Het was een drukke eerste dag van de antifascistische conferentie van 2026 in Porto Alegre, Brazilië, boordevol positief uitdagende bijeenkomsten, discussies en panels, waarbij revolutionaire activisten uit diverse landen, betrokken bij verschillende strijdpunten, hun ideeën deelden en met elkaar vergeleken. Het panel aan het einde van de dag kwam echter als een schok. Sprekers riepen op om kritiek op de regering van Maduro in Venezuela het zwijgen op te leggen, veroordeelden Oekraïne voor het afslachten van Russen in het oosten en, het meest verontrustend, bestempelden jonge demonstranten in Iran als gehersenspoelde agenten van Hollywood. Hoewel er geen gelegenheid was voor weerwoord, anticipeerden andere sprekers op hetzelfde podium op die beweringen en haalden ze onderuit, door ze te weerleggen met een consistente antifascistische, anti-imperialistische en feministische kritiek.
Wat duidelijk werd, is dat er een diepe breuk schuilgaat achter de 'eenheid van de volkeren tegen het fascisme', de titel van dit specifieke panel en een centraal uitgangspunt van de antifascistische conferentie in Porto Alegre. Bedoelen we eenheid van volkeren in strijd? Ook wanneer ze in opstand komen tegen dezelfde staten die het doelwit zijn van het Amerikaanse imperialisme? Of moet de eenheid van de volkeren worden georganiseerd via de natiestaten die beweren hen te vertegenwoordigen?
Door een kampistische manoeuvre worden de volkeren samengeperst in de keurige vormen die door natiestaten worden gedefinieerd. Blanca Eekhout, congreslid en voorzitter van het Simon Bolivar Instituut in Venezuela, illustreerde die benadering toen ze in een videoboodschap zei: 'Het is onmogelijk om het imperialisme te bestrijden en te verslaan zonder de eenheid van de volkeren. Geen eenheid die de leugens van de imperialistische pers herhaalt, maar een echte, diepe eenheid… Dat is de solidariteit die het fascisme kan verslaan.' Met zo’n 'diepe eenheid' kan geen enkel afwijkend standpunt of kritiek deel uitmaken van de steun aan staten tegen het imperialisme. Er mag geen textuur zitten in de samenstelling van onze samenwerking: diepe eenheid moet een gladde eenheid zijn, een eenheid gepolijst als steen die is afgeslepen en glad gemaakt.
Is dat antifascisme? Is het anti-imperialisme? De Cubaanse afgevaardigde dacht van niet. Fernando Rojas van het Casa de las Americas in Havana riep ook op tot eenheid, maar dan als 'integratieve lijnen' tussen plaatsen en bewegingen, ter wille van 'ons eigen bestaan en onze eigen strijd'. Zijn korte toespraak, die was geschreven voordat hij de situatie in Venezuela had kunnen horen, las als een weerwoord tegen het eisen van kritiekloze steun. Rojas zei: 'De verdediging van Cuba moet strijdbaar zijn: niet kritiekloos, niet kunstmatig zoet, maar strijdbaar. Er zijn concrete voorbeelden van solidariteit, zoals deze conferentie. We zijn hier niet alleen om steun te ontvangen, maar ook voor kritische uitwisseling. We besteden tijd aan dit werk.'
Hier ligt een programmatisch probleem. De eenheid van volkeren-als-staten veronderstelt dat staatsrepressie legitiem en noodzakelijk is voor haar verschijning als een verenigd geheel, iets wat onmogelijk is en een opschorting van ongeloof vereist. Dat is ook een filosofisch probleem. Als we rigide formules moeten accepteren in plaats van zorgvuldig onderzoek, en retoriek en leuzen in plaats van kritisch denken, dan zullen we ontwapend zijn tegenover de opkomst van een nieuw fascisme. Fascisme is niet intelligent, maar wij moeten intelligent zijn om het te begrijpen en te bestrijden.
De volgende ochtend en gedurende de tweede dag van de conferentie sprak ik met mensen over dat 'eenheid'-panel. Een kameraad uit Puerto Rico zei dat het de noodzaak van discussie en debat aantoont, anders zullen de verschillen die schuilgaan achter onze leuzen voor eenheid die broodnodige coalitie verzwakken. Ik besloot me in dit verslag op dat probleem te richten om een bijdrage te leveren aan die discussie, met het oog op het verdiepen van onze eenheid, het begrijpen van elkaar, en ook om aan het probleem van de actie te werken. Ik vrees dat een eenheid die zo breed is dat ze zowel staten als de volkeren die ze onderdrukken omvat, geen coalitie zal zijn die in staat is tot gezamenlijke strategische actie tegen fascisme en imperialisme.
De 'antifascistische' verdediging van Poetin
Er was slechts één spreker in het panel 'Eenheid van de Volkeren' die Poetins invasie van Oekraïne steunde, en hij was opgenomen als respondent, niet als volwaardig panellid. Maar de harteloosheid van zijn bewering dat Oekraïne de slachter van Russen is, en niet andersom, viel op door zijn brutaliteit. Wat hij zei is niet nieuw, het is een praatje van Poetin, en het sluit aan bij het algemene argument tegen de zelfverdedigingsoorlog van Oekraïne. En het vertegenwoordigde de gevoelens van een belangrijke politieke stroming op de antifascistische conferentie.
Eerder die avond ging Rafael Bernabe, voormalig senator van Puerto Rico, in op dit probleem. 'In naam van onze strijd tegen het Amerikaanse imperialisme kunnen we het ons niet veroorloven de onderdrukking, wreedheid en medeplichtigheid van andere staten te negeren,' zei hij. 'We veroordelen Israël voor genocide in Palestina. En we veroordelen ook de Russische Federatie voor haar militaire invasie en agressie in Oekraïne. En we veroordelen de theocratische en autoritaire wreedheid van de Iraanse regering tegen haar volk.' En hij voegde eraan toe: 'We zijn ons bewust van de argumenten tegen ons standpunt: dat Poetin reageerde op de omsingeling van Rusland.
Maar die omsingeling is een product van de concurrentie tussen rivaliserende imperialistische machten, waarbij de imperialistische plannen van Rusland met betrekking tot Oekraïne één kant van die concurrentie vormen. En mensen zeggen dat die van Zelensky een rechtse kapitalistische regering is. Daarom steunen we hen niet, maar steunen we wel de strijd van het Oekraïense volk voor hun soevereiniteit. We bevestigen dat vakbondsrechten, vrijheid van vergadering en vereniging, het stakingsrecht, de rechten en vrijheden van vrouwen geen westerse waarden zijn. Het zijn waarden die door de internationale arbeidersklasse worden gekoesterd.'
Sushovan Dhar, van het Comité voor de Afschaffing van Onrechtmatige Schulden (CADTM) India, stelde dat het verenigen van internationaal antifascisme met en achter repressieve staten een valse start is. Dhar zei: 'Terwijl we tegen het imperialisme strijden, moeten we oppassen dat we geen nieuw imperialisme creëren. Multipolariteit is een tegenwicht tegen de bestaande Amerikaanse wereldorde, ja. Maar biedt het ons een andere weg naar een betere toekomst? Nee. Kijk naar de BRICS.' Hij zei: 'Het bestaat uit landen die regeren zonder respect voor de rechten van mensen, voor democratische rechten, die economieën hebben gebaseerd op extractivisme. Die landen zullen ons niet uit de imperialistische, kapitalistische val leiden waarin we gevangen zitten.'
Rafael Bernabe zei dat onkritische eenheid ook politieke actie en besluitvorming uitstelt tegen regeringen van zogenaamd progressieve staten, die druk bezig zijn om Trumps druk te pareren in het belang van het behoud van hun eigen kapitalistische economieën. Dat betekent dat de verdediging van die landen die direct worden aangevallen, ondergeschikt wordt gemaakt aan de grillen van hun voormalige bondgenoten. Bernabe zei: 'Solidariteit met Cuba moet zich ook uitstrekken tot zogenaamd progressieve regeringen. Door te buigen voor Trumps druk om de olietoevoer naar Cuba af te snijden, denken ze tijd te winnen en bij Trump in een goed blaadje te komen. Maar door Trump toe te staan hun acties te controleren en Cuba aan te vallen, garanderen ze hun zwakte tegenover Trumps agressie.'
Tijdens een panel op de tweede dag zei Eric Toussaint [CADTM] dat het oude kamp van voor-of-tegen de VS minder zin heeft dan ooit, gezien de verschuivingen in de organisatie van de wereldmacht: 'Trump zei dat hij Poetin wil overtuigen om te stoppen met samenwerken met China. Voor hem draait de relatie met Rusland om het verminderen van de invloed van China. Trump zei: Laat me doen wat ik wil met Iran en Cuba, die jouw bondgenoten zijn, en dan laat ik je met rust wat Oekraïne betreft.’
Vasyl, een Oekraïense vakbondsman, zei: 'Oekraïne is onderworpen aan de controle van grootmachten omdat Oekraïne ook over veel natuurlijke hulpbronnen beschikt: gas, mineralen, maar ook landbouwproducten en land. De oorlog van Rusland draait om de heerschappij over het land en de hulpbronnen van Oekraïne. En nu, met Trump, zien we dat ook hij hunkert naar hulpbronnen.' De Oekraïense grondwet bepaalt dat de rijkdommen van de natie in het bezit zijn van en ten goede komen aan het volk. In werkelijkheid, zei Vasyl, 'is dat niet hoe het gaat.' Bedrijven controleren de exploitatie van de rijkdommen van het Oekraïense volk en profiteren daarvan. Het is nu noodzakelijk om de soevereiniteit van Oekraïne te verdedigen tegen de aanval van Rusland, omdat de verovering van Oekraïens grondgebied door Rusland de klassenstrijd tegen de macht van bedrijven – of die nu van de EU, de VS of Oekraïne is – nog verder zou verstoren en terugdringen.
Het is waar dat de imperialisten van de VS en de EU hun eigen plannen hebben met de energierijkdom en soevereiniteit van Oekraïne, maar dat betekent niet dat socialisten elders hun handen moeten aftrekken van de Oekraïense oorlog voor nationale zelfbeschikking. Integendeel, het vereist solidariteit met de Oekraïense arbeidersklasse, ongeacht de vorm die hun strijd aanneemt, gezien de imperialistische druk waarmee ze van alle kanten worden geconfronteerd.
Vrouwen opofferen om Iran te verdedigen
Nog schandaliger was de deelname aan het panel van Hossein Khaliloo, van het Iman Al Mahdi Dialogue Center in Brazilië, als informele ambassadeur van de Islamitische Republiek Iran. Khaliloo zei dat het Amerikaanse imperialisme Iran is binnengedrongen 'via de economie, via de cultuur, via de film, om zo de hoofden van de nieuwe generatie te veroveren.' Verwijzend naar de massale protesten van december en januari, die met bloedig geweld werden neergeslagen door regeringstroepen en de Revolutionaire Garde, gaf Khaliloo Hollywood de schuld van het koloniseren van de geesten van jonge Iraniërs. Na een tijdje blootgesteld te zijn geweest aan 'imperialistische en zionistische' cultuur en cinema, 'groeit de imperialistische cultuur in het land', zei hij.
Natuurlijk stroomt er massale culturele propaganda uit de Amerikaanse cultuurfabrieken. Maar het argument dat die ideeën wortel schieten en de geesten van jonge mensen aantasten, is een idealistische visie. Mensen maken gebruik van culturele producten door hun eigen activiteit, waarbij ze als historische actoren zelf culturele producten interpreteren en herwerken. Cultuur vormt de wereld niet op een unitaire, top-down, samenzweerderige manier. Het idee dat mensen marionetten zijn die worden bestuurd door een enorm cultureel apparaat, vindt zijn oorsprong in autoritaire politiek en in het patriarchaat, en leidt tot antisemitische complottheorieën. De waarheid is uitdagender omdat ze vereist dat anti-imperialistische en socialistische krachten de fundamentele tegenstellingen in de samenleving aanpakken, inclusief de culturele uitdrukking en herhaling ervan. Als ideeën niet bijdragen aan het begrijpen of oplossen van tegenstellingen, dan schieten ze geen wortel.
Dezelfde respondent die het Poetinistische praatje over Oekraïne aanhaalde, versterkte ook Khaliloo’s argument dat opstanden in Iran hun oorsprong vinden in buitenlandse interventie. Hij deed alsof hij verbijsterd was dat iemand Iran zou bekritiseren voor het criminaliseren, seksueel reguleren en, nog maar enkele weken geleden, afslachten van vrouwen, en zei dat 60 procent van de Iraanse geneeskundestudenten vrouwen zijn. Dat was blijkbaar zijn bewijs dat, ongeacht de theologie van de regering, vrouwen in Iran niet echt onderdrukt worden. Het is onmogelijk om de patriarchale fundamenten van fascisme en kapitalisme serieus te nemen en dat soort dingen te zeggen.
Hoewel ze eerder aan het woord kwam, leverde Patricia Pol, van Attac in Frankrijk, feministische kritiek op deze manier waarop vrouwen terzijde worden geschoven in naam van het anti-imperialisme. Pol zei: 'Een sociale dynamiek die Trump, Bolsonaro, Millei en Netanyahu in staat stelt fascistische politiek en beleid te ontwikkelen, is vrouwenhaat. We kunnen het fascisme niet bestrijden zonder het patriarchaat te bestrijden. We hebben een oorlog tegen oorlog nodig. Een oorlog tegen seksisme. Een oorlog tegen het fascisme.' Feministische sociale bewegingen, zei ze, moeten worden opgebouwd in en tegen het gezin en op straat, op werkplekken en in bewegingen, volhardend en ongeacht de populariteit van feministische leuzen — vooral als feministische politiek onder vuur ligt — om de patriarchale aanval tegen te gaan. Dat houdt in dat de vrijheidsbewegingen van vrouwen in landen die het doelwit zijn van imperialisme centraal worden gesteld als een wezenlijk onderdeel van de strijdbare anti-imperialistische strijd.
We kunnen praten, maar kunnen we ook handelen?
Een paar maanden voordat de conferentie begon, nam ik contact op met andere socialistische groeperingen in de VS en Canada en moedigde ik hen aan om de conferentie te steunen en mensen erheen te sturen. Sommigen reageerden aarzelend en zeiden dat ze hadden gehoord dat de conferentie werd geleid door kampisten, groeperingen die Poetin steunen tegen Oekraïne en Maduro politiek steunen, en dat ze daarom niet wilden gaan. Daarom was het voor mij geen verrassing om die sentimenten te horen tijdens een hoofdpanel, hoewel ik toegeef dat de mate van steun, met name voor de Iraanse regering, een schok was. Solidarity was op de hoogte van die dynamiek en besloot toch te gaan, omdat we ook wisten dat veel groepen zouden komen, met name die welke zijn aangesloten bij de Vierde Internationale, die volksbewegingen tegen hun regeringen steunen, zelfs als die regeringen ook op gespannen voet staan met de VS.
De veel te ruime voorwaarden voor deelname aan de antifascistische conferentie hebben een goede discussie en scherpe, openhartige kritiek niet in de weg gestaan. Het was bemoedigend om tussen zoveel kritische, nieuwsgierige en strijdbare denkers te zitten. Maar het delen van een tafel met partijen die de praktische behoeften van BRICS-allianties berekenen en mensen die dogmatisch elke regering steunen die door de VS wordt aangevallen, heeft zijn grenzen als het gaat om strategie en actie. En er zijn moeilijke politieke en strategische vragen die aan het einde van deze conferentie beantwoord moeten worden.
Naast toezeggingen om een massale feministische, antiracistische, pro-migrant, pro-LHBTQ+ en antifascistische beweging op te bouwen, wil ik een conferentieresolutie die Brazilië en Mexico oproept om olie naar Cuba te verschepen. Ik wil solidariteit met Palestina tegen Israël en met Oekraïne tegen Rusland. Ik wil een verklaring die de Amerikaanse oorlog tegen Iran afwijst, terwijl we onze hand uitsteken in politieke solidariteit met de arbeidersklasse en onderdrukte nationaliteiten in Iran.
Dat is onwaarschijnlijk. Dus, welke strategische acties kunnen we ondernemen? En welke organisatievormen kunnen we gebruiken, als dit hele orgaan niet effectief als één geheel kan optreden? Het lijkt mij dat er meer discussie nodig is, met de nadruk op gezamenlijke actie en strategieën om de gecoördineerde imperialistische aanval op onze wereld effectief het hoofd te bieden. Maar om de eenheid te hebben die nodig is om verder te gaan dan discussie en gezamenlijke actie te ondernemen, zullen we duidelijk moeten zijn dat staten en hun verdedigers geen deel kunnen uitmaken van de eenheid van onze volkeren tegen het fascisme.
Foto: Rafael Bernabe aan het woord.
Dit artikel stond op Solidarity. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Reactie toevoegen