Borderless

21 September 2019

Shocktherapy voor Europa

De trojka (de Europese Centrale Bank, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie) voeren nu in Europa een beleid dat vergelijkbaar is met de aanpak van de schuldencrisis in Latijns-Amerika in de jaren tachtig en negentig. Nu, zoals toen, worden kosten afgewenteld op de gewone bevolking in het voordeel van de banken, beargumenteert Éric Toussaint, voorzitter van het Comité voor Kwijtschelding van de Schuld van de Derde Wereld (bekend onder het Franse acroniem CADTM).

De trojka (de Europese Centrale Bank, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie) voeren nu in Europa een beleid dat vergelijkbaar is met de aanpak van de schuldencrisis in Latijns-Amerika in de jaren tachtig en negentig. Nu, zoals toen, worden kosten afgewenteld op de gewone bevolking in het voordeel van de banken, beargumenteert Éric Toussaint, voorzitter van het Comité voor Kwijtschelding van de Schuld van de Derde Wereld (bekend onder het Franse acroniem CADTM).

Hoe zou jij de situatie van Europese Unie lidstaten met een grote publieke schuld, zoals Griekenland, beschrijven?
In veel opzichten is hun situatie vergelijkbaar met Latijns Amerikaanse landen in de tweede helft van de jaren negentig. In Latijns Amerika brak de schuldencrisis uit in 1982. In de Verenigde Staten en Europa brak in 2007-2008 een crisis uit van de bankensector. In 2010 was deze veranderd in een nationale schuldencrisis, onder andere als gevolg van het socialiseren van de verliezen van de banken (Europese regeringen betaalden om banken te redden). In Europa en Latijns Amerika slaagden schuldeisers en hun vertegenwoordigers erin alle regeringen bepaalde voorwaarden op te leggen en ingrijpende hervormingen door te voeren die leidden tot een val in de publieke uitgaven en een verlies in koopkracht voor de meeste mensen. Dit leidde tot een aanhoudende recessie.
Maar zelfs op het dieptepunt van de crisis was de schuld in Latijns Amerika niet zo groot als we nu in veel landen van de Euro-zone zien: meer dan 100 procent van hun brutonationaalproduct, in het geval van Griekenland zelfs 160 procent. Natuurlijk bestaan er verschillen tussen de twee crises maar die zijn niet fundamenteel.

De twee crises zijn vooral vergelijkbaar wat betreft hun politieke gevolgen?
Inderdaad, de maatregelen die nu aan Griekenland, en ongetwijfeld binnenkort aan andere landen, opgelegd worden doen sterk denken aan het Brady Plan in Latijns Amerika eind jaren tachtig. Toen slaagden de schuldeisers van Latijns Amerika, de Wereldbank, het IMF, de Club van Parijs (een groep officials van 19 van ‘s werelds grootste economieën), de VS en Britse bankiers erin hun agenda op te leggen aan het continent. Multilaterale instellingen en overheden namen een deel van de bij private schuldeisers uitstaande leningen over. Andere bankleningen werden omgezet in waardepapieren met een vaste rente. Het Brady Plan speelde een belangrijke rol in het opleggen van bezuinigingsmaatregelen en het verdedigen van de belangen van bankiers.
Het zogenaamde reddingsplan voor Griekenland doet hetzelfde: de waarde van de schuldpapieren wordt verlaagd en deze worden net zoals in het Brady Plan ingeruild voor nieuwe waardepapieren. Op die manier verkleinen privé-banken hoeveel geld ze uit hebben staan in Griekenland, net zoals ze eerder in Latijns Amerika deden. Geleidelijk maar op grote schaal worden de schulden overgenomen door publieke instellingen die verzekeren dat de nieuwe waardepapieren volledig, inclusief rente, worden terugbetaald aan de banken. Elke cent van de reddingsplannen voor Griekenland wordt gebruikt om die schulden te betalen. De publieke schuldeisers, de trojka, zorgen daarvoor en eisen permanente bezuinigingsmaatregelen – lagere publieke uitgaven, grootschalige privatiseringen, afbraak van sociale rechten. Van landen die ongelukkig genoeg zijn om schulden bij hen uit te hebben staan wordt voor een groot deel de soevereiniteit ontnomen. Dit wordt in Latijns Amerika de ‘lange neoliberale nacht’ genoemd. Daar dwongen schuldeisers ook landen om lonen, pensioenen en sociale uitgaven te verminderen en ten koste van alles de schuld terug te betalen.

De politieke uitkomst van de schuldencrisis in Latijns-Amerika was de creatie van neoliberale staten. Zullen we dat ook zien in Europa?
Dit is niets nieuws, in Europa wordt al drie decennia lang een neoliberaal beleid gevoerd. Het antwoord op de crisis geformuleerd door het IMF, door regeringen die de belangen van de heersende klassen vertegenwoordigen, door grote banken en bedrijven is het soort shock therapie dat Naomi Klein heeft beschreven. Regeringen zijn nu begonnen het sociale model af te breken en de sociale rechten die verworven werden tussen 1945 en 1970 te schrappen. Dit proces begon met Thatcher in Groot-Brittannië. De crisis biedt de kans om maatregelen te treffen vergelijkbaar met die welke de schuldeisers en de heersende klassen Latijns-Amerika oplegden in de jaren tachtig en negentig.

In Latijns Amerika werd als deel van dat beleid een veiligheidsdoctrine opgelegd die zelfs vakbonden als terroristisch definieerde. Gaan we iets vergelijkbaars zien in Europa?
Er is een duidelijke trend richting meer autoritair bewind, naar het criminaliseren van sociaal protest, ook al is er natuurlijk geen sprake van het soort eliminaties dat Latijns Amerika zag in de jaren tachtig. In Europese landen wordt de macht van parlementen uitgehold, wil men het stakingsrecht inperken, piketten verbieden en worden demonstraties verboden. De trojka schuift nationale parlementen terzijde met het argument dat er geen tijd is voor discussie, sommige van hun plannen komen met een deadline van 24 uur. In het geval van Griekenland eiste de trojka een nieuw plan – dat werd uiteindelijk laat in de avond van 12 februari aangenomen door het parlement. De volgende dag verklaarde de Europese Commissaris voor Economische Zaken dat er voor nog eens 325 miljoen euro extra bezuinigd moest worden en dat het parlement binnen 48 uur daartoe moest beslissen. Dit laat zien dat de trojka, niet het parlement, de werkelijke macht heeft.

Dit leidde tot grote protesten.
Niet alleen in Griekenland maar ook in Portugal, Spanje, Frankrijk en Italië. De protesten daar zijn nu nog kleiner maar dat zal veranderen.

Wat zou Griekenland moeten doen om uit de problemen te raken?
Ophouden met het opvolgen van de dictaten van de trojka, betaling van de schuld opschorten en schuldeisers dwingen te onderhandelen. Als Griekenland stopte met betalen, zoals Ecuador deed in november 2008, zullen de houders van schuldpapieren deze voor hoogstens 30 procent van hun officiële waarde doorverkopen. Dit brengt de positie van houders van waardepapieren in gevaar en geeft de Griekse regering, zelfs in deze precaire omstandigheden, meer ruimte om te manoeuvreren.
Na een onderzoek naar de opbouw van de schuld stopte Ecuador in 2008 met het betalen voor waardepapieren, ook al was het niet zo slecht af als Griekenland. In 2001, in een situatie vergelijkbaar met Griekenland, stopte Argentinië voor drie jaar met betalen aan de financiële sector. Na tien jaar betaalt Argentinië de Club van Parijs nog steeds niet. Terwijl Argentinië dit deed herstelde de economische groei zich en dwong de regering de schuldeisers om 40 procent van de waarde van de leningen af te schrijven.

Het gevolg was wel dat Argentinië uitgesloten werd van de financiële markten, tot op de dag van vandaag.
Dat klopt, maar Argentinië, zonder toegang tot de financiële markten en zonder de Club van Parijs terug te betalen, kent een gemiddelde jaarlijkse economische groei van acht procent. Het laat zien dat een land buiten de financiële markten om alternatieve bronnen van financiën kan vinden. Het bnp van Griekenland viel met zeven procent in 2011.

Veel commentatoren, jij inclusief, stellen dat het grootste deel van de Griekse schuld niet legitiem is.
Natuurlijk.

Maar om dat vast te stellen is een ‘audit’, een controle van de boeken, nodig.
Een deel van de Europese sociale bewegingen heeft geleerd van de Latijns Amerikaanse ervaringen. Het voorstel van CADTM voor een zogenaamde ‘citizens audit’ heeft brede steun gekregen. In verschillende Europese landen (Griekenland, Frankrijk, Portugal, Spanje, Ierland, Italië, België) worden nu zonder overheidssteun dergelijke onderzoeken opgezet.

Kan dit leiden tot een officieel onderzoek, vooral in Griekenland?
We zullen zien, daar is een regeringswissel voor nodig. Dat betekent dat de sociale beweging sterk genoeg moet zijn om een eind te maken aan regeringsbeleid in het voordeel van schuldeisers en om een alternatieve regering aan de macht te brengen. In Latijns-Amerika koste dit proces 20 jaar. Er moet nog veel gebeuren voor we echt een verandering zullen zien in de oriëntatie van de Europese regeringen. Deze crisis kan tien, vijftien jaar duren en we staan nog maar aan het begin van het organiseren van verzet. Internationale solidariteit met de Grieken en een gemeenschappelijke Europees actieplan van verzet tegen de bezuinigingen zijn noodzakelijk voor het schrappen van illegitieme schulden.

Dit is een bewerking van een interview dat oorspronkelijk verscheen in de Peruaanse krant La Primera en gepubliceerd werd op internationalviewpoint.org.

Tags: 
Dossier: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren