14 August 2020

Nodig: nieuw links lef

Het is al vaker gezegd: met het kabinet Rutte hebben we te maken met het meest rechtse kabinet ooit. Onder het motto ‘never waste a good crisis’ en meedeinend met het neoliberale Europa is de regering bezig om het politieke speelveld en spelregels grondig op hun kop te zetten. Daarbij wordt de confrontatie niet geschuwd. Wie is in staat en bereid die handschoen op te nemen? De verdedigingslinie van links blijkt ongekend zwak. Waarom staan de pleinen niet vol met boze vakbondsleden en andere demonstranten?

 

 

Volgens politicoloog Merijn Oudenampsen is de betekenis van dit kabinet vooral dat deze het einde van de consensuscultuur markeert; ‘We bevinden ons in een overgang van een periode van relatieve stabiliteit, naar een tijd waarin alle stukken op het bord in beweging zijn. Nieuw Rechts heeft zich grondig vernieuwd, en heeft met haar keuze voor het regeren over rechts, voor het ‘afbreken van de geluksmachine’, voor een beleid waarbij rechts ‘haar vingers kan aflikken’, openlijk een koers van polarisatie ingezet. Dit creëert een geheel nieuwe context voor iedereen die zich met politiek bezig houdt.’ Bij polarisatie hoort politisering en mobilisatie van de onvrede op straat. Die blijven vooralsnog echter uit. Waar rechts de confrontatie zoekt, blijft een groot deel van links proberen vast te houden aan het poldermodel. Dat levert op zijn minst een overgangsperiode op waarin rechts in de aanval is en volop scoort, terwijl links amechtig probeert om de verdediging naar achteren te organiseren.

Linkse zwakte Het gesteggel over het nieuwe pensioenstelsel laat perfect zien hoe slecht links is voorbereid op een nieuwe periode van polarisatie. Het pensioendrama toont waar de breuklijnen, zwaktes en dilemma’s van links in Nederland zitten. De aanval op de pensioenen is niet van de laatste jaren, maar is net als in de rest van Europa al lang geleden opgestart als onderdeel van de neoliberale Europese agenda. Onder druk van de financiële crisis werd in de vorige kabinetsperiode het tempo van de pogingen om de AOW leeftijd te verhogen en de pensioenvoorziening te versoberen verhoogt. Na aanvankelijk tegenstribbelen (Agnes Jongerius: ‘AOW naar 67 ga ik niet meemaken’) koos de leiding van de vakbeweging er voor te pogen de consensus te redden en te blijven polderen met het PvdA-CDA-CU kabinet. Daarmee was de strijd om behoud en verbetering van het pensioenstelsel feitelijk al verloren. Wat overbleef was de inzet om de scherpste kantjes van de ‘hervorming’ af te slijpen.

Waar het vorige kabinet het pensioenkarwei niet af kon maken, was de huidige regering van begin af aan vast van plan spijkers met koppen te slaan. In de tussentijd werd de onvrede met de pensioen-polder lijn van de FNV leiding onder de leden en kaderleden van de belangrijkste bonden steeds manifester. Dat leidde er uiteindelijk toe dat FNV bondgenoten en de AbvaKabo de (concept-)akkoorden bleven afwijzen. Uiteindelijk lijkt Jongerius gered door de bel.

In het pensioenverhaal zitten een aantal aspecten die tekenend zijn voor de politieke situatie. Op de eerste plaats natuurlijk dat rechts vast van plan is door te zetten en vooruitgang te boeken in het afbreken van de sociale zekerheid. Als tweede dat dit gebeurt in de setting van een minderheidskabinet waarbij de PVV er moeiteloos in slaagt het imago van de ‘partij van Henk en Ingrid’ overeind te houden, terwijl de gedoogpartij de regering ook op het pensioendossier zonder veel morren gewoon zijn gang laat gaan. De PvdA en de FNV leiding gaan vervolgens de confrontatie met Kamp en Rutte uit de weg, houden vast aan het polder-resultaat en laten een uitgelezen mogelijkheid om de strijd met het kabinet aan te gaan lopen. De breuklijn binnen links, met aan de andere kant de SP en dat deel van de vakbeweging dat het gebrek aan resultaten aan de overlegtafel zat is, verdiept zich. Maar dit meer strijdbare deel van links blijkt tegelijkertijd niet in staat te zijn op eigen kracht confrontatie daadwerkelijk aan te gaan en op straat en in de bedrijven maatschappelijk verzet te organiseren.

Binnen de ‘nieuwe context voor iedereen die zich met politiek bezig houdt’ wordt dus een aantal dilemma’s en keuzes voor links steeds duidelijker en nijpender. Het pensioendossier is daarvan een voorbeeld, maar ook de acties tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur, tegen de verslechteringen in de sociale werkvoorziening en de bijstand en tegen de kortingen op het Openbaar Vervoer in de grote steden laten dit zien.

Tussen twijfel en zwakte De uitgangspositie van links om binnen een context van een door rechts ingezette polarisatie effectief de confrontatie aan te gaan is ronduit slecht. De dominante stroming binnen links en de vakbeweging houdt nog steeds vast aan de polder-posities en aan de hoop op een politieke ‘normalisatie’, oftewel de mogelijkheid van een toekomstig kabinet van PvdA met VVD en/of CDA. Dat heeft iet alleen te maken met een dominante opvatting over de strategie en toekomst van links, maar zeker ook met de baantjes en de posities in het omvangrijke overlegcircuit.

Bovendien heeft de ideologie en de praktijk van het neoliberalisme ook binnen het politieke spectrum dat de meeste mensen rekenen tot de progressieve oppositie vaste voet aan de grond gekregen. Een links antwoord samen met D66 en in toenemende mate GroenLinks, partijen die feitelijk de positie innemen dat Rutte te weinig inzet op (neoliberale) hervormingen, is schier onmogelijk.

Daarbij komt dat ‘links’ in de ogen van een groot deel van de bevolking in diskrediet is. ‘Links’ – met uitzondering van de SP – is voor velen eerder onderdeel van de gehate elite dan een geloofwaardig vehikel om verzet tegen dit kabinet te organiseren. Ondanks de gedoogdrol van de PVV blijft Wilders veel meer dan Cohen vertolker van de onvrede, ook als het gaat om de onvrede over de graaiers en de verrijking. De PvdA en GroenLinks lijken er alles aan te doen om dat beeld eerder in stand te houden dan te overstijgen. Op cruciale momenten (Kunduz, schuldencrisis EU, pensioenakkoord) geven die partijen de voorkeur aan collaboratie met rechts. In de poedel-retoriek van Wilders zit een behoorlijke kern van waarheid, helaas.

Als je daar nog eens bij optelt dat we al enkele decennia te maken hebben met een achteruitgang van activisme en sociale bewegingen en een zwakke sociale organisatie in bedrijven, instellingen en wijken, dan is het niet verrassend dat het moeilijk is om een aansprekend links alternatief op straat en in de politiek van de grond te krijgen.

Het meest strijdbare en anti-neoliberale deel van links – SP, (vakbonds-)activisten – heeft grote moeite om een puur defensieve houding te overstijgen. Het lijkt er vaak op alsof de welvaartsstaat van dertig jaren geleden en keynesiaanse economische politiek het toppunt van de politieke idealen van links is. De effecten van de multiculturele samenleving, de ecologische crisis, de individualisering, globalisering en veranderingen in de technologie worden maar mondjesmaat meegenomen in de linkse agenda. Maar zolang dit niet gebeurt blijft een aantrekkelijk, mobiliserend links toekomstbeeld uit.

Nieuwe kansen Juist omdat de bakens fors verzet worden door rechts en het politieke speelveld de komende jaren flink zal veranderen, zijn er ook nieuwe mogelijkheden voor links.

Verzet tegen concrete maatregelen kan snel een weerklank vinden bij groepen die direct betrokken zijn. Maar om successen te behalen is een bredere politieke en maatschappelijke vertaling nodig, zeker bij een kabinet dat vast van plan is om geen meter toe te geven. De actiebereidheid bij het personeel van het Openbaar Vervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag tegen de bezuinigingen en de verplichte aanbesteding bijvoorbeeld was en is niet het probleem. Maar zonder verbreding van de acties naar andere sectoren en naar gebruikers van het Openbaar Vervoer is de kans op daadwerkelijk succes klein. In die verbreding en in het organiseren van de solidariteit ligt een belangrijke taak voor activisten en voor de SP.

We kunnen en moeten het voortouw nemen. Een brede linkse coalitie met een aansprekend alternatief gaat er voorlopig niet komen. Het is aan de meest strijdbare mensen in de (vak-)beweging en de SP om het initiatief te nemen. In de vakbeweging bestaat de angst om ‘af te gaan’ als het niet meteen een vol Museumplein wordt. Maar zonder een bewuste opbouw van beweging en mobilisatie komt dat plein nooit vol. Stap voor stap opbouwen in een bewuste confrontatie politiek, dat is de enige reële mogelijkheid. Wat niet helpt is een keuze uit armoede om dan maar te kiezen voor acties die voornamelijk dienen om het eigen politieke profiel te versterken. De ‘65 blijft 65 actie’ van de SP was daarvan een schoolvoorbeeld. In plaats daarvan moet er voor het veel moeizamere werk van mensen betrekken, mobiliseren en organiseren gekozen worden. Om zoden aan de dijk te zetten moeten initiatieven een perspectief hebben op het opbouwen van een bredere beweging van onderop.

Want het echte werk begint daar, niet in politiek Den Haag. De eerste ervaringen met de ‘organising’ methode in de schoonmaaksector en de zorg laten zien dat er meer mogelijk is - als we bereid zijn de vormen van verzet en organiseren van mensen aan te passen en te vernieuwen. Dat kan niet alleen in bedrijven en instellingen, maar ook in buurten. De discussie in de VS en Groot Brittannië over community-organising kan ook in dit land uitgewerkt worden. De SP is vanuit de eigen geschiedenis prima geplaatst om daar mee aan de slag te gaan. Maar dan moeten we wel de overheersende politieke propaganda inzet van het ‘buurten in de buurt’ opgeven en inruilen voor een manier van werken die gericht is op het daadwerkelijk organiseren en mobiliseren van mensen in de buurt. Veel moeilijker, maar ook veel effectiever.

De uitdagingen voor links in dit land zijn onderdeel van een internationale ontwikkeling met een economische crisis op wereldschaal op de achtergrond. Het verzet tegen een bezuinigingspolitiek die in feite neerkomt op het verhalen van het falen van de economische elite op de meerderheid van de bevolking is niet overal hetzelfde of even ver gevorderd, maar heeft wel in heel Europa en daarbuiten dezelfde achtergrond. Dat opent een tot nu toe onbenutte kans om stappen vooruit te zetten met de internationale organisatie en uitwisseling van links en de vakbeweging. Maar hiervoor geldt hetzelfde als voor de opbouw van een linkse tegenbeweging op de meest lokale schaal: het gaat alleen lukken als we breken met de oude overlegcultuur en ons richten op de opbouw van de eigen kracht.

Dossier: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren