Borderless

19 October 2019

De massa’s betreden het toneel

In tijden van revolutie zijn enkele weken van groter belang dan jaren van normaliteit, stelde Lenin. De stormachtige gebeurtenissen in de Arabische regio van de afgelopen weken illustreren zijn gelijk. Binnen enkele weken zijn de dictators van Tunesië en Egypte verjaagd door volksopstanden en elke poging om een balans op te maken van deze revolutionaire golf kan binnen enkele dagen alweer verouderd zijn: de artikelen in deze Grenzeloos over de Arabische omwentelingen zijn dan ook slechts momentopnames en pogingen enig historisch perspectief te bieden.

Op het moment van schrijven wankelt de positie van de Libische dictator Muammer Kaddafi. Zal hij nummer drie worden in de lijst van verjaagde despoten? Als hij valt, is de overwinning bevochten met een nog groter verlies van levens dan in Egypte en Tunesië. Burgers werden gebombardeerd door de Libische luchtmacht, sluipschutters openden het vuur op demonstraties. Twee piloten vlogen hun straaljagers naar Malta, liever dan burgers te bombarderen. Verschillende legeronderdelen zijn overgelopen en op internet doen gruwelijke beelden de ronde van soldaten die geëxecuteerd zouden zijn omdat ze weigerden op demonstranten te vuren. Honderden, misschien duizenden, mensen zijn al omgekomen. Alhoewel zelf ook niet vies van geweld tegen burgers omschreef de Amerikaanse president Ronald Reagan Kaddafi eens als een ‘dolle hond’ – de oude kolonel lijkt zijn gelijk te willen bewijzen.
Zoals opgemerkt in veel analyses van Ben Ali’s en Mubarak’s regimes waren hun regeringen vrienden van het ‘democratische’ westen. De repressie en het geweld van hun beleid dienden niet alleen om hun macht en zelfverrijking mogelijk te maken maar ook om een zeer impopulair sociaal-economisch beleid door te drukken. Pas op het laatste moment draaiden Westerse leiders bij. Handenwringend uiten ze nu hun zorgen dat er misschien wel ‘anti-westers’ krachten aan de macht zullen komen. Terwijl zijn knokploegen de beweging de kop in wilden drukken, deed de vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, Catherine Ashton, een beroep op Ben Ali om ‘terughoudenheid’ te betrachten in het gebruik van geweld. Geconfronteerd met dit soort hypocrisie zijn ‘anti-westerse’ sentimenten zeker begrijpelijk.
En Kaddafi? Is hij niet precies zo’n vertegenwoordiger van ‘anti-westers extremisme’? Zo’n beschrijving zou misschien in de jaren tachtig van toepassing zijn geweest. In die tijd presenteerde hij zich als een kampioen van ‘anti-imperialisme’. Wereldwijd kon een hele waaier aan groeperingen op Libische oliedollars rekenen, van Arabische nationalisten tot Europese neonazi’s. Onderdrukking kan zowel anti- als pro-westerse vormen aannemen, al naar gelang het belang van de dictator in kwestie. Als iemand dat weet, is het Kaddafi wel.
In de jaren tachtig en negentig het doelwit van Westerse sancties besloot hij tegen het einde van de eeuw van koers te veranderen. Na geheime onderhandelingen werden vanaf 1999 de sancties opgeheven en de Verenigde Staten normaliseerden hun relatie met het land in 2006. Tony Blair en Silvio Berlusconi speelden sleutelrollen in het contact leggen tussen Europese zakenlieden en de kolonel – en werden zijn persoonlijke vrienden. In de VS werd Richard Perle, een official onder Reagan, Bush I en Bush II, vanwege zijn rol achter de schermen bekend als de ‘prince of darkness’ van de neocons ingehuurd door het PR-bedrijf de Monitor Group om ‘het imago van Libië en Muammer Kaddafi te verbeteren’. Andere mensen die zich lieten betalen om Kaddafi in een mooi licht te plaatsen waren ‘filosoof’ Francis Fukuyama en ‘Midden-Oosten expert’ Bernard Lewis. Kaddafi had de markt geopend, zijn nucleaire ambities opgegeven en werkte mee om immigranten richting Europa tegen te houden. Kortom, wat betreft onze leiders was hij in orde. Natuurlijk kon ook Nederland niet achterblijven. In 2007 bezochten onder andere D66 leden Libië. Nu roept deze partij de al eerder genoemde Catherine Ashton op om ervoor te ijveren dat Libië uit de VN Mensenrechtenraad wordt gezet. Groot-Brittannië trainde Libische politie-agenten en leverde net als andere EU lidstaten wapens. Het bloed van Libische burgers kleef niet alleen aan de handen van Kaddafi en zijn onderknuppels maar ook aan die van hun Europese vrienden en zakenpartners.
‘Waarom grijpen we niet in?’ vroeg het NRC Handelsblad zich af met betrekking tot het geweld in Libië. Maar ‘wij’ bemoeien ons juist wel met het land en de regio – het is aan de bevolking van Libië en andere landen om een einde te maken aan deze bemoeienis en aan de dictaturen. Het opvallendste kenmerk van een revolutie is de ‘directe inmenging van de massa’s in het historisch gebeuren’ merkte Trotsky op. De Arabische massa’s hebben zich een rol op het historische toneel bevochten – willen wij hen steunen, dan moeten ook wij tegen corrupte, hypocriete leiders rebelleren.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren