In een serie interviews op Grenzeloos laten we actieve vakbondsleden aan het woord over het vernieuwingsproces van de FNV. Na Patrick van Klink, een gesprek met Menno Bruijns, kaderlid van FNV bondgenoten, lid van het FNV ledenparlement voor de sector handel en zoals hij zichzelf omschrijft een optimistische en gepassioneerde vakbondsman.
‘Ik heb eigenlijk weinig met de oude bonden’, zegt Menno in de loop van het gesprek. ‘Vanaf Dalfsen (de bijeenkomst in december 2011 toen de voorzitters van de negentien bij de FNV aangesloten vakbonden in Dalfsen besloten dat hun bonden op moesten gaan in wat toen nog genoemd werd De Nieuwe Vakbeweging), was het voor mij duidelijk: die kant moeten we op. Ik hou me ook ‘niet echt’ bezig met het ‘afbouwen’ van FNV Bondgenoten. Ik richt mezelf liever op het heden en de toekomst. In het hele proces van fusie en vernieuwing wordt te veel achterom gekeken en worden een heleboel achterhoedegevechten geleverd, ik heb daar niets mee.’
‘Het zal ook met mijn leeftijd (37) te maken hebben’, gaat hij verder, ‘en met het feit dat ik niet zo’n verleden heb in de 'oude' vakbeweging, maar we moeten naar de toekomst kijken. Als we niet één FNV worden, zijn we als vakbeweging ten dode opgeschreven. De solidariteit moet op nummer één staan. Vanuit sterkere, beter georganiseerde sectoren moeten we zwakkere, nieuwere sectoren steunen. De successen van de schoonmakers of de acties in de zorg waren er nooit gekomen en waren op deze schaal nooit mogelijk geweest als ze alleen uit de sector hadden moeten komen, als daar geen sterke brede vakbeweging achter had gestaan. Ik geloof niet in kleine radicale vakbondjes.
Een naam voor de hele FNV is belangrijk, dat verhoogt de herkenbaarheid. En een democratische structuur en natuurlijk de macht van het getal.’
Van onderop
Menno werkt als chauffeur bij een technische groothandel. ’Ik ben op mijn achttiende begonnen met werken in een winkel met schoenen en sportartikelen, onderdeel van een grote keten. Ik heb het daar zelfs tot bedrijfsleider geschopt,’ zegt hij lachend, ‘maar dat beviel me steeds minder. Het moest allemaal steeds sneller en steeds goedkoper en het draaide alleen maar om de winst. Het neoliberalisme zeg maar…. Toen ben ik bij de post gaan werken als postbode, dat heb ik acht jaar gedaan. Daar had ik de kans om mijn groot rijbewijs te halen en zo ben ik chauffeur geworden bij de Technische Unie, een technische groothandel. Daar ben ik actief vakbondslid geworden, bij FNV Bondgenoten.’
Waarom ben je actief in de bond geworden?
‘Ja waarom wordt je actief in de bond…. Er zijn steeds zaken op het werk die anders kunnen, beter. Maar alleen kan je niet veel veranderen, daar heb je de vakbond voor nodig. Als je dingen wilt veranderen heb je ook bescherming nodig. En je hebt een groep nodig om het gezamenlijk aan te pakken. Ik ben eerst actief op mijn bedrijf geworden en ben andere mensen voor de bond gaan werven. Tegelijkertijd ben ik binnen de bond gaan lobbyen voor een actievere opstelling en aanwezigheid in het bedrijf. De bond moet er niet alleen zijn bij CAO onderhandelingen, maar moet constant op het bedrijf actief zijn om te weten wat daar leeft en daar iets mee doen. Ik ben altijd langs die twee lijnen bezig geweest: mensen vakbondslid en liefst actief vakbondslid maken, en de bond, ook de bestuurders, bewegen om ook actief en zichtbaar te zijn op het bedrijf.’
‘En’, zo gaat hij verder, ‘van het een komt het ander. Als je actief bent op je bedrijf merk je al snel dat er ook zaken zijn die spelen op het niveau van de bedrijfstak. Daar was eigenlijk alleen een landelijke CAO commissie actief, dus daar werd ik ook al gauw voor gevraagd. Inmiddels had ik binnen de bond de basis kaderopleiding gedaan en daardoor krijg je een bredere kijk op het vakbondswerk. Je weet hoe de bond in elkaar zit en wat de handvatten voor verandering zijn.’
Pionierswerk
‘In eerste instantie was ik actief op mijn eigen werkplek, later ook op het niveau van het bedrijf en nog weer later ook op het vlak van de sector technische groothandel. Het was een beetje pionierswerk. In eerste instantie was het vakbondswerk in de sector vrijwel alleen gericht op de medezeggenschapsorganen zoals de ondernemingsraden en hield men zich vooral bezig met overleggen. Dat gold voor de leden maar ook voor de bestuurders. Mede door mijn lobby is de vakbond ook op de werkvloer steeds verder opgebouwd en zijn er op ieder vlak actieve leden bij betrokken.’
‘Centraal in het vakbondswerk staat voor mij altijd het contact met de leden, het informeren van de leden en met hen bespreken welke richting het op moet. Ook kaderleden zien nog niet precies waar de nieuwe vakbeweging naar toe gaat. Daarom moeten wij er ook voor blijven zorgen dat we iedereen meenemen in het proces van en naar de nieuwe FNV, en de positieve kanten en mogelijkheden van de vernieuwing laten ervaren.’
Ledenparlement
Jij bent lid van het ledenparlement. Hoe ben je daar terecht gekomen?
Menno: ‘Ja dat is een apart verhaal. Toen ik ook in de sector actief was wilde ik me kandidaat stellen voor de bondsraad van FNV Bondgenoten. Maar ik kon er maar niet achter komen hoe dat moest. Op de website van Bondgenoten was daar niets over te vinden en in de sector wist men dat eigenlijk ook niet. In die tijd begon ook het proces van de nieuwe vakbeweging op gang te komen en was het duidelijk dat er een voorlopig ledenparlement zou worden samengesteld. Toen ben ik daar helemaal voor gegaan, mede vanwege het toekomstperspectief en de vernieuwing!
Ik had weliswaar geen ervaring in een dergelijk orgaan, maar ik had wel het gevoel dat ik iets te brengen had. De eerste keer twitterde ik vanaf en over het LP, dat viel niet bij iedereen in goede aarde en ik werd verzocht er mee te stoppen.’ Lachend: ‘Maar inmiddels is men daar aan gewend en wordt het geaccepteerd.’
Je zit nu in het gekozen ledenparlement.
‘Ja, het ledenparlement bestaat nu uit mensen die in hun sector zijn gekozen. Dat ging in mijn geval ook een beetje raar, want er waren drie mensen die zich kandidaat hadden gesteld voor de sector. Maar twee daarvan werden door kiescommissie afgewezen omdat ze niet aan de vereisten voldeden en ik bleef als enige over. Dat was wel een tegenvaller, want nu was bij wijze van spreken één stem voldoende om in het ledenparlement gekozen te worden. Maar ik kreeg 700 stemmen, dus ik denk dat ik wel een basis heb in de sector.’
Hoe vind je het ledenparlement functioneren?
‘Ik ben daar eigenlijk best tevreden over. In korte tijd hebben zowel het ledenparlement als de FNV als geheel grote stappen gezet. De rol van het ledenparlement is duidelijker geworden en de samenwerking met het bestuur is verbeterd. De afgelopen maanden werkt het bestuur beter samen met het ledenparlement en wordt er van beide kanten meer van elkaar aangenomen. Ik denk dat de , discussie over de Europavisie daar een keerpunt in was. Er was alle ruimte voor een inbreng, ik zelf heb iets ingebracht over de democratisering van de economie, dat werd zonder probleem overgenomen. Ook de demonstratie in Brussel was heel positief, daar waren bestuurders, leden van het ledenparlement en (kader) leden. Bij elkaar een heel goede opkomst.’
Bestaat er niet het gevaar dat het ledenparlement los komt te staan van de basis, dat de leden ervan zo druk zijn met allerlei vergaderingen dat ze hun achterban uit het oog verliezen?
Menno: ‘We moeten als ledenparlement niet te ver op de troepen vooruitlopen. We moeten herkenbaar blijven, stap voor stap de mensen mee nemen in ons verhaal. Leden van het ledenparlement hebben vaak een duidelijke ideologische bagage en veel kennis van zaken, daar is niks mis mee, maar je moet de zaken wel vertalen naar de situatie van de mensen. Heel veel vakbondsleden hebben zelfs geen idee wat het ledenparlement is en doet. Zo’n Europavisie bijvoorbeeld is heel belangrijk voor de oriëntatie van de FNV maar de meeste leden moet je daar niet mee lastig vallen, die gaan zich daar echt niet in verdiepen. Die zijn in de eerste plaats bezig met de situatie op hun werk, dan misschien met die in hun de sector en dan… ‘
‘Het belangrijkste is dat we de leden informeren en scholen, het vakbondshandwerk organiseren, het kaderwerk vernieuwen en faciliteren. Mensen betrekken bij het bestuur. We moeten allemaal leren in de nieuwe democratische structuur te functioneren.’
‘En’, voegt hij daar aan toe: ‘het internationale karakter is ook heel belangrijk. Misschien dat we over twintig of vijfentwintig jaar helemaal niet meer lid zijn van een nationale bond, maar van een internationale. De werkgevers zijn al heel lang internationaal sterk georganiseerd en dat moet voor ons ook gelden. En dan niet via heel ondoorzichtige en bureaucratische structuren, maar ook door mensen direct van de werkvloer. Binnenkort ga ik zelf naar Kaapstad, naar een congres van de internationale koepel van bonden in de handel, de schoonmaak en beveiliging. Daar ga ik samen met een bestuurder naar toe. Daarin zie je ook de nieuwe vakbeweging terug: een bestuurder en een kaderlid, dat is de nieuwe vakbeweging.
Geweldig Menno
Geweldig Menno
Menno,
Menno,
Ik ben het eens met Aart eens ,in 1 woord ,,GEWELDIG,,
Menno: Echt helemaal goed.
Menno: Echt helemaal goed. Heel helder en leesbaar stuk. Het nieuwe elan spat er vanaf!
Als bondsraad lid hoop ik dat
Als bondsraad lid hoop ik dat jullie een hecht FNV waardig Ledenparlement gaan worden.
Veel succes.
Helder verhaal, Menno!
Helder verhaal, Menno!
Een herkenbaar, sterk en grenzeloos solidair vakbond , daar gaan we voor als Ledenparlement.
Reactie toevoegen