Borderless

14 November 2019

De situatie in Kosovo een jaar na de oorlog

Na de beëindiging van de bombardementsvluchten in juni '99 en de aftocht van Servische troepen vond een massale uittocht van de Servische bevolking plaats. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de OVSE zijn er van de 194.190 Serviërs die in 1991 in Kosovo geregistreerd werden na de oorlog nog maar 100.000 overgebleven..

De machtsverhoudingen in de provincie zijn hierdoor volledig gewijzigd. Albanezen en de Navo (lees: de gezamenlijke Westerse internationale organisaties) beheersen nu het terrein. De Servische bevolking is teruggedrongen in vier enclaves. Roma en andere minderheden staan onder druk en worden verdreven.
De omkering van de machtsverhoudingen heeft het etnische conflict verder verscherpt. In Kosovo zijn op dit moment niet minder spanningen als ten tijde van de wapenstilstand. Sinds 9 juni 1999 werden 615 schietincidenten en mortieraanvallen, 129 granaataanvallen, 58 mijnexplosies en 20 confrontaties met dodelijke afloop geregistreerd. Volgens opgravingen van het 'Joegoslavische comité voor samenwerking met de VN in Kosovo' kwamen daarbij tot december 1999 414 mensen om het leven: 150 Albanezen, 140 Serviërs en 124 personen waarvan de etnische afkomst niet vast te stellen was.

Onzekere toekomst
Zou KFOR zich nu terugtrekken, dan zal de burgeroorlog weer oplaaien als voorheen. De Navo-landen leiden uit deze situatie af dat de oorlog en de bezetting gerechtvaardigd zijn. De buitenlandspecialist van Duitse CDU/CSU-fractie in de Bondsdag denkt dat deze situatie nog wel 25 jaar kan duren. Anderen spreken van generaties. Het is moeilijk om deze situatie van zelfgeproduceerde chaos en etnische haat, en daarom legitimatie voor een bezettingsmacht niet te beschouwen als een zelfrechtvaardiging voor een proces, waarin Westerse, imperialistische instituties meer en meer de directe politieke en economische controle over Kosovo en de Balkan uitoefenen.
Dit proces is zeker niet zonder problemen. Het is niet zo dat een functionerende Kosovo-Albanese macht en haar bestuursstructuren, de voormalige Servische machtsstructuren hebben doen verdwijnen. Bovendien onthoudt de Navo de Kosovo-Albanezen de opbouw van structuren die ze graag willen; nieuwe staatsorganen als justitie, politie, bewapende eenheden en bestuur. In plaats daarvan moeten ze zich voegen in een omvangrijk concept van de Alliantie voor de nieuwe inrichting van de politieke, economische en staatkundige verhoudingen op de Balkan, die in tegenspraak zijn met het Albanese streven naar onafhankelijkheid van Kosovo op basis van etnische zuivering.

Navo-strategie voor de Balkan
Het grote probleem is echter dat de Navo geen idee heeft hoe zij de Balkan moet herstructureren. Zo werd er gewerkt aan de opbouw van een staatsapparaat, waarvan niet duidelijk is waar dat onder moet vallen: moet Kosovo onafhankelijk worden, deel van Joegoslavië blijven of onderdeel van Albanië worden?
Voor de laatste variant loopt bijna niemand warm. Tot nu toe hebben de Navo-landen het concept aangehouden waarbij Kosovo een Joegoslavische provincie met Albanese zelfbestuur blijft. Daarmee gaan ze niet alleen in tegen de meerderheidsopvatting van de Kosovaren, ook de Serviërs hebben dit niet als eerste op hun verlanglijstje staan. De Kosovo-Albanezen willen niet deel uit blijven maken van Joegoslavië; de Joegoslavische leiding beroept zich op haar recht (geformuleerd in een VN-resolutie), op zijn laatst de komende zomer eigen bewapende politietroepen naar Kosovo te zenden ter bescherming van de Servische bevolking. Tegelijkertijd duldt KFOR dat nieuwe Kosovo-Albanese milities als paddestoelen uit de grond schieten, wapenarsenalen aanleggen en veelvuldig buiten de controle van Kosovo Beschermings Korps (georganiseerd door voormalige UCK-leiders) te werk gaan. Vanaf midden maart zijn VN-soldaten pas begonnen hiertegen systematisch op te treden.
Scharnierpunt van de Navo-strategie is een machtswisseling in Belgrado. De Navo-staten zetten in op een regeringsovername door de oppositie waarbij de Servische aanspraken op Kosovo afnemen en daarmee de druk op de provincie. Op deze manier wordt de weg vrijgemaakt om Kosovo formeel in een Joegoslavisch staatsverband te laten, maar toch onder een Albanees provinciebestuur te brengen. Maar de Servische oppositie neemt ten aanzien van Kosovo geen andere positie in dan de regering van Milosevic. De Navo-staten rekenen er op dat zij een nieuwe regering economisch en politiek sterker kunnen controleren - via economische hulp, privatisering, toelating tot de EU en verandering van de buitenlandse handelsstructuren. Het hoofdprobleem van deze constructie is vooral dat een regeringswisseling in Joegoslavië niet in zicht is - Milosevic zit vast in het zadel en de geloofwaardigheid van de oppositie is niet groot. Daarmee hangt de totale Balkanpolitiek van de Navo in de lucht.

Is afstel uitstel?
Vertegenwoordigers van de hoofdstromingen van de Servische en de Albanese bevolking in Kosovo nemen een positie die een standpuntbepaling over de toekomst van de provincie op de lange baan schuift. Volgens de Servische exponent, bisschop Artemije, is een oplossing van de status voorlopig niet aan de orde en gaat pas spelen in de toekomst als Servië democratisch is en zowel Servische als Albanese vertegenwoordigers gekozen kunnen worden. De bisschop wil de druk op Milosevic opvoeren, wiens politiek hij aan de verliezende hand ziet.
Aan Albanese kant hebben Hasim Thaqi en Agim Ceku eind maart verklaard dat men op de 'internationale gemeenschap geen druk wil uitoefenen om ons de onafhankelijkheid te verschaffen', het staat niet op de agenda om over de status van Kosovo te discussieren. Een internationale conferentie zou hierover moeten beslissen. Tegelijkertijd beschouwen zij de aanwezigheid van KFOR als een 'historische mogelijkheid' de onafhankelijkheid te verkrijgen (Ceku: 'de onafhankelijkheid komt vanzelf').
De poging van beide kanten om het probleem van de status door te schuiven en de 'internationale gemeenschap' voor de eigen kar te spannen, verhindert niet het uitbreken van nieuwe conflicten; de tijd is in het voordeel van separatistische tendensen, zowel van Albanese milities als van de regering van Milosevic, die stookt in Zuid-Servië en Montenegro. Het zal ook het fundamentele probleem niet oplossen, met of zonder Milosevic: hoe kan een gemeenschappelijk Servisch-Albanees bestuur van Kosovo ingesteld worden?
Mocht het de Amerikaanse diplomaten niet lukken om het Navo-concept door te drukken, dan zullen concepten in de richting van een etnische opsplitsing van Kosovo op de voorgrond treden, waarvan Karl Lamers openlijk voorstander is en die ook ondersteund wordt door 'radicalen' rond de Albanees Agim Ceku en de Serviërs van Mitrovica. Een verdere etnische opdeling, die onder het motto 'Europa van de regio's' aangeprezen zal worden.

De sponsering van een industrie
De oorlog tegen Servië heeft de Amerikaanse militaire industrie geen windeieren gelegd. Dagelijks werd meer dan 500 miljoen dollar gespendeerd; op 9 juni bedroeg de stand veertig miljard dollar. Vanaf het begin van de bombardementen stegen de aandelen de hoogtechnologische luchtvaart-ondernemingen Raytheon (17 procent), Boeing (12 procent) en Lockheed-Martin (8 procent). Dat deze koersstijging geen toeval is, blijkt als na de beëindiging van de oorlog op 9 juni de aandelen weer zakken. Een klein deeltje van de winst hebben ze wel weer teruggegeven aan hun indirecte opdrachtgevers; het Amerikaans militair-industrieel complex doneerde acht miljard dollar ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Navo in april '99.

Megalomaan Amerika
Spraken we enkele jaren geleden nog over een machtsvacuüm op internationaal vlak, na de bombardementen op Servië kunnen we stellen dat de VS weer on top of the game is. De bombardementen zorgden er immers voor dat de nieuwe Navo-strategie, het interveniëren in elk land dat de dictaten van haar leden - en dan met name die van de VS - niet opvolgt, kon worden uitgeprobeerd. Zbigniew Brezinksi, baas van de geopolitieke denktank, die een sterke invloed uitoefent op Albright en Clinton formuleerde het als volgt: 'Een mislukking van de Navo betekent tegelijk het einde van de geloofwaardigheid van de Alliantie en de verzwakking van het Amerikaanse leiderschap'. Maar gelukkig is het niet alleen eigenbelang dat de Amerikanen drijft. Thomas Friedman, adviseur van Albright, stelt 'aangezien de VS de meeste voordelen uit de mondialisering haalt, draagt zij ook de voornaamste verantwoordelijkheid om die te handhaven.' En sinds de oorlog tegen Servië heeft ze het precedent gekregen om dit ook uit te voeren. Clinton bekende kleur toen hij, verwijzend naar de Navo-interventie, tijdens een bezoek in juni aan Macedonië zei: 'We kunnen het nu doen, we kunnen het morgen doen, en indien nodig, kunnen we het elders doen, in Afrika of Centraal-Europa.'

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren