De kracht van 30 november, de start van de campagne van de FNV voor ‘Koopkracht en echte banen’, werd tussen 11.00 uur en 12.00 uur duidelijk. Er waren 27 bijeenkomsten waarin de problemen in verschillende sectoren aan bod kwamen. De aanwezigen kregen het gevoel dat de vakbond er weer toe gaat doen. Ze konden hun verontwaardiging uiten en aan de orde stellen wat er werkelijk speelt in de bedrijven en de instellingen. Ze kregen er ook het gevoel dat veranderingen mogelijk zijn, doordat ze serieus werden genomen en er realistische perspectieven naar voren werden gebracht. Samen met de vakbondsbestuurders, de CAO onderhandelaars, werden er plannen gemaakt om de verontwaardiging om te zetten in daadwerkelijke strijd voor het behoud van echte banen en het verbeteren van de koopkracht.
Zorg Het wordt steeds duidelijker waar de echte pijnpunten van de rechtse politiek van Rutte/Samsom de komende tijd komen te liggen. De grootste aanval betreft de afbraak van de zorg en het welzijn. In twee sessies werd heel duidelijk waar de schoen wringt.
De eerste was de sectorbijeenkomst Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT). De bijeenkomst startte met een terugblik op de situatie bij Sensire.De zaal gaf een ovatie aan de 'meiden' van Sensire en het gouden speldje, voor bijzondere vakbondsverdiensten ging dan ook naar één van de meiden van het eerste uur. Dat was natuurlijk symbolisch, want de hele club van Sensire, die zo voorbeeldig de strijd gewonnen hebben voor het behoud van hun banen, verdient de eer te krijgen.
Zelfs de directeur van TSN (het bedrijf dat de werkneemsters van Sensire overneemt) was aanwezig en vertelde blij te zijn met de komst van de dames van Sensire. Hij wilde met de bond samenwerken om de spiraal naar beneden te stoppen en hij wil in de CAO een bredere inzetbaarheid van medewerkers. Maar juist daar zit de kern van de voorgenomen afbraak van de banen in de zorg. Er is sprake van een volstrekte miskenning van de professionaliteit en de kundigheid van de zorgwerkers. Zorg is een integraal iets dat niet in stukjes geknipt kan worden. Dat is een belangrijke pijler waar de kwaliteit van zorg op rust. De mensen verstaan hun vak, zij weten wat cliënten en patiënten aan zorg nodig hebben: aandacht, een respectvolle behandeling, kundige verzorging en verpleging, een vertrouwensband met de professional.
Dat was ook het geluid dat doorklonk bij de sectorbijeenkomst van de Gehandicaptenzorg. Zorg, met de indicatie ZorgZwaartePakket (ZZP) 1 en 2 en een groot gedeelte van de dagbesteding, wordt weggesaneerd of door de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) overgeheveld naar de gemeenten. Daaroverheen komt nog eens een bezuiniging van 15%. Elke werker in de Gehandicaptenzorg voelt aan dat dat faliekant fout gaat en veel narigheid en ellende gaat opleveren. De kwaliteit van de zorg wordt aangetast en dat snijdt door de ziel van de begeleiders in de gehandicaptenzorg. Er wordt over hun vakkundigheid gedacht alsof dat iets is wat iedere vrijwilliger kan doen. Dat is respectloos, dat maakt de werkenden daar diep droevig en daar richt zich vooral het verzet tegen.
Koopkracht is belangrijk want de crisis is onterecht afgewenteld, op de werkenden, maar badinerend doen over hun werk en professionaliteit is een niet te accepteren aanval op hun jarenlange inzet en professionaliteit in de zorg. Het zijn echte banen en het moeten echte banen blijven.
De vakbondsbestuurders en CAO onderhandelaars zijn doordrongen van de geluiden die de werkers in de thuiszorg, VVT, Gehandicaptenzorg, Jeugdzorg, GGZ en ook het onderwijs, de bouw, de kinderopvang, de metaal, de dienstverlening laten doorklinken. Zowel de werkers in de sessie van de Gehandicaptenzorg, alsook de mensen van de Verpleeg en Verzorgingshuizen snappen de ernst van de situatie die de regering met de instellingen voorheeft. Als die instellingen echter kiezen voor de snelle en eenvoudige weg van personeel wegsaneren en daarop voorsorteren, dan is de bereidwilligheid om gezamenlijk de problemen op te lossen snel verdwenen. Het is zaak de rol van de professionals in de zorg te erkennen, dat betekent in allereerste instantie dat je mensen op een fatsoenlijke manier de gelegenheid geeft hun arbeid te verrichten tegen een redelijk inkomen. Dat is participatie. De vakbeweging ziet nu ook wat de werkers in die sectoren bedoelen, luisteren daarnaar en wil de mogelijke oplossingen zoeken in de bedrijven en instellingen waar het echte werk verricht wordt, waar de echte banen nog zijn en behouden moeten worden.
FNV in beweging Het tweede grote winstpunt van 30 november is dat de campagne een campagne van de brede vakbeweging is. De zorg was prominent aanwezig, maar ook alle andere sectoren: de industrie, het onderwijs, de ouderen, de jongeren, FNV handel, de veiligheidsmensen, de kinderopvang, we zagen veel vrouwen en veel migranten.
Groot was de bezorgdheid en de frustratie bij de uitkeringsgerechtigden. De menselijke maat is daar al lang zoek en de bemiddeling naar ander werk beperkt het UWV door te verwijzen naar een abominabel slecht functionerende site. Doe je het op die site niet goed dan loop je ook nog eens het risico gekort te worden op je uitkering. Veel mensen met een bijstandsuitkering voelen de druk van de gemeenten om maar elk werk te moeten accepteren. Even zo velen voelen de onredelijkheid daarvan en weten dat ze feitelijk onbetaald werk verrichten wat eigenlijk echte banen hadden moeten zijn.
Het wordt steeds duidelijker dat de oplossingen niet van ‘de Haagse politiek’ gaan komen, dat de echte veranderingen door de mensen zelf bevochten moeten worden. Dat is en wordt door de FNV in beweging nu onderkend. Het is niet erg dat dit nog niet massaal is, het is belangrijk dat er een kwalitatief goed begin is gemaakt.
De politiek verliest steeds meer geloofwaardigheid. Amechtig probeerde minister Lodewijk Asscher (wat doet die man in vredesnaam op een FNV manifestatie?) het over ‘samenwerking’ en ‘de eenheid om de problemen op te lossen’ te hebben en probeerde hij zich als bongenoot van de FNV te manifesteren. Hij slaagde daar niet in. De mensen voelen dat het beleid dat zijn regering voert niets te maken heeft met samenwerken en het opbouwen van een samenleving.
Ook Ton Heerts deed een poging het initiatief bij de mensen te leggen, hij zei, we onderhandelen, onderhandelen en onderhandelen maar als het nodig is voeren we actie. Die houding is hinken op twee gedachten. Enerzijds de gedachte van de oude vakbeweging: We regelen het centraal voor de mensen en sluiten compromissen waarbij we het geluid van de leden desnoods negeren. Anderzijds de gedachte van het moeten erkennen dat er nieuwe geluiden doorklinken, bijvoorbeeld vanuit Sensire, die zeggen dat er serieus werk gemaakt moet worden van vakbondswerk aan de basis en dat dat resultaten oplevert. Het gaat er nu om dat het initiatief bij de mensen in de bedrijven en instellingen komt te liggen, dat er veel meer echte en goede banen komen en dat de banen die er nu zijn behouden blijven. Wellicht dat daar over onderhandeld moet worden, wellicht zijn daarover afspraken te maken, wellicht gaat dat niet gemakkelijk en is daar meer strijd voor nodig. Belangrijker is dat de beweging en het initiatief bij de mensen in de bedrijven komt te liggen en dat de nieuwe vakbeweging dat gaat organise(re)n.
De mensen zijn bereid dat initiatief te nemen samen met de vakbond, ondanks alle ellende die ze door de crisis over zich heen gestort hebben gekregen. Dat is de nieuwe vakbeweging in beweging.
Toch waren er ook minpuntjes, veel te veel broodjes, gerekend was op zo’n 20.000 deelnemers. De afgelopen weken werd wel duidelijk dat de doelstelling van 23 oktober, 20.000, te optimistisch was, maar toen waren de broodjes al besteld. Maakt niet uit want de mensen van de Nieuwe Vakbeweging komen in beweging en dat maakt hongerig. Het werden er 10.000, echter dat waren hele goede mensen. Mensen die bereid zijn in beweging te komen. De mars ging niet door het centrum van Utrecht, maar misschien is dat ook wel symbolisch. De mensen langs de route kwamen zo her en der hun huizen uit en bemoedigden de demonstranten, er was een duidelijke erkenning en lotsverbondenheid tussen de bewoners langs de route en de mensen die de lange mars begonnen zijn. Veel politici uit de tweede kamer waren er wel, echter ze stonden voornamelijk langs de zijlijn. De vakbond en de landelijke en gemeentelijke politiek moeten zich met elkaar gaan verbinden. Het perspectief van de FNV in beweging ligt echter niet alleen in Den Haag en slechts gedeeltelijk in de zalen van de gemeenteraden. Het is ook zaak dat sociaaldemocraten en andere linkse mensen zich richting vakbond gaan bewegen, actief door ze te steunen. Alleen maar Kamervragen stellen is niet meer voldoende. Allemaal belangrijke zaken en niet over te slaan, maar het accent en de kracht ligt nu bij de mensen, het opbouwen van het vakbondswerk aan de basis. Het is daar dat de veranderingen zich moeten gaan voltrekken. Politici en filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er nu op aan haar te veranderen.
Reactie toevoegen