Vrouwenrechten ingezet als wapen tegen vluchtelingen

Extreemrechts veinst zorgen over de veiligheid van vrouwen om de opvang van vluchtelingen tegen te houden. Deze instrumentalisering van vrouwenrechten staat niet op zichzelf en heeft een lange geschiedenis. Het is daarom belangrijk dat links dit masker afrukt. 

Politici als Geert Wilders, Marine Le Pen en Alice Weidel spreken plotseling over de veiligheid van vrouwen, seksuele vrijheid en emancipatie. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien een vooruitstrevende ontwikkeling, maar achter die retoriek schuilt geen oprechte toewijding aan gelijkheid. Vrouwenrechten worden ingezet als politiek instrument om racisme acceptabel te maken, angst voor vluchtelingen aan te wakkeren en verdeeldheid te zaaien binnen de maatschappij. Het patroon is telkens hetzelfde. Wanneer een vluchteling, asielzoeker of moslim betrokken is bij seksueel geweld, wordt dat door extreemrechts onmiddellijk aangegrepen als bewijs dat migratie een bedreiging vormt voor ‘onze cultuur’ en ‘onze vrouwen’. Seksueel geweld wordt zo niet behandeld als een structureel maatschappelijk probleem, maar als iets dat van buitenaf wordt ‘geïmporteerd’. De boodschap is duidelijk: niet patriarchale machtsverhoudingen vormen het gevaar, maar de ‘vreemde ander’.

Politieke uitbuiting

Tijdens de jaarwisseling van 2015 op 2016 werden in de Duitse stad Keulen honderden vrouwen slachtoffer van aanranding, intimidatie en berovingen rond het centraal station. Rechtse partijen in heel Europa grepen de incidenten direct aan om strengere asielwetten, meer grensbewaking en repressief beleid te eisen. Plotseling deden politici die jarenlang nauwelijks aandacht hadden besteed aan vrouwenrechten alsof zij de grootste verdedigers van vrouwenveiligheid waren. Maar tegelijk bleef het opvallend stil over het feit dat de meerderheid van seksueel geweld plaatsvindt binnen relaties, gezinnen, sportverenigingen, op de werkvloer en in de directe sociale omgeving van slachtoffers.

Als vrouwenrechten centraal stonden, zouden dezelfde politici zich ook uitspreken tegen de structurele oorzaken van geweld tegen vrouwen. In Nederland wordt gemiddeld elke acht dagen een vrouw vermoord, meestal door een partner of ex-partner. Toch hoor je extreemrechts zelden pleiten voor forse investeringen in vrouwenopvang, sociale hulpverlening, preventieprogramma’s of geestelijke gezondheidszorg. Evenmin hoor je veel over economische afhankelijkheid, de loonkloof of de afbraak van publieke voorzieningen die vrouwen disproportioneel raken.

Geen emancipatie

Sterker nog, veel extreemrechtse partijen steunen juist beleid dat sociale voorzieningen afbreekt en vrouwen economisch kwetsbaarder maakt. Tegelijk keren zij zich vaak tegen abortusrechten, seksuele voorlichting, transgenderrechten en queer-emancipatie. Hun zogenaamde feminisme stopt precies waar echte bevrijding begint.

Bovendien strookt hun angstreto­riek niet met de werkelijkheid. Volgens onderzoek van Bureau Beke geven omwonenden van asielopvang de veiligheid in hun buurt gemiddeld gewoon een voldoende. Het gevoel van veiligheid daalt weliswaar bij de vestiging van een opvanglocatie, maar stijgt daarna op basis van ervaring weer tot bijna het oude niveau.

Hoogleraar criminologie Arjan Blokland stelde in Trouw over onveiligheid van vrouwen: ‘In feite lopen ze in de hockeykantine meer gevaar dan op het moment dat ze langs het azc fietsen. Maar soms zijn cijfers niet genoeg om angst weg te nemen.’ Zulke feiten krijgen aanzienlijk minder aandacht omdat ze niet passen binnen het nationalistische verhaal dat extreemrechts probeert te verspreiden.

Nationalistisch symbool

De retoriek van ‘onze vrouwen beschermen’ is bovendien fundamenteel reactionair. Vrouwen worden daarin niet gezien als zelfstandige mensen met eigen rechten en belangen, maar als symbolen van de natie die beschermd moeten worden tegen ‘vreemde mannen’. Dat idee heeft diepe historische wortels in nationalisme, kolonialisme en racisme. Het verdeelt mannen in beschaafde ‘eigen’ mannen en gevaarlijke ‘buitenlandse’ mannen, terwijl vrouwen worden gereduceerd tot bezit van de gemeenschap of de staat.

Historisch gezien zijn vrouwenrechten bovendien nooit cadeau gegeven door conservatieve of nationalistische politici. Het vrouwenkiesrecht, betere arbeidsrechten, toegang tot anticonceptie en het recht op abortus werden bevochten door feministen, socialisten, vakbonden en arbeidersbewegingen die juist streden tegen traditionele machtsstructuren. Dezelfde politieke stromingen die vandaag krokodillen­tranen huilen over vrouwenrechten stonden in het verleden vaak aan de verkeerde kant van die strijd.

Migratie als zondebok

Extreemrechts probeert ondertussen seksisme af te schilderen als iets buitenlands, alsof patriarchale onderdrukking pas met migratie Europa is binnengekomen. Dat is historisch absurd. Geweld tegen vrouwen bestond al lang voordat de eerste vluchteling aankwam. Het is verweven met machtsverhoudingen die diep in de samenleving verankerd zitten. Van huiselijk geweld tot seksuele intimidatie op de werkvloer: het probleem is structureel en niet gebonden aan één afkomst of religie.

De politieke functie van deze retoriek is duidelijk. Terwijl huren stijgen, lonen achterblijven en publieke voorzieningen worden afgebroken, probeert extreemrechts de woede van werkende mensen af te leiden richting migranten en vluchtelingen. Niet miljardairs, grote bedrijven of huisjesmelkers zouden verantwoordelijk zijn voor sociale onzekerheid, maar de migrant of asielzoeker. Dat is klassieke verdeel-en-heerspolitiek. Door arbeiders tegen elkaar op te zetten langs nationale, religieuze en culturele lijnen blijft buiten beeld wie werkelijk profiteert van ongelijkheid en sociale afbraak. Ondertussen worden opvangcentra gesloten, sociale voorzieningen verder afge­broken en wordt de zorg uitgekleed. Vooral vrouwen betalen daarvoor de prijs, omdat zij vaker afhankelijk zijn van publieke zorg, deeltijdwerk en sociale ondersteuning.

Een emancipatorisch alternatief

Een werkelijk emancipatorische politiek kiest daarom een totaal andere richting. De strijd tegen vrouwenonderdrukking kan niet los worden gezien van de strijd tegen racisme, economische ongelijkheid en sociale afbraak. Geweld tegen vrouwen bestrijden betekent investeren in betaalbare huisvesting, onderwijs, opvanghuizen, geestelijke gezondheidszorg en economische onafhankelijkheid. Het betekent alle slachtoffers serieus nemen, ongeacht afkomst, religie of nationaliteit.

De bevrijding van vrouwen zal daarom niet komen van nationalisten die feminisme misbruiken om racisme te legitimeren. Echte emancipatie vraagt solidariteit tussen vrouwen, arbeiders, migranten en iedereen die wordt getroffen door onderdrukking en uitbuiting. Daarom is het belangrijk dat emancipatiegroeperingen hun taal en strijd niet laten kapen door bewegingen die vrouwenrechten inzetten als wapen tegen minderheden.

Wanneer begrippen als vrijheid, gelijkheid en vrouwenrechten worden losgemaakt van solidariteit en sociale rechtvaardigheid, verliezen zij hun oorspronkelijke betekenis en veranderen zij in instrumenten van uitsluiting. Alleen door een gezamenlijke strijd tegen seksisme, racisme en economische uitbuiting kan een samenleving ontstaan waarin vrijheid niet langer wordt bepaald door klasse, afkomst of bezit, maar collectief toebehoort aan iedereen.

Overgenomen van Socialisme.nu.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop