14 August 2020

Mislukte coup tegen Venezuela logisch onderdeel VS-agenda in Latijns-Amerika

VS-minister van buitenlandse zaken Pompeo ontkent elke 'directe' betrokkenheid bij de mislukte poging van huurlingen om Venezolaans president Maduro naar de VS te ontvoeren. De rechtse oppositie twijfelt na deze zoveelste flater aan de houdbaarheid van hun zelfverklaard interimpresident Juan Guaidó. Ondanks deze mislukking blijft de VS een gevaarlijk en vastberaden tegenstrever in de regio. Trump zet het Latijns-Amerikaans beleid van zijn voorganger Obama verder. [leestijd 12 minuten]

De feiten zijn bekend. In de voorbije weken hebben een 60-tal huurlingen, voor het merendeel naar buurland Colombia gevluchte Venezolaanse soldaten, een poging gedaan om Venezuela clandestien binnen te dringen. Hun plan was volgens verklaringen van onder meer twee voormalige paracommando’s uit de VS om een luchthaven in de buurt van de hoofdstad Caracas tijdelijk te bezetten, Maduro te ontvoeren en op een vliegtuig richting VS te zetten.

Een en ander liep vrij snel faliekant af voor de deelnemers. Voor de meesten onder hen – er zijn vermoedens dat nog een dertigtal anderen niet werden gevonden – eindigde hun avontuur nog voor ze voet aan wal zetten. Een aantal van hen werden na enkele dagen in de regio opgepakt.

Uit documenten van het Amerikaanse veiligheidsbedrijf Silvercorp blijkt dat de hele operatie was opgezet, voorbereid en goedgekeurd in samenspraak met zelfverklaard interimpresident Juan Guaidó en zijn naaste medewerkers, tijdens gesprekken in Colombia.

Guaidó ontkent, medewerkers bevestigen

Guaidó ontkent elke betrokkenheid, maar krijgt niet eens al zijn medestanders achter zich om te ontkennen. Een aantal van hen gaven bovendien tegenstrijdige verklaringen. Zo beweerden zij wél met de betrokkenen gesproken te hebben, maar te hebben afgehaakt voor er van enige concrete toezegging sprake was, omdat het Amerikaans bedrijf “niet betrouwbaar” werd bevonden.

Enkele van Guaidó’s voormalige voorstanders zijn sindsdien in de VS bij het ministerie van buitenlandse zaken gaan pleiten voor “een verandering van koers en een ander leiderschap”. Het zegt alles over de machtsverhoudingen en de echte beslissingsstructuur achter Juan Guaidó dat Venezolaanse politici in de VS aan VS-ambtenaren toestemming gaan vragen om zijn vervanging te overwegen.

Meerdere voormalige medestanders van Guaidó willen hem weg. Daar zijn meerdere redenen voor. Om te beginnen was Guaidó nooit de favoriete kandidaat van de rechtse oppositie om in januari 2019 interimpresident te worden. De rechtse oppositie in Venezuela wordt al twintig jaar gekenmerkt door twee karakteristieken: een diepe minachting en haat voor president Hugo Chávez en zijn kiezers, het arme en lagere middenklassegedeelte van de Venezolaanse bevolking, een gedeelde haat die grotendeels wordt geneutraliseerd door heftige interne vetes om de macht en door systemische corruptie.

Toen de rechtse partijen in 2015 voor het eerst in 16 jaar terug een meerderheid behaalden in het Venezolaans parlement raakten zij in een bittere strijd verwikkeld voor de verdeling van de parlementaire bestuursmandaten. Bij gebrek aan één leider die alle rechtse partijen kon samenbrengen werd een beurtrol afgesproken voor het voorzitterschap van het parlement.

Guaidó, vierde reservekandidaat

Op 1 januari 2019 was het de beurt aan de partij Voluntad Popular (VP-Volkswil) – nominaal sociaal-democratisch, in werkelijkheid extreem-rechts nationalistisch 1), een van de kleinere partijen in het rechtse kartel van de MUD (Mesa de la Unidad Democrática – Rondetafel van de Democratische Eenheid).  VP-partijvoorzitter Leopoldo López zit echter in huisarrest voor zijn aandeel in de gewelddadige acties van 2014 en 2015. De tweede en derde man van de partij zijn evenmin beschikbaar omdat ze worden vervolgd voor corruptie.

Zo werd Juan Guaidó op 1 januari 2019 parlementsvoorzitter, in de maand dat de oppositie in samenspraak met de VS-ambassade had gepland de eedaflegging van president Maduro als ongeldig te verklaren wegens beweerde verkiezingsfraude. Op basis van een Grondwetsartikel dat de onmogelijkheid vaststelt van de president om te regeren, legde parlementsvoorzitter Guaidó de eed af als interimpresident.

De Grondwet bepaalt dat de interimpresident een mandaat heeft van 90 dagen om nieuwe verkiezingen te organiseren. Guaidó is sindsdien reeds 16 maanden zelfverklaard interimpresident. Hij wordt officieel erkend door 50 VN- lidstaten (nog 15 andere hebben hun steun aan hem toegezegd maar hebben de diplomatieke betrekkingen met de regering van president Nicolás Maduro niet verbroken). De VN zelf en de overige 143 VN-lidstaten erkennen nog steeds president Maduro.

Onbekend en onbemind

Guaidó was op het ogenblik van zijn eedaflegging onbekend in Venezuela buiten zijn kiesdistrict Vargas in de deelstaat La Guaira. Bij de voorverkiezingen voor deelstaatgouverneur van La Guaira in zijn district Vargas haalde hij 18,1 procent van de stemmen als kandidaat voor zijn partij VP. In 2015 werd hij verkozen tot één van de twee leden van het federale parlement voor Vargas met 26,01 procent van de stemmen, op de kartellijst MUDvan de rechtse oppositiepartijen.

Het verhaal dat de oppositie ophing in de VS – die hem enkele minuten na zijn eedaflegging reeds erkenden – was dat het ‘regime’ van Maduro snel in elkaar zou klappen en dat de bevolking massaal achter hen zou staan. Er bleek niets van te kloppen.

Ondanks de sinds 2013 verslechterde economische situatie – veroorzaakt door een combinatie van dalende olieprijzen, verkeerde economische beslissingen en zware economische sancties door de VS – was Maduro begin 2019 nog steeds zeer populair bij naar schatting één derde van de bevolking, niet toevallig de armere Venezolanen in de steden en op het platteland. Dat is geen meerderheid, maar de MUD is eveneens slechts goed voor ongeveer één derde van de bevolking. Tussenin bevind zich de rest van de bevolking die enerzijds Maduro wel beu is maar allesbehalve heil ziet in de rechtse politici van de MUD en al helemaal niet in de controversiële figuur van Guaidó.

Aanvankelijk kon Guaidó nog grote manifestaties van alle partijen in de MUD rond zich verzamelen – net als Maduro – maar zijn gebrek aan charisma en autoriteit binnen de rechtse oppositie en een aantal tactische blunders hebben wat hij aanvankelijk aan populariteit had vergaard laten wegsmelten als sneeuw voor de zon. Slechts 20 procent van de bevolking steunt zijn voorstel voor een militaire invasie van de VS om Maduro af te zetten. De overige 80 procent zijn zeker niet allen volgers van Maduro, maar willen in geen enkel geval een buitenlandse invasie, laat staan door de VS.

Politieke flaters

Guaidó stapelde sinds zijn eedaflegging de politieke flaters op elkaar. Toen zogenaamde VS-hulpkaravanen in Colombia klaar stonden om in de Colombiaanse grensstad Cucutá de grens over te steken liet hij zich ter plaatse niet zien (hoewel hij wel in Colombia was). Hij was zo lomp om foto’s van zichzelf toe te laten met leiders van paramilitaire doodseskaders in Colombia. Vervolgens trad hij niet op toen de door hem aangeduide Venezolanen in Colombia de VS-steunfondsen verbrasten. Die lieten de enkele honderden soldaten die waren gedeserteerd naar Colombia aan hun lot over, in plaats van hen met die fondsen te helpen. Een poging tot staatsgreep enkele maanden later met een aantal militairen mislukte compleet, de hele operatie bleek geïnfiltreerd door Maduro-getrouwe militairen.

Volgens de Venezolaanse media in privébezit van de oligarchie – na 20 jaar Chávez en Maduro nog steeds goed voor meer dan 80 procent van het totale mediabereik – en in zowat alle westerse media is Maduro een ‘autoritaire president’. Hij heeft Guaidó nog steeds niet aangehouden. Sindsdien blijkt dat Maduro via zijn vertegenwoordigers zelfs gesprekken heeft gehad met Guaidó, zonder enig resultaat. Ondertussen heeft Guaidó geen meerderheid meer achter zich in het parlement en is hij uit zijn partij VP gestapt.

In Washington heeft men ondertussen begrepen dat het beeld dat de rechtse oppositie tegen Maduro ophing van hun kansen op regime change zwaar waren overdreven. Toch blijft Guaidó met de regelmaat van de klok verklaren dat de “overwinning van de democratie” nabij is. Na zestien maanden klinken zijn verklaringen steeds holler.

Een aangekondigde coup

Berichten van president Maduro dat Guaidó en zijn medestanders een gewelddadige coup aan het voorbereiden waren, werden maandenlang in de binnen- en buitenlandse pers weggelachen. Ook als spint de entourage van Maduro er meer van dan er waarschijnlijk in zit, toch valt uit de vaststaande feiten af te leiden dat een en ander niet zomaar een klungelige operatie van een paar misnoegde ex-soldaten was, zonder toezicht van hogerhand.

De Amerikaanse krant Miami Herald  – een krant in Florida, waar de meeste Venezolaanse vluchtelingen in de VS wonen – pakte uit met documenten die aantonen dat Guaidó wel degelijk intensief betrokken was bij de planning van deze operatie. Advocaten van Silvercorp herinnerden Guaidó er aan dat hij een eerste voorschot van 1,5 miljoen dollar nog niet betaald had zoals voorzien in het contract van 16 oktober 2019. Het contract voorzag een uiteindelijk bedrag van meer dan 200 miljoen dollar, dat onder meer zou worden betaald met olieopbrengsten na de machtsovername. Medestanders van Guaidó stellen dat dit niet gebeurde omdat Silvercorp er niet in was geslaagd de beloofde 800 huurlingen aan te werven voor de operatie.

Voormalig Colombiaans president Ernesto Samper (1994-1998) beschuldigt zijn eigen land van directe betrokkenheid bij de hele operatie. Pogingen tot destabilisering vanuit Colombia gaan echter reeds veel langer door en zijn onder huidig president Duque nog toegenomen.

Philip Agee

Pompeo was voor hij op 26 april 2018 minister van buitenlandse zaken werd 17 maand directeur van het Central Intelligence Agency (CIA), de buitenlandse inlichtingendienst. Tijdens zijn periode als CIA-directeur zei hij een aantal zaken die er geen twijfel over doen bestaan dat illegale geheime operaties in het buitenland om ‘vijandige regimes’ af te zetten zijn geprefereerde modus operandi zijn.

Pompeo verklaarde toen openlijk dat liegen en bedriegen over CIA-activiteiten toegelaten en raadzaam is omdat de doelstellingen dat rechtvaardigen. Bovendien kondigde hij een heksenjacht aan tegen “de Philip Agee’s van de 21ste eeuw”.

Philip Agee (1935-2008) was een voormalig CIA-agent die in 1975 het boek Inside the CIA – A Diary publiceerde. Daarin legde hij zijn medewerking uit aan politieke ondermijning in Brazilië, Mexico, Uruguay en Ecuador. In zijn boek toonde hij hoe de CIA onder dekking van de plaatselijke VS-ambassade regeringen en instellingen infiltreerde, afluisterde, chanteerde, dubbelspionnen betaalde, persagentschappen, media en individuele journalisten bewerkte met misleidende en valse informatie om politici die hen niet beviel te saboteren, te bedreigen en te laten vermoorden door doodseskaders. Ook legerofficieren, vakbondsleiders, academici werden omgekocht of bedreigd, naargelang de situatie. Agee was niet de enige CIA-klokkenluider in die periode maar wel de meest uitgesproken en meest gedetailleerde.

Een van de zaken die Agee aantoonde was dat alle operaties van de CIA zo werden georganiseerd dat zelfs eventuele lekken niet naar de originele bron konden leiden, zodat de president altijd kon ontkennen dat er iets gaande was of dat de VS er niets mee te maken had (wat in het jargon ‘plausible deniability‘ werd genoemd). De CIA diende officieel enkel voor het verzamelen van inlichtingen voor de bepaling van het Amerikaanse buitenlandse beleid.

Geheime operaties met wisselend succes

Niet alle geheime operaties die de CIA sinds zijn oprichting in 1947 heeft georganiseerd kenden succes. De lijst wél gelukte operaties, militaire staatsgrepen, gemanipuleerde verkiezingen, politieke moorden is echter indrukwekkend. Onderzoeksjournalist William Blum (1933-2018) inventariseerde in zijn boeken The CIA – a forgotten history (1986) en Killing Hope – US Military and CIA Interventions Since World War II (1995) 55 geheime operaties in evenveel landen die meerdere jaren duurden.

Zijn lijst begon met het saboteren van eerlijke verkiezingen in Italië in 1947-1948 omdat de communisten dreigden te winnen, na hun populaire en essentiële deelname aan het verzet tegen Mussolini en Hitler, de staatsgreep van de sjah in Iran in 1953, staatsgrepen in Chili, Haïti, Indonesië, Guatemala, de jarenlange samenwerking met Mobutu in Zaïre tot de staatsgrepen tegen president Aristide van Haïti in 1986 en 1994.

Zijn opzoekingswerk gaat niet verder dan 1995 maar meer recente gelukte staatsgrepen in Paraguay en Honduras en de mislukte staatsgreep van 2002 tegen Hugo Chávez in Venezuela dragen allen de kenmerken van CIA-initiatieven zoals Agee en Wolf ze in hun boeken beschreven. Ook de hele operatie om president Lula uit de verkiezingen te houden in Brazilië heeft de typische methodes van de CIA.

De ministers van president Trump delen zijn openlijk taalgebruik, dat fel contrasteert met de omfloerste retoriek van Democratische en Republikeinse presidenten voor hem. Pompeo en Trump ontkenden alleen ‘directe’ betrokkenheid bij de mislukte operatie in Venezuela. Dat mag worden geïnterpreteerd als een gecodeerde knipoog van steun aan de medestanders in Venezuela én als waarschuwing dat het nog lang niet voorbij is.

Tanende overmacht

Deze episode kenmerkt echter een verschuiving in de machtsverhoudingen tussen de VS en Latijns-Amerika in het algemeen. Die was al merkbaar onder Obama. De VS kan blijkbaar niet meer zomaar zijn wil opleggen, zelfs niet aan zijn trouwste bondgenoten. Alleen in de kleinere en zwakke staten als Honduras, Paraguay en Ecuador lukt dat nog. Toen Trump in 2019 een militaire invasie van Venezuela voorstelde met een coalitie van Latijns-Amerikaanse landen weigerden zowel rechtse als linkse presidenten, op buurland Colombia na.

Toen Braziliaans president Jair Bolsonaro verklaarde dat hij aan een dergelijke invasie zou meewerken sprak zijn vice-president Hamilton Mourão, voormalig generaal, hem dezelfde dag nog tegen. Er was volgens Mourão geen sprake van dat VS-troepen vanop Braziliaanse bodem Venezuela zouden mogen aanvallen. Mourão is allesbehalve een linkse rakker maar een extreem-rechtse militair met openlijke sympathie voor de militaire dictatuur (1964-1985). Hij behoort echter tot een nieuwe generatie militairen die niet zomaar bereid zijn aan het lijntje van Washington te lopen. Eerder eist hij een gelijke plaats van Brazilië op naast de VS.

De regering in Washington poogt met steeds strengere sancties alsnog president Maduro ten val te brengen. De snelle erkenning van Guaidó door 50 landen, hoofdzakelijk de VS, Canada, de EU en een aantal Latijns-Amerikaanse landen heeft de VS en zijn bondgenoten na 16 maanden in een lastig parket gebracht. Zo heeft ook België nu een Venezolaans ambassadeur – een zekere Maria Ponte – die geen enkele consulaire dienst kan verlenen aan Venezolanen in België of aan Belgen die naar Venezuela willen, waardoor België ook geen enkel officieel diplomatiek contact kan hebben met de feitelijke regering van Maduro (die nog altijd door een meerderheid van 143 VN-lidstaten wordt erkend).

De echte reden voor dit alles is bekend

Venezuela heeft zware interne problemen. Huidig president Maduro heeft het bestuur van zijn voorganger overgenomen, zonder de zeer hoge olieprijzen en onder een wurgende economische blokkade. Hij erfde daarbij ook de systemische tekortkomingen van het chavismo. De officieel beleden argumenten om Venezuela zo zwaar te isoleren houden echter geen steek.

Om vervalste verkiezingen aan te vechten kunnen de VS beter bij Haïti, Honduras, Brazilië, Paraguay en Bolivia aankloppen. Gebrek aan democratie, geen respect voor de mensenrechten? Idem. Het meest belachelijke argument is de strijd tegen drugshandel. Venezuela, buurland van Colombia? Wie beweert om deze redenen tegen Venezuela te strijden, maar zwijgt over die andere landen, strijdt niet voor democratie en mensenrechten maar tegen Venezuela.

De echte reden waarom Venezuela wordt gedemoniseerd is bekend. De winsten van de aardolie in Venezolaanse bodem moeten terug naar hun rechtmatige eigenaars in New York, Miami, Londen en Parijs en naar de met hen collaborerende elite in Venezuela. Voormalig veiligheidsadviseur John Bolton bevestigde dat openlijk in een interview, nogmaals een voorbeeld van parler vrai (de waarheid spreken) onder Trump dat schril afsteekt met vorige presidenten. Wat dit laatste betreft maakt Trump het verschil, voor het overige is zijn beleid de logische verderzetting van dat van zijn voorgangers. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat een president Hillary Clinton nog harder zou zijn opgetreden dan Trump. Wat Democratisch tegenkandidaat Joe Biden betreft, die staat over Venezuela op dezelfde lijn.

Operatie Gideon is niet de eerste en niet de laatste poging om de ‘natuurlijke orde’ in Venezuela te herstellen.

Noten:

Guaidó niega vínculos con intento de invasión en Venezuela

Venezuela: Guaido’s Leadership in Question Following Failed Coup Attempt

Surgen nuevas pruebas que ligan a Juan Guaidó con la fallida incursión de Silvercorp

Letter and contract put Guaidó at center of failed Venezuelan raid to oust Maduro

1.  Een omgekeerde verhouding tussen officiële programma’s van politieke partijen en hun echte inhoud is geen uitzonderlijk fenomeen in Venezuela en Latijns-Amerika.

Dit artikel is overgenomen van de wereld morgen.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren