Tunesië – een revolutie in beweging

Het zogenaamde ‘economische mirakel’ van Tunesië was altijd al beperkt tot de regerende kliek, de allerrijksten en multinationals. Zoals in vergelijkbare landen betekende de kapitalistische globalisering voor Tunesië de concentratie van rijkdom in de handen van een steeds kleiner wordende groep mensen, een economische groei die maar weinig nieuwe banen opleverde en een aftakeling van levens- en arbeidsomstandigheden. Zoals in andere landen in de Maghreb en de Arabische wereld leidde liberalisering van de economie tot hogere kosten van het levensonderhoud. Achter de groeicijfers ging een realiteit van verarming schuil, ook van de middenklasse. In deze omstandigheden gedroeg de clan van Ben Ali-Trabelsi zich als een monopolist die alle rendabele sectoren in de economie overnam – of die nu met buitenlands of binnenlands kapitaal verbonden waren. Een dergelijke frauduleuze concentratie van economische en politieke macht ontlokte zelfs aan internationale kapitalisten vijandige reacties over ‘mafiapraktijken’. Zelfs Tunesische ondernemers zagen hun belangen in gevaar komen.
Het gewone volk had niet langer zelfs maar de mogelijkheid tot verbetering van hun sociale omstandigheden – in tegenstelling tot de jaren na de onafhankelijkheid. Het cliëntelisme van Ben Ali’s voorganger Bourguiba was grotendeels ontmanteld. Het regime van Ben Ali hield zichzelf voor de gek met de gedachte dat politiegeweld voldoende zou zijn om de bevolking in het gareel te houden. Aan de vooravond van de Tunesische revolutie stond de arrogantie van de rijken tegenover de wanhoop en woede van een verarmde samenleving.

Een ander deel van de verklaring van de opstand is het verlies van legitimiteit van de dictatuur, al lang voor de revolutie. Het wurgen van democratische rechten en vrijheden door de politiestaat van Ben Ali en de eis van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan een corrupt veiligheidsapparaat toonden duidelijk dat elke hoop op institutionele hervorming ten onrechte was. Al lang voor de opstand zelf waren er tekenen van een veranderend sociaal en politiek klimaat. Maandenlange sociale strijd in steden als Gafsa en Ben Gardane trok de aandacht, ondanks de censuur. De confrontaties met de staat die het gevolg waren van deze bewegingen toonden mensen de mogelijkheid om zich te verzetten. Het veiligheidsapparaat van Ben Ali was zeer efficiënt in het onschadelijk maken van individuele mensenrechtenactivisten en dissidenten – maar kwam voor grote problemen te staan toen het geconfronteerd werd met een massabeweging.
De Tunesische opstand was het resultaat van het failliet van de dictatuur en zijn neoliberale economische beleid. De vaak gehoorde leus ‘werk, vrijheid, waardigheid’ vat de aspiraties van de demonstranten samen.
Een opstand tegen kapitalistische globalisering
Het moment van de opstand is niet toevallig. De kapitalistische globalisering vindt plaats over de rug van hele regio’s die worden uitgesloten van de kapitalistische moderniteit en nu zwakke schakels in het wereldsysteem vormen. In deze gebieden, onderworpen aan de logica van de winst, wordt het bestuur ontdaan van elke sociale functie. In plaats daarvan komt corruptie en willekeur die zelfs de meest elementaire rechten schenden. Het leven van mensen verwordt tot een gevecht om te overleven. In de arme volksbuurten zijn de sociale misère en tegenstellingen geconcentreerd en krijgen een bijzonder explosief karakter. De Tunesische revolutie is niet het werk van internetactivisten of de middenklasse, maar van de meest onderdrukte, meest verarmde delen van de bevolking.
Naarmate de opstand andere krachten met zich mee trok, verdiepte het proces zich. Werkeloze jongeren, specifieke groepen die geconfronteerd werden met de machinaties van de dictatuur (advocaten, rechters), arbeiders, delen van de middenklasse en zelfs delen van de rijke burgerij kwamen in beweging. Mensen waren niet georganiseerd op basis van sociale klasse maar kwamen samen als burgers, als het volk. Het is niet voor niets dat de nationale vlag en het volkslied veel gebruikte symbolen waren. Het is dit brede front dat de dictatuur isoleerde en versloeg, maar zonder de inmenging van jonge, merendeels ongeorganiseerde arbeiders en werklozen had de beweging niet de draagwijdte en het uithoudingsvermogen gehad die de overwinning mogelijk maakten.

Het is onmiskenbaar dat de beweging haar kracht en radicalisme ontleende aan de spontane opstand van grote delen van bevolking. Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Zonder de rol van georganiseerde krachten als de vakbeweging – hoe aarzelend en tegenstrijdig deze soms ook was – had de beweging zich niet uit kunnen breiden en consolideren. Deze twee kanten van het proces versterkten elkaar, zoals in de algemene staking van 14 januari die als katalysator werkte door het tonen van de zwakheid van het regime en het radicaliseren van de democratische beweging.
De machthebbers proberen tijd te winnen
Met het aantreden van de mogelijke regering van Ghannouchi is een tweede fase begonnen. Deze regering, gesteund door imperialistische landen als Frankrijk, probeert een institutionele continuïteit te waarborgen: de dictatuur zonder de dictator.
De beloftes van hervormingen en democratie dienen om tijd te winnen terwijl de orde hersteld wordt. Er wordt gepoogd de opstand in zuiver institutionele banen te leiden en te beperken tot het verwijderen van enkele van de meest impopulaire kanten van Ben Ali’s regime. In reactie op het geweld van de milities van Ben Ali werden zelfverdedigingscomités gevormd – het is echter voorbarig deze als een revolutionaire tegenmacht te zien. Het leger dringt erop aan dat de activiteiten van de comités beperkt blijven tot ‘waakzaamheid’. In sommige delen van het land, zoals in het district Siliana, in Sidi Bou Ali, Kasserine et cetera, hebben zelforganisaties van de bevolking de feitelijke macht overgenomen. Het is geen toeval dat dit de gebieden zijn waar de beweging de diepste wortels heeft maar dit zijn relatief geïsoleerde gebieden, de beslissende machtscentra liggen elders.

Vergeleken met het hoogtepunt van de opstand zien we een relatieve krimp maar de beweging blijft zeer radicaal. Nu, na de vlucht van Ben Ali, treden politieke meningsverschillen naar voren en moet er antwoord gegeven worden op de vraag hoe democratisering eruit zal zien. Met de vlucht van de dictator zelf zijn de dagelijkse problemen waar veel mensen mee kampen nog niet voorbij en deze staan in de weg van een langdurig politiek activisme. Daarnaast is er de propaganda dat aanhoudende protesten zullen leiden tot chaos, economische crisis, het vertrek van buitenlandse investeerders et cetera.

De meer gematigde krachten hebben de keuze gemaakt mee te helpen het regime op te kalefateren, ook al moest een deel van hen onder publieke druk tijdelijk of definitief hun medewerking met het regime staken. De stakingsoproep van 14 januari heeft geholpen de fragmentatie van de meer radicale delen van de beweging, inclusief radicaal links, tegen te gaan. Eisen als het aftreden van de regering, het ontbinden van Ben Ali’s partij Rassemblement Constitutionnel Démocratique (RCD) – aanwezig op alle niveaus in de staat – en het bijeenroepen van een grondwetgevende vergadering zijn vertrekpunten voor een nieuwe massabeweging. Het besluit van de vakcentrale Union Generale des Travailleurs Tunisiens (UGTT) om te blijven strijden voor specifieke eisen maakt eenheid in de bewegingen mogelijk. Het ligt in de logica van de situatie dat de krachten die de situatie willen stabiliseren tegenover die bewegingen zullen komen te staan die het democratiseringsproces willen verdiepen en die naast politieke ook sociale eisen stellen.
Een uitputtingsslag tegen de beweging
In een derde fase van het proces gaven de meest vastberaden delen van de beweging tegen Ben Ali niet op en organiseerden zij acties om zich ook in de hoofdstad te laten gelden. Vanuit verschillende delen van het land werden bijvoorbeeld ‘karavanen van de revolutie’ naar Tunis georganiseerd om het aftreden van Ghannouchi te eisen. Een van de unieke karakteristieken van de Tunesische revolutie is dat deze niet uitging van de hoofdstad maar juist begon in de meest geïsoleerde en meest achtergestelde delen van het platteland alvorens zich uit te breiden naar het administratieve en economische centrum. Dit is echter ook een zwakheid van de revolutie: de karavanen kunnen op sympathie rekenen maar het blijven delegaties van buitenaf. Zolang de bevolking van Tunis niet zelf in beweging is zullen de sociale scheidslijnen tussen stad en platteland, mensen met een vaste baan of werkzaam in de informele economie et cetera in stand blijven en gemeenschappelijk handelen belemmeren.

Ondertussen organiseren de tegenstanders van de revolutie zich, geholpen door hun controle op de media. Deze krachten moeten zeker niet onderschat worden, ook al is het duidelijk dat de massabeweging nog steeds in het offensief is en belangrijke overwinningen heeft behaald. De val van de dictator en de verzwakking van zijn partij-staat betekende niet dat de RCD, die voor de revolutie over twee miljoen leden beschikte, geen sociale basis meer heeft. Cliënten van de dictatuur zijn er in alle lagen van de bevolking. Honderdduizenden mensen profiteerden op de een of andere wijze van de dictatuur. Een deel van de krachten die zich tegen Ben Ali keerden, een deel van de burgerij maar ook kleine ondernemers en de kooplieden op de bazaar, staan vijandig tegenover een uitdieping van het revolutionaire proces en verlangen naar ‘rust en orde’.

Supporters van de RCD hebben al enkele manifestaties gehouden. Hun milities zijn nog lang niet ontmanteld en ze behouden invloed in de politie. Onder druk van de massabeweging moet de regering concessies doen maar het lijkt erop dat de recente herschikking van het kabinet de laatste concessie is die Ghannouchi wil doen. Hij maakt zich op voor een uitputtingsslag tegen de democratische beweging. Protestmarsen die naar Tunis trekken worden tegengehouden, tentenkampen van demonstranten worden afgebroken. De nieuwe regering wordt gesteund door de vakbondsleiding waardoor het isolement en de repressie van delen van de vakbeweging die actief zijn in de massabeweging makkelijker wordt.
De opstand was slechts het begin
Ondertussen is het proces in Tunesië een vierde fase ingegaan. Deze fase wordt vooral gekenmerkt door de beperkingen en moeilijkheden waar de massabeweging zich nu mee geconfronteerd ziet. De krachtsverhoudingen tussen regering en oppositie zijn relatief gestabiliseerd. De beweging valt uiteen langs regionale en sociale lijnen als gevolg van de zeer ongelijke worteling. De machthebbers roepen op tot een terugkeer naar het ‘normale leven’. De hoofdstad probeert het platteland, dat tot nu toe grote druk uitoefende op het machtscentrum, weer onder controle te brengen. De eerste revolutionaire golf loopt stuk op het ontbreken van een alternatief en een politieke leiding die vorm kan geven aan de massabeweging.
Wat we nu zien is nog maar het begin van een proces dat bepaald is door een wereldwijde economische crisis en het onvermogen van de regering om elementaire levensbehoeften van de bevolking veilig te stellen. Na een decennialange dictatuur is het onvermijdelijk dat de weg naar een democratische en sociale omwenteling onduidelijk is – dit is des te meer het geval in een land dat in zijn eerdere geschiedenis geen massale vakbeweging of onafhankelijke volksbewegingen kende. Maar wat de Tunesische bevolking heeft bereikt in veertig dagen is immens. De massabeweging neemt af maar is niet verslagen, niet gebroken. De vraag is nu hoe de beweging gebruik zal maken van de gewonnen rechten. Hoe zullen de nieuwe sociale en politieke krachten, geboren in de opstand tegen Ben Ali, zich organiseren? Dat is een sleutelvraag, want nieuwe confrontaties met de overblijfselen van zijn regime zijn onvermijdelijk.

Chawqui Lotfi is actief in de ‘Magrheb commissie’ van de Franse NPA. Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder verscheen in Inprécor.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop