De socioloog Ugo Palheta heeft een groot deel van zijn werk gewijd aan de hedendaagse kwestie van het fascisme. Zijn laatste boek van mei 2025 is getiteld Comment le fascisme gagne la France. De Macron à Le Pen. De huidige periode, en met name de laatste ontwikkelingen, hebben l’Anticapitaliste ertoe gebracht hem om zijn visie te vragen.
Je legt veel nadruk op het begrip ‘fascisering’, om te benadrukken dat het om een proces gaat. We hebben de indruk dat dat proces momenteel een vrij verbluffende versnelling doormaakt.
Het proces van fascisering moet niet worden opgevat als een tendens die zich beetje bij beetje en onverbiddelijk, wat er ook gebeurt, voortzet. Dat proces kent kwalitatieve sprongen, omslagpunten zoals nu, waarbij de ideologische en politieke krachtsverhoudingen in de ene of de andere richting kunnen verschuiven. Twee aspecten lijken me nu bijzonder belangrijk.
Het eerste is de demonisering van La France Insoumise en het antifascisme na de dood van de neofascistische activist Quentin Deranque. De antifascisten worden aangevallen omdat ze de afgelopen tien jaar in de voorhoede stonden van de meeste grote volksbewegingen, en LFI omdat ze die massale protestbeweging op strijdbare wijze heeft vertaald naar het terrein van de institutionele politiek.
Het tweede aspect is de normalisering van extreemrechts. Een groot deel van de politieke en media-elite verschuift het cordon sanitaire van extreemrechts naar radicaal links om een unie van rechts te bevorderen die onvermijdelijk tot stand zal komen met het Rassemblement National (RN), en zeer waarschijnlijk onder diens hegemonie. Door het ‘centrale blok’ en het extreemrechtse blok samen te voegen, gaat het erom het politieke systeem te stabiliseren en electorale legitimiteit te verkrijgen om de sociale achteruitgang te versnellen.
Die ontwikkeling is met name van belang voor het bedrijfsleven. Dat hoopt de neoliberale agenda van ontmanteling van de sociale bescherming en de openbare diensten tot het einde toe door te voeren. Bij de meeste grote bazen heeft de optie van een rechtse coalitie onder leiding van het RN, naar het voorbeeld van Italië, terrein gewonnen. Die is een geloofwaardige en zelfs wenselijke mogelijkheid geworden.
In welke institutionele vormen zou de machtsovername door extreemrechts zich kunnen concretiseren?
Het meest waarschijnlijke scenario is niet noodzakelijkerwijs een formele alliantie tussen organisaties, iets waar het Front National/RN altijd over heeft geaarzeld. De partij zou waarschijnlijk trachten hele delen van de Macron-aanhang en van LR op te nemen in de RN, zoals we hebben gezien met Éric Ciotti, door ministerportefeuilles en winbare kiesdistricten te beloven. Periodes van fascisering gaan altijd gepaard met die twee verschijnselen: een extreemrechts dat terrein wint terwijl de burgerlijke rechterzijde zich radicaliseert en zich aansluit bij de standpunten van extreemrechts: staatsautoritarisme, racisme, criminalisering van links en sociale bewegingen.
Wat dat laatste punt betreft, zijn de afgelopen jaren al grenzen overschreden, met name door de toename van het aantal administratieve ontbindingen van antiracistische, antikoloniale of antifascistische collectieven (en de dreiging van Ciotti en anderen om La France Insoumise te ontbinden). Een dergelijke dynamiek zou zeer waarschijnlijk worden versterkt door een RN aan de macht, met name in geval van sociale onrust en politieke crisis. De vrijheidsbeperkende spiraal is, eenmaal in gang gezet, heel moeilijk te stoppen.
Hoe kunnen we vandaag de dag optreden om dat proces van versnelde fascisering tegen te gaan?
Antifascist zijn begint met het voorkomen dat extreemrechts voet aan de grond krijgt in wijken, dorpen, universiteiten of bedrijven. Dat vereist een actieve lokale aanwezigheid en een collectieve machtsverhouding, zoals de ervaring met Ras l’Front in de jaren negentig heeft aangetoond.
Het tweede aspect is zelfverdediging. Linkse organisaties, vakbonden en collectieven moeten in staat zijn hun acties en hun lokalen te beschermen tegen extreemrechts geweld en politieonderdrukking. Er is een enorme behoefte aan antifascistische collectieven, maar zelfverdediging mag niet aan die collectieven worden gedelegeerd. Ze moet door massa-organisaties worden gedragen.
Antifascisme heeft ook een ideologische en politieke dimensie. Het gaat erom een strijd te voeren om een sociaal alternatief en ideeën die bij de bevolking op brede steun kunnen rekenen – versterking van de openbare diensten, verhoging van de lonen, verbetering van de arbeidsomstandigheden, enzovoort – geloofwaardig te maken, maar die door velen als onhaalbaar worden beschouwd. Links moet aantonen dat een breuk met het neoliberalisme mogelijk is.
Er moet ook hard worden gestreden op terreinen waar links vandaag de dag in de minderheid is en (op zijn best) erg terughoudend is, met name tegen anti-migratiebeleid, islamofobie en veiligheidsmaatregelen. Als links die strijd niet voert, zal extreemrechts zijn agenda blijven opleggen, met de steun van de dominante media.
Het succes van Jean-Luc Mélenchon in 2022 toont dat het mogelijk is een anti-neoliberaal programma te combineren met een krachtig standpunt tegen islamofobie of politiegeweld, en tegelijkertijd aanzienlijke steun van de bevolking te verwerven, met name onder jongeren en in de stedelijke arbeidersklasse.
Bij de NPA-l’Anticapitaliste zijn we van mening dat er, ondanks alle obstakels, een antifascistisch front van de hele sociale en politieke linkse beweging nodig is. Wat vind je van dat perspectief?
De kwestie van de eenheid van links blijft centraal staan en kan niet worden ontweken, omdat geen enkele organisatie de sociale basis en de politieke macht heeft om in haar eentje extreemrechts te verslaan.
Eenheid betekent echter niet dat er geen discussies mogen zijn. Het houdt ook een confrontatie in over programma's en strategische koersen. Er bestaan vandaag de dag twee polen binnen wat traditioneel 'links' wordt genoemd: een oriëntatie die het neoliberalisme ondersteunt, belichaamd door de Socialistische Partij en Raphaël Glucksmann, en een oriëntatie die breekt met neoliberale, racistische en autoritaire politiek, voornamelijk belichaamd door La France Insoumise.
Eenheid moet dus worden nagestreefd zonder het strategische debat op te geven. Daarentegen is het instrumentaliseren van de noodzakelijke strijd tegen antisemitisme om LFI te diskwalificeren door hen tot 'onverteerbaar' te bestempelen, een recept voor een nederlaag, omdat dat neerkomt op het onmogelijk maken van een gemeenschappelijk front tegen extreemrechts.
De parlementsverkiezingen van 2024 tonen aan dat een eenheid en strijdbare dynamiek de overwinning van het RN kan verhinderen. De peilingen voorspelden een overwinning voor het RN, soms zelfs een absolute meerderheid. Toch heeft de strijdbare mobilisatie – waarbij vakbondsleden, feministen, antiracisten en talrijke burgers zonder politieke ervaring betrokken waren – ervoor gezorgd dat het Nieuwe Volksfront als eerste uit de bus kwam. De centrale vraag is dus hoe we dat soort dynamiek kunnen terugvinden, ondanks een context die gekenmerkt wordt door een algemene verschuiving naar rechts, de demonisering van links en interne rivaliteiten.
Ugo Palheta is docent sociologie aan de Universiteit van Lille en heeft een groot deel van zijn werk gewijd aan het hedendaagse fascisme. Hij is de auteur van La possibilité du fascisme: France, la trajectoire du désastre (2018) en Why Fascism Is on the Rise in France: From Macron to Le Pen, Verso, mei 2025. Hij is lid van de NPA-A en de Vierde Internationale.
Foto: Ugo Palheta - © Martin Noda / Hans Lucas
Dit artikel stond op l'Anticapitaliste. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen