt en hoe diep deze wordt, is iedereen het met elkaar eens dat de toestand erger wordt voor het beter wordt. En het bedrijfsleven in de VS heeft de hoop niet opgegeven dat conventionele recepten afdoende zullen zijn.
Ten tweede zijn de massabewegingen er nu niet. Sterker nog, ze komen in de eerstvolgende paar jaar waarschijnlijk maar moeilijk van de grond. Voor de arbeidersbeweging in ieder geval zijn de eerste paar jaar van een crisis, en zelfs de eerste maanden van een herstel, dikwijls een tijd van desoriëntatie en behoedzaamheid. Want de werklozen weten zich nog niet te organiseren, en de mensen die werk hebben zijn bang hun banen te verliezen.
Als Obama zijn toevlucht neemt tot radicalere maatregelen, is dat dus misschien nog later dan 2011, zelfs dichtbij de verkiezingen van 2012. En als de recessie echt een heuse depressie wordt, is de vraag dan of zo’n late bekering voldoet om zijn presidentschap te redden. Zo’n verpletterende nederlaag onderging McCain dit jaar niet. De eerste zwarte president mag op dit moment een bron van inspiratie zijn, een meerderheid onder de blanke kiezers haalde hij niet (Kerry in 2004 en Gore in 2000 overigens ook niet) — over vier jaar is hij dus misschien een handige zondebok. Wordt Sarah Palin de kampioen van Republikeins rechts in 2012? Dat kan vandaag een gek idee lijken, maar dat leek de kandidatuur van de heel rechtse, niet al te slimme B-acteur Ronald Reagan ook.

Militair Keynesiaanisme

Het is ook zeer de vraag wat voor programma Obama zou kunnen bedenken om de economie te redden. Zelf Roosevelt wist in de jaren 1930 nooit de werkloosheid onder 15 procent te krijgen. De crisis werd alleen door de Tweede Wereldoorlog beëindigd. Dat was het begin van het militair Keynesiaansisme, dat sinds die tijd onafgebroken een centraal economisch instrument is gebleven van alle regeringen in de VS — van Democraten (Korea, Vietnam) nog meer dan Republikeinen.
Dat deel van de Democratische traditie lijkt Obama niet te verloochenen, gezien zijn plannen om het militair budget flink te verhogen. In de campagne beloofde hij de troepen binnen zestien maanden uit Irak te halen, maar volgens de nieuwe overeenkomst kan hij tot 2011 wachten — en cynici roepen al dat hij nog in 2011 van de Irakese regering uitstel van executie krijgt. En hij heeft al beloofd tienduizenden militairen toe te voegen aan de bezettingsmacht in Afghanistan.
Het is echter niet duidelijk wat voor economische impuls de economie ervan krijgt. Analist Mike Davis zette enkele weken voor de verkiezingen uiteen wat de economie van nu onderscheidt van die van 1933. Ten eerste was de industriële basis toen veel steviger. Die is nu door 30 jaar neoliberaal beleid uitgehold: in 1980 nam de industrie nog 21 procent van het nationale inkomen van de VS voor haar rekening, in 2005 was dat tot 12 procent gedaald. Ten tweede levert veel van de Amerikaanse wapenproductie nog nauwelijks banen in de VS op want de productie wordt vaak aan andere landen uitbesteed. En ten slotte is de wapenproductie die nu wel in de VS plaatsvindt ontzettend inefficiënt en kapitaalintensief. Dit betekent woekerwinsten voor de multinationals, maar weinig banen of inkomen voor de werknemers, en dus weinig koopkracht om de economie er weer bovenop te helpen.

En anders?

Dit betekent niet dat het grote militair-industrieel complex van de VS economisch helemaal geen nut meer heeft. Militaire overmacht heeft nog steeds voordelen voor een land dat economisch minder voorstelt dan in het verleden. Als de olie bijvorbeeld steeds schaarser wordt staan de VS nog steeds vooraan in de rij dankzij hun wereldrijk. Maar dat is geen voordeel voor de wereldeconomie als geheel, ook niet voor Obama’s Europese bewonderaars.
J.H. Sampiemon en Karen van Wolferen hadden misschien verstandige adviezen voor de Europeze leiders in de NRC van 22 November: niet aan Obama’s leiband lopen, ‘resoluut wijzen op Afghanistan als een verloren zaak’, pleiten tegen die stomme raketten in Polen en Tjechië en tegen het ‘gewroet’ van de VS in Oekraïne en Georgië, de NAVO maar afschaffen. Ze geven echter geen aanleiding om te denken dat Obama openstaat voor hun suggesties — en nauwelijks een idee van wat voor beleid Obama wél moet voeren als hij dit gefaalde beleid eens opgeeft.
Voor mensen die een uitweg willen, heeft het geen zin meer om te hopen dat Obama de goede uitweg kiest, of om uitwegen voor te stellen die Obama zou moeten kiezen. Het opbouwen van een onafhankelijk, links alternatief voor het neoliberaal economisch en buitenlands beleid is een moeilijke klus, maar een makkelijkere weg is er niet.
Obama’s overwinning laat zien dat de populaire steun er is voor echte verandering —in die zin is zijn zege inderdaad, zoals iedereen zegt, historisch. Links van hem was er niet veel: onafhankelijke kandidaat Ralph Nader kreeg 0,6 procent en de Groene Cynthia McKinney 0,1 — logisch, gezien hoe graag mensen van de Republikeinen af wilden. En anders dan in 1932, toen er een socialistische en een communistische partij waren van tienduizenden arbeiders die later de ruggengraat werden van de CIO, heeft Nader helemaal geen partij en McKinney alleen een zwakke. Als links in 2012 een alternatief wil bieden voor zowel de Democraten als de Republikeinen, is er veel werk aan de winkel.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren