Wie het over de boerka heeft, bedoelt vaak de niqaab. Maar daar gaat dit stuk niet over.
Vrouwen horen zelf over hun lijf te beschikken en te beslissen, en dienen niet gedwongen te worden of zich gedwongen te voelen dat lijf te versluieren. Maar die zelfbeschikking geldt ook als het gaat om de bevoegdheden van de staat – een verbod op de boerka is een ernstige inbreuk op de zelfbeschikking van vrouwen. En de staat moet met zijn tentakels van de lichamen van mensen afblijven. Hoe vervelend die boerka ook is, de staat moet zich niet bemoeien met hoe mensen zich kleden.
Zonder twijfel hebben de voorstanders van een verbod op de boerka stevige argumenten in handen. Het is een onding dat veel mensen, ook de meeste moslims, tegen de borst stoot. Terecht want het drukt ons met de neus op de feiten van de uiterst marginale positie van vrouwen in een deel van de samenleving. Bovendien schrikken mensen ervan. Hoewel angst natuurlijk een slechte raadgever is, moeten deze cultureel-emotionele aspecten van de discussie over versluiering niet onderschat worden. Een culturele context is nooit eenvormig, maar er zijn grenzen. En met de boerka wordt een grens overschreden. Bijna niemand, ook of juist heel linkse mensen niet, moet er aan denken dat zijn of haar kind les krijgt van een juf met een boerka. Als we dat niet onder ogen zien, is een eerlijke discussie niet mogelijk.
Er zijn andere argumenten voor een verbod. De belangrijkste is het argument van participatie en emancipatie. Juist omdat de boerka zo in strijd is met de culturele context in Nederland, maakt het ding maatschappelijke participatie moeilijk. Een vrouw met een boerka zal in Nederland geen werk vinden. Ze is aan huis gekluisterd en zal ook in het verenigings- en vrijwilligersleven niet snel aan de bak komen, behalve in eigen religieuze kring. De boerka staat op deze manier emancipatie in de weg. Een echt links argument tegen de alles bedekkende sluier.
Maar rechtvaardigt dat een algeheel verbod, van staatswege? Nee, natuurlijk niet. Eerder schreef ik in dit blad een artikel over het debat over de hoofddoek. Ik stelde daarin dat de discussie over de hoofddoek zo opspeelt, omdat de hoofddoek de homogeniteit van de moderne, seculiere natie bedreigt. De hoofddoek is een uitdrukking van een godsdienst die niet verbonden is met de nationale identiteit van westerse landen. Zoals Parijs in de negentiende en vroege twintigste eeuw de boeren uit allerlei delen van Frankrijk, die zich toen nog helemaal niet Frans voelden, disciplineerde, het leger in schopte en tot Franse burgers maakte, zo wordt in Nederland - en in Frankrijk trouwens ook - de moslima ‘beschaafd’ en in het keurslijf van de nationale culturele identiteit geduwd. Zij moet zich ‘Nederlands’ gedragen en aanpassen. Vooralsnog mag zij haar hoofddoekje ophouden, maar een boerka is 'out of the question'. In Frankrijk is zelfs het dragen van de hoofddoek op school verboden. Een gotspe, want het zorgt er alleen maar voor dat veel meiden niet meer de opleiding krijgen die de sleutel is tot hun zelfstandigheid.
Culturele homogeniteit is een farce. De homogene natiestaat bestaat niet. Wat wel en niet ‘Nederlands’ is beslist niet de intellectuele elite en wordt niet vastgesteld in een politiek debat. Globalisering en internationale migratiestromen zorgen ervoor dat de natiestaat steeds minder vat heeft op mensen – men identificeert zich steeds minder alleen nog maar met de natiestaat. De natiestaat, en zeker een staat die bijvoorbeeld de boerka gaat verbieden, roept juist verzet op en dat verzet uit zich onder andere cultureel. De boerka verandert van een symbool van vrouwenonderdrukking in een symbool van verzet tegen de pogingen van de nationale staat de ander te disciplineren en te domineren. Meer vrouwen zullen de boerka aantrekken naarmate er langer gediscussieerd wordt over een mogelijk verbod op dat onding. De afkeer van de boerka wordt gebruikt om moslims te criminaliseren en marginaliseren. Zoals de hoofddoek, zal voor sommige meiden de boerka een symbool van verzet tegen discriminatie en uitsluiting worden, een uitdrukking van trots en identiteit. Dat is een heel goed argument tegen een verbod.
Belangrijker dan tegen een verbod op de boerka pleiten is ophouden over het onderwerp te discussiëren. In die zin geven wij hier natuurlijk niet het goede voorbeeld. Maar de discussie over de boerka is echt flauwekul. In Nederland lopen heel weinig vrouwen in een boerka – ik woon zelf al meer dan tien jaar in hartje Rotterdam en heb slechts een keer in mijn leven een wandelende boerka voorbij zien komen. Voortdurend over die boerka blijven praten is symboolpolitiek bedoeld om voortdurend de bal die het ‘islamdebat’ heet hoog te houden. Wilders heeft laten zien dat dit electoraal zin heeft. Laten we er dus over op houden.
Reactie toevoegen