7 August 2020

Vakbondsleden zijn zelf de beste ledenwervers

‘De leden van de vakbond moeten meer bij het vakbondswerk betrokken worden', dat is de centrale boodschap van de Rotterdamse vakbondsvrouw Margot Kranenburg in dit interview in de Grenzeloos serie 'vakbondsleden aan het woord'. Margot is actief in het FNV vrouwennetwerk en zit in de bondsraad van de Abvakabo en in het ledenparlement van de FNV.

’Toen ik zelf indertijd, begin jaren tachtig, bij mijn eerste baan aan de slag ging bij de Bibliotheek in Rotterdam werd er een praatje gehouden door een vakbondsman over het belang van de vakbond,’ is haar reactie op de vraag hoe ze bij de vakbond terecht is gekomen. ‘Ja, een vakbondsman, want vrouwen waren toen nog nauwelijks actief in de vakbeweging,’ voegt ze daar direct aan toe. ‘Het was voor mij ook vanzelfsprekend om vakbondslid te worden, mijn vader was dat ook, hij zat in het bestuur van de afdeling Rotterdam van Mercurius, de toenmalige bond voor de handel en de dienstensector.’

Vrouwenwerk

‘Eigenlijk ben ik’, zo gaat Margot verder, ‘vanaf het begin af aan vooral actief geweest in het vrouwenwerk van de bond.  Je had toen een actieve vrouwengroep in de ABVA  (de voorloper van de Abvakabo). We hielden ons bezig met de positie van vrouwen in de bond, met zaken als spreekrecht van een vertegenwoordigster van de vrouwengroep in de bondsraad, maar vooral ook met allerlei naar buiten gerichte activiteiten zoals de strijd voor arbeidstijdverkorting waarvoor we met  andere vrouwenorganisaties samenwerkten in het ‘breed platform vrouwen voor economische zelfstandigheid’. En we hielden ons bezig met het organiseren van bijeenkomsten op de internationale vrouwendag op acht maart en nog veel meer.’

‘Er is natuurlijk heel veel veranderd in de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt en in de bond,  maar dat betekent niet dat er op dat vlak niet nog heel veel te doen is. In mijn bond: de Abvakabo is ruim de helft van de leden vrouw. Maar ondanks het feit dat we een vrouwelijke voorzitter hebben en verschillende vrouwelijke bestuursleden en vrouwen op allerlei belangrijke posities is het nog altijd een mannenbond; een club waar de vergaderingen en de discussies  gedomineerd worden door mannen.

'Vrouwen draaien in deze maatschappij nog steeds vrijwel altijd op voor de verzorgende en huishoudelijke taken en hebben minder tijd voor andere activiteiten. Vrouwen functioneren dus anders dan mannen en daar moeten we rekening mee houden:  andere vergadertijden, andere vergaderplaatsen (dichter  bij huis of dichter bij hun werk) en natuurlijk ook andere manieren van vergaderen.’

‘Je ziet dat ook in het ledenparlement’, gaat ze verder, ‘dertig procent van de leden daarvan is vrouw, maar de discussie wordt sterk gedomineerd door mannen en door een manlijke manier van discussiëren. Een van de dingen die we als vrouwennetwerk gaan doen om dat te bestrijden is het organiseren van een masterclass voor vrouwen in het ledenparlement over hoe je een inbreng levert, het woord voert, hoe je je punt maakt. Daarvoor gaan we ook vrouwen uit de politiek, uit de Tweede Kamer en dergelijke uitnodigen om te horen hoe zij dat doen.  Maar misschien’,  zo voegt ze daar aan toe, ‘moeten we op termijn ook iets voor de mannen organiseren of een lijstje maken met de mores.’

Vrouwennetwerk

‘Binnen de FNV hebben we een vrouwennetwerk, waar alle vrouwelijke FNV leden zich bij aan kunnen sluiten. Het netwerk is van de bonden, een van hen is FNV Vrouw, voorheen de vrouwenbond. Heel vroeger was dat een organisatie van vrouwen van vakbondsleden. De mannelijke kostwinners waren lid van een bond in hun sector en hun echtgenotes, die huisvrouw waren, konden zich aansluiten bij de vrouwenbond. Inmiddels is het karakter van de organisatie helemaal veranderd.  Nu is het de bond voor vrouwen in betaalde, onbetaalde en vrijwillige dienst. FNV Vrouw maakt zich sterk voor hen op het gebied van arbeid, inkomen en zorg. Grenzen stellen aan mantelzorg vormt onderwerp van het Vrouwenpodium. Voor migrantenvrouwen is in samenwerking met NOOM (Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten) de handleiding en aanbevelingen voor politici en beleidsmakers gemaakt in het kader van het project ‘Wonderen doen met weinig geld".

'Ze doen veel activiteiten op het gebied van ‘empowerment’ van vrouwen gekoppeld aan vakbondsthema’s. De vrouwenbond, sorry FNV Vrouw, is initiatiefneemster van het FNV vrouwennetwerk en  heeft zelf een vertegenwoordigster in het ledenparlement. Het is de bedoeling dat FNV Vrouw op den duur opgaat in het vrouwennetwerk, als het noodzakelijke draagvlak er is, maar dat is nog niet rond.'

Leden er bij betrekken

We praten verder over het proces van vernieuwing van de FNV. Margot: ‘Ja, in de loop van de tijd kreeg je dat idee van de vakbond als je zaakwaarnemer. Dat was volgens mij precies het verkeerde antwoord op de ontwikkelingen.’ ‘Kijk’, gaat ze verder, ‘in de jaren negentig was er zeker bij de overheid weinig  drang om actie te voeren, er was voldoende werk. In de jaren tachtig was dat anders, toen hebben we zelfs te maken gehad met loonsverlagingen wat tot grote acties leidde, maar in de jaren negentig was dat niet zo. De vakbond kalfde af er waren minder kaderleden, mensen bleven vaak wel lid want dat gaf zekerheid, maar ze waren niet meer actief. In Rotterdam hadden we indertijd onbezoldigd scholingskader, dat werd wegbezuinigd. Leden en kaderleden werden steeds minder ingeschakeld in het vakbondswerk en er kwam het idee van de vakbond als je zaakwaarnemer, als een sociale ANWB. Om die ontwikkeling tegen te gaan werden toen in de Abvakabo de kloofdichters opgericht. Ik zat daar niet bij want ik had geen zin om in het hoofdbestuur te gaan zitten, maar ik steunde ze wel.’

Ledenparlement

Grenzeloos: het hele proces van vernieuwing van de FNV dat daar op gevolgd is heeft onder andere geleid tot de instelling van het ledenparlement, bestaande uit door de leden gekozen vertegenwoordigers van de sectoren dat in de plaats is gekomen van de uit de voorzitters van de bonden bestaande federatieraad. Jij zit in het ledenparlement , hoe vind je dat het functioneert?

Margot: ‘Ja, ik zit daar in namens de sector overheid. We zitten in het ledenparlement met een diversiteit aan culturen, met mensen met een heel verschillende achtergrond. Het is nog een heel proces om uit te vinden waarin we verschillen en wat we delen. We hebben nu een scholingsdag gehad over arbeidsvoorwaardenbeleid, daar kwamen heel wat verschillen, maar ook veel overeenkomsten naar voren en daardoor leer je elkaar ook beter kennen. Dat helpt. Er zit zeker vooruitgang in.'

'Ook de verhouding van het ledenparlement en het FNV bestuur was natuurlijk nieuw en moest langzaam duidelijk worden. Ik ben daar wel tevreden over. Het parlement heeft een behoorlijke inbreng bij het bepalen van het beleid, de intenties van het bestuur zijn goed en het parlement wordt serieus genomen. Bij het vaststellen van de Europavisie van de FNV heeft het ledenparlement en de commissie internationale zaken van het parlement een heel belangrijke rol gespeeld.’

‘Natuurlijk’, zo voegt ze daar aan toe, ‘zijn er ook mensen die alles wat van het bestuur komt met het grootst mogelijke wantrouwen bekijken, die in complotten denken en overal trucs achter zien. Ik hoor daar niet bij. Ik denk dat we nu als ledenparlement een belangrijke rol kunnen spelen en dat we die rol dan ook moeten pakken.‘

‘Je moet ook bedenken’, gaat Margot verder, ‘dat er 108 leden van het parlement zijn plus nog enkele vertegenwoordigers van netwerken met spreekrecht, plus de leden van het bestuur, dat is bij elkaar een hele club. We hebben laatst een vergadering gehad van tien uur ’s ochtends tot bijna zes uur ‘s avonds, dat is een hele zit, en dan is er het gevaar dat mensen afhaken. Wij zitten er vanuit de Abvakabo met 34 leden en we bereiden de vergaderingen gezamenlijk voor, maar er zijn ook mensen die er in hun eentje vanuit een sector zitten en dan lijkt het me wel heel zwaar. Daarnaast heb je ook nog commissies van het ledenparlement. Als je wilt kan je er makkelijk  een voltijds baan aan hebben…’

FNV lokaal

In welke commissies zit jij zelf?
Margot: ‘Naast het vrouwennetwerk zit ik in de commissie lokaal/regionaal. Dat is de club die zich bezig houdt met het opzetten van lokale FNV afdelingen. Met de fusie van de vijf bonden verdwijnen ook de lokale afdelingen van die bonden. Bij de Abvakabo waren die plaatselijke afdelingen best belangrijk. In Rotterdam  kwamen er destijds op de afdelingsledenraad zo’n 150 mensen. Nu zijn dat er, tien, vijftien of hooguit twintig. Er waren vroeger in Rotterdam ook lokale scholingen van 24 avonden in het jaar voor zo’n 15 tot 20 mensen (de vakbondsschool). Dat is later teruggebracht tot 12 avonden en uiteindelijk bleef er alleen een cursus communicatieve vaardigheden over.‘

‘We moeten nu naar nieuwe manieren zoeken om mensen ook lokaal bij de bond te betrekken. We hebben hier in Rotterdam een maandelijks vakbondscafé. Dat is een initiatief van FNV Bondgenoten, maar ook andere  bonden doen daar aan mee. We hebben een debatbijeenkomst georganiseerd over de gemeenteraadsverkiezingen, waar we de kandidaten van verschillende partijen geconfronteerd hebben met onze opvattingen als FNV en we willen binnenkort een vervolg daarop organiseren waar we de partijen ondervragen over wat er van hun toezeggingen terecht is gekomen.’

'Het is belangrijk dat de FNV meer invloed gaat uitoefenen op het gemeentelijk beleid, zeker gezien de drie grote decentralisaties, waardoor gemeenten steeds meer geld en zeggenschap krijgen over jeugdzorg, participatie en AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)-taken. Juist omdat ik bij de gemeente werk, zie ik daar extra het belang van in.'

‘Maar er zijn ook allerlei andere manieren waarop je mensen bij het vakbondswerk kan betrekken. Ik ben zelf al heel lang actief als loopbaanadviseur  vanuit de bond. Daar zouden ook meer mensen bij betrokken moeten worden. Daarnaast zijn spreekuren voor leden belangrijk en daarbij kunnen ook meer kaderleden ingeschakeld worden en dat geldt ook voor voorlichting op scholen over de vakbeweging.  Er moeten ook nieuwe en jongere vakbondsconsulenten komen. Op allerlei manieren moeten de leden van de bond ingeschakeld worden, dan ben je als bond zichtbaar en werf je ook nieuwe mensen. Acties en ledenwerfcampagnes zijn natuurlijk belangrijk, die maken ook dat je als vakbond zichtbaar bent, maar uiteindelijk zijn het de vakbondsleden zelf die de beste ledenwervers zijn. Begin maar met je eigen kinderen lid maken zo gauw ze gaan werken, zeg ik altijd.’


Dit is de vijfde aflevering van een serie interviews met actieve vakbondsleden. Eerder kwamen Patrick van Klink, Menno Bruijns en Mirjam Busse aan het woord. Deze stukken vind u samen met andere artikelen over de vakbeweging in ons dossier vakbeweging. Een aantal eerdere stukken over de vakbeweging en interviews met Lot van Baaren, Ger Geldhof, Ko Hartman, Patrick van Klink, Kees de Leeuw, Rob Marijnissen en Bart Plaatje hebben we opgenomen in de brochures ‘Vakbondswerk aan de basis’ en ‘De strijd voor een echt nieuwe vakbeweging’, in de serie Grenzeloos geschriften die hier te bestellen of te downloaden zijn.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren