Rood in de raad

15.11.2007

‘Rotterdam heeft de afgelopen tien jaar een stormachtige politieke geschiedenis gehad. We moeten de omslag van sociaal-democratisch naar rechts proberen te begrijpen.’

PVDA-stad
‘Rotterdam was een vakbondstad en dat vertaalde zich politiek in het feit dat het een PvdA-stad was. Na de Tweede Wereldoorlog leverde dat veel sociale verworvenheden op, zoals sociale woningbouw en een goede rechtspositie van mensen die voor de gemeente werkten. In 1986 waren er in Rotterdam nog 30.000 ambtenaren. Dat waren, gelukkig, niet alleen beleidsambtenaren, maar ook mensen die in gemeentelijke ziekenhuizen werkten, bij de reinigingsdienst, het openbaar vervoer, enzovoort.
Dat Rotterdam een PvdA-stad was, leverde tot in de jaren tachtig voor heel veel mensen tastbare voordelen op. Mensen waren er trots op dat Rotterdam een PvdA-stad was, burgemeesters als Thomassen waren iconen van de sociaal-democraten. De gemeenteraad had, omdat veel zaken die belangrijk waren voor mensen overheidstaken waren, ook echt invloed. De PvdA had toen nog het idee dat ze bezig was met een geleidelijke breuk met het kapitalisme. Men dacht dat het kapitalisme van voor de oorlog, met zijn economische crisissen, nooit meer terug zou komen.
Maar de crisis van de kapitalistische economie kwam er toch. In de jaren tachtig kampte Rotterdam met financiële problemen, omdat de regering in Den Haag allerlei regelingen die die PvdA had ingevoerd afschafte. De PvdA ging toen zelf een bezuinigingsbeleid voeren. Sociale voorzieningen werden afgebroken en alle oppositie daartegen werd opzij geschoven. Er was zogenaamd toch geen alternatief.
Vanaf die tijd begonnen mensen de PvdA steeds meer te zien als een ‘regentenpartij’. Dat deze partij de macht had, leverde niets meer op voor mensen. En die partij had echt de absolute macht, tot in het hele ambtenarenapparaat toe. Het beeld van een regentenpartij die nergens naar luistert, maakte de opkomst van Pim Fortuyn mogelijk.’

Leefbaar
‘En Rotterdam is natuurlijk de stad waar die omslag heel diep is geweest. De gesprekken van mensen op straat, de hele sfeer in het stadhuis, de opkomst van Leefbaar Rotterdam zorgde echt voor een diepgaande verandering.
Een organisatie die de stad al zo’n vijftig jaar bestuurde werd vervangen door een groep nieuwe mensen die zei dat ze het allemaal helemaal anders gingen doen. En die groep mensen had daarbij vooral het idee dat ze korte metten zou gaan maken met de buitenlanders, die volgens de aanhang van Leefbaar Rotterdam de oorzaak van alle problemen wonen.
Leefbaar Rotterdam rolde dus vier jaar lang over de stad. De verkiezingscampagne van 2006 was enorm heftig. Je had een groep autochtone Rotterdammers die nog steeds veel zagen in Marco Pastors en Leefbaar Rotterdam. Omdat ze vonden dat er meer transparantie en daadkracht was, met name op het gebied van veiligheid. De Leefbaren behielden veertien van de zeventien zetels , ze bleven beter overeind gebleven dan in welk deel van Nederland ook. De Leefbaren hebben de VVD bijna helemaal opgegeten, maar ze houden ook steun onder een publiek dat vroeger nooit op de VVD stemde maar eerder PvdA. Je ziet in de fractie van de Leefbaren mensen met een VVD achtergrond, maar je ziet ook meer volkse types.
De PvdA maakte een comeback omdat veel migranten geen zin meer hadden in het harde beleid dat Leefbaar Rotterdam had gevoerd. En ook de SP boekte een bescheiden overwinning, we gingen van één naar drie zetels.
De SP had in Rotterdam - hoewel het hoofdkantoor hier staat - nooit een sterke afdeling gehad. De SP doorbraak in jaren negentig was het gevolg van de landelijke uitstraling. De SP afdeling in Rotterdam zette bijvoorbeeld bij de verkiezingen van 1994 en 1998 heel erg in op het profiel van ‘stem tegen.’ Dat verklaart ook waarom we in de verkiezingen van 2002 van vier naar één zetel gingen. De Fortuynisten hadden een grotere aantrekkingskracht op het publiek dat vooral ‘tegen’ wilde stemmen. Tegenwoordig hebben we meer een uitgesproken linkse achterban. Bij de laatste provinciale statenverkiezingen, waarvoor alleen gemotiveerde kiezers voor komen opdagen, hadden we zelfs een beter resultaat – 19 procent van de stemmen- dan tijdens de laatste landelijke verkiezingen.’

Voor de rijken
‘We trekken nu dus duidelijk gepolitiseerde, gemotiveerde, socialistische kiezers. Maar ook nog steeds die mensen die het politieke establishment niet meer zien zitten. Mensen vertrouwen de PvdA niet meer. Bij de laatste verkiezingen had je veel mensen die wilden afrekenen met Leefbaar Rotterdam en daarom maar op de PvdA hebben gestemd, maar ik hoor nu overal waar ik kom hoe teleurgesteld mensen opnieuw in die partij zijn. Wat betreft Leefbaar zie je dat de meeste migranten - behalve een heel kleine bovenlaag - dat nooit hebben zien zitten. En tegelijkertijd merken veel autochtone Rotterdammers die geen hoog inkomen hebben dat zowel het vorige als het huidige college van Rotterdam een stad voor de rijken willen maken. Zeker het huidige bestuur heeft niets te bieden aan mensen die het niet zo breed hebben. Er worden bijvoorbeeld huurwoningen afgebroken en de markt in het centrum, die drie keer in de week gehouden wordt en waar veel mensen met een laag inkomen op af komen, wordt kleiner gemaakt ten voordele van dure winkels. Mensen voelen zich daardoor terecht geminacht, beledigd.
Rotterdam is altijd een stad geweest waar de arme mensen midden in de stad hebben gewoond.maar die oude wijken werden op een geven moment verlaten door de mensen die het wat beter kregen. Die gingen in de buitenwijken wonen. In de goedkope en slechte woningen die vrij kwamen vestigden zich de mensen met het minste geld, de migranten. In de beleving van de autochtone Nederlanders die achterbleven in die oude wijken speelt het begrip ‘identiteit’ een centrale rol. Dat is niet de Nederlandse identiteit, maar de identiteit van een volkswijk waar een bepaalde solidariteit tussen de mensen bestond. Als de huisbaas iemand met een huurachterstand uit het huis probeerde te zetten, dan blokkeerde de bevolking gewoon de huisdeur. Mensen zitten er mee dat die identiteit en die cultuur, een waardevolle cultuur, verdwenen is. En dat wijt men aan de komst van migranten. Maar die traditionele arbeiderscultuur is ook in landen waar een stuk minder migratie is geweest, in Scandinavië bijvoorbeeld, verdwenen.
In de oude wijken zijn ondertussen de sociaal meest zwakke delen van de arbeidersklasse achtergebleven. En de afbraak van de traditionele arbeiderscultuur wordt dus geweten aan de komst van buitenlandse migranten. Maar bedenk goed: de echte aanhang van Leefbaar Rotterdam, van Rita Verdonk en dat soort zit juist in de suburbs, waar die oude identiteit nooit een rol heeft gespeeld.’

Nieuwe identiteit
‘Belangrijk is dat die oude wijken weer een nieuw identiteit krijgen. Het goede nieuws is dat in dit het verzet tegen de afbraak van huurwoningen ook gebeurt. Ook autochtone Rotterdammers die op de Leefbaren hebben gestemd beginnen in dat verzet de overeenkomsten met migranten te zien. Ze zien dat, in de maatschappij zoals we die nu hebben, ze dezelfde plaats in de pikorde hebben.
Vroeger vond ik dat als je deelneemt aan het stadsbestuur je alleen maar verantwoordelijk wordt voor het beheren van het kapitalisme. Dat vind ik niet meer. Je kunt in het gemeentebestuur ook goede dingen doen. Maar je kunt dat alleen maar doen als je als SP met je socialistische visie dominant bent. Als wij bij de laatste coalitiebesprekingen ‘ja’ tegen collegedeelname hadden gezegd, dan waren we medeverantwoordelijk geweest voor de afbraak van huurwoningen in Nieuw Crooswijk. Zoiets moet je nooit doen.
Als je een college met een socialistische visie hebt, moet je er trouwens wel de hele tijd op wijzen dat je nog veel meer aan de wereld wil en moet veranderen. Je moet niet in een houding vervallen van, ‘kijk wat wij hier toch allemaal aardige dingen voor de mensen doen’, je moet meer willen dan alleen dat.
Laten we wel wezen, de gemiddelde arbeider in Nijmegen, waar de SP regeert, is niet veel beter af dan die in Rotterdam, waar dat niet het geval is. Dat moet je durven toe te geven. De meeste dingen die mensen overkomen, daar heeft het gemeentebestuur namelijk helemaal niets over te zeggen. Je kunt alleen maar echt iets veranderen als er sterke sociale bewegingen zijn en de hele landelijke politiek naar links gaat.
Een nadeel van deelname aan de verkiezingen is dat een verkiezingsoverwinning je organisatie niet per definitie versterkt. Als je pech hebt, komen er ook baantjesjagers op zo’n overwinning af. Het geluk is nu dat we in Rotterdam een afdeling hebben die weet wat ze zelf wil en ook een duidelijke visie heeft op de manier waarop de SP zich landelijk moet ontwikkelen. Bijvoorbeeld dat de SP zich meer moet richten op migranten en hun zonen en dochters aan zich moet binden. En dat we vinden dat de SP geen partij moet worden waar de parlements- en raadsleden bepalen wat er gebeurt, maar juist de leden het voor het zeggen hebben. Dat was trouwens ook de reden dat we in het conflict om Yildirim achter het landelijk bestuur stonden. We zijn binnen de afdeling ook voor een minder top-down manier van leidinggeven, we proberen het idee van de SP dat de leiding dienstbaar moet zijn aan de basis ook echt te ontwikkelen. Je kunt niet alleen maar politiek bedrijven voor mensen, je kunt alleen maar politiek bedrijven door mensen.’

Dossier

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.