Borderless

14 November 2019

Tien veldslagen om Europa

Volgens een enquête van de Eurobarometer in januari 2005 weet een derde van Europese burgers niet eens dat er een Europese grondwet is. De tien referenda over die grondwet zijn een uitdaging voor het neoliberale Europese project. De onvrede en het verzet onder de Europese bevolking is groot. Een nee in een of meer landen, om te beginnen in Frankrijk, schept mogelijk een crisis die belangrijke kansen voor links creëert.

De grondwet maakt misschien wel de minste kans in Groot-Britannië. In dat land, anders dan elders in Europa, voelt een belangrijk deel van het kapitaal helemaal niets voor Europese integratie. Vooral de Conservatieve Partij vertegenwoordigt het deel van het bedrijfsleven dat liever naar de VS kijkt dan naar het Europese vasteland en bang is dat de EU gaat morrelen aan hun Thatcheriaanse model.
Dat, gecombineerd met de impopulariteit van Tony Blair en het verzet van radicaal links, zorgt ervoor dat volgens peilingen de helft van de Britten al heeft besloten tegen te stemmen. Ook in de Oost-Europese landen waar referenda op de agenda staan, Polen en Tsjechië, is een meerderheid voor de grondwet erg onzeker.

Frankrijk
Maar het meest hebben de opstellers van de grondwet te vrezen in West-Europese landen, zoals Frankrijk, waar de strijd tegen het neoliberalisme in opkomst is. In Frankrijk leidt de aversie tegen de grondwet vooral tot een versterking van radicaal links. Sinds eind maart laten peilingen in Frankrijk consequent een meerderheid tegen de grondwet zien. Dat heeft zeker iets te maken met de impopulariteit van president Chirac en premier Raffarin, en de golf van stakingen en sociale strijd. De Franse sociaal-democraten en groenen zijn sterk verdeeld.
Naast de LCR (de Franse zusterorganisatie van de SAP) en de CP ter linkerzijde, zijn ook het extreemrechtse Nationaal Front, katholiek rechts en zelfs een minderheid onder de regerende gaullisten tegen. Tegen de zin van haar voorzitter pleit ook de vakcentrale CGT tegen. Niets dat Chirac onderneemt lijkt te helpen. Na zijn debat op tv half april met tachtig jongeren, ging het ja onder die groep met zeven procent omlaag.
Ook in Nederland voelen we in het verzet tegen de grondwet indirecte naweeën van de antineoliberale mobilisaties van september en oktober 2004. Dat is in ieder geval wat het ‘linkse nee’ van Comité Grondwet Nee voorstelt. Maar ook Wilders en nationalistisch rechts profiteren van het afbrokkelende krediet van de rechtse regering en de gebreken van de centrumlinkse oppositie.

Oost-Europa
In Denemarken is het beeld niet veel anders. Zowel de regerende liberalen als de sociaal-democraten en de iets linksere SFP pleiten voor een ja, terwijl de Rood-Groene Alliantie aan de linkerkant en de christen-democraten en de extreemrechtse Volkspartij aan de rechterkant tegen zijn. Het nee maakt geen slechte kans: in april had 48 procent van de kiezers nog niet beslist, terwijl het nee in twee van de vijf referenda over Europa sinds 1986 heeft gewonnen.
In Ierland is het nog gissen. De drie grootste partijen zijn allemaal voor en alleen het nationalistische Sinn Fein is tegen. En in vorige referenda zijn de pro-EU krachten bijna altijd sterker geweest.
In Polen heeft het referendum met een zeer hoge drempel te maken, omdat een opkomst van vijftig procent vereist wordt. Het is mogelijk dat de regering de opkomst opvijzelt door het referendum te combineren met de presidentiële verkiezingen van deze herfst. Maar of dat veel uitmaakt is twijfelachtig. De grondwet wordt in Polen vooral verdedigd door de zittende sociaal-democraten, die volgens de peilingen op verlies staan. Een groot deel van rechts is fel tegen.
In Tsjechië wacht de regering wellicht op de kamerverkiezingen van 2006. Maar de vraag is of de centrumlinkse regering het tot die tijd uithoudt, omdat de sociaal-democraten in moeilijkheden verkeren door een corruptieschandaal. Behalve de vrij grote CP is ook de rechtse president, Vaclav Klaus, tegen de grondwet. Als er vervroegde verkiezingen komen kan dat betekenen dat er geen meerderheid meer is voor de grondwet.

Rare bochten
De Europese sociaal-democratie wringt zich in rare bochten om de grondwet veilig te stellen. Voorzitter Poul Nyrup Rasmussen van de Partij van Europese Socialisten probeert de Fransen te overtuigen dat een stem voor de grondwet een stem tegen Chirac is: ‘Dit verdrag is niet van Chirac maar van ons. Het oude verdrag van Nice is van Chirac. Een ja tegen de grondwet is een nee tegen Nice, een manier om te verhuizen van het oude Europese huis dat Jacques heeft gebouwd naar een nieuw, groter en beter huis.’ Slim bedacht, maar of het werkt is zeer discutabel.
Een soortgelijk geluid laten de Europese Groenen horen: ‘Wij
Groenen onderschatten de tekortkomingen van deze grondwet niet. Maar een terugkeer naar het stadium van het Verdrag van Nice zou een crisis ontketenen die de Europese eenwording in gevaar brengt.’ De groenen stellen een ‘burgerinitiatief’ voor – op basis waarvan het Europese parlement meteen na ratificatie van de grondwet een nieuwe conventie bij elkaar roept om ‘de Europese democratie uit te breiden en een Europese vredesorde te creëren, en tegelijkertijd een Europese ruimte waarin sociale zekerheid, rechtvaardigheid en solidariteit zeker zijn gesteld.’
Dit voorstel van de Europese Groenen voor een ‘eerste amendement’ wordt door nationale Groenen een beetje geheim gehouden. GroenLinks in Nederland bijvoorbeeld zegt in haar pleidooi voor een 'ja' slechts: ‘De grondwet is namelijk makkelijker te herzien wanneer zij eenmaal is goedgekeurd’ – wat overigens het tegenovergestelde van de werkelijkheid is.
De partijen van Europees Antikapitalistisch Links, bij elkaar in Amsterdam in december 2004, hebben een helderder boodschap: ‘Wij zeggen nee tegen dit Europa omdat we strijden voor een socialistische, democratische samenleving.’ Ook de (voormalige) communistische partijen die deel uitmaken van de Partij van Europees Links, die aanvankelijk verdeeld leken, zijn tot een eenduidig standpunt gekomen. ‘We komen met een links nee, om te breken met neoliberale systeem, zoals de anti-oorlogsbeweging en globaliseringsbewegingen eisen.’

Crisis
Men zou kunnen denken dat de grondwet nauwelijks meer kans maakt. Maar de Europese bourgeoisie heeft verschillende noodplannen. Ze probeert vaart te maken door de grondwet er snel door te drukken, waar dat kan. In Hongarije, Litouwen, Slovenië en Griekenland hebben de parlementen het verdrag al goedgekeurd. Het Spaanse referendum hebben ze achter de rug (77 procent voor), en het Luxemburgse ja komt waarschijnlijk in juli. De bedoeling was ook om het referendum snel te houden in Portugal, waar volgens peilingen 81 procent voor is. Hoewel de val van de rechtse regering het Portugese referendum heeft vertraagd, komt het Portugese ja waarschijnlijk nog wel.
Verder zijn de elites waarschijnlijk niet van plan zich te houden aan de formele verplichting van ratificatie in alle 25 lidstaten. Landen die als ‘marginaal’ gelden kunnen met uitsluiting of een tweederangs status worden bedreigd als ze nee zeggen. Eigenlijk is een ja essentieel, vooral in de zes oorspronkelijke kernlanden van de Europese Economische Gemeenschap: Frankrijk, Duitsland, Italië en de Beneluxlanden. In drie van die zes landen worden referenda gehouden, waarvan slechts twee (Frankrijk en Nederland) lastig lijken. Verder is ratificatie mogelijk op ieder moment tot november 2006. Wellicht is het zo dat de regeringen van deze landen hun referenda vroeg houden om de mogelijkheid van een herkansing in 2006 open te houden.
Pas als het nee definitief wint in zowel Frankrijk als Nederland, en ook in Groot-Britannië en een paar andere landen, is het echt afgelopen met deze grondwet. En dan? Terugkeer naar de oude natiestaten is geen echte optie. Terugval op het verdrag van Nice is voor een aantal landen niet te pruimen: Duitsland, die zich onder Nice erg ondervertegenwoordigd voelt, maar ook Frankrijk, die erg gehecht is aan zijn ambities voor een Europese supermacht. Als het moeilijk bereikte compromis van deze grondwet faalt, wordt het weer een felle strijd tussen ‘oud’ en ‘nieuw Europa’. Waarschijnlijk laait de discussie over een ‘Europa van twee snelheden’ dan weer op.

Als er een crisis van komt, biedt dat kansen voor radicaal links. Dan moeten er fundamentele vragen worden gesteld: waarom geen echte democratisch en sociaal Europa? Waarom wordt Europa niet onafhankelijk van de VS, zónder een tweede militaire supermacht te worden? Misschien leiden de referenda op deze manier tot een opening voor een echt ander Europa.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren