Borderless

14 August 2018

Verhalen over Haags langharig werkschuw tuig

Wie veel waarde hecht aan vorm, die kan er maar beter niet aan beginnen. Het boek 'Ongrijpbaren Gegrepen, De Haagse Jeugdsien rond de EM en SWEM, 1965 - 1993' kent qua vorm vele tekortkomingen. Maar wie, net als de beschreven groep, een gezonde portie schijt heeft aan uiterlijk, die kan veel genieten. De auteur Richard Kleinegris haalt voor het eerst de geschiedenis van de Haagse 'alternatieve jeugd' boven water. Aan de hand van meer dan 100 interviews. En hij laat zien hoe de Haagse autoriteiten met deze jongeren zijn omgesprongen. Aan de hand van talloze dossiers en documenten.

Gebreken
Er mankeert erg veel aan de 'Ongrijpbaren Gegrepen'. De letters en de foto's zijn te klein en te grijs. Dat leest niet lekker. En er staan wel driehonderd bladzijden mee vol. Bovendien barst het boek van de slordigheden. Taalkundig klopt bijvoorbeeld de afwisseling van tegenwoordige en verleden tijd niet steeds. Feitelijk gaat er ook het een en ander mis. Als Richard het venster naar de wereld opent, dan blijkt Stalin drie jaar na zijn dood nog tanks naar Hongarije te kunnen sturen. Wat verderop in de tijd voert Iran oorlog met Iran, waar ongetwijfeld Irak wordt bedoeld. En in een passage die níet gaat over creatief boekhouden, worden 262 van de 125 bij de SWEM ingeschreven vrouwen aan werk geholpen. Ook op de opbouw van het boek valt wel iets aan te merken. Het stamverhaal, over de SWEM (Stichting Werkgroep Eksperimentele Maatschappij), staat stevig overeind, maar een aantal zijtakken breekt vrij abrupt af. Dat geldt eerst voor de alternatieve hulpverlening (de Sosjale Joenit) en de alternatieve cultuurbeleving (Paard van Troje) en later voor de kraakbeweging (de Blauwe Aanslag). Wat betreft de structuur tenslotte: misschien had het allemaal wel wat strakker gekund als er voor een wat beschouwender invalshoek was gekozen. Maar dat is niet het geval. In de lezingen die Richard Kleinegris over zijn boek houdt en die wél goed zijn verzorgd, geeft hij duidelijk aan dat dit een eerste poging is om de historie van de Haagse 'jeugdsien' te boekstaven en dat daarbij past dat er heel veel, deels ruw, materiaal wordt aangedragen. Wie trek heeft in die 'jeugdsien' en daar zijn tanden in wil zetten, die krijgt genoeg smakelijks opgediend.

Het begin
In vijf hoofdstukken schetst Richard de geschiedenis van de SWEM en die van opstandige Haagse jongeren. Het eerste hoofdstuk gaat in op de zestiger jaren, met zijn jeugdbendes en zijn generatieconflict, waarbij steeds meer jongeren zich afzetten tegen de heersende moraal thuis en in de maatschappij. Den Haag wordt 'beatstad number 1' en het vrijgevochten 'langharig werkschuw tuig' bevolkt in toenemende mate de stranden en straten. De interviewfragmenten geven een levendig beeld van het sfeertje in die tijd. De citaten uit beleidsnotities en politiedossiers maken duidelijk dat de autoriteiten zich flink zorgen maken over waar die 'ongeorganiseerde jeugd' naar toe drijft.
Het hoofdstuk wordt, net als alle volgende hoofdstukken, geopend met een blik op de toestand in de wereld, de toestand in Nederland en de toestand in Den Haag. Echt nodig is dat misschien niet, maar het geeft een kader waarin begrepen kan worden dat de gebeurtenissen in Den Haag niet helemaal op zichzelf stonden. Overigens gaat Richard in zijn lezingen juist wat dieper in op de vraag wat er wél uniek is aan de Haagse situatie. Ook in het boek werpt hij al de hypothese op dat de jongerenbeweging hier praktischer en minder radicaal was dan bijvoorbeeld in Amsterdam en Nijmegen omdat Den Haag geen universiteitsstad is, met een snel wisselende studentenbevolking, maar eerder een dorp waar men niet zo makkelijk anoniem rond kan razen. Bovendien zou de strandcultuur aan een wat meer ontspannen mentaliteit hebben bijgedragen. Aan de kant van de bestuurders zou het gegeven dat we te maken hebben met een regerings- en ambassadecentrum hebben geleid tot extra behoedzaam optreden.

Vrijplaats en front
In het tweede en derde hoofdstuk gaat de ongeorganiseerde jeugd zich organiseren. Vanuit een wild mengsel van muzikanten (Q65), socialisten (SJ) en anarchisten (Kabouter/Oranje Vrijstaat) wordt de Eksperimentele Maatschappij (EM) opgericht. Deels bedoeld als vrijplaats, deels als front tegenover de kapitalistische comsumptiemaatschappij. De EM krijgt begin zeventiger jaren drie loten aan zijn stam: een ontmoetingsruimte met een culturele functie (het latere Paard van Troje), een alternatieve hulpverleningsinstelling voor jongeren, vooral 'weglopers' (de Sosjale Joenit EM) en een alternatief uitzendbureau (de SWEM). De SWEM stelt zich ten doel jongeren die gerekend worden tot het langharig werkschuw tuig met niet al te zwaar werk in hun levensonderhoud te laten voorzien. Jongeren die wegens uiterlijk en vrijpostig gedrag niet voor een normale baan in aanmerking komen, jongeren die niet meer dan drie dagen niet al te hard willen werken en daarvoor ook niet zoveel hoeven te verdienen, zijn welkom. Dat geldt zeker voor jongeren die werken zien als een noodzakelijk kwaad om in staat te zijn vrije kunsten te beoefenen of vooral het imperialisme te bestrijden. De SWEM heeft een hoog idealistisch gehalte en legt in haar statuten vast te streven naar arbeiderszelfbestuur in eigen gelederen en gelijk ook maar voor de rest van de wereld. De werkers van de SWEM worden daartoe onder andere collectief lid van het Onafhankelijk Verbond van Bedrijfsorganisaties (OVB).

Het gezag
Opmerkelijk is de toeschietelijke houding van de Haagse autoriteiten. Er wordt wel wat geknuppeld bij demonstraties en happenings, maar politiecommissarissen als Van Andel en later Peijster zoeken toch vooral de dialoog met de jongeren. Dat is nog sterker het geval met wethouders als Happel (KVP) en helemaal met Piet Vink (PvdA). Vooral Vink ontpopt zich als het begripvolle aanspreekpunt voor het roerige jonge volk. Vanuit een mix van overwegingen, waaronder repressieve tolerantie en inkapseling, maar ook sympathie, stak deze wethouder zijn nek uit om zaken voor de jongeren geregeld te krijgen. Of het nu ging om panden of om banen. Zo kreeg de SWEM via hem taken uit te voeren bij de Plantsoenendienst en bij de Gemeentereiniging. Vermakelijk is het verslag van een vergadering van het College van B&W waarin uitvoerig wordt gediscussieerd over het percentage werk dat een SWEM'er levert vergeleken met een 'normale' werknemer. Dit om te kunnen bepalen welke dienst voor welk deel van de loonkosten moet worden aangeslagen. De gemiddelde SWEM'er werd uiteindelijk op zestig procent van een gewone arbeidskracht ingeschat. Achteraf gezien lijkt het wel of het politiek correct polderen toen in Den Haag is uitgevonden; in ieder geval werd het met succes, want tot redelijke tevredenheid van beide partijen, bedreven.

Onderlinge tegenstellingen
In de loop van de zeventiger jaren voltrekken zich binnen de jeugdsien allerlei processen die ook in andere vernieuwings- en bevrijdingsbewegingen kunnen worden waargenomen. Er ontstaan spanningen tussen 'politieken en pragmatici', tussen 'idealisten en professionals', tussen 'generalisten en specialisten'. Oude initiatiefnemers raken vermoeid en haken af of maken carriére. De SWEM, de Joenit en het Paard groeien uit elkaar. De SWEM krijgt bovendien te maken met een ander type werknemer: de anarcho-artiest maakt langzaam plaats voor de ongeschoolde jongere die meer geïnteresseerd is in serieus werk, in ieder geval in serieuze betaling, dan in arbeiderszelfbestuurbijeenkomsten. Toch behoudt de SWEM nog haar radicale karakter dankzij haar verbindingen met de opkomende kraakbeweging.

Kraken
Het vierde hoofdstuk beschrijft de tachtiger jaren. Richard gaat uitgebreid in op de Haagse kraakbeweging, waarmee de SWEM via het Komitee Jongerenhuisvesting (KJH) nauwe banden onderhoudt. De tachtiger jaren vormen een periode van rechtse regeringen en straffe bezuinigingen. Opvallend is dat ondanks de bezuinigingen, de werkverschaffing aan en via de SWEM overeind wordt gehouden. Wethouder Vink laat zijn beschermeling niet schieten en gemeentelijke diensten krijgen de opdracht hun 'taakstellingen' op andere manieren dan over de ruggen van de SWEM'ers te realiseren. De betrokkenheid van de SWEM bij de kraakbeweging krijgt ondertussen steeds concreter gestalte. Met steun van de gemeente worden kraak- en slooppanden aangekocht die door een aan de SWEM gelieerde stichting Woon en Werk worden opgeknapt. Het karakter van de SWEM verandert hierdoor nog meer. Terwijl bij het reinigings- en plantsoenenwerk steeds meer werknemers, waaronder in toenemende mate allochtonen, doorstromen naar een vaste betrekking, wordt het opknappen van de huizen een soort van begeleid werkgelegenheids- en integratieproject voor randgroepjongeren. Dit project is voor meerdere partijen profijtelijk: de SWEM heeft werk, de jongeren komen goedkoop aan huisvesting en het kraken als vorm van maatschappelijke onrust smelt weg als sneeuw voor de zon. De kraakbeweging heeft bovendien te maken met dezelfde verschijnselen als de jeugdsien eerder: groei van onderlinge tegenstellingen en uitputting. Uiteindelijk gaat het mis met het project Woon en Werk. Er wordt geknoeid met geld en materiaal en de SWEM raakt in de slipstream in diskrediet.

Opheffing
Het vijfde en laatste hoofdstuk van 'Ongrijpbaren Gegrepen' verhaalt van de uiteindelijke ondergang van de SWEM. De betrokkenheid bij gesjoemel is niet de enige reden. De oorspronkelijke doelgroep, het alternatieve artistieke en politieke langharig werkschuw tuig, bestaat niet meer. En voor de groepen die later werden bediend, voornamelijk laaggeschoolde en allochtone jongeren, zijn er inmiddels andere projecten en voorzieningen, zoals het jeugdwerkgarantieplan en de Melkertbanen. In april 1994 wordt de SWEM opgeheven. En dat gebeurt dus op bladzijde 299 van een boek dat zeker niet perfect is, maar toch zeer de moeite waard. Een boek met een grote rijkdom aan verhalen van direct betrokkenen waar ontzettend veel in zit. Het valt te hopen dat Richard Kleinegris komt met een wellicht iets verzorgder, handzamer en toegankelijker vervolg, waarin hij nog wat dieper in kan gaan op enkele reeds aangeroerde thema's. Zoals: het specifieke van de Haagse ontwikkeling; de bijzondere relatie tussen de anti-autoritaire jeugd en de autoriteiten aldaar; de ontbindingsverschijnselen maar ook de resultaten en de neerslag van de jeugdsien; en mogelijk wat we er nu nog van zouden kunnen leren.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br> <br />
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren