Veel fronten, één strijd: het beeld van de 7e Internationale Ecosocialistische Ontmoetingen

In de gebouwen van de Université libre de Bruxelles kwamen half mei ruim tweehonderdvijftig mensen uit zo'n veertig landen samen voor de zevende Internationale Ecosocialistische Ontmoetingen. Drie dagen lang ging het over vakbondsstrijd en degrowth, over zorgarbeid en de verdediging van inheems land, over schulden, kunstmatige intelligentie, Oekraïne en Palestina. Wie het programma vluchtig bekeek, kon de indruk krijgen dat hier vooral een reeks losse thema's voorbijkwam. Het tegendeel bleek waar. Juist de breedte maakte zichtbaar waar het de organisatoren om te doen was: laten zien dat al die schijnbaar afzonderlijke fronten teruggaan op dezelfde crisis en dat we die crisis alleen samen, en over de grenzen heen, kunnen keren.

De Internationale Ecosocialistische Ontmoetingen worden sinds 2014 gehouden — het initiatief ontstond rond een Duitstalig boek over een ecosocialistische internationale — en zijn uitgegroeid tot een terugkerend trefpunt van activisten, vakbondsmensen, wetenschappers en sociale bewegingen van verschillende continenten. Ecosocialisme staat voor de gedachte dat de ecologische crisis niet los te denken is van het kapitalisme. Een economie die draait om winstmaximalisatie en onophoudelijke groei botst onvermijdelijk op de grenzen van de planeet; alleen een samenleving die produceert om in behoeften van de mensen te voorzien in plaats van winst te maken, kan binnen die grenzen een goed leven mogelijk maken. Dat uitgangspunt was de gemeenschappelijke noemer onder alle gesprekken in Brussel.

Sombere achtergrond

De bijeenkomst vond plaats tegen een sombere achtergrond en de deelnemers maakten daar geen geheim van. De klimaatontwrichting versnelt, terwijl de Europese Green Deal — ooit aangeprezen als hét antwoord op de opwarming — in Berlijn, Parijs en Brussel stelselmatig wordt uitgehold. Tegelijk groeien de oorlogen, de herbewapening en het extreemrechtse blok. In een openingsdebat over geopolitiek werd dat verband scherp gelegd: de Green Deal werd grotendeels aan de bedrijven overgelaten en had de werkende bevolking, en zeker de armste lagen, weinig te bieden. Precies in dat gat stoot extreemrechts door. Het schildert milieubeleid af als een aanval op gewone mensen en wint zo terrein dat links jarenlang heeft laten liggen.

Arbeidersbeweging centraal

Dat is meteen de eerste reden waarom de arbeidersbeweging in Brussel zo centraal stond. Vakbondswerk hoort sinds het begin bij deze ontmoetingen en de openingssessie maakte duidelijk waarom. Een vakbondslid uit de Democratische Republiek Congo, Hervé Kambiniam van de vakbond CDT, beschreef hoe de oorlog in het oosten van zijn land een oorlogseconomie heeft voortgebracht waarin geld naar wapens gaat en niet naar onderwijs of zorg, terwijl buitenlandse bedrijven en gewapende groepen de grondstoffen roven en de bevolking van haar land verdrijven. Uit Colombia kwam het verhaal van vakbondsmensen die zich, tegen een deel van hun eigen achterban in, hebben gekeerd tegen fracking en zich verbonden hebben met milieu- en plattelandsbewegingen.

Uit Baskenland lieten vakbondsmensen zien hoe het anders kan: Ainhara Plazaola van de bond ELA vertelde hoe haar confederatie eisen over uitstoot, energie- en watergebruik en duurzame bedrijfsplannen rechtstreeks in de cao-onderhandelingen heeft gebracht en hoe ze afdwingt dat werkers bij sluiting of inkrimping van vervuilende bedrijven elders aan de slag kunnen of een fatsoenlijk inkomen en omscholing krijgen. De rode draad in deze gesprekken was dat de tegenstelling tussen arbeid en milieu, waar extreemrechts zo handig op inspeelt, geen natuurwet is maar een politieke keuze. Wie het vertrouwen van werkenden wil winnen, moet de ecologische transitie verbinden met de strijd voor hun werk en hun inkomen.

Degrowth & ecosocialisme

Een tweede draad liep via het debat over degrowth. Tien jaar geleden zou dat begrip nauwelijks naast socialisme zijn genoemd; degrowth en socialisme golden toen als twee opties waartussen je moest kiezen. Inmiddels wordt degrowth steeds vaker als een onderdeel van het socialistische programma gezien. Daniel Tanuro, een van de drijvende krachten achter het Ecosocialistische Manifest van de Vierde Internationale, vatte de noodzaak nuchter samen. Van de negen planetaire grenzen die de wetenschap onderscheidt, zijn er al zeven overschreden. Een afname van het energie- en grondstoffenverbruik is daarom geen keuze meer maar een gegeven; de vraag is alleen of die afname gepland en menselijk verloopt, of als een rampzalige ineenstorting.

Degrowth betekent in deze opvatting niet armoede of soberheid, maar het afschaffen van nutteloze productie en het herstellen van wat werkelijk telt: tijd, zorg, gemeenschap. Tekenend was dat een vertegenwoordiger van de academische degrowth-stroming en de marxistische ecosocialisten elkaar in Brussel uitdrukkelijk opzochten. Er lopen meerdere wegen naar hetzelfde doel en de bereidheid om die wegen bij elkaar te brengen was een van de winstpunten van de conferentie.

Niet zonder feminisme

Dat degrowth niet zonder feminisme kan, was een derde inzicht dat telkens terugkeerde. Wie alleen de productie terugschroeft zonder de zorgarbeid te herverdelen, schuift de rekening door naar vrouwen, die nu al het grootste deel van dat onbetaalde werk verrichten. Sprekers vanuit het ecofeminisme betoogden dat zorg — voor mensen, maar ook voor land, water en gemeenschappen — in het hart van een ecosocialistisch project hoort te staan, niet aan de rand. In Brazilië, zo klonk het, hebben landloze en inheemse vrouwen die gedachte allang in de praktijk gebracht, in hun verzet tegen de agro-industrie, de mijnbouw en de stuwdammen. Het idee van radicale overvloed dat uit de degrowth-beweging komt, breekt zowel met de kunstmatige schaarste van het kapitalisme als met het kapitalistische beeld van overvloed als eindeloos bezit.

Latijns Amerika vooraan in de strijd

Nergens kwam de samenhang van al die strijd zo concreet samen als in Latijns-Amerika, dat een groot deel van de aandacht opeiste. Michael Löwy, de marxistische socioloog die bij alle eerdere ontmoetingen aanwezig was en in Brussel een eigen eerbetoon kreeg, wees de inheemse volkeren en de boerenbewegingen daar aan als de voorhoede van de ecologische strijd: zij gaan voorop in de verdediging van natuur en leven en zijn tegelijk de eerste slachtoffers van het kapitalisme. Uit Ecuador beschreef Leonidas Iza, voorzitter van de inheemse organisatie Ecuarunari, hoe zijn gemeenschappen al duizenden jaren met het land leven en zich nu verzetten tegen de oliewinning in het Amazonegebied.

Uit Brazilië kwam een overwinning om moed uit te putten: na een wekenlange bezetting van de terminals van de multinational Cargill en een reeks acties tijdens de klimaattop COP30 dwong een grotendeels inheemse beweging de regering-Lula om de privatisering van drie Amazonerivieren terug te draaien. Mariana Riscalli van de Braziliaanse partij PSOL hield die strijd voor als bewijs dat sociale bewegingen onafhankelijk moeten blijven van de regering, ook van een progressieve regering. Tegelijk klonk de waarschuwing voor wat men groen kolonialisme noemde: een energietransitie die fossiele brandstoffen vervangt maar dezelfde roof van grondstoffen, dezelfde onteigening en repressie voortzet, ditmaal in naam van schone energie.

Internationalisme, geen kampisme

Ook de oorlogen kregen hun plaats en juist daar toonde zich de politieke volwassenheid van de bijeenkomst. Over de Russische invasie van Oekraïne en over de Europese herbewapening loopt ter linkerzijde een diepe scheidslijn en de Ecosocialistische Ontmoetingen ontweken die niet. Oekraïense ecosocialisten van de organisatie Sotsialnyi Rukh, onder wie de vakbondsman Artem Tidva en de degrowth-deskundige Vitaliia Kilinkarova, schetsten de enorme ecologische verwoesting die Poetins oorlog heeft aangericht en pleitten voor internationale solidariteit van onderop, naar het voorbeeld van Zweedse havenarbeiders die weigerden Russische schepen te lossen.

De Syrische onderzoeker Joseph Daher trok de lijn door naar Gaza en Zuid-Libanon. Wat de sprekers verbond was de afwijzing van het kampisme — de neiging om, uit verzet tegen het westerse imperialisme, kritiekloos achter elke tegenstander van het Westen te gaan staan. Solidariteit, zo klonk het telkens, geldt de aangevallen volkeren en de werkenden, niet de repressieve regimes die hun eigen bevolking onderdrukken. En de herbewapening zelf werd niet alleen als oorlogsdreiging gezien, maar ook als een gigantische verschuiving van middelen, weg van de ecologische transitie en de sociale voorzieningen.

Het gevaar van extreemrechts

Wat al deze fronten uiteindelijk verbindt, is de opkomst van extreemrechts. Löwy sprak liever van neofascisme: het deelt veel met het klassieke fascisme, maar is radicaal neoliberaal in plaats van corporatistisch en het gebruikt religie zonder zelf religieus te zijn. Op de conferentie werd het verschijnsel ook van een nieuwe naam voorzien: fossiel fascisme. Extreemrechts ontkent de klimaatverandering steeds minder openlijk; het keert zich in plaats daarvan tegen het klimaatbeleid, als bondgenoot van de fossiele industrie en presenteert soms zelfs immigratie als een ecologische bedreiging. In een werkgroep over kunstmatige intelligentie kreeg die reactie nog een technologisch gezicht. De macht van enkele techbedrijven over informatie, communicatie en surveillance en de halfreligieuze toekomstdromen van figuren als Elon Musk, vormen een eigen front in dezelfde strijd — een front waar het verzet, van techwerkers tot omwonenden van datacentra, nog maar net op gang komt.

Een convergentie van bewegingen

Hier ligt de kern van wat de ontmoetingen wilden overbrengen. De vrouwenbeweging, de inheemse strijd, de strijd van werkenden, de strijd tegen schulden en extractivisme, het verzet tegen oorlog en tegen extreemrechts: het zijn geen losse campagnes maar uitingen van één crisis van het kapitalisme. Tanuro noemde dat een convergentie van bewegingen — van vrouwen, inheemse volkeren, lhbtqi'ers, boeren en arbeiders — en Löwy noemde de ecologie geen hoofdstuk maar een rode draad. De breuk met het productivisme betekent niet dat de klassenstrijd wordt opgegeven, maar dat hij wordt verbreed. De bijeenkomst zelf, met haar veertig landen en haar moeizame maar echte gesprekken tussen academici en activisten, tussen Noord en Zuid, was een oefening in precies die verbreding.

Daarmee dringt de vraag zich op waar het uiteindelijk om draait: hoe geef je aan die convergentie een vorm die ook werkelijk iets kan afdwingen? Het antwoord dat in Brussel het meest concreet werd, was organisatorisch. Naast de ontmoetingen zelf presenteerde zich het Global Ecosocialist Network, een wereldwijd samenwerkingsverband met een klein secretariaat, een lage drempel voor deelname en online debatten waarin organisaties van verschillende continenten ervaringen en strategieën uitwisselen. Het netwerk en de ontmoetingen zijn complementair en zullen elkaar in de toekomst nauwer opzoeken.

Vanuit Nederland waren er ook activisten van LinksBoven, de ecosocialistische ledenbeweging binnen PRO en van het nieuwe initiatief Democratisch Ecosocialisten [1] in Brussel van de partij. De volgende editie van de Ontmoetingen, de 3e Ecosocialistische Ontmoeting voor Latijns Amerika en het Caraïbisch gebied,  vindt volgend jaar in Colombia plaats, mogelijk een jaar later gevolgd door de 8e Internationale Ecosocialistische Ontmoetingen in Ecuador — een veelzeggende verschuiving naar het continent waar de strijd het hardst en het meest vooruitstrevend wordt gevoerd.

Of dat genoeg zal zijn, weet niemand. Een Argentijnse spreekster hield de zaal voor dat de debatten geworteld moeten blijven in de concrete strijd en onafhankelijk van regeringen, ook de zogenaamd progressieve. Löwy citeerde Brecht: wie strijdt kan verliezen, maar wie niet strijdt heeft al verloren. Dat is geen geruststelling en zo was het ook niet bedoeld. Wat de 7e Ecosocialistische Ontmoetingen lieten zien, is dat de afzonderlijke bewegingen ieder op zich te zwak zijn voor de opgave en dat de coördinatie tussen hen — over sectoren, over bewegingen, over grenzen heen — geen luxe meer is maar de voorwaarde om iets te bereiken. De bouwstenen liggen er. Ze moeten alleen nog op elkaar worden gestapeld.

Noot

1. Leden van SAP – Grenzeloos zijn actief in Democratisch Ecosocialisten.

Foto: Sprekers tijdens de sessie ‘Ecosocialisme als rem op de klimaatramp’ op de 7e Ecosocialistische Bijeenkomst in Brussel. Foto ter beschikking gesteld.

William van den Heuvel is actief in de anti-kernenergie, klimaat en vredesbeweging. Hij is lid van SAP – Grenzeloos.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop