Simon Hannah bespreekt de uiteenlopende standpunten van links, die er ook in Nederland zijn, in de nasleep van de Russische invasie van Oekraïne, hoe Lenins standpunt van ‘revolutionair defaitisme’ in de huidige oorlog moet worden begrepen, het recht op zelfbeschikking en wapenleveranties.
Het debat binnen links over de oorlog in Oekraïne heeft ernstige meningsverschillen aan het licht gebracht over internationale kwesties, meningsverschillen die al meer dan tien jaar aan het broeien zijn en steeds dieper worden. Van 2001 tot 2011 was er algemene eensgezindheid binnen socialistisch links over de kwestie van imperialisme en de reactie daarop. Dat was een periode van expliciete en duidelijke aanvallen op soevereine landen zoals Afghanistan en Irak door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere imperialistische machten. Deze naakte imperialistische agressie leidde tot wereldwijde massabewegingen tegen de zogenaamde ‘oorlog tegen terrorisme’.
Voor socialisten was de invasie van Irak en Afghanistan even duidelijk als de Amerikaanse invasie van Vietnam: verzet je tegen de oorlog en steun ook het recht van de bevolking van dat land om zich te verzetten tegen kolonisatie. Je verdedigde een land (of niet) niet op basis van de aard van zijn regering of het leiderschap van zijn nationale verzetsbeweging, net zomin als je de nationale aspiraties van de Palestijnen verwierp vanwege de reactionaire politiek van Hamas. Het is een fundamenteel punt, niet eens een socialistisch maar een burgerlijk-democratisch, dat een natie het recht heeft op zelfbeschikking en dat een andere natie geen regimeverandering mag doorvoeren met behulp van raketten en tanks. Dat zijn allemaal vrij duidelijke en voor de hand liggende voorbeelden, zo voor de hand liggend dat het grootste deel van socialistisch links het daar destijds over eens was.
Maar in 2011 ontstond er een verschil van mening en een breuk in het algemene perspectief, in Libië. Tijdens de Arabische lente vond er in Libië een gewapende opstand plaats tegen Muammar Gaddafi door verschillende etnische groeperingen, die aanvankelijk ongeorganiseerd en chaotisch was. Dit was de eerste oorlog in de eenentwintigste eeuw waarin de kwestie van imperialistische verdeling en herverdeling ingewikkelder werd. Dat kwam aanvankelijk door de rol die democratische bewegingen speelden tegen ‘anti-imperialistische’ dictaturen. Vervolgens begonnen sommigen aan de linkerkant van het politieke spectrum steeds meer de rol te minimaliseren van andere imperialistische machten die niet in West-Europa of Noord-Amerika lagen, namelijk Rusland en China.
De NAVO zag een kans om een regime omver te werpen dat het Westen vaak een doorn in het oog was geweest en greep in om de opstand te steunen, door luchtsteun te verlenen om te voorkomen dat de opstandelingen volledig zouden worden vernietigd door de troepen van Khadaffi. Dat was geen viering van de volksopstand door het westerse imperialisme, maar een pragmatische afweging dat het omverwerpen van Khadaffi in het belang was van de westerse imperialisten. Het was natuurlijk ook in het belang van de Libiërs.
Daarna volgde Syrië. De aanvankelijke beweging voor democratische rechten werd op brute wijze onderdrukt door het regime van Bashar al-Assad, waardoor het land in een tien jaar durende burgeroorlog terechtkwam. De westerse imperialisten waren in dat geval veel minder terughoudend om in te grijpen, hoewel het Russische imperialisme zijn bondgenoot Assad graag te hulp schoot door materiaal, huurlingen en militaire adviseurs te sturen en de regering financieel te steunen. Ook Iran en Hezbollah grepen in om de volksopstand neer te slaan. De Verenigde Staten grepen in het noorden van Syrië in om de Koerdische YPG (Volksverdedigingseenheden) te helpen bij het bestrijden van ISIS, maar ze weigerden mee te helpen aan de vernietiging van het leger van de Syrische regering.
Dat conflict veroorzaakte een enorme verdeeldheid binnen internationaal links, waarbij mensen ofwel de kant van de opstand en de Koerden kozen, ofwel die van het regime van Assad omdat het ‘anti-imperialistisch’ was, hoewel het in werkelijkheid afhankelijk was van het Russische imperialisme. Sommigen aan de linkerkant stonden ambivalent tegenover de Arabische opstand tegen Assad, maar waren heel sympathiek tegenover de Koerden omdat ze hen zagen als een echte nationale bevrijdingsstrijd met linkse politiek. Uiteindelijk werd de volksrevolutie neergeslagen en juichten sommigen aan de linkerkant de val van Aleppo toe – hetzelfde soort ‘linksen’ dat in 1956 de Russische tanks steunde die Hongarije binnenvielen om daar een arbeidersopstand neer te slaan.
Nu heeft de oorlog in Oekraïne geleid tot een heftige discussie over tactiek en strategie – en tot een volledig meningsverschil over de rol van het imperialisme in het conflict. Het essentiële meningsverschil gaat over de mate waarin Oekraïne het recht heeft zich te verdedigen tegen een invasie door een imperialistische macht. Sommigen aan de ‘linkerkant’ juichen Rusland toe en geloven dat dit een oorlog is die door Rusland wordt gevoerd om Oekraïne te denazificeren. Ik ga niet in op dat argument, omdat het zo overduidelijk belachelijk is. Anderen concluderen echter dat Oekraïne zich in de invloedssfeer van het Westen bevindt – het land heeft bijvoorbeeld verzocht om toetreding tot de NAVO – en dat Volodymyr Zelensky en zijn regering daarom als vertegenwoordigers van Washington/Londen/Parijs/Berlijn fungeren. Daarom wordt dit gezien als een voorbeeld van een interimperialistische oorlog tussen Rusland en het Westen, dat via zijn surrogaat in Kyiv strijdt.
Socialisten die Oekraïne het recht ontzeggen om zich te verdedigen tegen een invasie door een imperialistische macht vanwege het beleid van de Oekraïense regering, negeren elk begrip van de nationale kwestie en de manier waarop het Oekraïense volk daadwerkelijk reageert op de Russische invasie. In de praktijk ontzeggen ze het recht op zelfbeschikking omdat ze de regering van Oekraïne niet mogen, wat irrelevant is voor het principe dat hier wordt besproken. In het verlengde daarvan zou niemand de Tamil Tijgers, Hamas-strijders of zelfs Ierse republikeinen steunen, die allemaal reactionaire standpunten hadden (of nog steeds hebben) over een reeks kwesties en pro-kapitalistisch waren. Of ze gebruiken het excuus dat Oekraïne lid wil worden van de NAVO om te suggereren dat het in wezen zelf een imperialistische macht is.
Omdat Oekraïne wordt gezien als een vertegenwoordiger van het Westen en het land antitank- en luchtafweerraketten ontvangt, stellen sommigen dat Rusland en Oekraïne gelijkwaardig zijn en concluderen ze dat beide partijen moeten verliezen. Hoe kunnen beide partijen verliezen? In werkelijkheid zou dat een langdurige patstelling zijn die jaren duurt, met talloze doden tot gevolg.
Anderen proberen genuanceerder te zijn en zeggen dat het Oekraïense volk zich moet verzetten, maar dat het eerst zijn regering omver moet werpen omdat die het westerse imperialisme steunt. Ze bepleiten dus dat de Oekraïense arbeidersklasse, geconfronteerd met een daadwerkelijke invasie, waarbij Russische tanks en gepantserde voertuigen de grote steden binnenrijden, op magische wijze een klassenbewuste massabeweging moet vormen. Vermoedelijk zou die beweging revolutionair van aard zijn, de reactionaire rol van de NAVO en het westerse imperialisme volledig begrijpen en erin slagen de regering omver te werpen alvorens een regering naar het voorbeeld van de Commune van Parijs uit te roepen. Alleen dan is het legitiem om een ‘socialistische verdediging’ van het land te voeren. Hoe nuttig is het voor het Oekraïense volk dat socialisten in het Westen wensen dat hun politieke situatie totaal anders en veel gunstiger was.
Als reactie op de invasie van een leger dat onder bevel staat van de mensen die toezicht hielden op de slachting van de Syrische revolutie en de verwoesting van Grozny, is het begrijpelijk dat het Oekraïense volk – zelfs degenen die Zelensky en zijn beleid niet mogen en zich daar actief tegen hebben verzet – hun land en hun gemeenschappen zullen verdedigen tegen de Russische bezetting. Zoals V. I. Lenin het uitdrukte: 'Als de arbeider zegt dat hij zijn land wil verdedigen, spreekt het instinct van een onderdrukte man in hem'.
Het is nu duidelijk dat de regering van Zelensky omvergeworpen moet worden, net als die van Vladimir Poetin, Joe Biden, Boris Johnson, Viktor Orbán en elke andere burgerlijke regering. En de oorlog in Oekraïne biedt een kans voor een revolutionaire explosie tegen de bestaande orde. Maar om van ‘de Russen zijn binnengevallen, we moeten onze huizen verdedigen’ naar ‘alle macht aan de Oekraïense Sovjet’ te komen, is serieus verenigd frontwerk nodig, samen met de grote massa van het Oekraïense volk dat door de regering is gemobiliseerd in de volksverdedigingseenheden. Dat betekent dat we de massa een stap voor moeten zijn, niet tien kilometer.
De oprichting van de volksverdedigingseenheden betekent dat er nu een militie in Oekraïne is die bewapend is en een ongelooflijk rudimentaire wapentraining heeft gehad. Socialisten die pleiten voor een boycot van die eenheden zijn in feite pacifisten, ook al citeren ze Lenin om hun standpunt te rechtvaardigen. Lenin stelde namelijk dat de ‘militarisering’ van de samenleving tijdens een oorlog een van de weinige positieve aspecten ervan was:
Nu militariseert de imperialistische bourgeoisie zowel de jongeren als de volwassenen; morgen begint ze misschien met het militariseren van de vrouwen. Onze houding moet zijn: des te beter! Volle kracht vooruit! Want hoe sneller we gaan, hoe dichter we bij de gewapende opstand tegen het kapitalisme komen. Hoe kunnen sociaaldemocraten toegeven aan de angst voor de militarisering van de jongeren, enzovoort, als ze het voorbeeld van de Commune van Parijs niet zijn vergeten?
Lenin schrijft hier over een imperialistische natie, niet eens een semi-kolonie of een kolonie, die zichzelf bewapent.
Sommige socialisten hebben het recht van de Oekraïners om zich tegen de bezetting te verzetten verdedigd en pleiten ervoor dat de westerse imperialistische naties geen materiaal of wapens voor de strijd mogen leveren. Ze zijn van mening dat leveringen van antitankwapens uit Londen het klassenkarakter van het nationale verzet fundamenteel veranderen en dat het daarom niet toegestaan is om wapens naar de Oekraïners te sturen. Anderen stellen dat wapens alleen naar arbeidersorganisaties in Oekraïne mogen worden gestuurd, maar tenzij mensen dergelijke organisaties identificeren en dat in de praktijk brengen, is het slechts een excuus om de bredere bewapening van het land niet te steunen. Als men geconfronteerd wordt met het Russische leger, is de oproep om het Oekraïense verzet te ontwapenen in wezen een oproep aan Rusland om gemakkelijk te winnen.
Nogmaals, wíé wapens levert aan een nationale bevrijdingsbeweging of een land dat zich verzet tegen imperialistische invasie, is een secundaire vraag ten opzichte van het feit dat de strijd zelf legitiem is. Het was terecht dat de Kosovaren in de jaren negentig wapens kregen van het Westen. Het was terecht dat het Syrische verzet en de Koerden wapens kregen tijdens de Syrische revolutie. Zijn er voorwaarden verbonden aan die wapens? Soms wel, maar we kunnen de autonomie van mensen die een legitieme strijd voor vrijheid voeren niet negeren vanwege imperialistische machinaties.
Sommigen aan de linkerkant van het politieke spectrum hebben blijkbaar geconcludeerd dat in het moderne wereldsysteem van imperialisme elke armere semi-kolonie in de invloedssfeer van een ander imperialistisch land ligt, en dat de nationale kwestie daarom overbodig is. Dat is geen nieuw idee. In het pamflet Junius pleitte Rosa Luxemburg voor de verdeling van de wereld door het imperialisme, en stelde ze dat alle conflicten dus in meer of mindere mate imperialistische conflicten zijn. Daarom behoort de nationale kwestie tot het verleden en staat nu alleen het socialisme op de agenda. Het probleem hiermee is dat het volledig voorbijgaat aan eventuele echte nationale kwesties die kunnen bestaan, bijvoorbeeld als je land wordt binnengevallen door een veel machtiger buurland waarvan de leider essays publiceert waarin hij zegt dat je land een vergissing was en niet meer zou mogen bestaan.
In 1916 schreef Lenin, deels als reactie op dit soort argumenten:
Het feit dat de strijd voor nationale bevrijding tegen één imperialistische macht onder bepaalde omstandigheden door een andere 'grote’ macht kan worden gebruikt voor haar even imperialistische belangen, mag voor de sociaaldemocratie geen reden zijn om af te zien van haar erkenning van het recht van naties op zelfbeschikking, net zomin als de talrijke gevallen waarin de bourgeoisie republikeinse leuzen gebruikt voor politieke misleiding en financiële roof, bijvoorbeeld in de Latijnse landen, om hen ertoe te bewegen het republikeinisme af te zweren.
Die zaken zijn cruciaal omdat we een multipolaire wereld betreden waarin een analyse op basis van de Koude Oorlog niet volstaat. Naarmate Rusland en China hun groeiende imperialistische macht laten gelden, zullen er meer conflicten ontstaan waarin een armer land of een etnische groep hulp bij het Westen zal zoeken, en als socialisten een al te simplistische kijk op internationale betrekkingen hanteren om hun denken te sturen, dan zal de socialistische linkervleugel op het verkeerde been staan. We kunnen niet simpelweg een min zetten waar de westerse bourgeoisie een plus zet. We moeten theorie gebruiken om te verhelderen en uit te leggen, niet om barrières op te werpen tegen de realiteit.
Het conflict in Oekraïne heeft er ook toe geleid dat sommige socialisten oproepen tot de nederlaag van beide partijen in het conflict, waarbij ze hun standpunt baseren op een beleid dat Lenin in 1914-1916 voorstond. In de rest van dit artikel wordt onderzocht wat dat beleid in de praktijk betekende – en niet betekende – en hoe bruikbaar het is voor het ontwikkelen van een coherent socialistisch beleid rond Oekraïne nu.
Wat betekent ‘revolutionair defaitisme’?
Lenins visie op interimperialistische oorlog lijkt eenvoudig:
De bourgeoisie van alle imperialistische grootmachten – Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Rusland, Japan, de Verenigde Staten – is zo reactionair geworden en zo vastbesloten om de wereld te domineren, dat elke oorlog die door de bourgeoisie van die landen wordt gevoerd, reactionair moet zijn. Het proletariaat moet zich niet alleen tegen al dergelijke oorlogen verzetten, maar moet ook de nederlaag van zijn ‘eigen’ regering in dergelijke oorlogen toejuichen en die nederlaag gebruiken voor een revolutionaire opstand, als een opstand om de oorlog te voorkomen niet succesvol blijkt te zijn.
Elke klassenbewuste arbeider zal wantrouwig staan tegenover de acties van zijn regering en zijn kapitalistische klasse in een oorlog, ongeacht of het land imperialistisch is of niet. In een imperialistische oorlog zal een klassenbewuste arbeider minachtend staan tegenover de oorlogszuchtige politici en de oproepen van de bazen tot ‘eenheid in de oorlogsinspanning’, om langer te werken, de productie te versnellen, gratis te werken in het weekend, stakingen en openbare bijeenkomsten te verbieden, enzovoort. Je wilt niet dat je regering zegeviert, omdat je weet dat het resultaat ongebreideld nationalisme, patriottisme en chauvinisme zal zijn – de vijanden van het socialisme. Het zal de massa's aan hun bourgeoisie binden door de successen van de natie te verheerlijken, iets wat het klassenbewustzijn ondermijnt en afzwakt.
Er zit een kern van waarheid in het idee dat een imperialistische oorlog die slecht verloopt, bijdraagt aan een groeiende stemming van radicalisering tegen de regering. De Russische revolutie van 1917 was grotendeels mogelijk omdat de oorlog zo rampzalig verliep voor Rusland dat het thuis onnoemelijk leed veroorzaakte en de boeren die werden uitgezonden om te vechten en te sterven in de oorlog het zat waren en vrede wilden. Als de oorlog goed was verlopen en Rusland onder de briljante leiding van de tsaar andere landen was binnengevallen om nieuwe gebieden te veroveren, dan zou dat alleen maar hebben geleid tot een veel groter gevoel van nationalisme onder het volk. De revoluties van februari en oktober zouden dan waarschijnlijk niet hebben plaatsgevonden.
Evenzo, toen de oorlog in Vietnam slecht verliep voor de VS, versterkte het gevoel van een groeiende nationale crisis andere sociale tegenstellingen in de Verenigde Staten en verbond het zich met andere kwesties, met name de strijd tegen racisme, en radicaliseerde het die strijd. Het gevoel dat de regering in crisis verkeert en dat haar imperialistische macht aan het afbrokkelen is, geeft de arbeidersklasse en de onderdrukten een gevoel van kracht en doelgerichtheid om zich te organiseren en op andere fronten terug te vechten – hoewel het de heersende klasse ook nog wreder en gewelddadiger maakt op het thuisfront om de orde te handhaven.
Het probleem met het opvatten van elke leus die op elk moment van de oorlog wordt uitgegeven als een praktische en onmiddellijke oproep tot actie, is dat dat verschillende niveaus van analyse en activiteit met elkaar vermengt. Lenins standpunt over defaitisme was grotendeels een propagandistische reactie op het verraad aan het socialisme dat defensisme was, namelijk toen sociaaldemocraten in heel Europa plotseling de oorlogsdoelen van hun eigen regering gingen steunen omdat ze accepteerden dat het allemaal ‘defensieve’ conflicten waren. De leus ‘verdediging van het vaderland’ was verwerpelijk omdat het duidelijk een leugen was om een agressieve expansieoorlog te promoten. Een groot deel van de imperialistische propaganda rond de Eerste Wereldoorlog was dat de oorlog altijd door iemand anders werd begonnen en dat elk oorlogvoerend land alleen defensief reageerde op de acties van zijn oorlogvoerende buren. Het was de capitulatie van de socialisten voor de imperialistische oorlogsdoelen van hun heersende klasse die Lenin tegenging met zijn beleid van defaitisme.
Er is een harde en een zachte interpretatie van wat de logische praktische conclusies van revolutionair defaitisme zouden kunnen betekenen. De zachtere betekenis is dat je in een imperialistische oorlog de oorlogsdoelen van je eigen regering niet toejuicht en dat je principiële leuzen gebruikt zoals ‘geen cent en geen mens voor de oorlogsmachine’. Je gebruikt militaire nederlagen in je agitatie om erop te wijzen dat de oorlog zinloos is, onnodig bloedvergieten veroorzaakt en dat de regering omvergeworpen moet worden omdat ze ons namens de grote industriëlen in deze puinhoop heeft gebracht. Je zet de klassenstrijd voort – en intensiveert die zelfs waar je kunt – ongeacht de oproepen tot nationale eenheid van vakbondsleiders en burgerlijke politici.
Er is een hardere interpretatie, waar Lenin soms op wees en die voor sommige socialisten een soort orthodoxie is geworden, grotendeels als gevolg van een factiestrijd in de Russische Communistische Partij in de jaren twintig. Volgens die interpretatie moet je niet alleen de nederlaag van je eigen regering nastreven, maar ook actief werken aan de militaire nederlaag van de oorlogsinspanningen door middel van sabotage, ‘het neerschieten van je officieren’, enzovoort. Lenin pleitte zelfs voor de nederlaag van Rusland door het Duitse leger als ‘kleiner kwaad’ ten opzichte van de overwinning van het tsarisme, dat volgens Lenin de meest barbaarse en reactionaire regering van Europa was.
Het probleem met die visie – zoals de socialist Hal Draper heeft opgemerkt – is dat ze niet echt overeenkomt met wat de bolsjewieken in Rusland zeiden of met de praktische gevolgen van de defaitistische leus. Ten eerste was er geen echte eenheid onder de bolsjewieken over de kwestie van het defaitisme, omdat het in Lenins geschriften op verschillende momenten verschillende dingen betekende. De meesten kozen voor de mildere interpretatie, waarover weinig onenigheid bestond bij andere anti-oorlogssocialisten. Maar de leus van het defaitisme in zijn hardste vorm was geen operationeel beleid voor agitatie onder de massa's soldaten, maar een polemische reactie op het feit dat zoveel socialisten waren overgestapt op een politiek van ‘verdediging van het vaderland’. (Stel je voor dat je pamfletten uitdeelt aan negentienjarige dienstplichtige soldaten waarin je zegt dat je beleid erop gericht is dat ze ‘in een lijkzak naar huis komen’.)
Kijk naar de praktische standpunten die de bolsjewieken bepleitten op internationale anti-oorlogsconferenties, met name de cruciale conferentie in Zimmerwald, waar geen sprake was van ‘revolutionair defaitisme’, maar waar de nadruk lag op het voeren van de klassenstrijd in eigen land en het politiseren van industriële strijd tot een meer algemene strijd tegen het kapitalisme en imperialisme:
De opmaat naar die strijd [voor het socialisme] is de strijd tegen de wereldoorlog en voor een snel einde aan de slachting van de volkeren. Die strijd vereist de afwijzing van oorlogskredieten, het verlaten van ministersposten en het aan de kaak stellen van het kapitalistische en asociale karakter van de oorlog – in de parlementaire arena, in de pagina's van legale en, indien nodig, illegale publicaties, samen met een openlijke strijd tegen sociaal-patriottisme. Elke volksbeweging die voortkomt uit de gevolgen van de oorlog (verarming, zware verliezen, enzovoort) moet worden aangegrepen om straatdemonstraties tegen de regeringen te organiseren, propaganda te voeren voor internationale solidariteit in de loopgraven, economische stakingen te eisen en te trachten dergelijke stakingen, waar de omstandigheden gunstig zijn, om te zetten in politieke strijd. De leus is ‘burgeroorlog, geen burgervrede.
Als Lenins standpunt over revolutionair defaitisme een zekere duidelijkheid heeft, wat betekende dat dan in de praktijk? Lenin waarschuwde: 'Dat betekent niet dat je bruggen moet opblazen, mislukte stakingen in de oorlogsindustrie moet organiseren en in het algemeen de regering moet helpen de revolutionairen te verslaan. Maar hoe zat het met agitatie in het leger? Sommige socialisten zijn van mening dat de agitatie van de bolsjewieken in het leger gericht was op radicale acties, waaronder oproepen aan soldaten om hun officieren neer te schieten en aan hele regimenten om in opstand te komen en te vechten tegen de troepen die loyaal waren aan de regering en niet tegen de buitenlandse macht.
De leus ‘Maak van de imperialistische oorlog een burgeroorlog’ wordt opgevat als een onmiddellijke oproep aan soldaten en arbeiders om thuis een tweede front te openen en te vechten om de regering omver te werpen terwijl hun land wordt binnengevallen. Het is echter een oproep waar moderne socialisten zelden tactisch over nadenken. Ze gooien met de leus alsof het een principe is, alsof vanaf dag één de onmiddellijke eis was dat soldaten hun wapens op hun eigen regering zouden richten. Maar om die algemene revolutionaire leus om te zetten in een tactische eis bij het uitbreken van een oorlog is gewoon een ultralinkse pose. De werkelijke gevolgen van een poging om een burgeroorlog te ontketenen terwijl het bewustzijn van de arbeidersklasse overweldigend gericht is op de wens om hun nationale rechten te verdedigen, betekenen isolatie en de dood voor links.
In plaats daarvan was het praktische beleid van de bolsjewieken in het leger gericht op algemene agitatie tegen het klassenkarakter van de oorlog, het voorlichten van arbeiders en soldaten over wat imperialisme betekende en het aan de kaak stellen van de oorlogsdoelen van de regering. Na eind 1916 tot de zomer van 1917 richtten de eisen van de bolsjewieken zich steeds meer op de rechten van soldaten.
Het belangrijkste keerpunt voor de bolsjewieken in Rusland kwam na februari 1917, toen het tsarisme door een volksrevolutie omvergeworpen werd en een liberaal-democratisch regime onder leiding van Alexander Kerenski het verving en zei dat het de oorlog zou voortzetten. Sommige mensen aan de linkerkant sloten zich na februari aan bij die lijn en pleitten ervoor om een liberaler en democratischer Rusland te verdedigen tegen de Duitse keizer, nu het karakter van de regering was veranderd. Lenin en zijn kameraden verdubbelden echter hun verzet, en toen de oorlog onder Kerenski slecht bleef verlopen, was het die principiële koers die hen in staat stelde om uiteindelijk in oktober 1917 de macht van de kapitalisten te veroveren.
Wat was het materiaal dat de bolsjewieken uitdeelden aan de vooravond van het Al-Russische Congres van de Sovjets in april 1917?
Alle macht aan de sovjet van arbeiders- en soldatenafgevaardigden! Dat betekent niet dat we de huidige regering onmiddellijk moeten omverwerpen of haar ongehoorzaam moeten zijn. Zolang de meerderheid van het volk haar steunt... kunnen we het ons niet veroorloven onze krachten te verspillen aan onsamenhangende opstanden. Nooit! Spaar je krachten! Kom samen op bijeenkomsten! Neem moties aan!
Het is duidelijk dat de revolutionaire strategie niet voortkwam uit een onmiddellijke muiterij, een weigering om te vechten, het openen van een revolutionaire strijd tegen de burgerlijke regering, maar uit langzaam en geduldig werk om steun op te bouwen voor anti-oorlogs- en revolutionaire ideeën.
Uiteindelijk kwam de arbeidersklasse onder leiding van revolutionaire krachten in oktober aan de macht, niet met een beleid van ‘schiet je officieren neer’ of door actief aan te zetten tot de militaire nederlaag van het leger, maar met een beleid van ‘brood, vrede en land’. Die eisen konden alleen worden verwezenlijkt door de macht over te nemen van de Russische kapitalisten en hun liberale politici om vrede te verzekeren voor een land dat uitgeput en verwoest was door de oorlog. De bolsjewieken vroegen onmiddellijk om vrede met Duitsland en ondertekenden het heel ongunstige verdrag van Brest-Litovsk om Rusland uit de oorlog te halen, waarbij ze een groot deel van het grondgebied opgaven als prijs voor de vrede. Tijdens de debatten over de ratificatie van het Verdrag van Brest-Litovsk merkte Lenin op:
Boris [Kamkov, van de linkse socialistische revolutionairen] hoorde dat wij defaitisten waren, en hij herinnerde zichzelf hieraan toen wij ophielden defaitisten te zijn... Wij waren defaitisten onder de tsaar, maar onder Tseretelli en Tsjernov [ministers in de regering van Kerenski] waren wij geen defaitisten.
Na de Februarirevolutie pleit Lenin dus voor het laten vallen van de leus van het defaitisme, hoewel die in de praktijk tussen 1914 en 1916 vooral op het niveau van de propaganda bestond en in 1917 werd opgeborgen. Die werd vervangen door een concretere en specifiekere oproep tot democratische rechten voor soldaten en een streven naar dubbele macht in het leger, naarmate de revolutionaire opstand steeds meer regimenten radicaliseerde.
In september 1917 deed zelfs Lenin uitspraken die niet langer gebaseerd waren op revolutionair defaitisme, maar in wezen pleitten voor een revolutionaire verdedigingsoorlog, waarbij hij die verwoordde in termen van hoe het land met succes tegen invasie kon worden verdedigd:
Het is onmogelijk om het land in staat te stellen zichzelf te verdedigen zonder de grootste heldhaftigheid van het volk bij het moedig en daadkrachtig doorvoeren van grote economische veranderingen. En het is onmogelijk een beroep te doen op de heldhaftigheid van de massa's zonder te breken met het imperialisme, zonder alle volkeren een democratische vrede aan te bieden, zonder zo de oorlog te transformeren van een veroveringsoorlog, een roofzuchtige, criminele oorlog, in een rechtvaardige, defensieve, revolutionaire oorlog.
Dat toont eens te meer aan dat Lenin de leus van revolutionair defaitisme in de eerste plaats gebruikte in verband met het tsarisme en het idee dat een nederlaag van het leger van de tsaar de voorwaarden zou scheppen voor een radicaler democratisch regime om het te vervangen. En op dat punt had hij gelijk.
In oorlog gaan de dingen snel. Toen Lenin terugkeerde uit ballingschap en daadwerkelijk met Russische arbeiders en soldaten begon te praten, merkte hij een andere stemming op, namelijk dat het volkomen redelijk is om niet te willen dat je land wordt binnengevallen en bezet, en het is dat sentiment dat hij nu uitdrukte, zelfs met behulp van de taal van een revolutionaire defensieve oorlog die hij in april 1917 had verworpen. Het belangrijkste punt was om zich te verzetten tegen de expansionistische, imperialistische oorlogsdoelen van de bourgeoisie.
Praktische conclusies
Als een imperialistisch land een armer land binnenvalt om de wereld te verdelen, is het een fundamentele democratische eis om het recht van dat land op verzet te verdedigen en zijn recht op zelfbeschikking te verdedigen. Zelfs zeggen dat je voorstander bent van de overwinning van het kleinere land is een principieel en correct standpunt.
Zelfs als je in een imperialistisch land woont en je wordt binnengevallen door een ander imperialistisch land, dan is het onvermijdelijk dat mensen niet willen worden binnengevallen en bezet door een buitenlandse macht.
In beide situaties moeten socialisten algemene anti-oorlogsagitatie en -propaganda voeren, en de klassenstrijd tussen wat de imperialisten willen en de werkende mensen die elkaar daarvoor moeten afslachten, naar voren brengen. We moeten contacten leggen met socialisten in het binnenvallende land, basiscomités organiseren in het leger en in vakbonden, en contacten leggen tussen arbeiders en soldaten, waarbij we duidelijk zeggen dat de regering niet namens het volk spreekt, dat deze barbaarse oorlog moet stoppen en dat alleen een socialistische regering hier een einde aan kan maken.
Simon Hannah is ecosocialist, lid van Anti*Capitalist Resistance, onze zusterorganisatie in Engeland en Wales, vakbondsactivist en auteur van A Party with Socialists in it: a history of the Labour Left, Can't Pay, Won't Pay: the fight to stop the poll tax, en System Crash: an activist guide to making revolution.
Dit artikel stond op Tempest. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.
Dit soort exegese van Lenins…
Dit soort exegese van Lenins geschriften is het tegendeel van wat Lenin zelf de kern van de dialectische methode noemde: de concrete analyse van een concrete situatie. Van concrete analyse is in het artikel geen sprake, het gaat ervan uit dat de antwoorden op de uitdagingen voor links vandaag in Lenins geschriften te vinden zijn. En als een tekst (zoals over het revolutionair defaitisme) de politieke voorkeur van de auteur lijkt tegen te spreken, moeten andere teksten en citaten daar een uitweg voor zoeken. Moesten de kerkvaders ook al doen om Bijbel en kerkpolitiek te verzoenen.
Zijn Lenins concrete analyses van indertijd dan waardeloos? Absoluut niet, ze kunnen bijdragen tot onze eigen inzichten, maar goed wetend dat zijn wereld (wereldoorlog, een tsaristische dictatuur in een land dat nauwelijks de feodaliteit achter zich had gelaten) mijlenver staat van de huidige.
Naast het euvel van de exegetische aanpak is er in het artikel ook het euvel van het onkritisch omspringen met “principes”. Wat betekent het “zelfbeschikkingsrecht van de volkeren” als, zoals in het geval van Oekraïne, dat volk zal leven in een verwoest land met een adergelaten bevolking, uitgeleverd aan een van buiten opgelegde kapitalistische uitbuiting ?
Het stemt ook tot nadenken dat in het artikel geen enkele afweging wordt gemaakt over de prijs van de verderzetting van de oorlog, te betalen met honderdduizenden doden, verminkten en gehandicapten. Sinds wanneer is het marxisme geen humanisme meer?
Reactie toevoegen