Wat is het doel van de NAVO in Afghanistan? Wie de debatten in Washington volgt moet concluderen dat een cruciaal onderdeel bestaat uit de Amerikaanse ambitie om macht in centraal Azië te projecteren, onder andere om de toegang tot strategische grondstoffen, zoals olie en gas, te garanderen. Tegelijkertijd wordt geprobeerd de invloed van regionale machten als China en Rusland tegen te gaan.
Minstens zo belangrijk is het handhaven van het NAVO-verbond. Dat blijkt uit de schrille toon waarop Atlantici het publiek proberen te overtuigen dat Nederland moet meedoen met deze operatie teneinde ‘serieus te worden genomen’. Zulke terminologie behoeft vertaling: men bedoelt dat de Verenigde Staten deelname beschouwen als een absoluut criterium van loyaliteit. Stilzwijgend wordt dus aangenomen dat Nederlandse volgzaamheid een wenselijke zaak is. De felheid waarmee dit beleid wordt gepropageerd verhult dat de macht van de VS tanende is en het de hoogste tijd is om de transatlantische banden te herzien. Afghanistan zelf heeft met dit doel – de alliantie in stand houden – niets te maken.
De formele NAVO-strategie wordt enigszins misleidend omschreven als een ‘tussenstap op weg naar de uitgang’. Doel is het opstellen van een enorm Afghaans leger en politiemacht die zelfstandig de oorlog tegen de Taliban en andere rebellen moeten gaan voeren. Tot het zover is zal voor onbepaalde tijd de NAVO – voornamelijk de VS – en bondgenoten de strijd leiden. Dat is althans de theorie.
In werkelijkheid is deze strategie, door president Obama eind 2009 ingezet, al vergaand ontwricht. De effectiviteit van het Afghaanse leger wordt in Amerikaanse rapporten sterk in twijfel getrokken. De uitbreiding van de operaties van de NAVO, mogelijk gemaakt door extra Amerikaanse troepen, heeft tot gevolg dat de rebellen zich verplaatsen naar steeds meer delen van Afghanistan. Ze slagen er zelfs in hun aanhang onder de bevolking te vergroten. Er groeit in het land een parallelle bestuursstructuur, inclusief Taliban rechtbanken, die uitbreiding van het centrale – en corrupte Afghaanse gezag onmogelijk maakt. De Amerikaanse strategie om milities die onder het gezag van plaatselijke krijgsheren staan te rekruteren om zo de bevolking te controleren, ondermijnt het nationale gezag. Hierdoor wordt het vestigen van een functionerend politieapparaat onmogelijk. De strijd heeft de laatste jaren steeds grotere delen van het land bereikt ook de provincie Kunduz, waar de Nederlandse ‘politiemissie’ naartoe gaat.
De Afghaanse politie is een integraal onderdeel van deze strijd. Ze wordt beschouwd als een goedkoop hulpleger ter ondersteuning van operaties van het Afghaanse leger. Die ondersteuning heeft niets te maken met politiewerk zoals dat plaatsvindt in een rechtsstaat. In oorlogsomstandigheden zoals in Kunduz, betekent dit het afzetten van gebieden waar op guerrillastrijders wordt gejaagd en het zelf opsporen van de guerrillastrijders. Zulke operaties worden daar al maandenlang uitgevoerd door speciale eenheden van het Amerikaanse en Duitse leger, ondersteund door Afghaanse troepen. Omdat in een guerrillaoorlog per definitie het onderscheid tussen strijder en burger vervalt, zal de op civiel werk ingestelde politie haar activiteiten nauw coördineren met de militairen.
De Nederlandse missie – die minstens drie jaar gaat duren heeft als doel het opleiden van een paar duizend politiemensen. Bij oefeningen in het veld zullen zowel instructeurs als leerlingen beschermd worden door Nederlandse soldaten van een pantser infanterie bataljon. Bovendien kan luchtsteun door bijvoorbeeld Nederlandse F-16 gevechtsvliegtuigen worden ingeroepen. Het wonderlijke van het Nederlandse debat is dat de kwestie van een guerrillaoorlog – de Afghaanse werkelijkheid dus nauwelijks aan de orde kwam. De breed uitgemeten goede bedoelingen van zowel de regering als de ‘loyale oppositie’ – GroenLinks en D66 volstonden. De wereldvreemdheid van het besluit blijkt uit de merkwaardige eis dat de op te leiden agenten in de provincie Kunduz, een strijdterrein van Amerikaans en Duitse reguliere troepen en speciale eenheden, milities, en het Afghaanse leger, slechts civiele taken mogen uitvoeren. Midden op een slagveld zouden dus brave politieagenten hun werk moeten doen.
Andere verklaarde argumenten om de missie te steunen zijn het vestigen van een rechtvaardige maatschappij, onderwijs voor meisjes, gelijke rechten voor vrouwen en dergelijke. Maar zulke vergaande veranderingen – die diep ingrijpen in de bestaande sociale structuren kunnen niet worden afgedwongen door militair geweld. Dat is het cruciale punt dat door ontwikkelingsorganisaties zoals Healthnet, al jaren werkzaam in Afghanistan, steeds naar voren wordt gebracht. Verbeteringen in de sociale omstandigheden van de Afghaanse bevolking zijn mogelijk, maar alleen met goedkeuring van (delen van) de streng religieuze machtsstructuur die het platteland beheerst. Daarnaast zal lange sociale strijd noodzakelijk zijn, maar die moet door de Afghanen zelf worden gevoerd. Mensen die stellen dat zulke veranderingen alleen mogelijk zijn onder de kanonlopen van bezettende mogendheden, pleiten de facto voor kolonisatie.
Karel Koster is medewerker van het Wetenschappelijk Bureau van de SP.
Reactie toevoegen