Vluchtelingenbeleid als breekpunt

Op zondag 21 maart – internationale antiracismedag - was een actie bij het deportatiecentrum op de vlieghaven Zestienhoven gepland. Het protest was gericht tegen de gevangenis waar uitgeprocedeerde en geïllegaliseerde mensen vastzitten in afwachting van hun gedwongen uitzetting. Maar de actie kon niet plaatsvinden: bussen met activisten uit Nijmegen werden gestopt en onder escorte Rotterdam uitgezet. Activisten uit Amsterdam werden tegengehouden en een aantal van hen werd gearresteerd. Mensen die zelfstandig naar de luchthaven probeerden te komen werden geïntimideerd en tegengehouden.

Rechts aan zet
Rita Verdonk is de ophef over het vluchtelingenbeleid zat. Willen de deportaties lukken, dan moeten ze in alle stilte gebeuren. Rechts weet dat het vluchtelingenbeleid in brede kring verzet op kan roepen. Sterker nog, de weerzin tegen de verharding op het vlak van vluchtelingen is heel groot – kerken, lokale afdelingen van politieke partijen, vakbonden en veel mensen zonder een achtergrond in politieke of sociale bewegingen. Het leed heeft een gezicht gekregen. De buurvrouw en de klasgenoot; vaders en moeders; het zijn gewone mensen die hun recht op een plek in dit land wordt ontzegd.
Mensen zijn niet altijd consistent – ook niet als het gaat om hun opvattingen over het vluchtelingenbeleid. Zolang dat beleid een abstractie blijft, steunen veel mensen een strenge aanpak. Maar zodra het om buurtbewoners, kennissen en vrienden gaat blijken de gevolgen van dat beleid zwaar op het hart te liggen.
De opkomst van Fortuyn en zijn politieke beweging, het groeiende populisme van de gevestigde politiek – het leek wel of iedereen achter de verharding stond. De vraag was niet meer of de grenzen dicht moesten, maar hoe hoog de muren van het fort opgetrokken moesten worden. De rechtse intimidatie tijdens de opkomst van Fortuyn en vooral na zijn dood, brachten links in het defensief. Linkse politieke partijen, ook vluchtelingenkampioen GroenLinks, stelden hun standpunten naar rechts bij. Alternatieven werden weggehoond – ze behoorden tot de oude politiek, tot de linkse kerk.
Maar uit het verzet blijkt dat er wel degelijk ruimte is voor een andere benadering, gebaseerd op gastvrijheid en menselijkheid. De acties van de afgelopen maanden laten zien dat mensen hoop blijven houden. Het verzet wordt voor een belangrijk deel gedragen door mensen met weinig ervaring in sociale bewegingen. In het noorden van het land ontstond vorig jaar de organisatie Van Harte Pardon. De organisatie werd opgericht door mensen die al jarenlang samenleven met vluchtelingen die nu gedeporteerd dreigen te worden. In de loop van de tijd sloten steeds meer groepen zich bij het initiatief aan: scholieren op scholen, plaatselijke vluchtelingenwerkgroepen. Maar het belangrijkste is dat het voor een belangrijk deel gaat om mensen die voor het eerst recht tegenover een regering komen te staan.

Allianties
Een belangrijk probleem in links Nederland is de grote kloof tussen de kleine groep radicale activisten en de bredere laag van linkse mensen. Het lukt in Nederland maar zelden om brede verontwaardiging op straat te laten zien, of om te zetten in een beweging van betekenis. De demonstraties tegen de oorlog van vorig jaar hebben laten zien dat mensen wel degelijk te mobiliseren zijn, maar dat het moeilijk is ook permanente structuren op te bouwen. Dat moet wel gebeuren.
Het vluchtelingenvraagstuk leent zich bij uitstek om de kloof tussen radicale activisten en links in bredere zin te overbruggen. In de praktijk gebeurt dat ook. Petra Schultz van de vluchtelingenorganisatie PRIME organiseerde met anderen de buscampagne Zonder pardon op straat, waarin een bus door het land trok om vluchtelingen op te halen die het slachtoffer zijn geworden van het regeringsbeleid en op straat zijn komen te staan. Op veertien plekken werd de karavaan door steeds een andere vluchtelingenorganisatie ontvangen. De karavaan was een voorbeeld van de samenwerking tussen de harde kern van activisten, die al jarenlang actief zijn in de vluchtelingensolidariteit en ondersteuning van geïllegaliseerden, en mensen die pas de afgelopen periode actief werden. Schultz: ‘Die nieuwe mensen zijn heel enthousiast. Hun aanwezigheid is verfrissend. Het zijn mensen zonder vaste werkwijze en zonder eerdere teleurstellingen in de politiek. Tijdens de karavaan was hun enthousiasme heel belangrijk. Mensen krijgen weer het gevoel dat verzet zin heeft. Minister Verdonk praat wel over democratie – ze zegt dat het beslissingsproces nu afgerond is – maar mensen leggen zich er niet bij neer. We kunnen winnen.’
Om te kunnen winnen zijn er twee dingen nodig. Ten eerste, vluchtelingen voortdurend een gezicht geven en de gevolgen van het harde beleid uit Den Haag zichtbaar maken. En ten tweede, daarmee samenhangend, breed mobiliseren, mensen op straat brengen. Een van de belangrijkste acties van de afgelopen jaren, was de strijd rond de witte illegalen. Het unieke aan de vluchtelingenstrijd is dat er in brede kring begrip bestaat voor soms heel harde acties, zoals de hongerstaking van de witte illegalen. Hun actie werd een succes omdat kerken, vakbonden en politieke partijen, zelfs hier en daar een bestuurder, achter ze ging staan.
Radicale acties zijn nodig. Stadhuisbezettingen, kerkasiel, zelfs hongerstakingen, krijgen de meeste aandacht en houden de kwestie in het nieuws.
Rechts heeft te lang het alleenrecht op de beeldvorming rond vluchtelingen gehad. Het is tijd vluchtelingen zelf dat beeld te laten vormen. En links moet de solidariteit met vluchtelingstrijd weer op de agenda zetten: vanuit een perspectief van internationale solidariteit en een radicale afwijzing van de huidige wereldwanorde.

Verdieping
Actievoeren is een manier om progressieve standpunten over vluchtelingen weer mede de agenda te laten bepalen. Daarnaast is het belangrijk weer vat te krijgen op het publieke debat. Niet zo heel lang geleden was het in brede kring vanzelfsprekend dat ‘het westen’ op z’n minst medeverantwoordelijk is voor de ellende die mensen aanzet tot vluchten. Het rechtse offensief van de afgelopen jaren heeft korte metten gemaakt met die manier van denken. De discussie over vluchtelingen wordt niet langer in die termen gevoerd. Integendeel, rechts heeft een idee weten te creëren van vluchtelingen als profiteurs. In plaats van de strijd met die verrechtsing aan te gaan, heeft een groot deel van links zich aangepast, de PvdA voorop. Radicaal links moet zich, om aan de solidariteit met vluchtelingen verder vorm te geven, inhoudelijk versterken en korte metten maken met haar defensieve houding. De kern van het probleem in de wereld ligt niet bij vluchtelingen, maar bij het neoliberalisme. En de oplossing ligt niet in de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de armen, maar bij strijd tegen de oorzaken van armoede en uitzichtloosheid in de Derde Wereld. Solidariteit met vluchtelingen hoort daarbij. Het onderscheid tussen economische en politieke vluchtelingen is een kunstgreep die gebruikt wordt om het weren van vluchtelingen aanvaardbaar te maken. Wie de huidige wereldwanorde onaanvaardbaar vindt en ook vindt dat ieder mens evenveel recht heeft op geluk en een fatsoenlijk leven, kan het beleid niet accepteren.
De ruimte voor deze argumenten, deze manier van denken, moet opnieuw bevochten worden. In een discussiestuk over de toekomst van de vluchtelingenstrijd, dat momenteel binnen vluchtelingenorganisaties wordt besproken, wordt terecht gezegd: ‘Alleen maar stellen dat het westen medeverantwoordelijk is voor een hoop ellende elders op de wereld, of teruggrijpen op ‘het’ kolonialisme is niet genoeg. Het zal opnieuw bewezen moeten worden, aan de hand van aansprekende en goed gedocumenteerde voorbeelden.’
In het stuk wordt betoogd dat het vluchtelingenactivisme haar taken opnieuw moet definiëren. Het publieke debat wordt op de meest onbeschofte wijze gedomineerd door de verdedigers van de neoliberale praktijken die aan de ene kant de ergste ellende in de wereld veroorzaken en aan de andere kant de muren van Fort Europa steeds hoger optrekken. Alternatieven zijn hard nodig.

Schijntegenstelling
Hoe slecht links het eigen falen heeft verwerkt blijkt uit het artikel van Jelle van der Meer in de Volkskrant van 3 januari. Van der Meer, hoofdredacteur van de Helling, het tijdschrift van het wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, houdt een warm pleidooi voor een ruimhartig toelatingsbeleid van arbeidsmigranten, maar stelt ook voor dat deze migranten geen volledige toegang krijgen tot sociale voorzieningen. Bovendien is Van der Meer een van de aanjagers van het debat over de relatie tussen migratie en de verzorgingsstaat. Dat debat laat zien hoe zeer links de rechtse kritiek op de verzorgingsstaat heeft geïnternaliseerd: men betoogt dat Nederland moet kiezen tussen internationale solidariteit en een ruimhartig toelatingsbeleid en de verzorgingsstaat.
Het is absolute schijntegenstelling. De afbraak van sociale voorzieningen in dit land mag niet op het bordje van vluchtelingen worden geschoven. Het is een keuze die wordt gemaakt door de hogepriesters van de neoliberale kerk. Solidariteit is niet deelbaar. Integendeel, we moeten juist duidelijk maken dat de belangen van vluchtelingen en van werklozen en arbeidsongeschikten veel met elkaar te maken hebben.

Dat kan door actie te voeren en het initiatief in het publieke debat terug te nemen. Het vluchtelingen- en migratievraagstuk is een van de grote morele thema’s van deze tijd. Het raakt aan de kernwaarden van een solidair en menselijk links. Als de brede verontwaardiging onder de bevolking en het verzet tegen het regeringsbeleid kan worden omgezet in een sociale beweging die de wortels van de migratieproblematiek blootlegt, is dat een belangrijke stap vooruit in de strijd tegen de verrechtsing en het neoliberalisme.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop