We moeten ons de wereld van die tijd voorstellen: de Koude Oorlog is in volle gang en het stalinisme verlamt de internationale arbeidersbeweging. De Cubaanse revolutie ontdooit deze situatie door nieuwe hoop te creëren.
Heropleving van een internationalistische revolutionaire dynamiek
Hoe leidt een 'guerrilla' van enkele tientallen en daarna enkele honderden militanten een heel volk naar de omverwerping van de bloedige dictatuur van Batista? Hoe kan je verklaren dat een volk van 10 miljoen mensen erin geslaagd is het hoofd te bieden aan het Amerikaanse imperialisme en daarmee de situatie in de wereld te polariseren?
Daar moeten we de leidinggevende kwaliteiten van Fidel Castro erkennen. Hij staat in de traditie van José Martí - de Cubaanse revolutionair en kampioen van de strijd voor nationale bevrijding tegen het VS-imperialisme. Maar de Cubaanse Revolutie heeft twee specifieke kenmerken: terwijl allianties met nationale bourgeoisieën de strategie van de arbeidersbeweging van die tijd domineren, zetten Fidel en zijn kameraden aan tot een strategie van gewapende strijd, een combinatie van guerrilla-acties, massabewegingen, protesten en stakingen die tot de opstand leiden. Het tweede specifieke kenmerk is dat door het verzet tegen het ‘Yankee imperialisme,’ de Cubaanse leiding de soevereiniteit van het land verzekert. Hiervoor nationaliseert ze grote, met name Noord-Amerikaanse, kapitalistische ondernemingen en begint ze het land uit de onderontwikkeling te trekken, met name op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.
Hoewel Cuba een klein land is, stuwt Fidel een revolutionair proces op het westelijk halfrond. De chemie tussen Fidel en Che Guevara laat de beste internationalistische tradities van de arbeidersbeweging herleven. Vanaf het begin nemen de oproepen ter ondersteuning van strijdende volkeren in aantal toe, te beginnen met de steun aan het Vietnamese volk. De Cubanen organiseerden in januari 1966 een internationale conferentie genaamd ‘Tricontinental’, die de anti-imperialistische krachten in Afrika, Azië en Latijns-Amerika hergroepeert. Dit was de eerste belangrijke internationale conferentie sinds de jaren twintig. Haar politiek komt tot uiting in de gewapende strijd die Che in Latijns-Amerika (Bolivia) en in Afrika (Congo) ondernam. Ze komt ook in de jaren ‘70 tot uitdrukking door het sturen van duizenden Cubaanse soldaten die het Angolese volk helpen de Zuid-Afrikaanse troepen af te weren.
We kunnen - en moeten - een aantal militaristische afwijkingen in de Cubaanse strategieën bespreken, maar essentieel voor die tijd is de heropleving van een internationalistische revolutionaire dynamiek.
Sovjet-druk en bureaucratische vervormingen
De Cubaanse revolutie wordt vanaf het eind van de jaren ‘60 geconfronteerd met de realiteit van de machtsverhoudingen en de wereldmarkt. Het loont de moeite de waarschuwing van de revolutionaire beweging sinds de Russische Revolutie: ‘Het socialisme kan niet in één land opgebouwd worden’ ter harte te nemen…
Geïsoleerd en gewurgd door de Noord-Amerikaanse blokkade heeft de Cubaanse leiding steeds minder politieke ruimte. Tactische afspraken met de Sovjet-Unie die noodzakelijk zijn tegen het VS-imperialisme, maken Cuba politiek ondergeschikt. In augustus 1968 ondersteunt Fidel Castro de Russische interventie in Tsjecho-Slowakije. Economisch gezien verzwakt de keuze om de suiker-monocultuur te versterken het land aanzienlijk en leidt tot het mislukken van de suikeroogst in 1970. Dit verhoogt de afhankelijkheid van Cuba van de Sovjet-Unie, waardoor de Amerikaanse blokkade verder uitgebreid wordt.
In deze context wordt het Sovjet-model steeds meer de referentie. Verticale concepten die verband houden met de invloed van het militarisme op de Cubaanse politiek accentueren samen met het Sovjet-model de bureaucratische vervormingen van de Cubaanse staat: beperking van de democratische vrijheden, gebrek aan politiek pluralisme, repressie tegen tegenstanders, de consolidatie van éénpartijstaat, gebrek aan sociale of politieke structuren eigen aan het Cubaanse volk…
En nu?
In deze omstandigheden voorspellen velen de ineenstorting van de Cubaanse revolutie net zoals in de Sovjet-Unie en Oost-Europese landen. Maar ondanks de verschrikkelijke jaren van de ‘speciale periode’, gekenmerkt door het einde van de Sovjet-hulp in combinatie met het Noord-Amerikaanse embargo, heeft Cuba stand gehouden! Want buiten zijn fouten, is de revolutie nooit een Russische import geweest. Het is een eigen historische beweging van het Cubaanse volk. Zijn ‘anti-Yankee’ achtergrond, zelfs de zwakke verworvenheden van de revolutie en zijn sterke behoefte aan soevereiniteit waren sterker.
Tot wanneer? De krachtsverhoudingen zijn vreselijk ongunstig. Wat gaat de Noord-Amerikaanse regering doen: Cuba overspoelen met goederen of doorgaan met het embargo? Hoe zullen de krachten binnen de Communistische Partij en het Cubaanse volk zich na de dood van Fidel reorganiseren? Hebben de voorstanders van een Chinese of Vietnamese weg de overhand? Zal het Cubaanse volk nogmaals wegen en middelen vinden om de revolutie voort te zetten? We hopen het en we steunen ze in deze strijd.
Dit artikel verscheen eerder op de website van Inprecor en is vertaald door redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen