De acht jaren van Paars waren jaren van harde sociale afbraak, van flink neoliberaal snoeibeleid. De verzorgingsstaat werd verder uitgekleed, de aanval op de positie van werklozen en arbeidsongeschikten werd geopend. Maar het ging de rechtervleugel in deze neoliberale politieke beweging allemaal niet ver genoeg. De VVD, met de huidige politieke leider Zalm als minister van financiën, liep tegen een niet al te streng bewaakte maar toch aanwezige grens aan. Die van de PvdA, die nog iets van haar sociale gezicht moest behouden om het onderscheid met andere politieke partijen op het politieke midden te bewaren. Veel was het niet. De PvdA schoof zo ver naar rechts dat ze acht jaar lang redelijk conflictloos kon regeren. Maar rechts wilde meer. Wat hen betreft kwam Fortuyn als een geschenk uit de hemel. Fortuyn was in staat het politieke klimaat in Nederland binnen enkele maanden radicaal naar rechts op te schuiven. Op een platform dat bestaand ongenoegen over allochtonen, bureaucratie en de staat van de publieke diensten combineerde met de islamofobie van na 11 september en een intelligent populisme. Een klimaat ontstond waarin het schoppen naar beneden tot kunst werd verheven, en ‘zeggen waar het op staat’ een cynische metafoor voor racisme en uitsluiting. Dat klimaat blijft onder Balkenende 2 voortbestaan. De allochtonen, de arbeidsongeschikten en de werklozen moeten het ontgelden.
Allochtonenstop
De verrechtsing komt tot stand over de ruggen van de migranten, daarvan getuigt ook de hernieuwde discussie over een allochtonenstop in de grote steden en de spreiding van kansloze allochtonen over verschillende buurten en steden. Gemeenteraadslid Victor Reikersz van Leefbaar Rotterdam stelt in de Groene Amsterdammer (13 september) dat hij liever huizen leeg laat staan dan dat er meer allochtonen bij komen in de stad. Het is kenmerkend voor het huidige politieke klimaat. Sinds de kabinetten Lubbers in de jaren tachtig is er consequent gesnoeid in de oude wijken. Buurtwerkers kregen steeds minder subsidie en gemeentelijke ondersteuning. De buurtagent kreeg minder tijd. Jongerenwerkers, vooral in achterstandswijken belangrijk, werden wegbezuinigd. Plekken waar jongeren samen kwamen, maar waar ze ook met problemen terecht konden, verdwenen. En nu liggen er opnieuw voorstellen om op het stedelijk jongerenwerk te bezuinigen, terwijl ook de reclassering eraan moet geloven.
De problematiek in de achterstandwijken zijn het gevolg van een combinatie van factoren – armoede, uitzichtloosheid, werkloosheid, het gebrek aan perspectief. Het culturele element speelt ook een rol, maar slechts in combinatie met andere factoren. De populistische spierballentaal van rechts en het soms openlijke racisme helpen de problemen vanzelfsprekend op geen enkele manier oplossen. Maar in de ‘nieuwe politiek’ draait het erom dat je ‘alles’ moet kunnen zeggen. Reikersz: ‘Wij hebben het over een allochtonenstop omdat dat goed overkomt bij de kiezers.’ Met de werkelijkheid hoeft dat ‘alles’ dus niets te maken te hebben. Een buurt wordt bijvoorbeeld niet veiliger of leefbaarder als huizen leeg blijven staan. Integendeel.
‘Kanslozen’ zijn er in het kapitalisme altijd geweest. Dat uitzichtloosheid, werkloosheid en marginalisering ook ‘probleemjongeren’ of ‘onaangepast gedrag’ en kleine criminaliteit produceren hoeft niemand te verbazen. Wat verbazing wekt is dat het smerigste populisme samengaat met bezuinigingen die de bewoners van achterstandswijken keihard zullen treffen. Waar grote steden miljoenen besteden aan prestigeprojecten en de yuppificering van de binnensteden, zijn de oude wijken aan hun lot en aan steenrijke huisjesmelkers overgelaten. In plaats van flink te investeren in het oplossen van problemen, in het terugbrengen van sociale samenhang, in solidaire oplossingen, worden de wijken verder gestigmatiseerd en hun bewoners de hoek in geschopt.
Koud en kil
De rechtse kijk op de oude wijken is kenmerkend voor de verschuiving die plaatsvond – van een samenleving waar solidariteit en het delen van de lasten nog iets betekende, naar een maatschappij waarin de individuele verantwoordelijkheid voorop staat. Na de no-nonsense kabinetten van Lubbers, het neoliberale beleid van paars, lijkt voor rechts nu de tijd afgebroken de aanval nog eens en nog harder in te zetten. Dit kabinet heeft heel duidelijk de aanval geopend op wat er nog over is van de verworvenheden van de jaren zestig en zeventig. De WAO, de WW, de VUT en de ziektekosten – het moet allemaal keihard op de helling. De gevolgen zijn voorspelbaar – een toename van het aantal mensen dat net aan de armlastige kant van de lijn terecht komt. En omdat van de strijdbaarheid van de vakbeweging, na jarenlange samenwerking met Paars, niet veel over is, lijkt het rechts een geschikt moment om de confrontatie aan te gaan. Het kabinet schat in dat de vakbeweging zijn uiterste best zal doen een keihard conflict met de regering te voorkomen. Dat zie je ook gebeuren. Het kabinet kan op veel punten gewoon binnenhalen, de vakbeweging blijft voorlopig erg mak.
Tegelijkertijd valt ook van de PvdA niet veel te verwachten. Wouter Bos heeft het druk met net doen alsof hij naar de man in de straat aan het luisteren is.
Ondertussen ontstaat een samenleving die killer en kouder is dan menigeen voor mogelijk hield. Iedereen die niet mee komt, moet de bijstand in. Solidariteit wordt een ouderwets begrip, een rechtse invulling van de individualisering komt ervoor in de plaats. Het gevolg is dat de idee dat de samenleving in zijn geheel verantwoording draagt voor het welzijn van individuen, plaats maakt voor een steeds grotere nadruk op de individuele verantwoordelijkheid. Die verschuiving is jarenlang voorbereid en in beleid vertaald, maar nu gaat het er echt van komen. Dus wordt de WAO praktisch ontoegankelijk gemaakt – wat zal betekenen dat mensen die nu nog in de WAO belanden, straks in de bijstand komen te zitten. Dus wordt het werklozen moeilijker gemaakt uit de bijstand te blijven, ondanks de crisis waarin het aantal werklozen ongetwijfeld zal toenemen. Het wachten op de volgende golf van criminalisering. De allochtonen hebben we straks gehad. Als iedereen zonder betaald werk binnenkort in de bijstand zit, staat er vast wel een populist op die bepleit dat alle bijstandstrekkers eigenlijk parasieten zijn.
Diabolisch
Balkenende 2 staat een beleid voor dat grote groepen mensen uitsluit van de samenleving. Een toename van de werkloosheid, een voortdurende marginalisering van mensen aan de onderkant – de gevolgen ervan zullen niet allemaal even ‘wenselijk’ zijn. Kleine criminaliteit neemt toe, net als wat tegenwoordig ‘onaangepast gedrag’ wordt genoemd. Ook daar hebben de erven Fortuyn een oplossing voor: het opvoeren van de repressie. Zo ontstaat een boom met twee takken: aan de ene kant wordt het welzijn van mensen fundamenteel onder druk gezet, worden grote groepen mensen verder gemarginaliseerd; aan de andere kant wordt, in de naam van veiligheid en welzijn, de repressie flink opgevoerd. De bezuinigingen op de reclassering spreken boekdelen. Het beleid van Zalm en Balkenende grijpt diabolisch in elkaar. Links moet een tegengesteld programma ontwikkelen, waarin maatschappelijk ongenoegen wordt omgezet in een strijd voor een solidaire, democratische en sociale samenleving.
Reactie toevoegen