15 July 2020

Sociaal-democratie:

Ook al mag er van Wouter Bos niet meer over gesproken worden: het gaat slecht met de PvdA. Ronald Plasterk vindt zijn partij te elitair, volgens Diederik Samsom is de PvdA in een ‘deplorabele staat’ en Paul Tang roept op tot pessimisme, omdat de PvdA ‘verzuimd heeft om te reageren op de structurele veranderingen in de maatschappij’. Ook in de rest van Europa zitten de sociaal-democraten in de hoek waar de klappen vallen.

Alle analyses wijzen er op dat er meer aan de hand is dan een tijdelijke electorale dip. De traditionele sociaaldemocratie schudde in de afgelopen decennia de oude ideologische veren af, terwijl een nieuw verenpak uitbleef. Wat overblijft is een kale kip, wanhopig op zoek naar die plekken in het hok waar nog een graantje mee te pikken is.
‘De PvdA is geen partij van de arbeiders meer’. Zowel van links als van populistisch rechts is dat vaak het eerste commentaar op de teloorgang van de sociaal-democratie van weleer. In die constatering zit een kern van waarheid, maar het is niet het cruciale probleem. De PvdA was nooit een partij waarin blue collar arbeiders de boventoon voerden. Qua sociale samenstelling is de PvdA sinds jaar en dag eerder een partij van ambtenaren, onderwijzers, lokale beleidsmakers en de progressieve middenklasse. Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon.
Vakbeweging
De binding en organisatie van het ‘traditionele’ arbeiders deel van de achterban werd binnen de ‘rooie familie’ overgelaten aan de NVV en later de FNV. De informele, traditionele band van de PvdA met de vakbeweging staat wel degelijk steeds meer onder druk. De afbraak van de WAO in het begin van de jaren negentig zorgde voor een forse breuklijn tussen partij en vakbeweging. De huidige kabinetsplannen voor de pensioenen en de AOW hebben een vergelijkbaar en cumulatief effect. Agnes Jongerius blunderde de afgelopen maanden opzichtig doordat ze ten onrechte nog wel wilde vertrouwen op de aloude band en de onderlinge afhankelijkheid. Dat bleek een forse misrekening.
Waar de FNV-leden de afgelopen jaren in meerderheid al afscheid namen van de PvdA als eerste electorale keuze, ten gunste van de SP en de PVV, is er met de AOW ook voor de FNV-top geen houden meer aan. Welk voordeel valt er nog te halen uit een bevoorrechte band met een partij die op de meest belangrijke momenten de partijgenoten in de FNV-leiding laat vallen als een baksteen? Wat moet de vakbeweging met een partij die Mei Li Vos van het rechtse ‘alternatief’ voor de bestaande vakbonden opzichtig welkom heet in de tweede kamer fractie?
De schoffering van de vakbeweging door een PvdA aan de macht versterkt de crisis van de sociaal-democratie in Nederland. De FNV kan bijna niet anders dan een meer onafhankelijke koers varen, los van oude bondgenootschappen.
Kerntaak
De discussie over de positie van Jongerius en de band met de PvdA die op dit moment plaatsvindt binnen de FNV kan ook flinke gevolgen hebben voor de toekomst van de PvdA. Als brede middenpartij is de PvdA net als het CDA strategisch afhankelijk van posities in het maatschappelijk middenveld. Toch is het verlies van de organische band met de achterban van de vakbeweging eerder een gevolg dan de oorzaak van de crisis binnen de sociaal-democratie.
Het werkelijke probleem is dat de sociaal-democratie faalt op haar kerntaak. De essentiële historische functie van de PvdA was het sociaal en politiek insluiten van mensen en sociale groepen die door de ontwikkelingen binnen het kapitalisme buiten of tegenover de maatschappelijke orde dreigden te raken. Dat heeft twee kanten.
De eerste kant is die van de sociale hervorming. De PvdA levert simpel gezegd geen resultaten meer op het gebied van wat vele decennia haar bestaansreden was. Zoals een beschouwing over de Europese sociaal-democratie van de gezaghebbende Duitse Friedrich Ebert stichting het zegt: ‘De Europese sociaaldemocratie loopt het risico overbodig te worden als ze niet komt met manieren om sociale insluiting veilig te stellen onder de omstandigheid van een gemondialiseerde en post-industriële economie’. (1)
Meritocratie
In zijn boek ‘Niemandsland, biografie van een ideaal’, beschrijft Marcel van Dam hoe de PvdA de afgelopen decennia stapje voor stapje meegezogen werd met de heersende neoliberale politiek van een afgeslankte overheid, uitgeklede welvaartstaat en de nadruk op ‘eigen verantwoordelijkheid’ in plaats van georganiseerde solidariteit. ‘De sociaal-democratie is in stilte ter ziele gegaan en ‘van de armen’ begraven,’ is de conclusie van van Dam.
In de jaren negentig haakte de PvdA - net als veel andere Europese sociaal-democratische partijen - aan bij de ideologie van de ‘Derde Weg’ van Tony Blair en Anthony Giddens, een poging tot verzoening van de tendens tot globalisering en liberalisering met belangrijke sociaal-democratische uitgangspunten als gelijke kansen voor iedereen. Dat resulteerde in twee paarse kabinetten die in rap tempo de Nederlandse variant van de neoliberale economie verankerden in privatisering van voormalige staatsbedrijven, belastingwetgeving en een verminderde toegang tot en reikwijdte van de sociale zekerheid.
De ideologie van de Derde Weg bleek de bestaande tendens eerder te versterken dan dat de sociaal-democraten wisten te zorgen voor nieuwe vormen van georganiseerde solidariteit. De nadruk op ‘gelijke kansen’ sloot naadloos aan bij de ontwikkeling van een meritocratie, waarbij de verantwoordelijkheid om gebruik te maken van de geboden kansen - op onderwijs, op de arbeidsmarkt en in het algemeen op maatschappelijk succes - eenzijdig terecht komt bij individuen. En ook de verantwoordelijkheid als dat door omstandigheden niet blijkt te lukken komt bij individuen. Volgens Marcel van Dam gaat het om ongeveer vijftien procent van de huishoudens die buiten de boot vallen. Die moeten het doen met de boodschap: eigen schuld, dikke bult.
Kabinet Balkenende - Bos
Na twee Paarse kabinetten en de Fortuyn-revolte bleef de PvdA achter als een gedesoriënteerde partij die zich pas weer wist te herpakken in de oppositie tegen het rechtse hervormingskabinet van CDA, VVD en D66 onder leiding van Jan Peter Balkenende. In de periode van de grote vakbondsacties tegen het kabinet in de herfst van 2004 en in de verkiezingscampagnes in 2006 werd de indruk gewekt dat de PvdA terug wilde keren naar een herkenbare sociaal-democratische koers en zelfs een linkse regering met SP en GroenLinks overwoog.
Maar terug als regeringspartij en overvallen door de diepste crisis van het neoliberalisme tot nu toe, blijkt de PvdA opnieuw niet te kunnen leveren op haar kerntaak, en wordt ook glashelder wat daarvan de belangrijkste oorzaak is. De ideologische, economische en financiële ruimte voor een sociaal compromis is binnen de ontwikkeling en logica van het neoliberale stelsel vele malen kleiner in vergelijking met de ruimte die bestond aan het begin van de jaren tachtig. Zeker nu de beperkingen en zwaktes van de geliberaliseerde mondiale economie in duidelijk aan het licht komen, is het meer dan ooit een illusie dat de sociaal-democratie erin zal slagen manieren te vinden ‘om sociale insluiting veilig te stellen’ zonder te breken met de wetten van het neoliberalisme.
Wat overblijft is een ongeloofwaardig verhaal van Bos en Hamer waarin de PvdA nog wat graantjes mee wil pikken door te stellen dat het zonder PvdA in het kabinet nog veel erger zou zijn. ‘Wij zijn er om erger te voorkomen’; dat is een boodschap waar kiezers zonder verwachting en zonder veel illusies nog wel een keer op kunnen stemmen, maar het is vooral de boodschap van een partij zonder verhaal, zonder perspectief waar mensen warm voor lopen, en uiteindelijk van een partij zonder toekomst.
Insluiting van kritiek
De tweede kant van de kerntaak van de sociaal-democratie is traditioneel de insluiting en kanalisering van maatschappelijke kritiek en onrust. Dat was al zo ten tijde van de zogenaamde revolutiepoging van Troelstra in 1918, dat was zo direct na de tweede wereldoorlog toen het verzet van strijdbare arbeiders met succes geneutraliseerd werd in een op overleg en samenwerking gericht poldersysteem en dat was zo in de zestiger en zeventiger jaren, de tijd van radicale en linkse maatschappij-kritiek.
Die rol van sociaal-democratie als de partij bij uitstek die zorg kan dragen voor maatschappelijke pacificatie is in Nederland misschien nog wel het meest onderhevig aan een niet te stuiten slijtage. In de revolte van rechts - Fortuyn en Wilders - is de PvdA eerder mikpunt en katalysator dan insluitende partij, hoewel die rechtse revolte helaas ook belangrijke delen van de voormalige sociaal-democratische achterban betrekt.
Alternatief
De teloorgang en het einde van de sociaal-democratie is vaak voorspeld. Een analyse van het falen van de sociaal-democratie in de laatste decennia en het gebrek aan een aansprekend ideologisch verhaal voor de toekomst laten zien dat er meer aan de hand is dan een conjuncturele electorale dip.
Tegelijkertijd blijkt uit alle onderzoeken dat de waardering van een meerderheid in Nederland voor de ‘traditionele waarden van de sociaal-democratie’, zoals een ontspannen maatschappij met voldoende werkzekerheid, kleine inkomensverschillen en solidariteit met wie dat nodig heeft, groot blijft.
We hebben het afgelopen jaar kunnen zien dat de PVV zich bewust is van het gat dat de PvdA laat liggen en pogingen doet om dat te benutten met een nationalistisch, uiterst rechts programma. Met op het eerste gezicht ‘linkse’ eisen, zoals het behoud van de AOW op 65. Ook in andere Europese landen komen islamofobe en racistische politieke stromingen op die zich meer en meer profileren als alternatief voor autochtone arbeiders en ‘gewone (en witte) mensen’. Dat maakt de vraag hoe die politieke ruimte opgevuld kan worden met een links alternatief extra urgent.
Het probleem van partijen links van de traditionele sociaal-democratie zoals de SP en in Duitsland die Linke is het achterblijven van zelforganisatie en sociale strijd. De geloofwaardigheid en subjectief gevoelde noodzaak van meer radicalere linkse alternatieven zijn klein. Proberen de sociaal- democratie van vroeger te doen herleven om de beperkte ruimte die er is te vullen is uiteindelijk yot mislukken gedoemd.Zo’n aanpak ontkent namelijk de achterliggende redenen van het verdwijnen van die oude sociaal-democratie. Het gaat er juist om te werken aan een links alternatief binnen de context van een gemondialiseerde en geliberaliseerde economie.
Om stappen vooruit te kunnen maken is de urgentie van een inhoudelijk debat over een aantal cruciale onderwerpen zeer groot. Wat mij betreft gaat het vooral om drie zaken. Een modern programma voor economische democratie - op het niveau van bedrijven, multinationale ondernemingen en gericht op nationale en internationale overheden en instellingen. Ten tweede: hoe werken we aan de heropbouw van een strijdbare vakbeweging die zich uitdrukkelijk ook richt op het organiseren van migranten en jongeren, een vakbeweging die rekening houdt met de onzekere en flexibele positie van een steeds groter deel van de arbeiders? De ervaringen met de zogenaamde organizing projecten binnen de FNV kunnen daarvoor een aanzet leveren. En tot slot: de politieke en inhoudelijke strijd tegen stromingen als de PVV. Die strijd help je in ieder geval niet vooruit met suggesties dat Wilders op welk moment dan ook een bondgenoot in de strijd zou kunnen zijn.
De PvdA zelf zal als bestuurspartij de komende jaren ongetwijfeld graantjes blijven meepikken, met meer concurrentie van links en van rechts dan voorheen. Maar een partij met een verhaal voor de toekomst wordt het niet meer.

1) Alfred Pfaller in het artikel ‘European Social Democracy – In Need of Renewal’

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren