Borderless

21 July 2019

Zeven stellingen over radicaal vakbondswerk

Van 31 januari tot en met 2 februari wordt in Den Haag het jaarlijkse 2.Dh5 gehouden. Dit jaar staat e vraag centraal wat we kunnen leren van eerdere radicale bewegingen in het verleden. In een groot aantal bijeenkomsten wordt over allerlei thema’s gediscussieerd. Grenzeloos redacteur Willem Bos is een van de sprekers op een bijeenkomst over vakbondswerk. In zeven stellingen geeft hij zijn opvattingen weer. Kom ook naar den Haag en discussieer mee.

  1. Vakbonden zijn geen instrumenten om radicale maatschappijveranderingen door te voeren. In dat opzicht vergissen zowel voorstanders van revolutionaire vakbonden zich als activisten die zich tegen het werk in vakbonden keren omdat die niet revolutionair zijn.
  2. Vakbonden zijn verenigingen van arbeiders/werknemers/loonafhankelijken gericht op het behartigen van hun gezamenlijke belangen. Als verdedigers van het gezamenlijke (klasse)belang staan vakbonden tegenover het gezamenlijke (klasse)belang van bazen/ondernemers/kapitaalbezitters maar ze zijn daarmee niet per se gericht tegen het (kapitalistische) systeem als zodanig.
  3. Het enige waar arbeiders/werknemers/loonafhankelijken over beschikken om voor hun belangen op te komen is gezamenlijke strijd en organisatie. Daarom ontstaan er overal en altijd als er van een arbeidersklasse van enige omvang sprake is vakbonden of vakbondsachtige organisaties.
  4. Als deze organisaties enige omvang van betekenis krijgen ontstaat er ook een laag van vrijgestelde/bezoldigde vakbondsbestuurders waarvan de persoonlijke belangen niet geheel samenvallen met die van de leden van de organisatie.
  5. Vakbonden hebben een dubbelkarakter. Aan de ene kant zijn ze gericht op het verdedigen van de directe belangen van hun achterban binnen het (kapitalistische) systeem. Aan de andere kant heeft de strijd van arbeiders voor hun belangen in potentie een antikapitalistische dynamiek, en kan ze in de richting van een strijd tegen het kapitalisme als zodanig gaan.
  6. Dat dubbelkarakter uit zich in de praktijk door een voortdurende richtingenstrijd binnen de vakbeweging tussen een systeemconforme stroming (polderraars) en een meer strijdbare stroming, waarbij de tegenstelling tussen die stromingen niet per se samenvalt met die tussen leiding en leden.
  7. De strijd voor de directe belangen van de arbeidersklasse is van groot belang, niet alleen omdat het de levensomstandigheden van de arbeidersklasse (de overgrote meerderheid van de bevolking) bepaalt, maar ook omdat in die strijd en met de organisatie die daarvoor noodzakelijk is de ervaringen worden opgedaan en het bewustzijn kan worden ontwikkeld die voor de strijd tegen het kapitalistische systeem noodzakelijk zijn. Vakbonden zijn dus geen direct instrument voor radicale maatschappijveranderingen, ze kunnen wel een belangrijke leerschool daarvoor zijn. Daarom is het belangrijk dat linkse activisten actief zijn in de vakbeweging.

Voor een verdere uitwerking van deze benadering zie mijn bijdrage aan de vakbondsdiscussie van Doorbraak: “Waarom linkse activisten actief moeten zijn in de vakbeweging”, ook opgenomen in de brochure “De strijd voor een echt nieuwe vakbeweging” te downloaden op: http://nieuw.grenzeloos.org/geschriften

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren