Op 14 juni deden de collectieven van de Grève féministe romands mee aan de succesvolle demonstratie, 60.000 deelnemers, tegen de G7-top in Genève, samen met een brede coalitie van collectieven, politieke organisaties en vakbonden die zich inzetten voor de strijd tegen fascisme, imperialisme en kapitalisme en voor solidariteit tussen de volkeren.
Die aanpak lijkt des te noodzakelijker in een periode waarin, na de mainstreaming en de ‘ngo-isering’ van een aantal feministische strijdpunten rond de eeuwwisseling van de 21e eeuw, de feministische bewegingen in de centrale landen van het kapitalisme vandaag de dag te maken hebben met een dubbele dynamiek.
Enerzijds de monopolisering en het misbruiken van sommige van hun strijdpunten – met name die tegen gendergerelateerd geweld – voor racistische en reactionaire doeleinden.
Anderzijds de opkomst van masculinistische en antifeministische argumenten, tegen de achtergrond van een toename van autoritaire tendensen in uiteenlopende contexten zoals Frankrijk, de Verenigde Staten, Turkije, Iran, Argentinië en Rusland, om er maar een paar te noemen.
Die kwesties staan niet los van feministische collectieven, noch van de diverse linkse organisaties die zich op het feminisme beroepen. Ze zijn het onderwerp van ideologische en strategische debatten over wat het betekent om als feminist te strijden.
Juist in die context moeten we ons inzetten voor de opbouw van een anti-imperialistisch feminisme dat zich niet beperkt tot principiële solidariteit met vrouwen en genderminderheden overal ter wereld, maar een feminisme dat berust op een analyse van de manier waarop kapitalistische, imperialistische en patriarchale logica’s elkaar voeden en versterken. Een feminisme dat tracht bloot te leggen wat het imperialisme teweegbrengt in de sociale genderverhoudingen en hoe die verhoudingen ten dienste staan van, en worden gereproduceerd door, de uitbreiding ervan; het geheel vormt een van de voorwaarden voor het voortbestaan van het kapitalistische systeem.
Imperialistisch geweld tegen de sociale reproductie
Naast het systematische gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen, houdt de imperialistische logica ook de ontmanteling van de middelen voor sociale reproductie in.
De genocide die momenteel in Gaza plaatsvindt, is daar een van de schrijnendste voorbeelden van. De Israëlische bezettingsmacht is verantwoordelijk voor een massale en systematische vernietiging van ziekenhuizen, scholen, universiteiten, productiefaciliteiten en distributiecentra voor water en voedsel, in combinatie met de moord op tienduizenden zorgwerksters. Dat geweld treft in de eerste plaats vrouwen, die centraal staan in het betaalde en onbetaalde reproductieve werk en wier activiteiten steeds gevaarlijker en moeilijker uit te voeren worden. Het gevolg is een geleidelijke vernietiging van de voorwaarden voor de reproductie van het leven, wat bijdraagt aan de strategie om het Palestijnse volk uit te roeien.
De winning van grondstoffen, een van de belangrijkste vormen van het Zwitserse imperialisme, berust op soortgelijke dynamieken. Enerzijds door de gewelddadige vernietiging van de leef- en solidariteitsruimtes van de lokale bevolking. Anderzijds door de belastingvrijstelling voor bedrijven die natuurlijke hulpbronnen exploiteren, waardoor de staatskas van de betrokken landen leegloopt. Die landen zijn onderworpen aan door het IMF opgelegde bezuinigingsplannen, met als gevolg de geleidelijke verdwijning van alle vormen van openbare dienstverlening, of zelfs de onmogelijkheid om die te ontwikkelen. Ook hier tekent de vernietiging van de mogelijkheden tot sociale reproductie zich af als een voorkeursstrategie van het imperialisme in zijn expansionistische en economische vorm.
Seksistisch en seksueel geweld als instrument van uitbuiting
Het kapitalisme in zijn imperialistische vorm berust op de uitbesteding van een deel van de productie naar landen in de periferie. Die productielocaties worden gekenmerkt door een overwegend vrouwelijke, soms migrerende beroepsbevolking. Zo worden in vrijhandelszones aan de grens tussen Mexico en de VS bijvoorbeeld textielarbeidsters ingehuurd voor de kledingproductie in maquiladoras onder zeer precaire omstandigheden.
Uit ter plaatse uitgevoerd onderzoek is gebleken hoe het dagelijkse en structurele gebruik van seksistisch en seksueel geweld, met name feminicide, een permanente toestand van lage-intensiteitsoorlog tegen de vrouwelijke werkenden en hun naasten veroorzaakt. In die context wordt het bijna onmogelijk om te strijden voor emancipatie en betere arbeidsomstandigheden, omdat al hun energie wordt besteed aan het organiseren van zichzelf en anderen om zichzelf te beschermen en gerechtigheid te verkrijgen.
Het gebruik van seksistisch en seksueel geweld vormt dus het voornaamste instrument van terreur en dwang van het kapitalisme en het imperialisme bij de uitbuiting van geslachtsgebonden en migrerende vrouwelijke werkenden.
Versterking van een geradicaliseerd genderregime ten behoeve van imperialistische doeleinden
Het kerngezin en het centraal stellen van gendernormen zijn altijd een favoriet mechanisme van de bourgeoisie geweest om de volksklassen te disciplineren en de reproductie van de arbeidskrachten te waarborgen.
In de huidige context van opkomend imperialisme en de versterking van oorlogszuchtige denkwijzen binnen staten, met name Europese, zien we een toenemend beroep op geboortebevorderende retoriek. Dat past niet in een louter ideologische terugkeer naar het verleden. Het gaat om een structureel antwoord op de behoeften van het kapitalisme in crisis, waarvan de liberale fase op haar laatste benen lijkt te lopen: de oproep tot ‘demografische herbewapening’ en de verdediging van een vermeende westerse identiteit/beschaving dragen bij aan een herbestemming van vrouwen voor de reproductie van de arbeidskrachten en een toewijzing van mannen aan de militaristische projecten van de imperialistische staten. Het resultaat is een radicalisering van de genderrollen, die er ook op gericht is de feministische en queer-bewegingen te ontkrachten in hun streven om de staatsinstellingen en het patriarchaat te destabiliseren.
Die verschillende dimensies illustreren goed hoe nauw imperialisme, patriarchaat en kapitalisme met elkaar verweven zijn in het in stand houden van een systeem dat klaar lijkt om zichzelf te verslinden – om een beeld van Nancy Fraser te gebruiken waarin het kapitalisme een vorm van kannibalisme zou zijn – maar dat steeds weer manieren vindt om zich te vernieuwen en voort te planten. Ze nodigen ook uit tot nadenken over de concrete voorstellen en eisen die hier in Zwitserland in naam van een anti-imperialistisch feminisme naar voren moeten worden gebracht.
Welke anti-imperialistische feministische eisen voor 14 juni 2026?
Die eisen moeten uiteraard betrekking hebben op een krachtig verzet tegen de herbewapening van samenlevingen, die zowel in Zwitserland als in andere contexten wordt gekenmerkt door een verhoging van de begrotingen voor het leger en door een propagandistische retoriek over de noodzaak van die herbewapening en het bijna onvermijdelijke karakter ervan. Een verzet dat gepaard gaat met de eis dat die begrotingen worden omgebogen naar de publieke sector van de sociale reproductie.
Ze moeten zich ook richten op de kwestie van het dodelijke beheer van migratieroutes door alle landen die het initiatief nemen tot en profiteren van imperialistische logica’s. Het gaat erom de specifiek gendergerelateerde effecten van dat beheer aan het licht te brengen, met name de versterking van een zorgschuld van de landen in de accumulatiecentra ten opzichte van de landen in de ‘periferie’.
Tegen de achtergrond van globalisering en raciale en gendergerelateerde arbeidsverdeling zien steeds meer vrouwen zich genoodzaakt landen te verlaten die zijn verwoest door militair of economisch imperialisme, waar de voorwaarden voor de reproductie van het leven onmogelijk zijn geworden. Zij versterken vervolgens de gelederen van een reserveleger voor het verrichten van het sociale reproductiewerk in de landen van het Noorden, soms via platforms of seizoenscontracten. Zij stellen andere vrouwen die een beroep doen op hun diensten in staat hun arbeidskracht ter beschikking te stellen aan de productieve sector. Concreet worden die vrouwen in Zwitserland tewerkgesteld in sectoren zoals de huishoudelijke dienstverlening, in uiterst precaire omstandigheden, op de grens of in de marge van de wettigheid en in bijna volledige isolatie.
Hun verblijfsstatus draagt in grote mate bij aan die onzekere situatie. We moeten ons inzetten voor de regularisatie van alle mensen zonder papieren en voor de verdediging van de rechten van buitenlandse vrouwelijke werkenden. Dat vereist bijvoorbeeld een herwaardering en een betere begeleiding van de huishoudelijke sector, met name door die op te nemen in de arbeidswet, waarvan die sector momenteel is uitgesloten.
Die vrouwen laten bovendien families en kinderen achter, voor wie ze niet langer kunnen zorgen en die ze niet langer in leven kunnen houden. We moeten daarom pleiten voor volledige en onvoorwaardelijke gezinshereniging en voor vrijheid van verkeer en vestiging voor iedereen.
Aan de andere kant moet opnieuw worden benadrukt dat degenen die racistische en alarmerende uitspraken doen over de 'migratiekwestie' doorgaans dezelfde zijn die het publieke debat over het seksistisch en seksueel geweld-vraagstuk willen kaderen in termen die de oorzaken van het probleem toeschrijven aan vermeende culturele of etnische eigenaardigheden en oplossingen voor dat geweld voorstellen vanuit een veiligheidsperspectief en een verhoogde criminalisering van bepaalde bevolkingsgroepen, met name mannen van kleur en in precaire situaties.
Naast de zeer concrete gevolgen voor het leven van die mannen, dienen die verhandelingen als schrikbeeld en verhinderen ze de verspreiding van een analyse van dat geweld die het terugbrengt naar zijn primaire materiële functie, zoals hierboven vermeld. Zowel in Zwitserland als elders is gendergerelateerd geweld een instrument om de lichamen en levens van vrouwen en genderminderheden te disciplineren. Wat mensen kwetsbaar maakt voor dat geweld, is niet het behoren tot een bepaalde ‘etnische’ of religieuze ‘gemeenschap’, maar wel een gemeenschappelijke toestand van economische en materiële kwetsbaarheid. We moeten ons daarom verzetten tegen elke poging tot analyse die dit of dat type gendergerelateerd geweld als een apart geval behandelt en werken aan het ontwikkelen van eisen die het juist mogelijk maken om de gemeenschappelijke oorsprong en de voortdurende aanwezigheid ervan in alle levenssferen van vrouwen en genderminderheden aan te pakken, hier en elders.
Ten slotte houdt het opbouwen en verdedigen van een anti-imperialistisch feminisme in dat we luisteren naar en de stem en eisen doorgeven van onze feministische en queer-kameraden die strijden in ruimtes die doorkruist worden door imperialistische logica’s en conflicten.
Hun recht op zelfbeschikking serieus nemen en ondersteunen en hun specifieke perspectief niet beschouwen als een uiting van een verwesterse vorm van identiteitspolitiek, maar als een politiek instrument dat hen in staat stelt eigen verzetsstrategieën te ontwikkelen en onze strijd overal ter wereld te verhelderen.
Dit artikel stond op solidaritéS. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen