30 May 2020

Om bij stil te staan

Elk jaar opnieuw is het weer van belang stil te staan bij alle slachtoffers van de strijd tegen het fascisme en het nazisme. Wie we dan herdenken is regelmatig een onderwerp van discussie. Geschiedenis is niet neutraal of objectief, maar juist onderdeel van politieke strijd. Niet iedereen vindt alles wat we herdenken even belangrijk, of zelfs verwerpelijk. Moeten we fascisten die in de oorlog zijn gevallen herdenken? In ieder geval is iedereen die sneuvelt in een oorlog een slachtoffer, maar oorlogsmisdadigers dienen te worden gestraft. Herdenken is belangrijk juist nu, omdat we veel kunnen en willen leren uit het verleden en een politieke boodschap willen meegeven. En vooral omdat historische gebeurtenissen en beslissingen structuur geven aan onze samenleving en bepalend zijn voor hoe we nu met elkaar omgaan.

Racisme, verdeeldheid en ongelijkheid
De groeiende ongelijkheid en verdeeldheid in de samenleving in deze tijden van corona en van een dreigende enorme economische terugval die er sowieso al aan zat te komen, wordt meer en meer zichtbaar in werkloosheid, armoede en racisme. Het wordt met de dag belangrijker om daar bij stil te staan en tegen te strijden, omdat de meest kwetsbare mensen uit geracialiseerde groepen, zoals veel migranten, het zwaarst worden getroffen en naar alle waarschijnlijkheid nog meer getroffen gaan worden.

Racisme zit ingebakken in talloze structuren. Die zijn vaak hiërarchisch zoals het hele bedrijfsleven en overheidsinstellingen, waarin superioriteitsdenken ontstaat en aangemoedigd wordt en waarvan paternalisme het resultaat is. Groepen in de samenleving worden hierdoor gedehumaniseerd en zelfs gecriminaliseerd, of er wordt eenvoudigweg ontkend dat ze er zijn en er daarmee niet toe doen, bijvoorbeeld bij sollicitaties. Zoals mensen zonder papieren die hier terecht komen compleet worden genegeerd en alleen voor een appel en een ei een klus mogen doen. Grote groepen krijgen minder betaald terwijl ze hetzelfde werk doen. Er wordt verdeeldheid gezaaid door groepen juist veel belangrijker te maken en ze het gevoel te geven dat ze geweldig zijn en daarom niets te klagen hebben. Waarom zouden anderen dat wel doen?

In Europa zijn de laatste jaren structuren geschapen die veel mensen 10 jaar geleden niet voor mogelijk zouden hebben gehouden.
Wie had kunnen denken dat we zulke verschrikkelijke vluchtelingenkampen in onder andere Griekenland en detentiecentra overal in Europa zouden hebben, waar ouderloze kinderen gruwelijk worden misbruikt, waar een verschrikkelijke ramp dreigt door het coronavirus als de vluchtelingen daar niet met spoed worden weggehaald. Het is onmenselijk en barbaars wat daar gebeurt. De EU laat het gebeuren, terwijl het VN vluchtelingenverdrag anders gebiedt te doen. En de Nederlandse overheid? Die weigert haar verantwoordelijkheid te nemen voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld, waar in naam van Nederland aan wordt meegedaan. Internationale solidariteit van de verkeerde soort. Solidair met de wapenindustrie en financiële belangen en imperialistische vrienden binnen de NAVO. Hiertegenover past alleen waarlijke solidariteit met de verdrukten en de slachtoffers van oorlog, geweld en klimaatrampen.

Ook in eigen land zien we wat de effecten zijn in deze crisis van flexibele arbeid, de lage stand van het basis- en voortgezet onderwijs, de jarenlange afbraak van de gezondheidszorg en waar de ouderenzorg het afvoerputje van de samenleving aan het worden is.

Wortels in het verleden

Heeft deze houding wortels in het verleden? Is het alleen maar het resultaat van jarenlang neo-liberaal beleid dat steeds verder radicaliseert? Heeft het te maken met de conservatieve traditie binnen de Nederlandse politieke verhoudingen, waar men na de Tweede Wereldoorlog akkoord is gegaan met de koloniale oorlog tegen Indonesië. Heeft het te maken met de grote belangen in het buitenland van de vele multinationals en relatief grote financiële instellingen die Nederland rijk is? Nederlandse bedrijven en banken zijn betrokken bij ontbossingen in de tropen en willen hier investeren in biomassacentrales. Nederland stuurt regelmatig militaire missies naar het buitenland en doet internationaal al jarenlang mee met de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië op het wereldtoneel. Dat heeft duidelijke kenmerken van koloniaal denken en handelen en is in ieder geval geen onbekend fenomeen in de Nederlandse geschiedenis.

We hoeven hiervoor niet zo ver terug te gaan in onze geschiedenis. Nederland heeft nog steeds grote moeite met haar koloniale verleden en met name de koloniale oorlog tegen de Indonesiërs, die voor hun onafhankelijkheid streden in de jaren '40. Er zijn nog mensen in leven die deze periode heel bewust hebben meegemaakt.

Koloniaal verleden

Er is binnen Nederland gelukkig een kentering zichtbaar, zoals de straatnamen die Amsterdam wil geven aan verzetshelden die vielen in de koloniën ook al is daar nog discussie over, het is in ieder geval een heel goed begin.

Er lopen initiatieven om kunstroof uit de koloniën ongedaan te maken.

Eind vorig jaar was ik erg onder de indruk van een Nederlandse documentaire 'Mother Dao the Turtlelike' op het IDFA (International Documentaire Filmfestival Amsterdam). ‘Een compilatie van fragmenten uit documentaires en propagandafilms die Nederlanders in de periode tussen 1912 en 1932 in hun voormalige kolonie Indonesië maakten. De film plaatst het leven van de koloniale overheersers, die in smetteloos witte kostuums bevelen uitdelen en in rijkdom leven, tegenover de hopeloze situatie van de inheemse bevolking, die het slachtoffer is van een brute economische exploitatie’. De schaamteloosheid waarmee dat in filmbeelden is vastgelegd is een bron van diepte schaamte als je Nederlander bent. Er zal in het onderwijs in Nederland toen en later niet anders zijn aangekeken tegen de oorspronkelijke inwoners van Indonesië. Dat is nog steeds een bron van racisme.

Tegengeluid
Regelmatig verschijnen er kritische boeken die ons koloniale verleden als onderwerp hebben. Zoals het boek van Piet Hagen: Koloniale oorlogen in Indonesië, waarin vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing passeren. Vijf eeuwen van permanente oorlog in de gordel van smaragd om handel te kunnen blijven voeren: een permanente rooftocht. Het boek begint met een citaat van Jan Pieterszoon Coen: 'Per experientie behoorden de heeren wel bekent te wesen [...] dat den handel sonder d´oorloge noch d´oorloge sonder den handel nyet gemainteneert connen werden'.

De roman van Alfred Birney die het bloedstollende boek De tolk van Java schreef en daarvoor in 2017 de Libris Literatuur Prijs ontving, is een boek over zijn facistoïde vader die onder leiding en verantwoordelijkheid van Nederland heeft huisgehouden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië. De moeite van het lezen meer dan waard.

Verzet tegen het nazisme vanuit de Indische en Indonesische gemeenschap

Vorig jaar is een boek verschenen over de betrokkenheid van leden van de Indische en Indonesische gemeenschap in Nederland in de strijd tegen de nazi´s van 1940-1945.

Herman Keppy houdt zich als zoon van een Molukse vader bezig met de geschiedenis van Indonesië en schreef het boek Zijn jullie kerels of lafaards?
In zijn inleiding concludeert hij dat het vreemd is dat er nauwelijks iets bekend is over hun lot tijdens de Duitse bezetting. Ook bespreekt hij de film Soldaat van Oranje, waarin de hoofrolspeler Erik Hazelhoff Roelfzema gespeeld door Rutger Hauer, een zogenaamde totok (geboren in voormalig Nederland-Indië uit witte ouders) samenwerkt met zijn Indische vriend Peter Tazelaar, vertolkt door Jeroen Krabbé die niet op hem lijkt. Hazelhoff beschouwt zichzelf als een Indische jongen en de haat tegen de nazi’s zit diep, volgens hem ook bij grote delen van de rest van de Indische en Indonesische gemeenschap in Nederland. Dat een relatief groot deel van de Indische en Indonesische gemeenschap prominent aan het verzet deelneemt verklaart vriend Tazelaar door de kosmopolitische geest van jonge mensen die ver van huis een eigen plek voor hun bestaan verwerven.

Perhimpunan Indonesia (PI)

Ook komen in het boek van Herman Keppy andere interessante mensen naar voren waarvan ik er een paar wil noemen. Vooral mensen uit de vereniging Perhimpunan Indonesia (PI) die een vooraanstaande rol spelen. PI is in 1908 opgericht als een gezelligheidsvereniging voor studenten uit voormalig Nederlands-Indië, toen onder de naam Indische Vereniging. In de jaren 20 politiseert de vereniging naar een antikoloniale, nationalistische organisatie, met een sterke antikapitalistische inslag en is voor een onafhankelijk Indonesië, waar de leden voor vervolgd worden. Deze vereniging is zich later ook bewust van de dreiging die uitgaat van het fascisme.

De vereniging heeft een aantal bekende leden gehad, waaronder de vooraanstaande Indonesische politiciMohammed Hatta, Ali Sastroamidjojo, Soetan Sjahrir en Roestam Effendi. De PI was een van de eerste organisaties in Nederland én Nederlands-Indië die streefde naar volledige onafhankelijkheid van Indonesië.

Parlindoengan Loebis

In 1941 worden talrijke politieke activisten opgepakt waaronder ook de in Amsterdam woonachtige arts Parlindoengan Loebis, die na diverse verhuizingen in kamp Amersfoort terechtkomt, waar politieke gevangenen onder concentratiekamp regime vastzitten. Jo Loebis was eind jaren 30 voorzitter van Perhimpunan Indonesia en bij diverse ondergrondse activiteiten betrokken. Uiteindelijk komt hij aan het eind van de oorlog terecht in een subkamp van concentratiekamp Sachsenhausen en werkt vandaar in een vliegtuigfabriek, de Heinkel-Werke in Oranienburg. Door de bombardementen is het vanaf eind 1944 in de fabriek een chaos en worden werkzaamheden onmogelijk. De geruchten gaan dat de overblijvende gevangenen moeten worden uitgemoord en de kampen platgebrand. Kampcommandant Anton Kaindl van Sachsenhausen moet zich later voor een oorlogstribunaal verantwoorden en op de vraag of het bevel is opgevolgd antwoord hij: 'Ja gedeeltelijk. Gedurende de nacht van 2 februari zijn de eerste gevangenen omgebracht, dat waren er plusminus 150. Tot het einde van maart 1945 zijn we erin geslaagd meer dan 5.000 gevangenen te doden'. Hij is er dan nog trots op.

Het subkamp van Sachsenhausen ontsnapt hieraan. En op 20 april krijgen ze te horen dat ze gaan verhuizen. De dodenmars naar Wittstock gaat beginnen. Niemand wil achterblijven in het kamp, ook de zieken niet. Duizenden lopen mee en de eerste dag overlijden er al 800 mensen. Het wordt een martelgang. Geen eten mee en onderweg wordt een dood paard opgegeten. Als later mensen tegen het uitdrukkelijk bevel van de bewakers in, een aardappelveld inlopen worden ze neergeschoten. Dit weten we dankzij de autobiografie van Parlindoengan Loebis Orang Indonesia di Kamp Konsentrasi Nazi.

Slamet Faiman

PI helpt bij het onderduiken van Joden en andere vervolgden. Ze hebben heel veel contact met de CPN, de Communistische Partij van Nederland. Zo ook Slamet Faiman. Hij verspreidt De Waarheid. Hij verblijft al sinds 1925 in Nederland. Hij is bevriend met Mohammad Hatta en onderhoudt veel internationale contacten.

Slamet Faiman is opgeleid als stuurman, maar de politiek trekt aan hem. Zo richt hij begin jaren dertig in Rotterdam de Kaoem Moeda Indonesia op, een vakbond voor Indonesische zeelieden.

Een jaar voordat Hitler aan de macht komt bezoek Faiman een internationaal vakbondscongres in Hamburg. Hij wordt samen met een vakbondsman uit Frankrijk gearresteerd in de trein. Ze worden gelukkig snel vrijgelaten omdat ze kunnen aantonen dat ze beide vakbondsman zijn. Zijn reisgenoot is Deng Xiaoping, later partijleider van China.

Tijdens de bezetting woont hij in Amsterdam, verzorgt hij vervalste persoonsbewijzen en bij hem thuis vinden vergaderingen plaats. Hij helpt Joodse kinderen aan onderduikadressen voordat ze naar een definitief adres op de Veluwe worden gebracht. Faiman weet dat hij wordt gezocht en moet clandestien als kok gaan werken. Hij krijgt echter al snel polio en treedt vanuit het ziekenhuis op als verbindingsman en moet daardoor alsnog onderduiken waardoor de behandeling stopt. Hierdoor komt hij blijvend invalide uit de oorlog. Na de oorlog komt hij lange tijd niet in aanmerking voor een verzetspensioen.

Evie Poetiray

Een groep Indonesiërs maakt een verzetskrant: De Bevrijding, die ook door Slamet Faiman wordt verspreid. Evie Poetiray is het enige vrouwelijke bestuurslid van Roepi, een Indonesische studentenorganisatie en ze is lid van PI en direct betrokken bij De Bevrijding. Ze wordt ook koerierster voor De Waarheid. Ze woont in Amsterdam en raakt in de oorlog betrokken bij christelijke organisaties die niet verboden zijn. Dat is de enige manier om met gelijkgestemden wat openlijker contact te maken. Ze nodigde Nederlandse, islamitische en Indonesische studenten uit voor conferenties.

Ze schrijft voor het blad De Bevrijding en via hun contacten ook voor De Waarheid, Het Parool en Vrij Nederland om de Indonesische zaak te bepleiten. Zij was met Soetiasmi Soejono als vertegenwoordiging van de vrouwen betrokken bij een geheim overleg in 1944 tussen vertegenwoordigers van negen Indonesische organisaties en negen Nederlandse politici met verschillende achtergrond. De uitkomst van het overleg was veelbelovend. De gebeurtenissen na de oorlog echter zeer teleurstellend, want Nederland zou zich opnieuw gaan voorbereiden op oorlog. Opnieuw oorlog.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren