In een interview met Reporterre over wat de hittegolf ons vertelt over de klimaatvooruitzichten, hekelt Valérie Masson-Delmotte duidelijk de ontkenningsmechanismen die aan het werk zijn – met name bij beleidsmakers – en de gevaren daarvan. Op basis daarvan brengt ze naar mijn mening de aspecten ‘aanpassing’ en ‘mitigatie’ heel treffend met elkaar in verband. Ik hoor maar al te vaak linkse activisten aanpassingsmaatregelen van tafel vegen met het argument dat we de oorzaak van de opwarming moeten aanpakken en dus de uitstoot moeten verminderen. Die moet natuurlijk worden verminderd en snel! Maar het is een vergissing om de uitdagingen op het gebied van aanpassing te verwaarlozen.
Ten eerste vanuit een elementair menselijk standpunt: de ramp is een feit en we moeten degenen die erdoor worden getroffen goed beschermen, met name degenen die het hardst worden getroffen: ouderen, kinderen, zwangere vrouwen, chronisch zieken... Dat spreekt voor zich.
Vervolgens vanuit strategisch oogpunt: de uitdagingen op het gebied van aanpassing zijn acute problemen, die mensen rechtstreeks raken en die de mensen uit de lagere sociale klassen het hardst treffen. Het is dus een hefboom voor het bewustzijn dat onmisbaar is voor een ambitieus mitigatiebeleid, en, verdergaand, voor een alternatief voor de samenleving.
Concrete aanpassingsmaatregelen op het gebied van huisvesting, gezondheid op het werk, school- en ziekenhuisgebouwen, ruimtelijke ordening, stedenbouw, waterbeheer, landbouwbeleid en asielbeleid zouden daarom een belangrijke plaats moeten innemen in een noodplan. Op elk van die gebieden zouden de maatregelen bovendien moeten worden ontworpen met het dubbele doel om sociale ongelijkheden te bestrijden en de betrokken bevolkingsgroepen zoveel mogelijk te betrekken bij het proces, in het kader van democratische controle.
Betekent dat dat mitigatie [vermindering] geen plaats zou hebben in het noodplan? Nee, die plaats is er wel, maar moet worden ingevoerd via politieke maatregelen en acties van burgerlijke ongehoorzaamheid die op brede steun van de bevolking kunnen rekenen. Bijvoorbeeld: tegen privéjets, luxe jachten, bedrijfswagens (België), de explosieve groei van het luchtvervoer ten koste van het spoorvervoer, AI-datacenters; voor gratis stadsvervoer, ambitieuze isolatienormen, de bevordering van agro-ecologie, de bestrijding van kapitalistische verspilling, de verkorting van de arbeidstijd en het verlagen van het werktempo, de bescherming van bossen en wetlands, enzovoort.
De Vierde Internationale heeft een Manifest voor een ecosocialistische revolutie – Breken met de kapitalistische groei aangenomen. Dit document actualiseert de zogenaamde 'overgangsprogramma'-methode. Die methode omvat echter twee aspecten die op de juiste wijze met elkaar moeten worden verweven.
Enerzijds moet het programma een samenhangend totaalantwoord bieden op de objectieve situatie, dat wil zeggen op de systemische ecologische en sociale crisis die de mensheid en het leven in het algemeen bedreigt. Trotski benadrukt dat. Dat houdt in dat de waarheid, de hele waarheid, met een grote antikapitalistische radicaliteit moet worden verteld. Dat is wat ons Manifest doet en daarom spreekt het zich in alle duidelijkheid uit voor een 'rechtvaardige degrowth', uitgewerkt op basis van de 'gedifferentieerde verantwoordelijkheden' van landen en sociale klassen binnen die landen.
Anderzijds gaat het erom de uitgebuitenen en onderdrukten op massale schaal in beweging te brengen. Dat houdt uiteraard in dat rekening moet worden gehouden met hun bewustzijnsniveau en hun directe zorgen. Het idee van een noodplan in het licht van de klimaatramp – en de nadruk op aanpassing in een dergelijk plan – speelt in op die zorg en is daarom nauw verbonden met de nationale/regionale contexten. Die kunnen heel snel veranderen, zodat het noodplan (in tegenstelling tot het algemene programma, dat stabieler is) zich eveneens moet aanpassen (en dus aan antikapitalistische kracht moet winnen… als de context dat toelaat).
Het is geen toeval dat het Manifest, in hoofdstuk IV over de programmatische 'richtlijnen', in de eerste plaats de eis stelt van 'bescherming van de volksklassen' tegen de gevolgen van de ramp. De huidige hittegolf in Europa maakt die eis heel concreet en nodigt uit om inspiratie te putten uit het beleid dat tegen covid is gevoerd, maar dat dan structureel en voor de lange termijn in te voeren.
Het is evenmin toeval dat de 'richtlijnen' die onmiddellijk daarna in het Manifest volgen, de noodzaak benadrukken om de publieke sector te verdedigen,/uit te breiden en 'het geld te halen waar het zit'. Die twee eisen vloeien namelijk heel logisch voort uit de eerste: de bescherming van de volksklassen zal niet plaatsvinden via marktmechanismen, maar via publieke instrumenten die dus gefinancierd moeten worden. Daarom maken de verdediging en uitbreiding van de publieke sector en de maatregelen – met name fiscale – tegen de rijken en het kapitaal van meet af aan deel uit van het eco-sociale noodplan dat nu moet worden uitgevoerd.
Ten slotte is het evenmin toeval dat een van de eerste richtlijnen van het Manifest betrekking heeft op de vrijheid van verkeer en vestiging. De afwijzing van het migratiebeleid van de kapitalistische regeringen moet inderdaad deel uitmaken van een noodplan. Dat is onontkoombaar in een tijd waarin de jacht op 'illegalen' de belangrijkste hefboom is waarmee extreemrechts terrein wint en zich versterkt in zijn vermogen om het klimaatontkenningsbeleid van het fossiele kapitaal uit te dragen, dat ons naar de afgrond leidt.
Dit artikel stond op ESSF. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen