Borderless

20 January 2019

De Commune of Auschwitz

In het eerste deel van het interview, in het vorige nummer van Grenzeloos, vertelde Maurice Ferares hoe hij na de oorlog uit de CPN stapte en zich aansloot bij de Vierde Internationale. Hij deed mee met de politiek van intrede in de PvdA en kwam na het mislukken daarvan met een kleine groep weer buiten de PvdA te staan. In dit deel spreekt Maurice over zijn werk in de vakbeweging en zijn politieke werk vanaf de jaren zestig.

‘In 1956 werd ik gesalarieerd bestuurder van de Nederlandse Toonkunstenaars Bond (NTB), die aangesloten was bij het NVV. Ik was toen concertmeester in het City theater en verdiende 90 gulden in de week. Als bondssecretaris verdiende ik hetzelfde salaris. Bestuurders bij het NVV verdienden het dubbele en vonden mij een gevaar omdat ik aan het standpunt vasthield dat een vakbondsbestuurder niet meer moet verdienen dan een geschoolde arbeider die hij vertegenwoordigt.

Het werk in de vakbeweging is moeilijk omdat je voortdurend moet oppassen je handen niet vuil te maken. Dat gevaar van aanpassen loert overal. Bekende voorbeelden zijn alle overheidscommissies, de commissies op lokaal en landelijk niveau, de ministeries waar je moet onderhandelen met ambtenaren en ondernemers, de commissies van de Gewestelijke Arbeidsbureaus , de besturen van de Bedrijfsverenigingen en zeker ook bij de onderhandelingen over collectieve contracten of nieuwe wetten: overal moet je uitkijken dat je niet te pakken wordt genomen en onaanvaardbare concessies doet.
Mijn eerste klus als bondssecretaris was uiterst pijnlijk. Uit Hollywood kregen we het verzoek de opnamen van de Anne Frank film in Amsterdam te boycotten omdat er een staking voor betere arbeidsvoorwaarden was van de musici bij de filmmaatschappij in Hollywood. We hebben een werkverbod uitgevaardigd en dat was een volledig succes. Niet één Nederlands musicus heeft toen aan de Anne Frank film meegedaan. Je begrijpt hoeveel innerlijke tranen mij dat heeft gekost.’

Stakingsleider

‘In januari 1963 organiseerden we een grote staking bij wat toen de Nederlandse Televisie Stichting heette. Iets dergelijks was nog nooit gebeurd, ook niet in andere landen. Musici werden per productie ingehuurd en wij wilden dat ze in vaste dienst kwamen. Zes weken lang heeft geen enkele live uitzending met muziek plaatsgevonden. Tijdens de staking kregen we van allerlei kanten steun. Ook internationaal was er veel solidariteit. Toch hebben we de staking niet gewonnen. Van de drie dagelijkse bestuurders van de bond (ik was vrijgestelde en de andere twee waren in dienst van de omroep) kregen de twee andere angst voor hun baan. Toen het op stemmen aankwam over wel of niet opheffen van de staking was het twee tegen één. Het NVV was vanaf de eerste dag tegen de staking want die paste helemaal niet in de politiek van “samenwerking en overleg”. Uiteindelijk hadden we met zijn drieën een gesprek met de NVV voorzitter Dirk Roemers. Die pleitte sterk voor opheffen van de staking. Wij hadden met de musici afgesproken dat we naar het NVV zouden gaan om te horen wat de argumenten voor opheffing van de staking waren. Daarna zouden we verslag doen aan de leden en die laten beslissen wat er verder gedaan zou worden. Ik was een paar minuten thuis na het gesprek met het NVV toen ik op de radio hoorde zeggen dat de staking was opgeheven.

Dat leidde tot een breuk. Vooral de NVV-bestuurders die in de oorlog op hun stoel waren blijven zitten hadden de pee aan me. Ik werd geschorst als bondssecretaris omdat ik “als syndicalist de leden over de staking wilde laten beslissen”. De musici pikten dat niet, het hoofdkantoor in Hilversum werd door ons bezet. Door de Internationale van Musici werden alle bonden van musici in de wereld gewaarschuwd en gevraagd met ons solidair te zijn. Het gevolg was dat het telegrammen regende met solidariteitsbetuigingen van collega’s uit tientallen landen. Toen ik na mijn schorsing als secretaris het kantoor in Hilversum niet meer in kon omdat de sloten verwisseld waren, hebben we in het kantoor in Amsterdam ons bureau gevestigd. Uiteindelijk moest het congres van de NTB een beslissing nemen over het gevoerde beleid. NVV secretaris Paul de Vries, die op ons congres was en het opheffen van de staking verdedigde, werd uitgefloten. De musici namen het niet dat ze bedrogen werden. Op een hoofdbesturenvergadering van het NVV heb ik het standpunt van de musici mogen verdedigen. Het was vergeefs. Er werd besloten de NTB als lid van het NVV te royeren. De enige voorwaarde die het NVV aan de NTB stelde was mijn ontslag: Ferares moest er uit. De leden van de bond hebben dat niet geaccepteerd en zo kwamen we buiten het NVV te staan en we gingen als onafhankelijke bond verder. Een tegen het royement aangespannen proces verloor de bond. De klassenjustitie werkte perfect. Wel bleven we bij de Internationale van Musici aangesloten.

Na ons royement uit het NVV werd de bond aanvankelijk uitgesloten van de onderhandelingen bij de symfonieorkesten en de omroep maar we hadden zoveel leden dat de werkgevers overstag moesten. Ook bij de ministeries kwamen we er niet meer in. Die kozen dus eveneens partij tegen ons, maar als je de leden van een organisatie achter je hebt, omdat je voor ze vecht, kom je altijd weer terug. Ik ben bij de bond blijven werken, tot mijn zeventigste als secretaris, daarna als adviseur en redacteur van het blad De Muziekwereld tot ik 75 was. ‘

Revolutionair marxistische tendens

Naast je vakbondswerk was je ook politiek actief, maar niet meer binnen de Vierde, hoe kwam dat?

‘Binnen de Vierde ontstond een conflict over de mogelijkheden van een revolutionaire opleving. Wij, die later de Revolutionair Marxistische Tendens vormden, meenden dat het zwaartepunt van de antikapitalistische strijd een aantal jaren in de koloniale landen zou liggen. Vandaar dat we ons bezig hielden met solidariteit met antikoloniale revoluties, vooral met die in Algerije. De meerderheid van de leden van de Vierde, waaronder Ernest Mandel, legde de nadruk op de strijd van de Europese arbeidersklasse. Mandel zat zelf heel diep in de Belgische sociaal- democratie en had het in die tijd samen met de linkse vakbondsman André Renard over de mogelijkheid van een socialistisch Wallonië. Dat waren volkomen overdreven verwachtingen.’

Hoe kijk je achteraf terug op die breuk?

Achteraf durf ik niet te zeggen wie gelijk had. De Europese arbeidersklasse is heel erg belangrijk, dat is de traditioneel marxistische opvatting, aan de andere kant gebeurde er zo veel in de zogenaamde Derde Wereld, dat we de kans om daar aansluiting mee te krijgen niet mochten missen. De kans dat de antikoloniale revolutie zich zou doorzetten tot een antikapitalistische wilden we stimuleren. Daar was ons werk op gericht. Daar was een bewuste politieke kern voor nodig, die wilden we helpen vormen.

We hadden in die tijd, vooral door de steun aan de Algerijnen, contact met allerlei mensen uit de zogenaamde Derde Wereld. Op dit moment is er een soortgelijke ontwikkeling aan de gang als we kijken naar wat er in een aantal Latijns-Amerikaanse landen (Venezuela, Bolivia, Chili, Guatemala en ook Brazilië) gebeurt, terwijl het kapitalisme in het Westen nog niet bang hoeft te zijn omver gegooid te worden.

Bij de eerste verjaardag van de Algerijnse revolutie was ik op uitnodiging van Ben Bella in Algiers. Ik heb daar bij die gelegenheid verschillende Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse leiders leren kennen en over de kansen van de koloniale revolutie gediscussieerd. Ze bestookten ons met vragen over de ervaringen in Indonesië en informeerden naar onze mening over de situatie in Vietnam. Met verschillende van hen heb ik daarna nog lang gecorrespondeerd. Dat vonden wij veel belangrijker dan discussies over werk in de sociaal-democratie of in de stalinistische beweging.

Ook in Nederland waren we heel actief. We hadden de Stichting Nederland-Algerije en El Djil el Djadid (een kinderhulpfonds) opgericht, waren lid van het Cuba Comité, en later het Portugal Comité, deden mee bij de boycot van Zuid Afrikaanse sinaasappelen en Angolakoffie, en zamelden kleren en medicijnen in die we naar de strijders in de Portugese koloniën Mozambique en Guinee stuurden. Aan het verzoek van Amilcar Cabral uit Portugees Guinee om afweergeschut te sturen om de vliegtuigen neer te halen die napalm op de dorpen gooiden, konden we helaas niet voldoen.’

De Revolutionair Marxistische tendens bestaat inmiddels niet meer, je bent ook geen lid van de Vierde Internationale, ben je nog wel steeds politiek actief?

‘Natuurlijk, ik ben nog steeds revolutionair marxist en nu lid van de Socialistische Partij. Ik ga echt niet achter de geraniums zitten. Ik zet me in voor de nabestaanden van de Nederlandse moordpartij in Rawagede op Java in december 1947, ben bezig met een boek over de rol van de linkse politieke partijen in de Indonesische revolutie en schrijf allerlei commentaren over politieke ontwikkelingen.

Ik heb nooit een seconde spijt gehad van al mijn activiteiten in het verleden, wel soms van de manier waarop kameraden elkaar bestreden, van het sektarisme, van de scheldpartijen waarmee conflicten gepaard gingen. Ik heb daar helaas zelf ook aan mee gedaan en dat was niet goed. En dat heeft ook de zaak van het socialisme geen goed gedaan want dat waren mensen die politiek veel dichter bij je stonden dan anderen. Mijn leven is natuurlijk erg getekend door die afschuwelijke oorlogsjaren en wat ik toen heb meegemaakt. Mijn politieke activiteiten hebben daar alles mee te maken. Ik ben me er nog altijd heel goed van bewust dat het kapitalisme de oorzaak is geweest van twee afschuwelijke wereldoorlogen en de vernietiging van miljoenen mensenlevens. En als je de ellende ziet die het systeem ook nu veroorzaakt. In het rijke Amerika leeft op dit moment 14,5 procent van de bevolking - 44 miljoen mensen - onder de armoedegrens, miljoenen in de wereld lijden honger en hebben geen toegang tot drinkwater en miljoenen hebben de ergste ziekten, terwijl de kapitalisten de wereld plunderen, dan is uiteindelijk toch de keus: de Commune van Parijs, waar de arbeiders voor het eerst in de geschiedenis zelf de macht in handen namen – of misschien straks nogmaals Auschwitz en een nieuwe wereldoorlog.

Het tweede deel van dit intervieuw vindt u hier

Maurice Ferares heeft een website: www.abigador.nl
Daar zijn ook zijn boeken te bestellen.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren